RB
DOSSIERS
Alle dossiers

Internet  

RB 2452

Onduidelijke claim over 1 ton CO2

RCC 16 juli 2015, RB 2452; dossiernr. 2015/00659 (Groener vliegen)
Aanbeveling (gedeeltelijk). MIlieu. De uiting:“Groener vliegen past binnen een verantwoord reisbeleid. Het vermindert reiskosten en CO2. Met TravelScan, TravelCoach en GreenSeat van Climate Neutral Group kunt u tot wel 25% besparen. Deze diensten geven u inzicht en praktische suggesties voor het vermijden, verminderen en vergroenen van uw zakelijke vluchten".“U vliegt al klimaatneutraal binnen Europa voor de prijs van een kop koffie. 100% Klimaatneutraal vliegen?"

De klacht: 

a. In de advertentie staat: “Groener vliegen = ook lagere reiskosten”. Het is onbegrijpelijk hoe dit mogelijk is zonder de gevlogen afstanden te bekorten.

b. Onder de kop “100% Klimaatneutraal vliegen?” staat:
“Compensatie is de enige manier om uw CO2-uitstoot volledig te beperken” en verderop staat: “1 ton CO2 hier geproduceerd = 1 ton CO2 daar gereduceerd” . Voor klimaatneutraal vliegen kan echter niet worden volstaan met het verminderen van dezelfde hoeveelheid CO2. Volgens de IPPC-rapporten kent de CO2-uitstoot bij vluchten 2 tot 3 keer meer klimaatgevolgen. De website www.climateneutralgroup.com” verwijst ook naar het IPPC (“het door het UN aangewezen instituut dat klimaatverandering wetenschappelijk onderzoekt”). Er is derhalve geen sprake van klimaatneutrale reductie. Ook de vorming van roet en condensstrepen dient bij de compensatie te worden betrokken.

c. Op de site staat: “Wanneer u rechtstreeks via Climate Neutral Group klimaatneutraal vliegt, levert u per kwartaal of per jaar een lijst aan met uw vluchtdata”. “Neutraal” wordt echter niet bereikt door compensatie achteraf, soms na een jaar. Het tijdelijk hogere CO2-gehalte wordt genegeerd.

d.Op de site staat: “U vliegt al klimaatneutraal binnen Europa voor de prijs van een kop koffie”. Klager vindt het misleidend om de huidige, lage CO2-prijs als maatstaf te nemen.

Het oordeel van de Commissie: Ad a. De Commissie begrijpt dat adverteerder bedrijven adviseert over -zoals in het verweer gesteld- “een groener reisbeleid, dat in de meeste gevallen leidt tot lagere reiskosten”, bijvoorbeeld omdat Business class wordt vervangen door Economy class, maar ook omdat videoconferences worden gehouden of treinreizen worden gemaakt, in plaats van dat men vliegt. Ter zitting is namens adverteerder meegedeeld dat uit communicatief oogpunt beter zou kunnen worden gesproken over “Groener reizen” dan over “Groener vliegen”.

Nu adverteerder onder “groener vliegen” ook verstaat dat men niet vliegt om kosten te besparen is de juistheid van de mededeling “Groener vliegen = ook lagere reiskosten” niet aannemelijk geworden. In zoverre gaat de advertentie gepaard met onjuiste informatie als bedoeld in artikel 8.2 aanhef van de Nederlandse Reclame Code (NRC). Nu de gemiddelde consument er bovendien toe kan worden gebracht een besluit over een transactie te nemen dat hij anders niet had genomen, is de uiting misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.

Ad b.

Op de site staat onder de kop “100% Klimaatneutraal vliegen?”:

“Compensatie is de enige manier om uw CO2-uitstoot volledig te beperken” en verderop staat: “1 ton CO2 hier geproduceerd = 1 ton CO2 daar gereduceerd”. In dit onderdeel van de website is niet vermeld dat de mededeling “1 ton CO2 hier geproduceerd” niet alleen ziet op het broeikasgas CO2,   maar ook op andere broeikasgassen, zoals methaan en stikstofoxide en op de vorming van roet en condensstrepen, die volgens het verweer alle worden betrokken in de berekening. Elders op de website staat wel:

“Op deze GreenSeat vlieg je klimaatneutraal, wat betekent dat alle broeikasgassen, roet en condensstrepen worden meegenomen in de berekening”,

maar deze mededeling geeft onvoldoende duidelijkheid over wat wordt bedoeld met “1 ton CO2 hier geproduceerd”.

Gelet op bovenbedoelde onduidelijkheid acht de Commissie de uiting voor de gemiddelde consument onduidelijk ten aanzien van de voordelen van het product als bedoeld in 8.2 aanhef en onder b NRC. Nu de gemiddelde consument er bovendien toe kan worden gebracht een besluit over een transactie te nemen dat hij anders niet had genomen, is de uiting misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.

Aangezien de bestreden uiting moet worden aangemerkt als een milieuclaim in de zin van de Milieu Reclame Code (MRC), acht de Commissie de uiting tevens in strijd met artikel 2 MRC. Deze bepaling houdt -voor zover hier van belang- in dat milieuclaims geen mededelingen of suggesties mogen bevatten waardoor de consument kan worden misleid over milieuaspecten van de aangeprezen producten.

