RB
DOSSIERS
Alle dossiers

Oneerlijke handelspraktijken  

RB 825

Kamervragen over Vriendenloterij - aggressieve reclame per sms?

In navolging van eerdere berichten (RB 758 en meer). Tweede Kamerlid Bouwmeester (PvdA) heeft staatsecretaris Teeven vragen gesteld inzake een vermeend aggressieve reclamecampagne van de VriendenLoterij (ingezonden 23 februari 2011- antwoorden van de staatssecretaris (Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2010–2011, nr. 1799).

Winnende deelnemers aan de vriendenloterij ontvangen een sms'je dat ze in januari een prijs hebben gewonnen. Wordt men in de waan gebracht 1 miljoen te hebben gewonnen, is er sprake van misleiding en buitensporig stimuleren van kansspeldeelname en is er strijd met artikel II.3 van deReclamecode voor Kansspelen?

De Nederlandse kansspelvergunninghouders hebben op grond van de hun verleende vergunning een zorgplicht om op evenwichtige wijze vorm te geven aan hun wervings- en reclameactiviteiten. Aan die zorgplicht hebben zij invulling gegeven door middel van de Gedrags- en reclamecode kansspelen. Op de naleving van de reclamecode kansspelen wordt toegezien door de Reclame Code Commissie (RCC). Het is dan ook primair aan de RCC om te beoordelen of deze campagne onder artikel II.3 van de reclamecode kansspelen valt.

Vraag 3, 4, 5

Deelt u de mening dat ontvangers van de sms’jes met de tekst «Gefeliciteerd! U heeft in januari een prijs gewonnen in de VriendenLoterij. Ga naar VriendenLoterij.nl en zie wat u heeft gewonnen» en de website waarop vervolgens verwezen wordt naar een prijs van 1 miljoen euro in de waan gebracht worden dat zij dit geldbedrag gewonnen hebben? Zo nee, waarom niet?

Deelt u de mening dat hier sprake is van misleiding van de consument en het buitensporig stimuleren van deelname aan kansspelen, daar na bezoek aan bovengenoemde website blijkt dat ontvangers van deze sms’jes slechts kaartjes voor Duinrel of een abonnement op een tijdschrift gewonnen hebben maar voor de prijs van 1 miljoen euro extra loten dienen te bestellen? Zo ja, acht u dit ook onwenselijk? Zo nee, waarom niet?

Deelt u de mening dat deze campagne onder de Reclamecode voor Kansspelen valt en in strijd is met Artikel II.3 van deze code, waarin staat dat reclame voor kansspelen niet misleidend mag zijn, met name niet met betrekking tot de eigenschappen van of kansen op het winnen van een prijs bij de aangeboden kansspelen? Zo ja, welke consequenties heeft dit volgens u? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 3, 4, 5

De Vriendenloterij heeft aangegeven dat winnende deelnemers een sms-bericht ontvangen met de mededeling dat door hen een prijs is gewonnen. Deze SMS service kan desgewenst worden stopgezet door de deelnemer. Daarnaast heeft de Vriendenloterij aangegeven dat de bekendmaking van de winnaars van de trekking van januari deels gelijk liep met een reclamecampagne van de Vriendenloterij op haar website. Daardoor is wellicht de indruk gewekt dat via sms-berichten nieuwe deelnemers werden geworven. De Vriendenloterij heeft mij laten weten haar website inmiddels te hebben aangepast.

De Nederlandse kansspelvergunninghouders hebben op grond van de hun verleende vergunning een zorgplicht om op evenwichtige wijze vorm te geven aan hun wervings- en reclameactiviteiten. Aan die zorgplicht hebben zij invulling gegeven door middel van de Gedrags- en reclamecode kansspelen. Op de naleving van de reclamecode kansspelen wordt toegezien door de Reclame Code Commissie (RCC). Het is dan ook primair aan de RCC om te beoordelen of deze campagne onder artikel II.3 van de reclamecode kansspelen valt.

Vraag 6

Welke mogelijkheden zijn er op basis van de gedrags- en reclamecode voor kansspelen om op te treden tegen de VriendenLoterij om een einde te maken aan dergelijke misleidende campagnes? In hoeverre acht u het wenselijk en waarschijnlijk dat er in deze gebruik gemaakt gaat worden van deze mogelijkheden?

Antwoord 6

Het staat een ieder vrij om een klacht in te dienen tegen een reclame-uiting bij de RCC. Indien de beoordeling en uitspraak van de RCC daartoe aanleiding geeft, kan ik de Vriendenloterij op grond van de haar verleende vergunning een aanwijzing over haar wervings- en reclameactiviteiten geven, na daarover het College van toezicht op de kansspelen te hebben gehoord. Gezien de momenteel beschikbare gegevens over het karakter van onderhavige SMS service acht ik het niet opportuun hier in deze gebruik van te maken.
De voorgestelde wijziging van de Wet op de kansspelen in verband met de instelling van de kansspelautoriteit2, welke momenteel aanhangig is bij uw Kamer, biedt mij de mogelijkheid bij algemene maatregel van bestuur nadere regels te stellen met betrekking tot wervings- en reclameactiviteiten.

