RB
DOSSIERS
Alle dossiers

Oneerlijke handelspraktijken  

RB 3850

Causaal verband tussen misleidende mededelingen Staatsloterij en schade bij individuele deelnemers is geen noodzakelijk gegeven

Rechtspraak (NL/EU) 17 jul 2024, RB 3850; ECLI:NL:RBMNE:2024:5143 (Eiser tegen Staatsloterij B.V.), https://reclameboek.nl/artikelen/causaal-verband-tussen-misleidende-mededelingen-staatsloterij-en-schade-bij-individuele-deelnemers-is-geen-noodzakelijk-gegeven

Rb. Midden-Nederland 17 juli 2024, RB 3850; ECLI:NL:RBMNE:2024:5143 (Eiser tegen Staatsloterij B.V.). Geopposeerde (hierna: eiser) heeft tussen 1998 en 2008 als abonnee meegespeeld met de maandelijkse door Staatsloterij georganiseerde staatsloterij. In 2013 heeft het hof Den Haag voor recht verklaard dat Staatsloterij misleidende mededelingen heeft gedaan over, onder andere, de prijzen en de winkansen van haar loterij. In 2020 heeft het hof ´s-Hertogenbosch daarnaast een bewijsvermoeden aangenomen met betrekking tot het causaal verband tussen de mededelingen van Staatsloterij en de aankoop van loten door individuele deelnemers. Op basis hiervan is het eiser gelukt om de door hem in de periode 2000-2007 ingelegde bedragen bij de rechtbank terug te vorderen. De loterijovereenkomsten die aan de betalingen ten grondslag lagen zijn hiervoor bij verstekvonnis vernietigd. Enkele weken later vernietigt de Hoge Raad het eerder door het hof aangenomen bewijsvermoeden. Staatsloterij gaat nu in verzet tegen het verstekvonnis, met als primaire verweer dat de dagvaarding van eiser niet ontvankelijk is. Mocht dat wel zo zijn en mocht de vordering van eiser toewijsbaar zijn, dan vordert Staatsloterij in voorwaardelijke reconventie bovendien een verklaring voor recht dat de loterijovereenkomsten niet worden vernietigd.

RB 3847

Duitse snoepproducent maakt misleidende duurzaamheidsreclame

buitenland 27 jun 2024, RB 3847; ECLI:DE:BGH:2024:270624UIZR98.23.0 (Zentrale zur Bekämpfung unlauteren Wettbewerbs e.V. tegen gedaagde), https://reclameboek.nl/artikelen/duitse-snoepproducent-maakt-misleidende-duurzaamheidsreclame

Bundesgerichtshof 27 juni 2024, RB 3847; ECLI:DE:BGH:2024:270624UIZR98.23.0 (Zentrale zur Bekämpfung unlauteren Wettbewerbs e.V. tegen gedaagde). In deze zaak doet de hoogste Duitse rechter (hierna: het Bundesgerichtshof) uitspraak over een door gedaagde gemaakte duurzaamheidsclaim. Gedaagde produceert en verkoopt snoepgoed via derde partijen, onder haar eigen merk. Voor de verkoop van haar product heeft gedaagde een advertentie geplaatst in een Duitse krant. Daarin claimt gedaagde Klimaneutral te zijn. Hoewel de claim niet wordt onderbouwd, staat er wel een QR code naast de claim gedrukt die door de lezer kan worden gescand. Deze QR code brengt de lezer naar de website van de partner van gedaagde, waar de duurzaamheidsclaim wordt toegelicht. Hier blijkt dat gedaagde nog steeds CO2 uitstoot met de productie van haar snoepgoed, maar dat zij die uitstoot nu compenseert. Gedaagde wordt gedagvaard door een consumentenorganisatie, omdat de claim misleidend zou zijn. Zowel de rechter in eerste aanleg als de appelrechter zijn het daar niet mee eens. De organisatie gaat in cassatie bij het Bundesgerichtshof.