Ad c.

Adverteerder heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat er sprake is van compensatie vooraf, en wel als volgt. Als een bedrijf zelf zijn vluchten boekt, wordt er op basis van de vluchtdata die het bedrijf aan adverteerder aanlevert per kwartaal of jaar, gecompenseerd. In dit geval wordt vooraf betaald en gecompenseerd, aldus adverteerder. Er wordt een inschatting gemaakt van de CO2-uitstoot en de kosten om dit te compenseren op basis van de vluchtdata van het jaar ervoor. Aan de hand van de werkelijk uitgevoerde vluchten vindt een nacalculatie plaats en wordt het verschil verrekend, overeenkomstig het principe van de energienota.

Derhalve acht de Commissie dit onderdeel van de klacht ongegrond.

Ad d.

De Commissie ziet geen aanleiding om de juistheid in twijfel te trekken van adverteerders mededeling dat de CO2-prijs op dit moment € 5,- per ton bedraagt en dat de CO2-prijs van een vlucht Londen-Parijs thans € 2,50 bedraagt, welk bedrag via adverteerder kan worden geïnvesteerd in een klimaatcompensatieproject. Derhalve acht de Commissie klagers bezwaar tegen de mededeling “U vliegt al klimaatneutraal binnen Europa voor de prijs van een kop koffie” ongegrond.

Gelet op het bovenstaande wordt als volgt beslist.

De beslissing

Op grond van het oordeel onder Ad a respectievelijk Ad b acht de Commissie de advertentie in strijd met artikel 7 NRC en de uiting op de website in strijd met de artikelen 7 NRC en 2 MRC. Zij beveelt adverteerder aan om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken.

Voor het overige wijst de Commissie de klacht af.

RB 2433

Kosten reparatie defecte producten niet altijd voor consument

CBb 8 juli 2015, RB 2433; ECLI:NL:CBB:2015:194 (BCC reparatie defecte producten)
garanties.pngMisleidende handelspraktijk. Bijkoopgaranties. Het College acht bewezen dat winkelketen BCC een bestendige praktijk had om bij consumenten de indruk te wekken dat na het verstrijken van de fabrieksgarantietermijn altijd kosten moeten worden betaald in verband met de reparatie van een defect product. Die informatie is niet in alle gevallen juist, aangezien uit de bepalingen in het BW omtrent de consumentenkoop voortvloeit dat de koper recht heeft op kosteloos herstel of vervanging ingeval van non-conformiteit van het product. Het sanctiebesluit [bezwaaradviescommissie ACM, besluit op bezwaar ACM, Rechtbank Rotterdam] is niet in strijd met beginselen van behoorlijk bestuur. Boete €90.000 passend.

14.2. Het College is met ACM van oordeel dat de overtreding geheel aan [onderneming] te verwijten valt, nu van haar als professionele onderneming en gelet op de aard van de door haar verhandelde producten mag worden verwacht dat zij in voldoende mate kennis heeft van consumentenrecht, in het bijzonder de bepalingen over garantie en non-conformiteit, teneinde haar verplichting na te komen de consument niet onjuist en niet (potentieel) misleidend te informeren omtrent diens rechten. Het College is eveneens met ACM van oordeel dat de overtreding ernstig is, omdat, mede gelet op de duur ervan, een substantieel aantal consumenten op het verkeerde been is gezet over hun wettelijke rechten en zij daardoor nadelige gevolgen ondervonden of konden ondervinden. Voorts heeft ACM voldoende rekening gehouden met de omstandigheid dat [onderneming] per 1 november 2009 is gestopt met het verkopen van bijkoopgaranties, door het boetebedrag van € 100.000,- dat zij in beginsel voor overtreding van artikel 8.8 van de Whc in verbinding met artikel 6:193, eerste lid, onder g, van het BW passend acht, met 10% te matigen. Voorts valt niet in te zien dat ACM blijk heeft gegeven van een onjuiste rechtsopvatting door als uitgangspunt te nemen dat de hoogte van de boete zodanig moet zijn dat deze de overtreder weerhoudt van nieuwe overtredingen (speciale preventie) en ook in algemene termen ten aanzien van andere potentiële overtreders een afschrikkende werking heeft (generale preventie).
Gelet op het voorgaande onderschrijft het College het oordeel van de rechtbank dat de hoogte van de boete ad € 90.000,- passend en geboden is.
15.    Het College komt tot de conclusie dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat bestreden besluit 1 stand kan houden.
RB 2432

Website vormt een geheel en informeert voldoende over behandelmethode

RCC 2 juli 2015, RB 2432; dossiernr. 2015/00564 (KPRI) + uiting
bekken_correctie_02.jpgBeslissing ingezonden door Jacqueline Schaap, Visser Schaap & Kreijger. Afwijzing. Behandelmethode nek-rugklachten. Adverteerder is aanbevolen niet meer reclame te maken voor de behandeling van rug- en nekklachten in strijd met artikel 7 NRC [dossier 2014/0039]. Volgens klaagster heeft adverteerder niet gereageerd en herhaalt klaagster haar klacht nu met betrekking tot adverteerders vernieuwde website. Volgens de website werkt de therapie met gebruik van zooltjes in schoenen door voor langere tijd, maar er zijn geen medische onderzoeken in PubMed te vinden over de verwijdering van de rug- en nekklachten door de Krullaards Perfect Reset plaat.

