RB
DOSSIERS
Alle dossiers

Berichten Reclamerecht  

RB 766

Loft: voorwaarden aan tijdstip van uitzenden

RCC 14 maart 2011, Dossiernr: 2011/00007 (film "Loft")

Reclamerecht. tv-reclame voor de film "Loft". Enkele scènes worden getoond o.a. naakte, kennelijk (ge)dode vrouw die voorover op een bed met bebloede lakens ligt, en van een beeldvullend vleesmes dat uit een messenblok wordt gepakt. Uitgezonden om 18:50, volgens klaagster te vroeg voor uitingen waarin seks en moord voorkomt. NICAM-gekeurd 9 jaar-classificatie; vermelding officiële NICAM-logo's van de film in de spot. Art. 3 NICAM-Deelreglement Televisie staat uitzendtijden verbonden aan 12 en 16 classificaties, is dus geen uitzendrestricties.

Commissie toetst met terughoudendheid aan goede smaak/fatsoen vanwege subjectieve karakter: Getoonde scènes zijn dermate schokkend en angstaanjagend  dat grenzen van hetgeen toelaatbaar moet worden geacht zijn overschreden. Strijd met art. 2 NRC voor zover vóór 20:00 uitgezonden. Er worden voorwaarden aan tijdstip van uitzending gesteld ex art. 17 lid 1 sub i Reglement voor de Reclame Code Commissie en het College van Beroep

De Commissie vat het bezwaar van klaagster aldus op, dat zij de televisiecommercial voor de film Loft voor kinderen te schokkend acht. In dit verband zal de Commissie beoordelen of de commercial, voor zover deze wordt uitgezonden op tijdstippen dat kinderen ook naar de televisie kijken, in strijd is met de goede smaak en/of het fatsoen als bedoeld in artikel 2 van de Nederlandse Reclame Code (NRC).

Voorop gesteld wordt, dat de Commissie zich terughoudend opstelt bij de beoordeling of een reclame-uiting in strijd is met de goede smaak en/of het fatsoen,  gelet op het subjectieve karakter van deze criteria.

Met inachtneming van deze terughoudendheid is de Commissie van oordeel dat sommige van de in de commercial getoonde scènes dermate schokkend en angstaanjagend zijn dat, voor zover deze uitgezonden worden op tijdstippen waarop ook kinderen nog naar de televisie kijken, de grenzen van hetgeen toelaatbaar moet worden geacht zijn overschreden.
 
Gelet op het voorgaande acht de Commissie de gewraakte commercial in strijd met de goede smaak en/of het fatsoen, en derhalve met artikel 2 NRC, voor zover deze wordt uitgezonden vóór 20.00 uur. De Commissie zal, gebruik makend van haar bevoegdheid neergelegd in artikel 17 lid 1 sub i van het Reglement voor de Reclame Code Commissie en het College van Beroep, voorwaarden stellen aan het tijdstip van uitzending van de televisiecommercial.
 
Het beroep van adverteerder op de volgens de NICAM-regels uitgevoerde keuring en classificatie van de commercial leidt niet tot een ander oordeel, nu de Commissie bij de beoordeling van de voorgelegde reclame-uiting een eigen verantwoordelijkheid heeft en niet toetst aan de reglementen van de NICAM.

Lees meer hier (link) en hier (pdf) 

Regeling: NRC (nieuw) art. 2 (goede smaak en fatsoen)
artikel 17 lid 1 sub i van het Reglement voor de Reclame Code Commissie en het College van Beroep

De Commissie kan de volgende uitspraken doen: in geval van toewijzing van een klacht inzake radio- en televisiereclame kan de Commissie ook voorwaarden stellen aan het tijdstip van uitzenden van de aan haar ter beoordeling voorgelegde reclame

NICAM Reglementen, incl. deelreglement Televisie art. 3

3.1 De omroeporganisatie zendt programmaonderdelen met de leeftijdsclassificatie ‘let op met kinderen tot 12 jaar’ niet uit voor 20.00 uur en programmaonderdelen met de leeftijdsclassificatie ‘let op met kinderen tot 16 jaar’ niet uit voor 22.00 uur. 