Lees meer hier.

Regeling: Reclamecode voor Kansspelen

RB 808

Allerhande testpanel test Port

CVB 6 april 2011, dossiernr 2010/00879 (AH Allerhande – testpanel over Port)

Reclamerecht. Klager betoogt dat de rubriek testpanel in de Allerhande van november 2010 (én klik op plaatje voor vergroting) waarin drie door Albert Heijn verkochte merken port onder de aandacht worden gebracht door een testpanel bestaande uit, onder meer, een – volgens het bijschrift - 67-jarige consument misleidend. In werkelijkheid is volgens klager de persoon op de foto jonger, hetgeen klager misleidend acht. Voorts stelt klager dat het ‘onlogisch’ is dat het ‘gebruiksmoment’ van port wordt veranderd van nagerecht naar voorgerecht. Geen strijd met artt. 2, 7, 11 NRC of 6, 9 t/m 13, 21 RVA. CVB oordeelt niet anders.

De Commissie acht het, gelet op de opmaak en inhoud van de Allerhande, voor de gemiddelde consument duidelijk dat het blad is samengesteld met de bedoeling om de producten die bij de Albert Heijn worden verkocht onder de aandacht te brengen. Aldus is geen sprake van strijd met artikel 11 NRC. Het opschrift ‘advertorial’ acht de Commissie in dit geval derhalve niet noodzakelijk.

Het opschrift ‘advertorial’ is in dit geval dan ook niet noodzakelijk. Klager heeft verder niet aannemelijk gemaakt dat geen gebruik zou zijn gemaakt van een echt testpanel. De RCC volgt klager ook niet in zijn mening dat de ‘oudere’ een ‘kwetsbare groep’ betreft in de zin of geest van de RVA. De reclame-uiting richt zich voorts niet specifiek tot minderjarigen. Evenmin acht de RCC het aannemelijk dat de reclame een publiek bereikt dat voor meer dan 25% uit minderjarigen bestaat. Nu klagers betoog in hoofdzaak gestoeld is op de stelling dat de gewraakte uiting nu juist is gericht op ouderen, acht de RCC het onnodig om adverteerder in dit kader met de bewijsplicht te belasten.

In beroep er is sprake is van agressieve reclame. Albert Heijn in de onderhavige reclame-uiting, die verspreid wordt onder argeloze lezers, gebruik van verkoopbevorderende technieken die dusdanig op beïnvloeding zijn gericht, dat sprake is van agressieve reclame.

Het College stelt in dit verband voorop dat reclame agressief is als die, mede gelet op al haar kenmerken en omstandigheden, de feite­lijke context, de beperkingen van het com­mu­nicatiemedium en het publiek waarvoor zij is bestemd, door intimidatie, dwang, inclusief het gebruik van lichamelijk geweld, of ongepaste beïnvloeding, de keuzevrijheid of de vrijheid van handelen van de ge­middelde consument met betrekking tot het product aanzienlijk beperkt of kan be­per­ken, waardoor hij ertoe wordt gebracht of kan worden gebracht over een trans­actie een besluit te nemen dat hij anders niet had genomen. Voorts is reclame agres­sief indien zich een situatie voordoet die is vermeld in bijlage 2 bij de Neder­landse Reclame Code (zie art. 14.1 en 14.2 van de Nederlandse Reclame Code).
 
Het College is van oordeel dat zich geen feiten of omstandigheden voordoen die tot het oordeel kunnen leiden dat sprake is van agressieve reclame in de hier­voor bedoelde zin. De door appellant genoemde feiten en omstan­digheden doen aan dit oordeel op geen enkele wijze af. De grieven treffen derhalve geen doel.

In dit geval doen zich geen feiten of omstandigheden voor die tot het oordeel kunnen leiden dat sprake is van agressieve reclame in de hiervoor bedoelde zin, aldus het CVB.

Lees de uitspraak hier (link) en hier (pdf)

Nederlandse Reclamecode (NRC) artt. 2, 7, 11 
Reclamecode voor alcoholhoudende dranken (RVA), artt. 6, 9 t/m 13, 21

RB 802

UK ASA Adjudications 6 april 2011

Ook de Advertising Standards Authorization, de RCC in Groot Britannië, heeft een bundel uitspraken gepubliceerd. Categoriën variëren van paardenmiddelen, vliegtickets, internet, begrafenisondernemers (wederom), internet, loodgieter, isolatiemateriaal, houtovens, sokken, snowboots, rijschool, voedingsadvies, verrekijker, blender, kleding, stofzuiger, eieren en een bank.

Carja Mastenbroek, DLA Piper heeft drie hiervan uitgelicht: vitabiotics, pass n go en personal choice, lees verder.

Zie plaatje hieronder (klik voor vergroting), klik voor de directe site hier:

Vitabiotics

Ad was headlined "ADVANCED NUTRIENTS FOR THE BRAIN" and featured a picture of a box of supplements. Text on the box stated "Vitabiotics neurozan plus To help maintain Brain Function & Performance NUTRIENTS FOR THE BRAIN". Below the product shot, text in a blue box stated "Includes B VITAMINS & VIT D3 AS SHOWN IN NEW RESEARCH", and "B-VITAMINS & THE BRAIN Also includes the specific B vitamins reported in ground-breaking research".
The complainant challenged whether the claims in ad, that recent research had shown that B vitamins could help maintain brain function and mental performance was misleading, because they understood that the research referred to did not support that conclusion.