Het eerdere dossier had weliswaar betrekking op een uiting voor de Krullaards Perfect Reset, maar betrof een advertentie in een regionaal dagblad met een andere inhoud. Enkele pagina's van de bestreden website zijn overgelegd, maar de beoordeling dient plaats te vinden in de context van de gehele website, waarmee zij één geheel vormen. De gemiddelde consument wordt door de website voldoende geïnformeerd over de behandelig. Er wordt over een duurzame behandeling en idem resultaten gesproken, maar niet een garantie voor blijvende werkzaamheid gegarandeerd. De werkzaamheid van de behandeling is voldoende aannemelijk gemaakt door het aangevoerde empirische bewijs uit meet- en behandelgegevens van de fysiotherapeuten die de KPR-behandelingen uitvoeren.

RB 2428

Uiting Gentiaan Violet bevat medische claims

RCC 4 juni 2015, RB 2428; dossiernr. 2015/00278 (Gentiaan Violet)
Aanbeveling (Gedeeltelijk). Medische claims. Artikel 2 NRC en 4 CPG. Het betreft een uiting op www.borstvoeding.com. Daarin staat onder de aanhef:“Gentiaan Violet door Stefan Kleintjes”, waar er sprake is van reclame inhoudende medische claims voor producten met Gentiaan Violet van Eurolac. Mede doordat een link is opgenomen naar de webwinkel van Eurolac is de uiting aan te merken als reclame voor producten met Gentiaan Violet van Eurolac.

“Een beetje ouderwets middel volgens sommigen, maar het is effectief en goedkoop. Effectiever dan schimmelwerende middelen” en:

“Gentiaan Violet is een paarse inkt, een effectief middel ter bestrijding van schimmels en bacteriën die huidinfecties veroorzaken, bijvoorbeeld spruw in de mond van de baby, op tepels en tepelhoven, vaginale schimmelinfecties en kalknagels of infecties met stafylokokken op beschadigde en broeierige huid”.

Door de hierboven aangehaalde teksten wordt Gentiaan Violet gepresenteerd als geschikt voor: het genezen of voorkomen van een ziekte, gebrek of wond bij de mens als bedoeld in artikel 1 lid 1 onder b van de Geneesmiddelenwet. Nu het -zoals de Keuringsraad KOAG/KAG heeft meegedeeld- gaat om een product dat niet is geregistreerd als geneesmiddel is de uiting in strijd met artikel 84 lid 2 Geneesmiddelenwet en met het op deze wetsbepaling gebaseerde artikel 4 CPG. Artikel 4 CPG luidt:

“Het is verboden reclame te maken voor geneesmiddelen waarvoor de wettelijk vereiste handelsvergunning niet is afgegeven”.

Klaagster heeft zich ook beroepen op de artikelen 11, 13, 14 en 15 CPG. Deze (op de Geneesmiddelenwet gebaseerde) artikelen hebben betrekking op reclame voor een geneesmiddel waarvoor de wettelijk vereiste handelsvergunning wel is afgegeven en waarvoor op zichzelf genomen reclame mag worden gemaakt. Nu daarvan geen sprake is, acht de Commissie deze bepalingen in dit geval niet van toepassing, zodat de klacht op dit punt faalt.
RB 2427

Aanprijzing 'De nummer 1' is toegestane grootspraak

CvB RCC 30 juni 2015, RB 2427, dossiernr. 2015/00304 (nr. 1 gebruikte trapliften)
traplift_brown_bw.230x230.jpg?q=90&e=1&mode=crop&origin=ccAbstracte aanprijzing. Het beroep is uitsluitend gericht tegen hetgeen de Commissie in haar beslissing heeft overwogen met betrekking tot de mededeling in de bestreden uiting: “Dé nummer 1 in gebruikte trapliften!”. De uiting ‘dé nummer 1’ dient door de inkleding en inhoud ervan te worden beschouwd als toelaatbare reclameoverdrijving (‘puffery’). Het betreft een ongespecificeerde slogan die niet invult waarin [naam adverteerder] nummer één is en die daarom heeft te gelden als in reclame gebruikelijke overdrijving. (...) Het is een abstracte aanprijzing. Als de gemiddelde consument de uiting wel als een superioriteitsclaim opvat, betreft het een ongespecificeerde superioriteitsclaim.