RB 3843

Boete voor manipulatieve EGR-software in dieselauto´s wordt door rechtbank Rotterdam bevestigd

Rechtspraak (NL/EU) 9 jul 2024, RB 3843; ECLI:NL:RBROT:2024:6186 (Eiseres tegen ACM), https://reclameboek.nl/artikelen/boete-voor-manipulatieve-egr-software-in-dieselautos-wordt-door-rechtbank-rotterdam-bevestigd

Rb. Rotterdam 9 juli 2024, RB 3843; ECLI:NL:RBROT:2024:6186 (eiseres tegen ACM). Deze uitspraak gaat over een door eiseres bestreden besluit van de ACM. Op grond van dat besluit is aan eiseres een bestuurlijke boete opgelegd van € 450.000, wegens het voeren van oneerlijke en misleidende handelspraktijken. In het bijzonder zouden de dieselauto´s van eiseres in de periode 2009 tot 2015 zijn uitgerust met EGR-software die het mogelijk maakt om gedurende de meting van uitstoot van verontreinigende stoffen, in het kader van de zogenoemde typegoedkeuringsprocedure, de meetresultaten van de uitstoot van stikstofoxiden (NOx) van die voertuigen te manipuleren. De typegoedkeuringsprocedure dient ertoe om te controleren dat voertuigen aan alle vereisten van de EU-wetgeving voldoen. De ACM is van mening dat eiseres in de genoemde periode onterecht een typegoedkeuring heeft verkregen, op basis van de manipulatieve EGR-software. Daarbij zijn door eiseres drie wettelijke overtredingen gemaakt (art. 8.8 Whc jo. art. 6:193g, aanhef en onder d BW; art. 6:193b lid 2 BW; art. 8.8 Whc jo. 6:193c lid 1, aanhef en onder b BW).

RB 3841

Uitspraak ingezonden door Rutger Stoop & Radha Pull ter Gunne, DLA Piper.

123inkt vijfmaal in het ongelijk gesteld: Google Shopping advertenties van Media Concept zijn niet misleidend

Nederland 16 jul 2024, RB 3841; (Digital Revolution tegen Media Concept en Google), https://reclameboek.nl/artikelen/123inkt-vijfmaal-in-het-ongelijk-gesteld-google-shopping-advertenties-van-media-concept-zijn-niet-misleidend

Hof Amsterdam, 16 juli 2024, IEF 22145, IT 3841, RB 4585 (Digital Revolution tegen Media Concept en Google). De hier onderhavige zaak betreft een hoger beroep tegen het oordeel van de rechtbank Amsterdam [zie IEF 20756]: daaruit bleek dat Media Concept, een Duits bedrijf dat zich bezighoudt met de verkoop van onder meer printerbenodigdheden en kantoorartikelen, zich niet schuldig heeft gemaakt aan misleidende reclame, misleidende vergelijkende reclame en misleidende (oneerlijke) handelspraktijken. Zowel de procedure in eerste aanleg als het hoger beroep zijn ingesteld door Digital Revolution, een internetbedrijf dat zich, handelend onder de naam 123inkt, eveneens bezighoudt met de verkoop van printerbenodigdheden en kantoorartikelen. Het betreft hier de bodemprocedure van een eerder ingestelde kort geding procedure, waar Digital Revolution zowel in eerste aanleg, als in hoger beroep [zie IEF 19027] en in cassatie bij de Hoge Raad [zie IEF 20061] in het ongelijk is gesteld.

RB 3721

Uitspraak ingezonden door Jurre Reus en Nina Scholten, Houthoff.

Klachten beoordelingensysteem Marktplaats afgewezen

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 4 nov 2022, RB 3721; (eiser tegen Marktplaats), https://reclameboek.nl/artikelen/klachten-beoordelingensysteem-marktplaats-afgewezen

Geschillencommissie Thuiswinkel 4 november 2022, IT 4150, RB 3721; 175488/181774 (eiser tegen Marktplaats) Marktplaats maakt gebruik van een systeem waarbij gebruikers op geautomatiseerde wijze kan worden gevraagd om elkaars ervaringen te delen en elkaar te beoordelen. Eiser klaagt dat Marktplaats zich schuldig maakt aan een oneerlijke handelspraktijk en tekortschiet in verplichtingen uit de met hem gesloten overeenkomsten. Dit omdat consumenten en aanbieders worden gevraagd om elkaar beoordelen zonder dat er iets gekocht is. Hierdoor wordt geen betrouwbaar beeld verkregen. Met betrekking tot de oneerlijke handelspraktijk oordeelt de Geschillencommissie dat zij op grond van haar reglement niet bevoegd is om hierover te oordelen. Ook een algemene principiële beslissing over het door Marktplaats gehanteerde systeem behoort niet tot de taak en bevoegdheid van de commissie. De eis met betrekking tot de gesloten overeenkomsten wordt afgewezen omdat op grond van de Algemene Bepalingen van Marktplaats niet is vereist dat daadwerkelijk een koop wordt gesloten.