The ASA considered that the study was not suitable to support claims relating to brain function or mental performance. The ASA therefore concluded that the implied claims that recent research had shown that B vitamins could help maintain brain function and performance had not been substantiated and were misleading.

Breached CAP Code (Edition 12) rules 3.1 (Misleading advertising), 3.7 (Substantiation), 15.1 and 15.1.1 (Food, food supplements and associated health and nutrition claims) and 15.7 (Food Supplements and other Vitamins and Minerals). Ad must not appear again in its current form.

Pass n go

A leaflet and directory entry promoted a driving school. A leaflet stated “THE DRIVING SCHOOL WITH THE HIGHEST PASS RATES ... INSTRUCTORS WITH THE HIGHEST PASS RATES ... WE GUARANTEE -THE BEST CUSTOMER SERVICE - THE BEST DRIVING INSTRUCTORS - THE BEST PASS RATES”. A directory entry stated “I’M PASSING WITH PASS’N’GO The Driving School With The Best Pass Rates Guaranteed ...”.

Complainant challenged whether the claims "THE HIGHEST PASS RATES", "best pass rates" and "best driving instructors" could be substantiated, because they believed the company could not know the pass rates of drivers in other companies and because they believed this implied the drivers would be qualified with the top grade.

The ASA considered that HIGHEST PASS RATES" and the "best pass rates" was a comparative, superlative claim which would be understood by consumers to mean that Pass N Go had achieved more driving test passes than its competitors. In the absence of documentary evidence in support of the claims that Pass N Go had HIGHEST PASS RATES" and the "best pass rates, we concluded that the ad was likely to mislead.

And further, because we considered that the claim "Best Pass Rates" was an objective claim which defined the "best driving instructors" as those drivers who had achieved the highest pass rates, and because we had not seen any evidence in support of that claim, we concluded that the ad was likely to mislead.

The ad breached CAP Code (Edition 12) rules 3.1 (Misleading advertising), 3.7 (Substantiation) and 3.38 (Other comparisons). The ad must not appear again in its current form.

personal choice

A regional press ad, for snow boots and ice and snow grippers, stated "We aim to dispatch goods within 7 days, but please allow up to 28 days for delivery".

The complainant, who was told the items they ordered were out of stock, two months after they placed the order and paid, challenged whether the ad was misleading.

In the absence of any evidence that demonstrated that the products advertised were available for purchase at the time the ad appeared or that Personal Choice had made a reasonable estimate of demand, the ASA concluded that the ad was misleading.

The ad breached CAP Code (Edition 12) rules 3.1 (Misleading advertising), 3.27, 3.28 and 3.29 (Availability). The ad must not appear again in its current form.

Overige zaken met introductie

Equine America (UK) Ltd
Two ads, for a horse supplement, in equine magazines: Ad (a) stated "The following equine joint supplements have no objective clinical evidence of improving joint mobility - NAF Five Star Superflex, EquiFlex, PREMIERflex HA, ExtraFlex HA, STRIDE HA, My Joints, Arthri Aid and NEW MARKET JOINT SUPPLEMENT. Cortaflex was successfully subjected to a double blind study of joint mobility at Michigan State University, Medicine Research Department. The rigorous study was led by world renowned...

Co-operative Group Ltd
A press ad for the Fairways Funeral Plan stated “The personal service you deserve. The Fairways Funeral Plan is individually tailored to meet your needs. Everything included in The Fairways Funeral Plan is fully guaranteed no matter how high prices rise and we’ve created flexible payment plans to suit any budget. So even in uncertain times, you can rest assured everything will be taken care of. The Fairways Funeral Plan is only available from carefully selected Funeral Directors which meet...

ExxonMobil UK Ltd
A TV ad for a fuel company showed a man who was identified as the company President of "Upstream Research". He stated "Natural gas is a cleaner burning fossil fuel, yet a lot of natural gas has impurities like CO2 in it. Controlled Freezone is a new technology being developed by Exxonmobil to remove CO2 from the natural gas and safely store it so it won't get into the atmosphere. Exxonmobil is spending more than 100 million dollars to build a plant that will demonstrate this process. I'm very...

Flybe Ltd
A national press ad, for flights, was headlined "Flybe's Massive January Sale". Text in a circle next to a picture of two airline seats stated "10 million seats". The ad listed 70 destinations with their corresponding prices. Text beneath stated "flybe.com Keeping Britain on the move". Small print at the bottom of the ad stated “Fares are one way including taxes and charges, only available online, subject to availability, 21 day advance purchase required. Available for travel on or before...

Fasthosts Internet Ltd
An online sales promotion, for website hosting services, stated "Pay Monthly - 1st MONTH FREE" and "Pay Annually - 2 MONTHS FREE".

