Uitspraak ingezonden door Marloes Meddens-Bakker, MOON legal & compliance.
Vergelijkende claims in strijd met Gedragscode

CGR 10 maart 2022, RB 3626, LS&R 2038; K21.004 (Pfizer tegen Novartis) Pfizer en Novartis brengen direct concurrerende geneesmiddelen op de markt in Nederland. Beide geneesmiddelen zijn immers CDK4/6-remmers. Novartis heeft een publicatie getoond waarin zij over haar eigen geneesmiddel Kisqali® beweert dat het zorgt voor 12 maanden meer leven. Ook toont zij de tekst dat OS bij CDK4/6-remmers geen klasse-effect is en de tekst dat welke CDK4/6-remmer u kiest invloed heeft op het leven van de patiënt. Deze teksten stonden in een online reclame-uiting op de website van Novartis.
Waarschuwing beleggingsrisico niet noodzakelijk
RCC VAF 15 februari 2022, RB 3624; dossiernr. 2021/00616 (Floki) De klacht gaat over een uiting op de website van F.C. Twente. Hierin maken zij bekend dat ze gaan samenwerken met Floki, het bedrijf achter de gelijknamige cryptovaluta. In het bericht wordt volgens klager reclame gemaakt voor een cryptomunt, waar volgens de AFM serieuze risico’s aan verbonden zijn. De kern van de klacht is dat verweerder consumenten niet wijst op die risico’s. Volgens de voorzitter is hier inderdaad sprake van reclame. De teksten gaan namelijk verder dan de zuiver feitelijke mededeling dat er een samenwerking is aangegaan met Floki. Het gaat om een aanprijzing van Floki als cryptobedrijf.
Afwijkende productafbeelding is misleidend
RCC VT 7 februari 2022, RB 3621; dossiernr. 2022/00029 (Productafbeelding) Het betreft een reclame-uiting op de website van Bol.com, waarin reclame wordt gemaakt voor een schuurmachine. Op de productafbeelding is een opbergkoffer en een extra accu te zien. Deze worden echter niet meegeleverd met de schuurmachine. Klager stelt dat dit misleidend is. De voorzitter is van oordeel dat de reclame inderdaad misleidend is en oneerlijk. Volgens de voorzitter zal de gemiddelde consument aan de hand van de afbeelding, waarbij geen duidelijk voorbehoud is gemaakt, verwachten dat het artikel wordt geleverd zoals het is afgebeeld, dus met opbergkoffer en twee accu's. Indien de afbeelding afwijkt van de specifieke kenmerken van de betreffende producten, zonder dat dit direct duidelijk wordt gemaakt bij de afbeelding, zal de consument in verwarring worden gebracht over wat hij bij de bestelling ontvangt.
Uiting bettingplatform niet misleidend

RCC 8 februari 2022, RB 3620; dossiernr. 2021/00611 (Bettingplatform) De klacht richt zich tegen uitingen van een online bettingplatform. Er wordt onder andere gezegd dat men kan inzetten met inzicht en kennis in plaats van op onderbuikgevoel. Dit wekt volgens klaagster de indruk dat men kan winnen met kennis en dat dit invloed heeft op succes, terwijl dit niet zo is. Het betreft namelijk een kansspel. De uitingen zijn volgens klaagster misleidend. Naar het oordeel van de commissie ligt in de uitingen nog niet de suggestie besloten dat men, aldus geïnformeerd, zal winnen. Hier bestaat enkel de kans op. Er is dus geen sprake van misleiding en de commissie wijst de klacht daarom af.
Online Updates 2022

Blijf op de hoogte met de Online Updates van deLex, een nieuwe serie webinars, gestart in februari 2022. Achter uw bureau laat u zich in korte tijd bijpraten over één rechtsgebied of onderwerp. Fun, actueel en to the point. Zo heeft u in één uur tijd weer zicht op alle relevante ontwikkelingen voor uw praktijk.
De eerstvolgende onderwerpen zijn:
- Donderdag 7 april: Grondrechten en IE, door Peter Teunissen (Radboud Universiteit)
- Franchise en IE, serie, datum ntb
29 september 2022 (let op, verplaatste datum) Actualiteiten Handels- en domeinnamenrecht, door Roderick Chalmers Hoynck van Papendrecht (AKD)
Flyer ontvangen ondanks nee-sticker