3. Blijkens het voorgaande wordt in de bestreden uiting de zin ‘dé nummer 1 in gebruikte trapliften!’ niet gespecificeerd of toegelicht op een wijze die suggereert dat [naam adverteerder] in het kader van een vergelijking met concurrenten en op basis van feitelijke, meetbare elementen zichzelf ‘dé nummer 1 in gebruikte trapliften!’ zou mogen noemen. Evenmin wordt verwezen naar concurrenten en/of marktposities. Ook in de verdere context van de uiting valt niet te lezen dat de zin is bedoeld om een bepaalde, op feiten gebaseerde rangschikking tot uitdrukking te brengen met betrekking tot leveranciers van gebruikte trapliften. Het betreft naar het oordeel van het College slechts een losse, op zichzelf staande mededeling die het karakter heeft van een kernachtige leus. De uiting noopt op grond van het voorgaande niet tot de uitleg dat het om een feitelijke superioriteitsclaim gaat. De gemiddelde consument zal, naar het oordeel van het College, de zin ook niet zo opvatten, maar deze beschouwen als een algemene slogan waarbij sprake is van overdrijving met een subjectief karakter. Dat de uiting niet letterlijk is bedoeld en sprake is van overdrijving, blijkt in het bijzonder uit het ontbreken van enige specificatie in combinatie met het gebruik van een geaccentueerd woord (‘dé’), respectievelijk een woord dat een kampioenspositie lijkt uit te drukken (‘nummer 1’) en het uitroepteken aan het einde van de zin dat de kernachtige leus benadrukt maar verder geen functie lijkt te hebben.
4. Gelet op deze herkenbare overdrijving zal de gemiddelde consument, naar het oordeel van het College, de bewuste zin aldus uitleggen dat [naam adverteerder] zélf van mening is dat zij toonaangevend is op het gebied van gebruikte trapliften, hetgeen zij op overdreven wijze verwoordt door zichzelf ‘dé nummer 1’ op dit gebied te noemen. Een dergelijke wijze van aanprijzen beschouwt het College als toegestane grootspraak, ofwel (in de woorden van de Leidraad voor de ten uitvoerlegging/toepassing van Richtlijn 2005/29/ EG betreffende oneerlijke handelspraktijken:) een subjectieve of overdreven verklaring over de kwaliteiten van een bepaald product die niet letterlijk dient te worden genomen.

Op andere blogs:
Dirkzwager

RB 2409

Door het gebruik van medische claims wordt het product gepositioneerd als een geneesmiddel

RCC 21 april 2015, RB 2408, dossiernr. 2015/00214 (Aidulac.nl)
aidulac_logo_compleet.pngClaims. Gedeeltelijke aanbeveling. De uiting: Het betreft een uiting op www.aidulac.nl. Daarin staat onder het kopje “Spruw, wat nu?” onder meer: “Pijnlijke tepels, soms na een periode van probleemloos borstvoeding geven, kan een aanwijzing zijn dat er sprake is van spruw. (..) Spruw of candidiasis is een schimmelinfectie die veroorzaakt wordt door gistachtige schimmels, voornamelijk Candida albicans. De moeder kan last hebben van jeukende of branderig aanvoelende tepels, branderig gevoel met een glimmende frambooskleurige huid. Bij de baby is spruw te herkennen aan witte plekjes op het slijmvlies in de mond die niet weg te vegen zijn. (…). Een minder bekend, en goed werkend middel tegen spruw is gentiaan violet”. Laatstgenoemde woorden “gentiaan violet” vormen een hyperlink naar productbeschrijvingen van gentiaan violet op www.aidulac.nl/aidulac-shop. Het gaat om de producten “10 ml gentiaan violet 1% in water” en “10 ml gentiaan violet tepelzalf 1% op lanoline basis”.

De klacht: 
De klacht kan als volgt worden samengevat. De uiting bevat medische claims. Klaagster acht de uiting in strijd met de artikelen 4, 11 en 13 van de Code Publieksreclame voor Geneesmiddelen 2015 (CPG).

Informatie Keuringsraad KOAG/KAG:

Reclame voor gentiaan violet kan onder de competentie van de Keuringsraad vallen, afhankelijk van de gebruikte claims. Indien de uiting aan de Keuringsraad was voorgelegd, zou deze niet van een toelating zijn voorzien, om de volgende reden.

Op de pagina met het kopje “Spruw, wat nu?” worden diverse medische claims gebruikt, zoals “jeukende, pijnlijke of branderig aanvoelende tepels” etc. Bij “Een minder bekend, en goed werkend middel tegen spruw” wordt gelinkt naar Gentiaan Violet. Derhalve is sprake van een ongeregistreerd geneesmiddel volgens het aandieningscriterium; door het gebruik van medische claims wordt het product gepositioneerd als een geneesmiddel. Nu voor dit middel geen handelsvergunning is afgegeven, is de uiting in strijd met artikel 84 lid 2 Geneesmiddelenwet en met de CPG.


Het oordeel:

De Commissie stelt voorop dat een ieder die van oordeel is dat een reclame in strijd is met de Nederlandse Reclame Code (NRC), een klacht kan indienen bij de Commissie. Noch de NRC noch het Reglement betreffende de Reclame Code Commissie en het College van Beroep biedt grondslag voor de stelling dat klaagster zich in het onderhavige geval eerst rechtstreeks tot adverteerder had moeten wenden.