RB 3705

Onrechtmatig handelen door gebruik zoekterm

Nederland 14 apr 2022, RB 3705; ECLI:NL:RBROT:2022:7790 (Eiser tegen DLE), https://reclameboek.nl/artikelen/onrechtmatig-handelen-door-gebruik-zoekterm

Vzr. Rb. Rotterdam 14 april 2022, IEF 20980, RB 3705; ECLI:NL:RBROT:2022:7790 (eiser tegen DLE) Eiser houdt zich bezig met de detailhandel in laminaat- en PVC-vloeren. DLE is een onderneming die diensten aanbiedt op het gebied van de in- en verkoop van vloeren en bijbehorende zaken. Eiser meent dat DLE onrechtmatig gebruik maakt van de handelsnaam van eiser en vordert onder andere dat iedere inbreuk gestaakt wordt. De voorzieningenrechter oordeelt dat eiser in de rechtsverhouding tot DLE de enige was die de handelsnaam van eiser gebruikte. Een beroep op artikel 5 Hnw faalt daarom. 

RB 3675

Vooralsnog geen sprake van ongeoorloofde vergelijkende reclame

Nederland 15 jul 2022, RB 3675; ECLI:NL:RBAMS:2022:4065 (Perfetti tegen Benbits), https://reclameboek.nl/artikelen/vooralsnog-geen-sprake-van-ongeoorloofde-vergelijkende-reclame

Vzr. Rb. Amsterdam 15 juli 2022, RB 3675; ECLI:NL:RBAMS:2022:4065 (Perfetti tegen Benbits) Perfetti is een producent van zoetwaren, suikerwerken en kauwgom. Benbits is producent van kauwgom. Perfetti heeft een klacht ingediend bij de Reclame Code Commissie (RCC). Zij stelt dat Benbits misleidende reclame maakt door gebruik van de termen ‘natuurlijke kauwgom’, ‘natuurlijke gombasis’, ‘plasticvrij’, ‘plantaardig’ en ‘natuurlijk afbreekbaar’. De RCC oordeelde dat Benbits inderdaad misleidende reclame heeft gemaakt door gebruik van de termen ‘natuurlijke gom’/natural gum’, ‘natuurlijke kauwgom’ en ‘natuurlijke gombasis’. Het College van Beroep (CvB) bevestigde de beslissing van de RCC. Het CvB oordeelde daarnaast dat ook de termen ‘plasticvrij’/’plasticfree’, ‘plantbased/plantaardig’ ‘bits of nature' en ‘natuurlijk afbreekbaar’ misleidend waren. Perfetti vordert onder meer dat de voorzieningenrechter Benbits verbiedt deze misleidende termen te gebruiken. Benbits heeft onderzoek laten doen naar de gombasis en eindproducten van Benbits. Perfetti had ook onderzoeken laten doen. Beide onderzoeken hebben een andere uitkomst. Perfetti en Benbits hebben over en weer kritiek op de manier waarop het door de ander ingeschakelde onderzoekslab onderzoek heeft gedaan. Er is dus een nadere opinie door een derde deskundige nodig. De voorzieningenrechter oordeelt dan ook dat er niet zonder meer kan worden geoordeeld dat de mededelingen van Benbits onjuist en daarmee misleidend zijn. Vooralsnog is er volgens de voorzieningenrechter door geen sprake van ongeoorloofde vergelijkende reclame en/of van oneerlijke handelspraktijken. De vorderingen van Perfetti worden afgewezen.

RB 3253

Uitspraak ingezonden door Jeroen Boelens, Nauta Dutilh.

Brief Ypsomed niet misleidend, keuze uit insulinepompen voldoende duidelijk voor consument

Rechtspraak (NL/EU) 21 nov 2018, RB 3253; ECLI:NL:RBMNE:2018:5712 (Insulet c.s. tegen Ypsomed c.s.), https://reclameboek.nl/artikelen/brief-ypsomed-niet-misleidend-keuze-uit-insulinepompen-voldoende-duidelijk-voor-consument