BDW Trading Ltd
A leaflet for a housing development produced by BDW Trading Ltd, trading as Barratt Homes Bristol, listed "benefits for all" which included "enhancement of existing wildlife habitat".

Able Group (Services) Ltd
A telephone directory ad for a plumber stated "Local plumber ... 24 hour 1 hour service ...".

BQ plc
A national press ad, for B&Q, was headed "Loft insulation only £1 per roll". Text, next to a picture of a woman laying the insulation, stated "easy to install".

Clearview Stoves Ltd
A magazine ad for Clearview Stoves (wood burning stoves) stated "The leading manufacturer of clean burning wood stoves ... British and clearly the best".

Bvg Airflo Group Ltd
A reader offer, in the Sunday Telegraph, for loose top socks stated "Only £24.99 inc p&p for a pack of assorted pairs, rrp £47.40."

Personal Choice
A regional press ad, for snow boots and ice and snow grippers, stated "We aim to dispatch goods within 7 days, but please allow up to 28 days for delivery".

Pass N Go Ltd
A leaflet and directory entry promoted a driving school. a. A leaflet stated “THE DRIVING SCHOOL WITH THE HIGHEST PASS RATES ... INSTRUCTORS WITH THE HIGHEST PASS RATES ... WE GUARANTEE -THE BEST CUSTOMER SERVICE - THE BEST DRIVING INSTRUCTORS - THE BEST PASS RATES”. b. A directory entry stated “I’M PASSING WITH PASS’N’GO The Driving School With The Best Pass Rates Guaranteed ...

The International Centre for Nutritional Excellence Ltd
A magazine insert leaflet, for the International Centre for Nutritional Excellence, was headed "CALF COLOSTRUM ... DO YOU KNOW WHAT YOU ARE BUYING? WHAT TO LOOK FOR, WHAT ARE THE DANGERS?". A table showed test results from samples of calf colostrum powder from a number of manufacturers. Text underneath the table stated "Three separate batches from each company were tested to ensure a completely fair representation of their product was analysed. Each batch was tested to determine if it was EBL...

Windsor Products
An ad, for binoculars, in the national press, was headlined "High Powered Binoculars with Built-in Camera and Video!" Above the headline, text stated "Video Camera + Digital camera + Zoom Binoculars" with images of those three individual items. An arrow pointed from those images to a picture of the advertised product and contained the text "NOW ALL THREE IN ONE". Text below stated "Don't miss out on great photo opportunities with the new OPTICAM 1025. These amazing binoculars not only have a...

Vitabiotics Ltd
Two posters for vitamin supplements: a. The first ad was headlined "ADVANCED NUTRIENTS FOR THE BRAIN" and featured a picture of a box of supplements. Text on the box stated "Vitabiotics neurozan plus To help maintain Brain Function & Performance NUTRIENTS FOR THE BRAIN". Text in a circle on the right of the box stated “UK’s NO1 MICRO-NUTRIENTS FOR SPECIFIC LIFE STAGES”. Below the product shot, text in a blue box stated "Includes B VITAMINS & VIT D3 AS SHOWN IN NEW RESEARCH"....

Kenwood Ltd
A TV ad, for a hand-held blender, showed various shots of a woman using the product.

Jack Wills Ltd
Four full-page ads for Jack Wills clothing appeared in their 2011 edition of "The Spring Term Handbook". The first ad showed a young woman from the shoulders down who was standing with one leg raised and bent at the knee. She was wearing a shirt and a short skirt that lifted to show her upper thigh, buttocks and the lower section of her knickers. The second ad showed a group of three young women and two young men beginning to undress on a beach. One of the men was removing one of the women's...

Morphy Richards Ltd
A catalogue ad, for a vacuum cleaner, included the text “NO LOSS OF SUCTION!*”. Small print stated “*BS EN 60312:1998”.

Noble Foods Ltd
TV and national press ads promoted eggs. The TV ad (a) showed chickens running around in fields and jumping into sand pits to the music from Chariots of Fire. The voice-over stated “at the Happy Egg company we do things differently. We create the perfect environment for our free range hens to run, jump and play, because happy hens lay happy eggs and happy eggs are wonderfully tasty.” The press ad (b) stated "... imagine for a moment you're a hen ... on a happy egg co. farm You're living in...

National Westminster Bank plc
A TV ad, for National Westminster Bank plc, stated in a voice-over "... it's why we're giving all our online banking customers free security software".

RB 800

Inside Israel - Go Israel als vakantiebestemming

CvB RCC 9 maart 2011, Dossiernr. 2010/00360 (Inside Israel, GoIsrael) Met dank aan Timme Geerlof, Ploum Lodder Princen, voor deze samenvatting

Reclamerecht. Reclame voor land Israël als vakantiebestemming. Reclame in de zin van art. 1 NRC. Niet oneerlijk en misleidend ex art. 8.3 sub c jo. art. 7 NRC.
 