RB 764

KNMP: impliciete vergelijking met traditionele apothekers

RCC 3 maart 2011, dossiernr. 2011/00072 (KNMP tegen De thuisapotheek) Met dank aan mr. F. Moss, KNMP

Reclamerecht. Uitspraak nav klacht van Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter Bevordering der Pharmacie (KNMP). In nieuwsbrieven en in antwoorden op Frequently Asked Questions (FAQ) komt tot uiting dat er kostenloze bezorging thuis, op het werk of op vakantie in Nederland plaatsvindt door De Thuisapotheek. Impliciete vergelijkende reclame, vind KNMP, waarin adverteerder zich afzet tegen traditionele apothekers (13 sub a en e NRC), met gratis bezorging wil zij zich profileren terwijl alle apothekers gratis bezorgservice hebben. Ook wordt de suggestie gewekt dat bestaande apotheken minder kennis zouden hebben van medicatie voor chronische aandoeningen door de woorden "als geen ander". Strijd met art.7 en 2 NRC met het fatsoen.

Verweer; uitgangspunt bij KNMP is medicijnen ophalen, bezorgen kan vaak binnen een verzorgingsgebied. Slechts gratis binnen dat gebied of gebonden aan voorwaarden. Steekproef laat zien dat serviceniveau van traditionele apotheken niet kan tippen aan de door De Thuisapotheek geboden bezorgservice.

Commissie: Er is geen vergelijkende reclame, geen impliciete verwijzing naar concurrenten of zodanig dat er sprake is van vergelijkende reclame (art. 13 NRC). Kostenloze bezorging in heel nederland is niet onjuist, dus geen misleiding. "Als geen ander" - in het dagelijks spraakgebruik - wijst naar gespecialiseerde deskundigheid, niet gesteld of gesuggereerd dat de traditionele apotheken geen of minder kennis beschikken. Geen strijd met fatsoen.

2. naar het oordeel van de Commissie dienen de mededelingen van De Thuisapotheek omtrent de bezorging van medicijnen en de daaraan verbonden kosten niet te worden opgevat als vergelijkende reclame in de zin van artikel 13 NRC. In de reclame-uitingen prijst De Thuisapotheek in algemene zin haar diensten aan. daarbij wordt niet specifiek naar concurrenten of hun diensten verwezen. Evenmin worden die concurrenten impliciet genoemd op zodanige wijze dat sprake is van vergelijkende reclame. Het beroep op artikel 13 moet derhalve worden afgewezen.

3. Ter beoordeling staat vervolgens de vraag of de aanprijzing van de diensten van De Thuisapotheek, waaronder kostenloze bezorging van medicijnen in heel Nederland aan mensen met een chronische aandoening misleidend moet worden geacht. Naar het oordeel van de Commissie is dat niet het geval. De Thuisapotheek heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat gratis bezorging op elk willekeurig adres in Nederland aan alle ingeschreven patiënten plaatsvindt, zodat de mededelingen hieromtrent in de bestreden uitingen niet onjuist zijn.

4. Naar het oordeel van de Commissie moet de mededeling "omdat wij alleen medicijnen verstrekken aan mensen met een chronische aandoening, kennen we als geen ander de medicijnen die daarbij horen én we weten welke bijwerkingen er kunnen zijn" worden beschouwd als een mededeling betreffende de gespecialiseerde deskundigheid van De Thuisapotheek danzij de ervaring die bestaat met medicijnen voor chronisch zieken, en zal de mededeling door de gemiddelde consument ook als zondanig worden opgevat. De zinsnede "als geen ander" heeft in het dagelijks spraakgebruik niet per definitie de betekenis dat men met uitsluiting van anderen iets als enige en/of het beste kan. Met de bestreden mededeling "als geen ander" wordt, mede gelet op de context waarin deze mededeling wordt gedaan, niet gesteld of gesuggereerd dat traditionele apotheken geen of minder kennis bezitten op het gebied van medicatie voor chronisch zieken.

5. Nui in de uitingen naar het oordeel van de Commissie niet de suggestie ligt besloten dat de consument slechter af zou zijn bij de traditionele apotheker dan bij De Thuisapotheek is, mede gelet op hetgeen hiervoor is geoordeeld, van misleiding geen sprake. De Commissie acht de uitingen evenmin strijdig met het fatsoen als bedoeld in artikel 2 NRC.