In de bestreden uiting wordt, met gebruikmaking van een hyperlink, gentiaan violet in verschillende vormen (water en zalf) voorgesteld als “goed werkend middel tegen spruw”, in de uiting aangeduid als “een schimmelinfectie”. Aldus wordt gentiaan violet in elk van de bewuste vormen gepresenteerd als zijnde geschikt voor: het genezen of voorkomen van een ziekte, gebrek of wond bij de mens als bedoeld in artikel 1 lid 1 onder b van de Geneesmiddelenwet. Nu zoals de Keuringsraad KOAG/KAG heeft medegedeeld, voor dit middel geen handelsvergunning is afgegeven, is de uiting in strijd met artikel 84 lid 2 Geneesmiddelenwet en met het op deze wetsbepaling gebaseerde artikel 4 CPG. Artikel 4 CPG luidt:

“Het is verboden reclame te maken voor geneesmiddelen waarvoor de wettelijk vereiste handelsvergunning niet is afgegeven”. Dit betekent dat de klacht op dit punt slaagt.

Klager heeft zich ook beroepen op de artikelen 11 en 13 CPG. Deze (op de Geneesmiddelenwet gebaseerde) artikelen hebben betrekking op reclame voor een geneesmiddel waarvoor de wettelijk vereiste handelsvergunning wel is afgegeven en waarvoor op zichzelf genomen reclame mag worden gemaakt. Nu daarvan geen sprake is acht de Commissie deze bepalingen in dit geval niet van toepassing, zodat de klacht op dit punt faalt.
RB 2405

Van een korting van 90% is geen sprake

RCC 7 mei 2015, RB 2405, dossiernr. 2015/00528 (Social Deal)
socialdeal_logo_groot.pngMisleidend. Voorzitterstoewijzing. De uiting: Het betreft de aanprijzing van een GVB/Handicap 54 cursus. Klager heeft een print van de uiting overgelegd en daarvan is een kopie aan deze uitspraak gehecht.De klacht: De cursus wordt door verweerder met een korting van 90% aangeboden “van € 399,00” voor “€ 39,00”. Blijkens de website van GolfDealsNederland zijn bij de cursus van € 399,- de kosten van examengeld voor het theorie-examen ad € 39,- en de kosten van registratie van de handicap ad € 79,- inbegrepen. Deze kosten zijn niet inbegrepen bij het bedrag waarvoor verweerder de cursus aanbiedt. Bij de aanbiedingsprijs van € 39,- komt derhalve nog € 118,-. Gelet hierop is de uiting misleidend.

Het oordeel:

Zowel in de door klager als door verweerder overgelegde informatie betreffende de door GolfDealsNederland aangeboden GVB/handicap 54 cursus staat dat in de prijs van € 399,- zijn inbegrepen “€ 39 Examengeld voor het theorie examen” en “€ 79 voor de Registratie van uw Handicap”. Anders dan verweerder stelt zijn de kosten voor examengeld en registratie derhalve wel inbegrepen bij de onderhavige cursus.

Nu verweerder klagers stelling, dat deze kosten niet zijn inbegrepen bij de door verweerder voor € 39,- aangeboden cursus niet heeft weersproken en bij het bedrag van € 39,- derhalve nog € 118,- ter zake van examengeld en registratie moet worden betaald, is van een korting van 90% geen sprake.

Blijkens het voorgaande is in de uiting onjuiste informatie verstrekt als bedoeld in artikel 8.2 aanhef en onder d van de Nederlandse Reclame Code (NRC). Voorts is de voorzitter van oordeel dat de gemiddelde consument hierdoor ertoe gebracht kan worden een besluit over een transactie te nemen, dat hij anders niet had genomen. Om die reden is de uiting misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.
RB 2404

Niet voldoende duidelijk waarop de totaalprijs is gebaseerd

RCC 8 mei 2015, RB 2404, dossiernr. 2015/00133 (onlinevakantiegids.nl)
logo.gifReclamecode Reisaanbiedingen. Aanbeveling. De uiting: Het betreft een uiting op www.onlinevakantiegids.nl betreffende een reis naar Egypte met verblijf in “Hotel Brayka Bay Reef Resort”. De klacht: De klacht kan als volgt worden samengevat. Klager wilde via de website www.onlinevakantiegids.nl een reis boeken voor 4 personen naar Brayka Bay. In het eerste scherm klikte hij een prijs aan van € 745,- per persoon uitgaande van een reisgezelschap van 4 personen, een 15-daagse reis, vertrek op donderdag 11 juni en een 2-persoonskamer. Blijkens het volgende scherm kwam de totaalprijs niet overeen met 4 x € 745,- = € 2980,-, maar bedroeg deze € 3266,50. Na indrukken van de knop “boek nu” volgde een scherm waar klager de vluchtklasse kon kiezen. Klager koos de economy klasse. Het volgende scherm betrof de keuze van het kamertype. Klager viel op dat in dit scherm een prijs van “€ 740,- bij een arrangement van 4 personen” werd vermeld en dat de totaalprijs van € 3266,50 nog steeds niet klopte.