RCC in eerste aanleg. Gewraakte reclame-uitingen prijzen een aantal gebieden in Israel en lokale bezienswaardigheden aan. Daarbij wordt (onder meer) gebruik maakt van kaarten waarop naar de mening van de RCC (in aansluiting op stellingen van Klager hierover) de grenzen tussen de gebieden die wel en niet tot het Israëlische grondgebied horen niet duidelijk worden weergegeven. Eveneens werd misleidend geacht het ontbreken van de vermelding dat er in bepaalde gebieden in Israel veiligheidsrisico's zijn. Essentiële informatie voor nemen van een besluit tot het boeken van een vakantie naar Israel ontbreekt. Strijd met artikel 8.3 sub c jo 7 NRC. Commissie doet aanbeveling niet meer op dergelijke wijze reclame te maken. Uiting is niet nodeloos kwetsend in de zin van art. 4 NRC.

Adverteerder gaat met succes in beroep bij CvB RCC. Klager stelt incidenteel hoger beroep in. Eerst het principaal appel. 

Geen sprake van reclame, louter informatie. Grief faalt. Art. 1 (oud) NRC van toepassing. Onmiskenbaar wordt in de uitingen het "denkbeeld" aangeprezen dat men een reis naar Israël moet maken.

Geen sprake van omissie essentiële informatie. Hoewel niet van belang voor de beoordeling van de grieven in principaal en incidenteel appel, wordt vooropgesteld dat het het bestek van de NRC te buiten gaat om de juistheid van de stellingen van partijen over de status van bepaalde gebieden, alsmede de terzake gebezigde terminologie te duiden.
 
Het College overweegt dat het gebruikelijk is dat in reclamemateriaal voor een land als reisbestemming de positieve aspecten worden (over)belicht en de minder positieve aspecten buiten beschouwing blijven. Bovendien is de conflictueuze situatie in het Midden-Oosten een feit van algemene bekendheid. In het licht van vorenstaande onderzoekt het College of de in het materiaal verstrekte informatie de gemiddelde consument voldoende in staat stelt om een geïnformeerd besluit over Israël als vakantiebestemming te nemen. Die vraag wordt door het College bevestigend beantwoord. r.o. 3.6. "Niet valt in te zien dat de gemiddelde consument door het ontbreken van dergelijke aanduidingen (lees: veiligheidsrisico's en status bepaalde gebieden en aanduiding daarvan op kaart, TG) zal besluiten tot een transactie waartoe hij niet besloten zou hebben indien die gegevens omtrent de bedoelde gebieden wel in de reclame-uitingen zouden zijn vermeld." 

Incidenteel appel

De Commissie had in eerste aanleg de bedoelde gebieden niet mogen aanduiden als "betwiste gebieden", althans als "gebieden waarvan niet internationaal is erkend dat deze tot het grondgebied van Israël behoren". Zoals overwogen in principaal appel, volgt dat een kwalificatie van de bedoelde gebieden niet van belang is voor het antwoord op de vraag of de in strijd met de waarheid of misleidend zijn. Grief faalt.
 
De tweede grief faalt ook, want geen strijd met art. 8.2 sub b NRC.

Uit hetgeen het College in het principale appel heeft overwogen, (...), volgt dat de omstandigheid dat in de onderhavige reclame-uitingen geen specifieke afbakening heeft plaatsgevonden van plaatsen en bezienswaardigheden die wel en niet in de bedoelde gebieden liggen, niet meebrengt dat de uitingen misleidend zijn, ook niet voorzover de uitingen worden getoetst aan artikel 8.2 aanhef en onder b NRC."

Lees de uitspraak hier (link) en hier (pdf - volgt)

Regeling: NRC 1, 2, 4 , 7,  8.2 sub b, 8.3

RB 791

BankGiroLoterij - directe storting

RCC 21 maart 2011, dossiernr: 2011/00077, 2011/00077A, 2011/00079 (BankGiroLoterij)

Reclamerecht. Bijzondere Reclamecode voor Kansspelen (RVK). Het betreft een geadresseerde brief met o.a. “Betreft: een eerste storting voor u”, “Wilt u direct weten hoeveel er op uw card staat? Activeer deze dan en speel mee met een lot in de BankGiro loterij, zolang u zelf wilt. Activeren is heel eenvoudig. U hoeft alleen maar uw cardnummer XXXXXXX in te vullen op www.bankgiroloterij.nl/storting (red. zie inzet). Na het invullen van uw nummer ziet u direct het bedrag dat u gestort krijgt”. 
 
Na invullen van het nummer blijkt dat je bij een aanmeldingspagina komt, en de bank te machtigen om €8,75 af te schrijven. Strijd met artikel 8.3 aanhef en onder c omissie van essentiële informatie. In derde geval werd een minderjarige benaderd.

De machtiging tot deelname aan de loterij is onderdeel van de activatie. Soortgelijk dossier, nr. 2010/00620B, vermeld geen strijd waarin de Commissie overwoog: “dat men derhalve eerst na zodanige machtiging ziet welk bedrag men gestort krijgt, betekent niet dat de onderhavige uiting in strijd is met de Nederlandse Reclame Code”. In het derde geval werd duidelijk gemaakt dat geen geboortedatum bekend was, excuses aangeboden.