Lees de uitspraak incl. de uitingen hier (pdf), hier (link) en hier (doorzoekbare pdf)

Regeling: NRC (nieuw) art. 2, 7 en 13 (sub a en e)

RB 762

Go Explore Reizen - zonder kostenspecificatie

RCC 10 maart 2011, Dossiernr: 2011/00027 (Go Explore Reizen)

Reclamerecht. Bijzondere Reclamecode Reisaanbiedingen (RR(A)). Op de site www.go-explore.nl wordt uitgenodigt tot aankoop van hotelreis 24 dagen Tanzania, Botswana en Zimbabwe; prijs van reis en vermelding "exclusief: tax" met de volgende uitleg "Tax- luchthavenbelastingen, veiligheidstoeslagen en de brandstoftoeslagen. We kunnen als touroperator helaas geen vaste prijs opnemen omdat regeringen, airlines en luchthavens dagelijks veranderingen doorvoeren. Reken op minimaal 350 pp. Eventuele meerprijs wordt verrekend zo´n 6 weken voor vertrek als de tickets worden geprint.” Klager: "vliegtuigtax en brandstoftoelagen moeten bij de reissom inbegrepen zijn".

Art. IV  RR staat dat aanbieders correcte en duidelijke prijzen moet hanteren; voor aanbieders van vluchten geldt vermelding kostenelementenspecificatie. Een aanzienlijk bedrag (minimaal €350 pp) is niet nader gespecificeerd, strijd met art. IV sub 2 RR. Commissie doet aanbeveling.

In artikel IV sub 1 van de Reclamecode Reisaanbiedingen (RR) staat dat aanbieders in hun uitnodigingen tot aankoop gehouden zijn tot het hanteren van correcte en duidelijke prijzen. In sub 2 is vermeld dat voor aanbieders van vluchten eveneens geldt dat gelijktijdig met de vermelding van de inclusiefprijs van de vlucht de kostenelementen waaruit deze prijs is opgebouwd, te weten belastingen, luchthavengelden en andere toeslagen voor veiligheid of brandstof moeten worden gespecificeerd.
 
Adverteerder hanteert een aanzienlijk bedrag van minimaal 350,-- per persoon voor tax- luchthavenbelastingen en veiligheids- en brandstoftoeslagen. Deze kosten zijn niet nader gespecificeerd. Gelet hierop is niet voldaan aan artikel IV sub 2 RR .

Lees de uitspraak hier (link) en hier (pdf).
Zie de beoordeelde uiting hier (pdf)
Regeling: RR(A) IV. sub 2.

RB 756

Campina: 100%NL vers

RCC 10 maart 2011, Dossiernr: 2011/00001 (Campina 100% Nederlandse verse kwaliteitsmelk)

Reclamerecht. TV-commercial icm uiting op internet en op melkpakken waarin wordt gezegd: “U denkt misschien dat alle melk hetzelfde is. Toch wordt steeds meer melk uit het buitenland gehaald. Gelukkig komt Campina melk gegarandeerd van onze Nederlandse koeien (…). Want ook als vader wil ik het beste voor mijn gezin en kies ik voor Campina melk: 100% Nederlandse verse kwaliteitsmelk.”, “Het beste van ons land proef je in Campina” en “Gegarandeerd van Hollandse weide”. Klager heeft in reactie op zijn vraag of de claim juist is een email ontvangen waarin staat

"Lang Houdbare Melk wordt afgevuld in Duitsland met melk afkomstig uit Nederland. Echter, het kan aangevuld worden met melk dat niet uit Nederland afkomstig is. Wij streven ernaar om in de toekomst al onze Lang Houdbare Melk van Nederlandse koeien te produceren."