Een volgend scherm betrof de kamerindeling. Ook op dit scherm werd een eindprijs van € 3266,50 vermeld. Tenslotte volgde het scherm met de kop “Selecteer uw vluchten”. Onder dat kopje staat: “De door u gekozen reis is helaas niet online boekbaar. Wij helpen u graag. Bel ons callcenter (..). Klager is nagegaan welke prijzen werden vermeld in geval van een boeking voor 2 personen. Uitgaande van een bedrag van € 821,- per persoon voor een 2-persoonskamer werd een totaalprijs vermeld van € 1634,50. Deze totaalprijs klopt wel, althans bevindt zich in de buurt van 2 x € 821,- (is gelijk aan € 1642,-). Er wordt zelfs een lagere prijs aangeboden. In het volgende scherm koos klager de economy klasse. In het daarop volgende scherm werd een kamerprijs van € 816,- vermeld, hetgeen overeenkomt met de in dat scherm opgenomen vermelde totaalprijs van € 1634,50. Vervolgens koos klager de comfortklasse. In het betreffende scherm werd dezelfde totaalprijs vermeld. Dat gold ook voor het scherm betreffende het kamertype. Vervolgens werd in het scherm met de aanhef “Uw gegevens” een totaalprijs van € 1734,50 vermeld. Kennelijk was nu de toeslag van € 100,- voor het verschil tussen comfort en economy klasse verwerkt. Klager heeft bij de 4-persoonsboeking dezelfde stappen doorlopen als bij de 2-persoonsboeking. Hij mocht aannemen dat in de prijs van € 745,-, de toeslag voor economy klasse al verwerkt was, evenals het geval was bij de prijs van € 821,- in geval van een de 2-persoonsboeking. Klager vindt dat hij blij gemaakt wordt met een dode mus. Hij dacht met economy klasse een boeking te kunnen doen voor 4 x € 745,- = € 2980,-. Als toeslag voor de bagage verwachtte hij nog een bijkomend bedrag van € 112,- te moeten betalen, maar dankzij een kortingsmail “nieuws 75” zou daar nog € 75,- van af gaan. De totaalprijs van de reis zou dan € 2980,- plus € 37,- = € 3017,- bedragen. In reactie op klagers e-mail over het bovenstaande aan adverteerder deelde adverteerder onder meer het volgende mee. De economy class is opgedeeld in verschillende tarieven. Mogelijk betaalt de ene passagier voor een stoel geen toeslag, maar betaalt zijn buurman een toeslag van € 25,-. Indien er voor 2 personen op bepaalde data nog plaats is, maar voor 4 personen niet, dan moet automatisch voor 4 personen een toeslag worden betaald.
Voorts zijn de prijzen in het beginscherm richtprijzen. Zodra men deze aanklikt, verschijnt het totaalbedrag. Alle reisorganisaties werken niet meer met standaardprijzen, maar met dag-/vanaf prijzen. Zodra men de datum aanklikt, ontvangt men de juiste prijs.

Het oordeel:

In artikel IV lid 1 van de Reclamecode Reisaanbiedingen (RR) 2014, welk artikel op de onderhavige uiting van toepassing is, is onder meer bepaald:

“Aanbieders zijn in hun uitnodigingen tot aankoop op dezelfde wijze als in reclame-uitingen conform artikel III lid 1 van deze Code gehouden tot het hanteren van correcte en duidelijke prijzen”.

Naar het oordeel van de Commissie zijn in de onderhavige uiting geen duidelijke prijzen gehanteerd. Niet, althans niet voldoende duidelijk is, ook niet na het gevoerde verweer, waarop de totaalprijs van € 3266,50 is gebaseerd. De Commissie begrijpt het verweer aldus dat in het prijsoverzicht een prijs per persoon wordt vermeld die is gebaseerd op het meest voordelige kamertype en de meest voordelige kamerindeling, maar dat bij aanklikken van de prijs kan blijken dat de betreffende kamerindeling niet beschikbaar is, waarna de website een alternatieve kamerindeling geeft en een alternatieve prijs. De mededeling onder de prijzenmatrix: ‘afhankelijk van de beschikbaarheid kan er een extra toeslag gelden’ geeft omtrent deze gang van zaken niet voldoende duidelijkheid, en ook anderszins valt uit de bestreden uiting niet op te maken hoe de totaalprijs, van in dit geval € 3266,50, tot stand komt. Gelet op het bovenstaande acht de Commissie de uiting in strijd met artikel IV lid 1 RR.

RB 2403

Gebruik van de absolute term 'gifvrij' niet te rechtvaardigen

RCC 7 mei 2015, RB 2403, dossiernr. 2015/00297 (Gifvrije transfermarker)
20150418_162946-300x225.jpgMilieu Reclame Code. Voorzitterstoewijzing zonder opleggen aanbeveling. De uiting: Het betreft de website www.homemade4you.nl voor zover hierop ten aanzien van een “transfermarker (AD chartpack blender)” wordt meegedeeld: “AD markers van Chartpak zijn op alcoholbasis, permanent, gifvrij en snel-streeploos drogend.” De klacht: Klaagster stelt dat in de bestreden uiting staat dat het product gifvrij is en op basis van alcohol. Op de verpakking van het product staat echter dat er een kankerverwekkende stof in zit, te weten xyleen. Het is misleidend om dit als een gifvrij product te verkopen.