Na het invullen van het cardnummer wordt niet direct het te storten bedrag getoond, onjuiste informatie ex 8.2 aanhef NRC misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC. tevens strijd met art. II.3 RvK. Beslissing in dossier 2010/00620B doet niet daaraan af, omdat niet uitdrukkelijk werd geklaagd over “Na het invullen van het nummer ziet u direct het bedrag dat u gestort krijgt”. In het derde geval strijd met artikel III.6 RvK. Commissie doet aanbeveling.

Door de tekst “U hoeft alleen maar uw cardnummer (…) in te vullen op www.bankgiroloterij.nl/storting. Na het invullen van uw nummer ziet u direct het bedrag dat u gestort krijgt” wordt gesuggereerd dat na het invullen van het cardnummer direct het te storten bedrag wordt getoond. Dat blijkt echter niet het geval te zijn, aangezien, zoals bij verweer is meegedeeld, het bewuste bedrag is te zien na het doorlopen van de verschillende stappen van “activatie”, waaronder het afgeven van een machtiging voor deelname aan de BGL.
 
Gelet op het bovenstaande gaat de uiting gepaard met onjuiste informatie als bedoeld in artikel 8.2 aanhef NRC. Nu de gemiddelde consument er bovendien toe kan worden gebracht een besluit over een transactie te nemen, dat hij anders niet had genomen, is  de uiting misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.
 
Gelet op het voorgaande en nu de uiting moet worden aangemerkt als reclame voor een kansspel, is de uiting tevens in strijd met artikel II.3 van de Reclamecode voor Kansspelen (RvK), ingevolge welke bepaling reclame voor kansspelen niet misleidend mag zijn.

Lees de uitspraak nr. 77 hier (link) en hier (pdf)
Lees de uitspraak nr. 77A hier (link) en hier (pdf)
Lees de uitspraak nr. 79 hier (link) en hier (pdf)

Regeling: NRC (nieuw) art. 7 en 8.2 aanhef
Reclamecode voor Kansspelen art. II.3 en III.6

RB 781

Dixons - betaal met Air Miles

Voorzitter RCC 23 februari 2011, Dossiernr: 2010/00942 (Dixons Air Miles)

Reclamerecht. Misleiding spaarsysteem Air Miles. Voorzitterstoewijzing. In brochure van Dixons wordt een iPod touch 8 GB afgebeeld met daarnaast “Betaal met Air Miles Dixons is de enige elektro­nicaketen waar je Air Miles kunt sparen én inwisselen.” (inzet is niet de litigeuze uiting) Deels betaling met Air Miles was niet mogelijk. 

Plaatsing van de tekst geeft de indruk dat de tekst van toepassing is op het afgebeelde product, al dan niet in een apart kader. Onjuiste informatie verstrekt omtrent specifiek prijsvoordeel. Ex. 8.2 onder d NRC misleidend en daardoor oneerlijk art. 7 NRC. Voorzitter doet aanbeveling.

Lees de uitspraak hier (link) en hier (pdf).
Regeling: NRC (nieuw) art. 7 en 8.2 onder d

RB 774

Kampeermarkt - extra voordeling

RCC 14 maart 2011, dossiernr: 2010/00796 (Kampeermarkt)

Reclamerecht. Misleidende prijsvermelding. In een krantenadvertentie (Eindhovens Dagblad) staat: “Alle merken relax-stoelen nu extra voordelig va. 49,95”. Klacht: niet alle merken relaxstoelen zijn voordelig en stoelen á €49,95 niet aanwezig. Onweersproken klacht en dus onjuist informatie over specifiek prijsvoordeel 8.2 onder d NRC misleidend en dus oneerlijk 7 NRC. Bezwaar op voorzittersbeslissing: echter extra voordeling impliceert extra korting bovenop de normaal gevoerde prijs.

Uiting kan niet anders worden begrepen dat extra korting wordt verleend op de normaal gevoerde prijzen, dat deze onder de adviesprijs liggen doet niet aan af aan de gewekte verwachting dat nu extra korting wordt gegeven. Commissie oordeelt overeenkomstig de beslissing van de voorzitter en doet aanbeveling.

Lees de uitspraak hier (link) en hier (pdf).
 
Regeling: NRC (nieuw) art. 7, 8.2 aanhef en onder d

RB 767

Yarden - een volledige uitbesteding

RCC 17 maart 2011, Dossiernr: 2011/00118 (yarden)

Reclamerecht. Uitvaart wordt namens Yarden uitgevoerd door lokale ondernemer CVU (klacht a) en deze voerde de uitvaart op een eigen, geadverteerde wijze afwijkend uit (klacht b). De op adverteerders website gesuggereerde mogelijkheden, zoals bijvoorbeeld een zwarte kist en meer drukwerk, bleken bij CVU niet realiseerbaar. Uit de website blijkt niet dat de uitvoering van de uitvaart kan worden uitbesteed; ontbreken van deze informatie; onvolledigheid. Gevolg van uitbesteding dat gedane uitvaartsuggesties niet realiseerbaar zijn. Onvolledige informatie ex art. 8.2 aanhef en onder b NRC misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van art. 7 NRC.