Uit het ingevulde vragenformulier volgt dat klager omtrent Langhoudbare Melk een vraag had. Het Nederlands vlaggetje met daarop de tekst “100% nederlandse kwaliteitsmelk” staat niet op dit product. De claim betreft verse melk, zie eerdere dossiernrs. 2010/00679 en 2010/00679A. Vraag en antwoord hebben betrekking op de Campina lang houdbare melk en niet op Campina verse melk. Commissie wijst de klacht af

Klager acht de mededelingen in de televisiecommercial en op de homepage van adverteerders website die inhouden dat Campina verse melk voor 100%  Nederlands en gegarandeerd van Hollandse weide is misleidend, omdat door de servicedesk van adverteerder desgevraagd zou zijn erkend dat aanvulling met niet uit Nederland afkomstige melk mogelijk is. Uit de overgelegde afdrukken van de door klager gestelde vraag en het namens adverteerder gegeven antwoord acht de Commissie voldoende duidelijk geworden, dat vraag en antwoord betrekking hebben op de Campina lang houdbare melk en niet op Campina verse melk. Anders dan klager meent, heeft adverteerder derhalve niet erkend dat verse melk niet gegarandeerd van Nederlandse bodem afkomstig is.
 
De Commissie is van oordeel dat adverteerder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Campina verse melk, waarop de bestreden uitingen betrekking hebben, een volledig Nederlandse herkomst heeft. De klacht betreffende de mededelingen die hierover worden gedaan in de bestreden televisiecommercial en op de website www.campina.nl is daarom ongegrond.

Lees de uitspraak hier (link) en hier (pdf).

RB 755

Klager denkt gebruik te maken v/e actie

RCC 10 maart 2011, dossier 2011/00022 (geen gebruik van actie)

Reclamerecht. Promotionele actie. Op de website van adverteerder staat: “Multifocale bril € 199,- (…) Wat u nog meer moet weten over dit aanbod * Geldig bij aankoop van een complete bril (…) * Bewerkingen (prisma toeslag, extra dunne glazen etc.) zijn niet bij de prijs inbegrepen * Geldig in combinatie met de zorgvergoeding van uw zorgverzekeraar” Klager heeft een bril gekocht á €294 bruto en €189,- netto.; zorgvergoeding voor een bril bedraagt €150 euro, maar ziet deze slechts €45 terug op zijn declaratie, misleiding. Nu blijkt dat er een bril is gekocht met geharde en ontspiegelde glazen, klager gaat er ten onrechte vanuit dat gebruik is gemaakt van de actie in de advertentie. Inmiddels is de resterende €105 ook overgemaakt aan klager. Commissie concludeert dat de klacht niet gaat over de overlegde advertentie en deze mist aldus feitelijke grondslag, wijst deze af.

Adverteerder stelt dat klaagster geen gebruik heeft gemaakt van de aanbieding die in de advertentie wordt vermeld. Hoewel klaagster dit betwist, kan uit hetgeen naar voren is gebracht niet worden afgeleid dat haar klacht betrekking heeft op de overgelegde advertentie. De bedragen sluiten niet aan en klaagster heeft niet de in deze advertentie bedoelde standaardbril gekocht, De klacht van klaagster mist derhalve feitelijke grondslag.

Lees de uitspraak hier (link) en hier (pdf).

RB 754

RCC Alert NL Energie maatschappij

Zie ook RB 678. RCC zag aanvankelijk geen aanleiding om deze uitspraak onder de aandacht van een breed publiek te brengen (art. 17 17 lid 1 onder h jo. artikel 18 lid 4 van het Reglement ), nu toch een alert: 

Ten onrechte wordt in een televisiecommercial de indruk gewekt dat de kosten van de overname van Essent door het Duitse energiebedrijf RWE worden afgewenteld op de consument.

In een televisiecommercial van NLEnergie wordt gezegd dat een groot Duits energiebedrijf sinds kort eigenaar van Essent is en de voor de overname betaalde 8,5 miljard wil terugverdienen. Op verzoek van Essent heeft de Commissie op 18 februari j.l.  geoordeeld dat de televisiecommercial ten onrechte de indruk wekt dat door de overname van Essent haar tarieven omhoog gaan of zijn gegaan. Ook is de televisiecommercial misleidend nu niet blijkt dat de mededeling “de goedkoopste” specifiek betrekking heeft op een prijsvergelijking met Essent. Later heeft de Commissie een vergelijkbare uitspraak gedaan naar aanleiding van klachten van particulieren.