Het oordeel:

1) Klaagster maakt bezwaar tegen een uiting die blijkbaar onderdeel vormt van de webshop van verweerder. Deze uiting bevat mededelingen over het onderhavige product die duidelijk aanprijzend zijn bedoeld, onder meer voor zover wordt gezegd dat het product gifvrij is. Hierdoor is sprake van een reclame-uiting in de zin van artikel 1 van de Nederlandse Reclame Code. Meer in het bijzonder gaat het om een reclame-uiting waarin blijkens het voorgaande expliciet wordt gerefereerd aan milieuaspecten. Hierdoor valt de uiting onder de werkingssfeer van de Milieu Reclame Code (MRC), zodat de voorzitter aan deze code zal toetsen.

2) In de uiting, zoals deze luidde ten tijde van het indienen van de klacht, stond dat het product gifvrij is. Niet gebleken is dat in de uiting de ingrediënten van het product werden genoemd, zodat de consument de mededeling “gifvrij” niet kon verifiëren.

3) Verweerder heeft inmiddels de uiting aldus gewijzigd dat daarin nu, kort weergegeven, staat dat het product weliswaar een “veiligheidslabel” bevat, maar dat de reden hiervan is dat daardoor de niet-giftigheid van het product niet hoeft te worden bewezen in een “zeer kostbaar onderzoek”. De voorzitter acht dit onvoldoende om aan te nemen dat sprake is van een “gifvrij” product of een product dat geen schadelijke bestanddelen bevat. Ook verder is dit niet aannemelijk geworden, mede gelet op het feit dat in de gewijzigde uiting staat dat men het product niet moet gebruiken indien men zwanger is en dat men het product in een goed geventileerde omgeving moet gebruiken. Nu niet aannemelijk is geworden dat het product geen schadelijke stoffen bevat, acht de voorzitter de uiting door het gebruik van het woord “gifvrij” in strijd met het bepaalde in artikel 2 MRC en 5 MRC. Dat de koper akkoord moet gaan met de voorwaarden en met de “disclaimer” van adverteerder doet daaraan niet af. Dit laatste kan immers het gebruik van de term “gifvrij” niet rechtvaardigen.

4) Nu adverteerder de bestreden uiting dusdanig heeft aangepast dat daarin niet meer in absolute zin staat dat het product “gifvrij” is en in plaats daarvan uit de uiting blijkt dat aan het gebruik van het product bepaalde gezondheidsrisico’s kunnen zijn verbonden, zal de voorzitter gebruik maken van zijn bevoegdheid als bedoeld in artikel 12 lid 5 van het Reglement van de Reclame Code Commissie en het College van Beroep, en een aanbeveling achterwege laten. Derhalve wordt beslist als volgt.
RB 2399

Een aanbod dat voldoende recht doet aan de gewekte verwachtingen

CvB 26 mei 2015, RB 2399, dossiernr. 2015/00128A (Eyewish merkmontuur)
branding.pngUitspraak ingezonden door Bram Duivenvoorde en Ebba Hoogenraad, Hoogenraad & Haak. Gedeeltelijke vernietiging. De uiting: Het betreft de volgende uitingen voor adverteerders actie "Allebei een merkmontuur gratis". I. Een televisiecommercial, waarin wordt door de voice-over gezegd: "Bij Eye Wish Opticiens (...) geven we nu 50% korting op een merkmontuur. En komt u samen dan krijgt u allebei een merkmontuur gratis." Deze gesproken tekst wordt begeleid door achtereenvolgens een 'bord' waarop staat: "NU 50% KORTING op een merkmontuur GRATIS kijk voor de voorwaarden op eyewish.nl" II. Een radiocommercial, waarin wordt gezegd: “Bij Eye Wish Opticiens (...) geven we nu 50% korting op alle merkmonturen, zelfs op die uit de nieuwste collectie. En komt u met z'n tweeën, dan krijgt u allebei een merkmontuur gratis." 

III. Een aan klager gezonden geadresseerde folder. Op de voorzijde van de folder staat - voor zover hier van belang -: "Allebei een merkmontuur gratis of 50% korting als u  alleen komt." "Kijk voor de voorwaarden op eyewish.nl" In de  folder staat onder meer: "Want koopt u nu een bril, dan krijgt u 50% korting op uw merkmontuur. Neem u echter iemand mee, dan krijgt u allebei een merkmontuur gratis.*" De asterisk verwijst naar de in kleine letters onderaan de pagina opgenomen mededeling: "Kijk voor de voorwaarden op eyewish.nl".

IV. Een uiting op de openingspagina van adverteerders website www.eyewish.nl, waarin staat: "ALLEBEI een merkmontuur GRATIS of  50% korting als u alleen komt." (...) "Bekijk de voorwaarden".  

De klacht:
De klacht wordt als volgt  samengevat. In de uitingen wordt meegedeeld "Kom samen en krijg allebei een merkmontuur gratis". Pas in de winkel, nadat klager en zijn vrouw hun ogen hadden laten opmeten en voor ieder en merkmontuur hadden uitgezocht, bleek dat op  de prijs van een merkmontuur een maximale korting van EUR 200,- gegeven wordt. De verkoper deelde mee dat deze beperking in de voorwaarden op de website  is opgenomen. Klager meent dat een zo wezenlijke beperking direct bij de aanbieding "allebei  een merkmontuur gratis" in de uiting zou moeten staan, en niet op de website. Bovendien ontbreekt in de radiocommercial een verwijzing naar voorwaarden,  terwijl de in de overige uitingen opgenomen verwijzingen onopvallend en onduidelijk zijn. Op de website komt men pas na veel moeite bij de actievoorwaarden. Pas dan wordt de beperking van de maximale korting van EUR 200,- per montuur genoemd. Klager meent dat sprake is van misleidende reclame.