Rechtbank Midden-Nederland 21 november 2018, RB 3253; LS&R 1675 ECLI:NL:RBMNE:2018:5712 (Insulet c.s. tegen Ypsomed c.s.) Misleidende reclame. Oneerlijke handelspraktijken. Insulet c.s. houdt zich bezig met de ontwikkeling, fabricage en wereldwijde verkoop van insulinepompsystemen, waaronder de zogenoemde "Omnipod". Ypsomed c.s. houdt zich bezig met de ontwikkeling, productie en wereldwijde verkoop van injectie- en infuussystemen voor zelfmedicatie, in het bijzonder voor diabetici. Insulet Corporation en Ypsomed Distribution hebben een distributieovereenkomst gesloten waarbij Ypsomed Distribution de distributeur van de Omnipod was. Deze is later geëindigd en de door Ypsomed Distribution uitgevoerde werkzaamheden zijn overgenomen door Insulet Corporation. Partijen hebben een brief opgesteld om hun klanten te informeren. Ypsomed heeft aan individuele Omnipod gebruikers een brief gestuurd, inhoudende dat de garantie van de insulinepomp binnenkort zal verlopen en dat ze kunnen kennismaken met de YpsoPump. Insulet c.s. stelt dat zij zich schuldig maakt aan misleidende reclame en/of oneerlijke handelspraktijken. Dit beroep slaagt niet, mede doordat voldoende duidelijk is gemaakt dat de Omnipod-gebruiker een keuze kan maken voor een nieuw apparaat en kan kiezen voor de Ypsopump. Dat niet opnieuw kan worden gekozen voor de Omnipomp blijkt daar niet uit. Vorderingen afgewezen.

RB 3113

Conclusie ingezonden door Lisbeth Depypere, Veerle Raus, CMS.

OHP-richtlijn niet van toepassing op handelspraktijken die worden geregeld door voorschriften van de stofzuigerverordening die de betrokken handelaars geen handelingsvrijheid laten

Rechtspraak (NL/EU) 22 feb 2018, RB 3113; ECLI:EU:C:2018:95 (Dyson tegen BSH), https://reclameboek.nl/artikelen/ohp-richtlijn-niet-van-toepassing-op-handelspraktijken-die-worden-geregeld-door-voorschriften-van-de

Conclusie AG HvJ EU 22 februari 2018, IEFbe 2517; RB 3113; ECLI:EU:C:2018:95; C‑632/16 (Dyson tegen BSH) Op verzoek van de rechtbank van koophandel Antwerpen (België). Van de inzenders: Toepassingsgebied richtlijn oneerlijke handelspraktijken. Geen misleidende omissie. Kort samengevat, adviseert Advocaat-generaal Saugmandsgaard Øe het Hof van Justitie om te oordelen dat de richtlijn oneerlijke handelspraktijken (2005/29) niet van toepassing is op de specifieke aspecten van handelspraktijken die door voorschriften van de stofzuigerverordening (665/2013) worden geregeld, aangezien deze geen handelingsvrijheid laat aan de betrokken handelaars, zoals de verplichting om een specifiek energie-etiket te gebruiken.

RB 3067

Vraag aan HvJ EU: Is gebruik modelovereenkomst waarbij consument in aanwezigheid van koerier een definitief besluit moet nemen over een transactie een aggressieve handelspraktijk door ongepaste beïnvloeding?

Rechtspraak (NL/EU) 21 dec 2017, RB 3067; C-628/17 (Orange Polska), https://reclameboek.nl/artikelen/vraag-aan-hvj-eu-is-gebruik-modelovereenkomst-waarbij-consument-in-aanwezigheid-van-koerier-een-defi

Prejudiceel gestelde vraag aan HvJ EU 21 december 2017, RB 3067; IEFbe 2448; C-628/17 (Orange Polska). Oneerlijke handelspraktijken. Via minbuza: Verzoeker (Orange Polska) sluit met consumenten overeenkomsten betreffende het verrichten van telecommunicatiediensten en brengt wijzigingen in de voorwaarden van de overeenkomst, onder meer bij verkoop op afstand (online en telefonisch). Verzoeker heeft op zijn webpagina modelovereenkomsten opgenomen, die voor consumenten in de eerste fase van het opgeven van een bestelling via een speciale link toegankelijk waren. Verzoeker eiste voor de totstandkoming van de overeenkomst en de aanvang van de dienst dat de consument de overeenkomst betreffende het verrichten van telecommunicatie-diensten tijdens het bezoek van de koerier ondertekende. Wanneer tijdens het bezoek geen ondertekening plaatsvond, had dat tot gevolg dat er geen overeenkomst werd gesloten, en dat de consument ofwel zich naar een vast verkooppunt moest begeven ofwel opnieuw een bestelling moest opgeven.