RCC VT 24 januari 2022, RB 3618; dossiernr. 2021/00558 (Ongewenste flyer) Het gaat over het feit dat klager een nee-sticker op zijn brievenbus heeft en toch ongewenst een ongeadresseerde flyer heeft ontvangen. Afzender van de flyer heeft gehandeld in strijd met artikel 3.1 Code VOR. De klacht wordt toegewezen.
Reclame van casino niet misleidend

RCC VAF 24 januari 2022, RB 3617; dossiernr. 2021/00533 (Batavia Casino) De klacht gaat over een reclame van Batavia Casino waarin vijf personen een online kansspel spelen en vier daarvan succes boeken. Dit zou suggereren dat deelnemers aan het gokspel een grote kans hebben om de hoofdprijs of een andere grote prijs te winnen. Klager vindt dat de de reclame misleidend is en bovendien schadelijk voor consumenten. De voorzitter wijst de klacht af, omdat de gemiddelde consument zal begrijpen dat dit geen serieus beeld is van de winkansen.
Onjuist gebruik van woord 'gratis'

RCC VT 24 januari 2022, RB 3616; dossiernr. 2021/00625 (Carpetright) Het betreft een klacht over de uiting ‘gratis gelegd’ op de website van verweerder. Deze uiting staat links bovenaan de foto’s van vloeren, wat impliceert dat de vloer gratis wordt gelegd, maar dit klopt niet. Er wordt enkel korting gegeven op de legkosten. Dit staat wel in de actievoorwaarden. De voorzitter oordeelt dat het woord ‘gratis’ onjuist wordt gebruikt in de reclame-uiting. Er is sprake van misleidende reclame.
HvJ EU: BVV tegen Dr. Oetker

HvJ EU 11 november 2021,IEF 20536, RB 3613, IEFbe 3383; ECLI:EU:C:2021:913 (BVV tegen Dr. Oetker) Het verzoek om een prejudiciële beslissing is ingediend in het kader van een geding tussen de Duitse federatie van consumentenorganisaties (BVV) en Dr. August Oetker Nahrungsmittel KG, waarbij wordt gevorderd dat deze onderneming wordt gelast de voedingswaarde-etikettering op de voorkant van muesliverpakking in overeenstemming te brengen met de vereisten van verordening nr. 1169/2011. Het Bundesgerichtshof heeft het Hof verzocht om een prejudiciële beslissing over de volgende vragen:
1) Moet artikel 31, lid 3, tweede alinea, van verordening nr. 1169/2011 aldus worden uitgelegd dat deze bepaling uitsluitend van toepassing is op levensmiddelen die moeten worden bereid en waarvoor de bereidingswijze vooraf is vastgesteld?
2) Indien de eerste vraag ontkennend moet worden beantwoord, wordt dan met de uitdrukking ‚per 100 g’ in artikel 33, lid 2, tweede alinea, van verordening nr. 1169/2011 uitsluitend 100 g van het product zoals dit wordt verkocht bedoeld of – ten minste ook – 100 g van het levensmiddel na bereiding?”
Beantwoording van de prejudiciële vragen:
Reclame-uiting over vergoeding van hoortoestellen

RCC 20 december 2021, RB 3615; dossiernr. 2021/00491 (Specsavers tegen Schoonenberg) De klachten van Specsavers betreffen uitingen van Schoonenberg die spreken over vergoeding door zorgverzekeraars voor hoortoestellen. Dit zou misleidend zijn, omdat essentiële informatie ontbreekt en onjuiste informatie wordt verschaft. Volgens Specsavers zou Schoonenberg in toekomstige uitingen moeten aangeven of het verzekerde zorg/categorie 1-5 hoortoestellen betreft dan wel buitencategorie/vrije markt-toestellen (die niet voor vergoeding door de zorgverzekeraar in aanmerking komen), wat de kosten van de oplader zijn, dat de consument rekening moet houden met een eigen bijdrage en dat de consument mogelijk eigen risico dient te betalen.