Het College vernietigt de beslissing van de Commissie voor zover deze de televisie-commercial en de uiting op de website misleidend heeft geacht en wijst de klacht in zoverre alsnog af. Voor het overige bekrachtigt het College de bestreden beslissing met enige wijziging van gronden.

Het oordeel van het College

6.1. Ten aanzien van de televisiecommercial
6.1.1. In de televisiecommercial wordt, voor zover hier van belang, gesproken over "een" merkmontuur gratis. Dat men in het kader van deze actie onder bepaalde voorwaarden daadwerkelijk "een" merkmontuur gratis kan krijgen, staat niet ter discussie. In de televisiecommercial wordt naar die actievoorwaarden verwezen. Deze voorwaarden bevatten beperkingen, immers bepalen, voor zover hier belang, dat merkmonturen tot EUR 200,- gratis zijn en dat duurdere monturen niet gratis zijn maar dat daarvoor een korting van EUR 200,- geldt. Het College stelt voorop dat (actie)voorwaarden die een aanbod beperken reeds in de reclame-uiting dienen te worden toegelicht voor zover deze als essentiële informatie in de zin van artikel 8.3 aanhef en onder c van de NRC dienen te worden beschouwd. Beoordeeld dient te worden of in dit geval sprake is van dergelijke informatie.

6.1.2. Eye Wish heeft toegelicht dat men in het kader van de onderhavige actie kan kiezen uit diverse merkmonturen, waaronder een gevarieerd aanbod aan bekende merken. Dit aanbod betreft - Naar Eye Wish in beroep heeft gesteld in aanvulling op hetgeen zij reeds bij de Commissie had aangevoerd - ongeveer tweederde deel van haar collectie en omvat in totaal ruim 600 monturen inclusief verschillende monturen van bekende merken in het hoogste segment, zoals Prada, Ralph Lauren en Hugo Boss. Eye Wish heeft deze stellingen voldoende aannemelijk gemaakt. De consument die een bril bij Eye Wish wil kopen naar aanleiding van de mededeling in de televisiecommercial dat men onder bepaalde voorwaarden bij haar een merkmontuur gratis krijgt, zal derhalve uit het overgrote deel van haar assortiment een keuze kunnen maken, ook voor wat betreft bekende merken.

6.1.3. Nu Eye Wish voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij met betrekking tot het gratis aanbod een ruime variëteit aan merkmonturen aanbiedt waarbij men ook kan kiezen uit diverse monturen van bekende merken in het hoogste segment, ziet het College geen aanleiding om de televisiecommercial misleidend te achten. De consument beschikt immers over een aanbod dat voldoende recht aan de verwachtingen die deze televisiecommercial wekt, te weten dat men onder bepaalde voorwaarden een gratis merkmontuur kan krijgen. Van een beperking die zodanig afbreuk doet aan het gratis aanbod dat die reeds in deze televisiecommercial had dienen te worden genoemd, is op grond van het voorgaande geen sprake. Derhalve kan niet worden gezegd dat in de televisiecommercial essentiële informatie ontbreekt. Het College komt aldus, naar aanleiding van de informatie die Eye Wish in beroep heeft verstrekt over het gedeelte van haar collectie dat onder de actie valt, tot een ander oordeel dan de Commissie.

6.2. Ten aanzien van de radiocommercial
6.2.1. In de radiocommercial ontbreekt elke verwijzing naar voorwaarden. Terecht heeft de Commissie mo die reden de radiocommercial in strijd met artikel 7 NRC geacht. Het College onderschrijft derhalve op dit punt het oordeel van de Commissie.

6.3. Ten aanzien van de geadresseerde folder (mailing)
6.3.1. De folder wekt, anders dan de televisiecommercial en de radiocommercial, naar het oordeel van het  College in enige mate de indruk dat alle merkmonturen van Eye Wish onder de actie vallen. [...] De mededelingen in de folder kunnen naar het oordeel van  het College door de gemiddelde consument zo worden begrepen, dat sprake is van een speciaal voor gem bedoeld aanbod waarbij men elk montuur uit de gehele collectie kan kiezen.

6.4. Ten aanzien van de website
6.4.1. Het  College constateert dat de uiting op de website eveneens melding maakt van een gratis merkmontuur, waarbij hyperlinks staan naar "bekijk de collectie" en "bekijk de aanbieding". Het College begrijpt dat de consument langs deze weg nader wordt geïnformeerd over de inhoud van de actie en de actievoorwaarden. Het College ziet onder deze omstandigheden geen aanleiding om de uiting op de website misleidend te achten, ook niet voor zover de consument enkele malen moet doorklikken. In zoverre oordeelt het College ander dan de Commissie.