RB
DOSSIERS
Alle dossiers

Audiovisuele media  

RB 1934

Melk: "Dat is geen sprookje, maar misschien wel zo bijzonder"

CvB RCC 26 september 2013, dossiernr. 2013/00408
Aanbeveling, bevestiging, gezondheidsclaim, voedingsmiddelen. Het betreft een televisiereclame. Daarin zegt een jongetje onder meer: “We luisteren graag naar sprookjes. (…)
Melk is gewoon melk. Iets dat door geen fabriek in de wereld gemaakt kan worden. Maar wel door een koe. En dankzij het harde werk van die koe en de boer, gewoon hier in Nederland, krijgen wij één van de meest voedingsrijke producten uit de natuur. En dat product gaat naar mensen over de hele wereld. Dat is geen sprookje, maar misschien wel zo bijzonder”.
 
De klacht - Op sprookjesachtige wijze wordt verteld dat melk heel bijzonder is. Gesuggereerd wordt dat het een goed en betrouwbaar product is, dat naar mensen over de hele wereld gaat. Met name de opmerking dat melk voedingsrijk is, is misleidend, want dit betekent niets.  Door in de reclame een kinderstem te gebruiken, wordt de indruk gewekt dat het om een veilig product gaat, ten onrechte, omdat melk zeer ongezond is.

Ter onderbouwing van zijn stelling dat melk ongezond is voor volwassenen wijst klager op een rapport van de WHO waarin staat dat de promotie van vlees en zuivel door de EU per jaar zorgde voor duizenden extra doden. Als uitleg zou het volgende kunnen dienen:
Melk bevat lactose. Lactose is een disacharide (dubbelsuiker) die bestaat uit twee suikermoleculen. Eén van die moleculen kan de darmwand passeren. De ander (glucose) blijft achter.
De suikermoleculen die achter blijven in de darmwand trekken bacteriën aan, die de darmwand beschadigen. Dit kan leiden tot de ziekte van Crohn, maagzweren, diabetes en tot ziekten en aandoeningen zoals migraine, aften, vermoeidheid en concentratieproblemen.
 

Het oordeel van de Commissie
De Commissie vat de klacht op in die zin dat melk
(i)            ten onrechte als “één van de meest voedingsrijke producten” wordt aangeduid en
(ii)           ten onrechte als veilig wordt voorgesteld, nu melk -zo stelt klager- ongezond is.

Met betrekking tot deze verschillende bezwaren overweegt de Commissie het volgende.
Ad i. Naar het oordeel van de Commissie dient de zinsnede “één van de meest voedingsrijke producten” te worden aangemerkt als een voedingsclaim in de zin van artikel 2 lid 4 van de EU Verordening inzake voedings- en gezondheidsclaims 1924/2006 (hierna: de Claimsverordening). De Commissie overweegt daartoe dat zij aannemelijk acht dat  voornoemde zinsnede bij de consument de indruk zal wekken dat melk bepaalde heilzame voedingseigenschappen heeft die zijn toe te schrijven aan de nutriënten of andere stoffen die melk bevat.

Artikel 8 van de Claimsverordening luidt:
“Uitsluitend de voedingsclaims die in de bijlage staan vermeld en die voldoen aan de voorwaarden van onderhavige verordening zijn toegestaan”. Een voedingsclaim inhoudende (onder meer) “voedingsrrijk” is niet vermeld in bedoelde bijlage “Voedingsclaims en voorwaarden daarvoor”. Reeds om die reden is de claim niet toegelaten. In zoverre is de televisiereclame in strijd met  artikel 8 van de Claimsverordeningen daardoor in strijd met de wet als bedoeld in artikel 2 van de Nederlandse Reclame Code (NRC)

Ad ii. Klagers stelling dat melk ongezond is, omdat glucose in de darmwand achterblijft, waardoor verschillende ziektes en aandoeningen kunnen ontstaan, heeft adverteerder voldoende gemotiveerd weersproken. Adverteerder heeft meegedeeld dat, anders dan klager heeft gesteld, geen glucose achterblijft, maar dat bij sommigen lactose achter kan blijven in de darm, hetgeen men kwijt raakt via de ontlasting of doordat de darmbacteriën het verteren. Voorts heeft adverteerder erop gewezen dat een teveel aan lactose gepaard kan gaan met diarree en dat in het algemeen niemand last ondervindt van het drinken van één glas melk.
Overigens ligt naar het oordeel van de Commissie in de uiting niet de suggestie besloten dat het product melk voor iedereen geschikt is.