NLEnergie heeft beroep ingesteld tegen de beslissing(en). Het College bevestigt de beslissing van de Commissie inzake de klacht van Essent. Ook de klachten van de particulieren worden bevestigd voor zover wordt geklaagd dat de televisiecommercial de indruk wekt dat de kosten van de overname van Essent door het Duitse RWE op de klanten van Essent worden afgewenteld. Het College acht het aannemelijk dat de consument door deze onjuiste en voor Essent negatieve indruk die de televisiecommercial wekt ertoe kan besluiten zijn energie voortaan van NLEnergie te betrekken in plaats van Essent. Daardoor heeft NLEnergie gehandeld in strijd met de vereisten van professionele toewijding in de zin van artikel 7 van de Nederlandse Reclame Code en is de televisiecommercial misleidend in de zin van artikel 13 aanhef en onder a van de Nederlandse Reclame Code.

Het College ziet in het feit dat de televisie­com­mercial bij de gemid­del­de consument een - onjuiste - indruk wekt en de nadelige gevolgen die dit voor Essent kan hebben, aanleiding de uitspraak als “Alert” te laten verspreiden, zodat de uitspraak onder de aandacht van een groot publiek worden gebracht.

Voor nadere informatie: Prisca Ancion-Kors (020 3013397) dossiernummer 2011/00075 en 2011/00076/A/B/C (nog ongepubliceerd)

Zie ook hier, en RB 678 en het Reglement betreffende de Reclame Code Commissie en het College van Beroep

RB 753

Keep on walking - triathleet (BE)

Jury voor Ethische Praktijken inzake Reclame (JEP) 23 februari 2011, beslissing 3108 (Johnny Walker ; triatlleet Marc Herremans adverteerder Diageo).

Buitenland: België, reclamerecht. De televisiespot laat de Belgische triatleet Marc Herremans zien terwijl hij aan het trainen is. Herremans raakte in 2002 verlamd na een fietsongeval. In 2006 werd hij desondanks wereldkampioen. In de spot stopt Herremans uitgeput even met zijn training. Hij ziet een droombeeld van zichzelf staand zonder rolstoel die hem aanmoedigt door te gaan. De boodschap: If your reality changes, your dreams don’t have to.” Keep Walking, Johnny Walker.

Klager vindt de spot van wansmaak getuigen. Men belandt vaak in een rolstoel door een auto-ongeluk veroorzaakt door overmatig alcoholgebruik. Diageo heeft aangevoerd dat de reclame is bedoeld om te inspireren. De reclame is eerdere image building voor het merk Johnny Walker dan directe promotie van Johnny Walker whisky. De Jury voor Ethische Praktijken inzake Reclame (JEP), de Belgische evenknie van de Reclame Code Commissie, acht de klacht ongegrond, omdat geen link met alcoholgebruik en sport of gunstige fysische of psychologische effecten wordt gelegd.

“De Jury is van oordeel dat deze tv spot duidelijk een levensmotto op de voorgrond brengt.

Er wordt geen alcoholgebruik aangemoedigd in de spot en er wordt evenmin een link gelegd tussen alcoholgebruik en sport of gunstige fysische of psychologische effecten. De Jury is van oordeel dat de spot terzake in overeenstemming is met het Convenant inzake gedrag en reclame mbt alcoholhoudende dranken.

De Jury heeft tenslotte vastgesteld dat de educatieve slogan “Ons vakmanschap drink je met verstand” vermeld wordt om de consument eraan te herinneren dat men verantwoord moet omgaan met alcohol. Bij gebreke aan inbreuken op wettelijke of zelfdisciplinaire bepalingen, heeft de Jury gemeend geen opmerkingen te moeten formuleren.”

Lees de uitspraak hier (link) en hier (pdf).

Opvallend is dat de jury in eerste aanleg in dit dossier alvast advies heeft ingewonnen van de jury in hoger beroep. De jury in hoger beroep is het unaniem eens met de jury in eerste aanleg dat de klacht ongegrond is. Alle jury’s van JEP bestaan voor de helft uit burgers en de andere helft uit personen uit de reclamesector. De jury’s in eerste aanleg bestaan uit 6 personen en een voorzitter. De jury in hoger beroep uit 16 personen en een voorzitter. Lees meer hier.