Uit de website blijkt niet dat adverteerder de uitvoering van een uitvaart kan uitbesteden, in welk geval deze door een geheel andere, lokale onderneming wordt uitgevoerd. Waar men voor het uitvoeren van een uitvaart bewust voor een uitvaartonderneming pleegt te kiezen, acht de Commissie de uiting, door het ontbreken van deze informatie, onvolledig. Een gevolg van uitbesteding is bovendien dat de door adverteerder in de uiting gedane suggesties, ten aanzien van de wijze waarop men een uitvaart kan laten uitvoeren, niet dan wel niet allemaal realiseerbaar zijn.
 
Blijkens het voorgaande is in de uiting onvolledige informatie verstrekt als bedoeld in artikel 8.2 aanhef en onder b van de Nederlandse Reclame Code (NRC). Voorts is de Commissie van oordeel dat de gemiddelde consument hierdoor ertoe gebracht kan worden een besluit over een transactie te nemen, dat hij anders niet had genomen. Om die reden is de uiting misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC

Lees de uitspraak hier (link) en hier (pdf).
 
Regeling: NRC (nieuw) art. 7, 8.2 onder b.

RB 765

CVB reclame NL Energie blijft oneerlijk, ontoelaatbaar en misleidend

CVB  25 maart 2011, dossiernr. 2011/00075. (vervolg op RB 678 en de uitspraak achter RB 754); ook uitspraak in dossiernr. 2011/00076 (gelijk aan onderstaand oordeel), 2011/00076A (afwijzing klacht door CVB),  2011/00076C (veroordeling CVB)

Reclamerecht. Misleidende en vergelijkende reclame. In een televisiecommercial van NLEnergie wordt gezegd dat een groot Duits energiebedrijf sinds kort eigenaar van Essent is en de voor de overname betaalde 8,5 miljard wil terugverdienen. Op verzoek van Essent heeft de Commissie op 18 februari j.l.  geoordeeld dat de televisiecommercial ten onrechte de indruk wekt dat door de overname van Essent haar tarieven omhoog gaan of zijn gegaan. Ook is de televisiecommercial misleidend nu niet blijkt dat de mededeling “de goedkoopste” specifiek betrekking heeft op een prijsvergelijking met Essent. Later heeft de Commissie een vergelijkbare uitspraak gedaan naar aanleiding van klachten van particulieren.

Grieven: Ten eerste: onvoldoende aannemelijk gemaakt dat overname Essent tot hogere tarieven heeft geleid. Geleverde bewijs niet afdoende betwist. Essent is de duurste geworden van de grootste drie; dus geen oneerlijke reclame. Voldoen aan de eisen art. 13 NRC en vergelijkbare zaak (2007.0474) waarin de klacht is afgewezen. Ten tweede: Ook in 2009 prijsvergelijking en die klachten ook afgewezen. Uitsluitend vergelijking met Essent, geen stelling of suggestie dat NLEnergie goedkoopste is. Consument wordt juist geïnformeerd. Ten derde: Beslissing van de Commissie met betrekking tot de printreclame is gebaseerd op twee onjuiste aannames, die in samenhang bezien tot gevolg hebben dat in de energiiemarkt geen reclame meer voor variabele producten zou worden gemaakt. Prijs van energie is afhankelijk van marktomstandigheden.

College...

...ziet geen grief tegen de overweging dat van de commissie dat de indruk wordt gewekt dat tgv overname de tarieven van Essent omhoog (zijn ge)gaan. Dit is niet zo is bedoeld, echter strookt niet met de uitleg die de gemiddelde consument eraan zal geven (r.o. 5.2). Verder ziet het college geen aanleiding om aan te nemen dat commissie bepaalde stukken of stellingen buiten beschouwing heeft gelaten. Aan dossiernr. 07.0474 ligt een impliciete vergelijking ten grondslag; in dit geval wordt de concurrent uitdrukkelijk genoemd, er is dus sprake van een wezenlijk andere uiting (r.o. 5.3). Daarbij wijzigt jaarlijks de rangorde van goedkoopste aanbieder en dit biedt onvoldoende houvast om de overname van Essent door RWE hieraan schuld te geven. Ook de oliemarktprijzen zijn van belang (r.o. 5.4).

Op grond van het voorgaande is ten onrechte de indruk gewekt dat tengevolge van de overname van Essent door RWE de tarieven van Essent omhoog gaan of zijn gegaan. Situatie is niet onder werkking van 8.2 aanhef en onder d NRC, nu geen sprake is van onjuist informatie over eigen productprijs. Onjuiste en voor Essent negatieve indruk die de tv-commercial wekt (overnamekosten wordt op consument verhaald). Economische gedrag van gemiddelde consument verstoren, strijd met professionele toewijding in de zin van art. 7 en misleidend ex art. 13 aanhef en onder a NRC (r.o. 5.6). De mededeling "de goedkoopste" lijkt op zichzelf te staan, het is geen vergrotende (goedkoper), maar overtreffende trap (goedkoopst). De tag-on vermeld niet dat enkel wordt vergeleken met Essent (r.o. 5.7).

Commissie is uitgegaan van instaptarief, voor nieuwe klanten en een basistarief. Er  dient wel een objectieve vergelijking ex 13 aanhef en onder c NRC plaats te vinden (r.o. 5.10).

Nu NLEnergie in de printreclame geen informatie heeft opgenomen over het feit dat in de prijsvergelijking prijen van haar worden genoemd waaraan een tijdelijke berekeningsmethode ten grondslag ligt die afwijkt van de wijze waarop de prijzen van bestaande klanten worden berekend, en zij niet duidelijk maakt dat ook bij nieuwe klanten na verloop van tijd de prijzen op dezelfde wijze als bij bestaande klanten worden berekend, zijn de hier bedoelde uitingen in strijd met artikel 13 aanhef en onder c NRC. Het College onderschrijft derhalve het gelijkluidende oordeel van de Commissie. Voorts onderschrijft het College het oordeel van de Commissie dat in de reclame ten onrechte een bedrag wordt genoemd dat de consument bespaart door over te stappen naar NLEnergie. Het noemen van een vast en nauwkeurig bedrag dat men gerekend over een jaar kan besparen door over te stappen op het product van NLEnergie is alleen juist indien de tarieven in dat jaar niet wijzigen. Nu vaststaat dat sprake is van variabele, regelmatig wijzigende tarieven, dient de printreclame in zoverre misleidend en daarmee oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC te worden geacht. Voorts is alduss sprake van ongeoorloofde vergelijkende reclaame in de zin van artikel 13 aanhef en onder a NRC.

Lees de uitspraak hier (link), hier (RCC pdf), hier (zuivere pdf) en hier (site RCC pdf) Essent overweegt om een civielrechtelijke schadeclaim in te dienen, zie hier.

Regeling: NRC (nieuw) art. 7, 8.2 onder d, 13 aanhef en onder a, c.

RB 759

Kwantum - vloerbedekking incl. leggen

RCC 10 maart 2011, Dossiernr: 2010/00927 (Kwantum - vloerbedekking leggen)

Reclamerecht. Promotionele actie. Restrictieve werking van de actie. In een TV-commercial (red. klik plaatje voor vergroting; soortgelijke actie) van Kwantum wordt vloerbedekking voor minder dan €4,- per m² inclusief leggen. Klacht: in een vestiging in Groningen was volgens het winkelpersoneel deze actie niet meer geldig, dit terwijl de commercial na het winkelbezoek nog werd uitgezonden. In de commercial werd voor goedkoopste ribtapijt reclame gemaakt (product €1,89/m² en voor het leggen: €2/m²), daarnaast wordt vanaf een bepaald bedrag gratis wordt gelegd. De spot wordt om de week uitgenzonden, in de betreffende week van het bezoek is dat niet het geval geweest.

Commissie; De gemiddelde consument zal de mededeling zo opvatten, dat Kwantum vloerbedekking verkoopt voor minder dan € 4,00 per m2, waarbij het leggen in de prijs is inbegrepen. Dat het slechts gaat om dit ribtapijt en de totale kosten hiervan inclusief leggen lager zijn dan € 4,00, neemt niet weg bij de gemiddelde consument verwarring kan ontstaan over de vraag of de kosten van het leggen reeds in de prijs zijn inbegrepen (“inclusief leggen”) dan wel afzonderlijk in rekening worden gebracht. Onduidelijk informatie over de prijsberekening (art. 8.2 onder d NRC). De uiting is misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.

Voorop staat dat in de betreffende televisiecommercial wordt gezegd dat Kwantum al vloerbedekking heeft voor minder dan € 4,00 per m2, inclusief leggen. De ge­middelde consument zal deze mededeling zo opvatten, dat Kwantum vloerbedekking verkoopt voor minder dan € 4,00 per m2, waarbij het leggen in de prijs is inbegrepen.

Uit het verweer volgt echter dat geen sprake is van een inclusiefprijs, maar dat de kos­ten van het leggen bij het goedkoopste ribtapijt, waarop de mededeling in de reclame-uiting over de prijs blijkbaar betrekking heeft, afzonderlijk in rekening worden ge­bracht. Het feit dat de totale kosten van de vloerbedekking en het leggen lager zijn dan € 4,00, neemt niet weg dat naar het oordeel van de Commissie op grond van de mededelingen in de televisiecom­mer­cial bij de gemiddelde consument verwarring kan ontstaan over de vraag of de kosten van het leggen reeds in de prijs zijn inbegrepen (“inclusief leg­gen”) dan wel afzonderlijk in rekening worden gebracht.
 
Blijkens het voorgaande is geen duidelijke informatie verstrekt over de prijs en de wijze waarop de prijs wordt berekend als bedoeld onder d van artikel 8.2 van de Nederlandse Reclame Code (NRC). Voorts is de Commissie van oordeel dat de gemiddelde consu­ment hierdoor ertoe gebracht kan worden een besluit over een transactie te nemen, dat hij anders niet had genomen. Om die reden is de uiting misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.

Lees de uitspraak hier (link) en hier (pdf) 

Regeling: NRC (nieuw) art. 7, art. 8.2 onder d.