RB 749

Sanofi-Aventis maakt te verstrekkende vergelijkende reclame

CGR Codecommissie 17 maart 2011, K11.001 (Novo Nordisk v. Sanofi-Aventis) met dank aan Eva den Ouden, Hoogenraad&Haak voor deze samenvatting

Geneesmiddelenreclame. Uiting is een Visual Aid (poster/film) en twee brochures van Sanofi-Aventis voor haar geneesmiddel Lantus voor behandeling van diabetes. Sanofi-Aventis suggereert dat minder eenheden van haar product Lantus nodig zijn dan eenheden Levimir, van Novo Nordisk, om een goede glykemische controle te bereiken. Klacht Novo Nordisk: de claim dat het product Lantus effectiever zou zijn dan het product Levimir van Novo Nordisk is een onvolledige vergelijking en doet afbreuk aan de waarde van Levimir. De CGR Codecommissie oordeelt dat de vergelijkende uitingen van Sanofi-Aventis inderdaad misleidend zijn en in strijd met o.a. art. 4.2 en 5.8 Gedragscode Geneesmiddelenreclame. De verstrekkende effectiveitsclaim van Sanofi-Aventis wordt onvoldoende onderbouwd door de vier, door Sanofi-Aventis vermelde, onderzoeken. Want deze zijn o.a. te oud en er is geen rekening gehouden met aangepaste SmPC (Samenvatting van Productkenmerken) van Levimir.

De overwegingen van de CGR Codecommissie:

“6.5   Op grond van de Richtlijnen onderbouwing vergelijkende claims (Uitwerking art. 5.8 sub g Gedragscode Geneesmiddelenreclame) dient een vergelijkende claim wetenschappelijk aantoonbaar juist te zijn en de jongste stand van de wetenschap te reflecteren. Dit moet blijken uit onderbouwing door middel van één of meer wetenschappelijke studies. Een studie kan ter onderbouwing dienen van een vergelijkende claim onder andere als deze studie gepubliceerd is in een peer reviewed tijdschrift, voldoende kwaliteit en overtuigingskracht heeft.

6.6   De vier aangehaalde studies zijn alle uitgevoerd vóór 16 april 2009, de datum waarop de SmPC van Levemir werd aangepast op het punt van de aanbevolen dosering in de standaardbehandeling. […] Zonder afbreuk te doen aan de waarde van de vier voornoemde studies noodzaakt de terughoudendheid van de onderzoekers zelf en de wijziging van de SmPC van Levemir na de uitvoering van de studies tot de nodige voorzichtigheid, in het bijzonder bij het maken van vergelijkende claims als onderhavige op basis van voornoemde studies. Deze voorzichtigheid heeft Sanofi-Aventis blijkens het vorengaande in onvoldoende mate betracht.

Lees de uitspraak hier (link) en hier (pdf).

Regeling: Gedragscode geneesmiddelenreclame 

art. 4.2: de reclame mag in geen enkel opzicht strijdig zijn met de van overheidswege goedgekeurde samenvatting van de kenmerken van het geneesmiddel als voorgeschreven bij of krachtens de Wet.

art. 5.8 aanhef en sub g:
indien een vergelijking met een andere stof of met een ander geneesmiddel is gemaakt, waarbij een concurrent danwel een door een concurrent aangeboden geneesmiddel uitdrukkelijk of impliciet wordt genoemd, is er dan op gelet dat - onverminderd de bepalingen van de Code Publieksreclame - g. de vergelijking wetenschappelijk aantoonbaar juist is en overeenkomstig de jongste stand van de wetenschap;

RB 742

Jetair "Sexy" "Vrouwen en auto’s eh!" (BE)

Jury voor Ethische Praktijken inzake Reclame (JEP) 18 februari 2011, beslissing 3108 (Jetair vakantiecheckers).

Buitenland. België. reclamerecht. In het reclameconcept van Jetair zijn twee kinderen Marie (v) en Louis (m) de Jetair vakantiecheckers. In één van de radiocommercials checken zij de kindvriendelijkheid van een hotel. Louis roept op de vraag wat hij van de waterglijbaan vindt: “toppie”, en op de vraag wat hij van de animatrice vindt grappend: “sexy”. In de tweede commercial checken dezelfde kinderen of ze klaar zijn voor een autovakantie in Frankrijk. Marie laat de versnellingsbak kraken waarop Louis roept: “Vrouwen en auto’s eh!”.

Klager meent dat kinderen woorden als “sexy” niet in de mond gelegd mogen worden. De tweede commercial heeft een gebrek aan ethiek door de seksistische opmerking. Adverteerder voert aan dat het gaat om herkenbare situaties die op een kinderlijk-grappige manier worden gebracht. De JEP, de Belgische evenknie van de Reclame Code Commissie, oordeelt dat de reclame niet in strijd is met de Belgische reclameregels. Zij spreekt wel een zogenaamd advies van voorbehoud uit. JEP ziet aanleiding om de radiocommercials aan te passen zodat deze minder stereotyperend worden. JEP laat het al dan niet opvolgen van dit advies verder aan de adverteerder, het reclamebureau en de media. Het is niet de bedoeling van JEP om aan censuur te doen of een bepaalde smaak of waarden voorop te stellen. JEP kan een dergelijk advies uitspreken op basis van artikel 2 van het Juryreglement. 

Overwegingen JEP:

De Jury heeft vastgesteld dat de campagne gebaseerd is op stereotypen. Men legt de kinderen uitspraken in de mond die ze gehoord hebben van volwassenen en die zij herhalen.

De Jury is van mening dat deze uitspraken (‘sexy’ en ‘vrouwen en auto’s eh!’) niet de bedoeling hebben om te denigreren, maar zij is van oordeel dat deze spots niettemin stereotypen banaliseren die men niet moet verankeren bij kinderen.

Gelet op wat voorafgaat, heeft de Jury gemeend een advies van voorbehoud te moeten formuleren overeenkomstig artikel 2 van haar reglement en doet een beroep op de verantwoordelijkheid van de adverteerder.

Er is geen beroep ingesteld. Lees de uitspraak hier (link) en hier (pdf).

Regelingen: JEP Juryreglement

RB 745

DAS Rechtsbijstand "Ermelo"


Grotere kaart weergeven

CVB 22 maart 2011, Dossiernr: 2010/00852 (DAS Rechtsbijstand Ermelo)

In een radiocommercial hoort men een conflictbespreking tussen Hans met een klant in Ermelo (Zuid-Afrika, red. zie inzet de twee Ermelo's) over transportkosten die niet waren vermeld in de Algemene voorwaarden. "Algemene voorwaarden die ondernemers hanteren hebben nog weleens zwakke plekken" zegt de voice-over. Klacht: DAS verleent geen rechtsbijstand igv conflict met buitenlandse klant, zo heeft klager ervaren. Commissie oordeelt dat omdat de suggestie wordt gewekt dat conflicten met buitenlandse afnemers onder de dekking vallen, wat niet zo is. Misleidend op de voornaamste kenmerken, strijd met art. 8.2 aanhef en onder a NRC, misleidend en daarom oneerlijk ex art. 7.

In beroep stelt DAS dat ook die gevallen onder bepaalde omstandigheden onder de dekking van Das Rechts­partner vallen. Dat daarbij, zoals bij verzekeringen gebruikelijk, diverse voor­waar­den en uitsluitingen gelden, maakt de reclame-uiting niet onjuist of mis­leidend gelet op de zeer algemene strekking daarvan. De grieven treffen derhalve doel. Het College vernietigt de beslissing van de Commissie en wijst de klacht alsnog af.

2. (...) Wel wekt de commercial de indruk dat ook bij dergelijke geschillen een beroep kan worden gedaan op DAS Rechtspartner. DAS heeft in beroep onweersproken ge­steld dat ook die gevallen onder bepaalde omstandigheden onder de dekking van DAS Rechts­partner vallen. Dat daarbij, zoals bij verzekeringen gebruikelijk, diverse voor­waar­den en uitsluitingen gelden, maakt de reclame-uiting niet onjuist of mis­leidend gelet op de zeer algemene strekking daarvan. De grieven treffen derhalve doel.

Lees de uitspraak hier(link) en hier(pdf).

Regeling: NRC art. 7 en art. 8.2 aanhef en onder c (door vernietiging niet toegepast).