Gelet op het bovenstaande wordt als volgt beslist.
De beslissing van de Reclame Code Commissie [9 juli 2013]
Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen onder Ad i acht de Commissie de reclame-uiting in strijd met artikel 2 NRC. Zij beveelt adverteerder aan om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken.

Voor het overige wijst de Commissie de klacht af.

Het oordeel van het College van Beroep
In het principaal appel
1. Friesland Brands voert als formele grief aan dat het oordeel van de Commissie dat de claim “voedingsrijk” een voedingsclaim is, niet is terug te voeren op de klacht. Het College merkt in dit verband op dat het juist is dat de klacht niet specifiek is gebaseerd op de stelling dat sprake is van een voedingsclaim die in strijd is met de Claimsverordening. Appellant heeft immers in de klacht aangevoerd dat het woord “voedingsrijk” misleidend is omdat dit “niets betekent”. De klacht ziet aldus op de uitleg van het woord “voedingsrijk”. Nu dit woord in combinatie met een levens­mid­del is gebruikt en in dit woord een zekere claim ligt besloten, kan naar het oordeel van het College bij de uitleg daarvan niet worden voorbijgegaan aan de Claims­ver­ordening. Friesland Brands had op grond hiervan rekening dienen te houden met het feit dat de Commissie, zoals zij heeft gedaan, de uiting op basis van de klacht aan de Claimsverordening diende te toetsen, met als mogelijk gevolg dat de uiting als voedingsclaim zou worden aangemerkt en in strijd met die verordening zou wor­den bevonden. De formele grief wordt op grond van het voorgaande verworpen.

2. Friesland Brands stelt, kort weergegeven, dat in de uiting niets wordt gezegd over in melk aanwezige nutriënten of andere stoffen in de zin van de Claimsverordening, laat staan dat aan die nutriënten en stoffen heilzame voedingseigenschappen wor­den toegeschreven. Volgens Friesland Brands kan om die reden niet worden ge­spro­­ken van een voe­dingsclaim. Het College volgt Friesland Brands hierin niet. Ar­tikel 2 lid 2 onder 4 Claimsverordening definieert een voe­dingsclaim als een claim die stelt, de indruk wekt of impliceert dat een levensmiddel bepaalde heilzame voe­dingseigen­schappen heeft die, voor zover hier van belang, zijn toe te schrijven aan de nutriën­ten of andere stoffen die het bevat of in verhoog­de hoe­veelheid be­vat. Uit deze de­finitie en de verdere inhoud van de Claimsver­or­dening blijkt niet dat voor het be­staan van een voedingsclaim vereist is dat in een uiting wordt ge­refe­reerd aan specifiek genoemde nutriënten of andere stof­fen. Het stellen van een der­gelijke eis ligt bovendien niet voor de hand, nu anders het claimen van heil­zame voe­dings­eigenschappen voor levensmiddelen in het algemeen mogelijk zou zijn enkel door een verwijzing naar nutriënten of andere stoffen achterwege te laten. Dit zou zich niet verdragen met het uitgangspunt van de Claims­verordening dat sprake dient te zijn van het waarborgen van de goede werking van de gemeen­schappelijke markt met betrekking tot voedings- en gezondheidsclaims met behoud van een hoog ni­veau van consumentenbescherming (vgl. de considerans van de Claimsverordening onder nr. 34).

3. Het College verbindt hieraan de conclusie dat, ook als in een uiting geen specifieke nutriënten of andere stoffen worden genoemd waaraan de heilzame voedingseigen­schappen worden toegeschreven, sprake kán zijn van een voedingsclaim. Wel is noodzakelijk dat in de uiting op eni­ge wijze naar nutriën­ten of andere stoffen in het levensmiddel wordt verwezen. De­ze verwijzing kan impliciet zijn. De onderhavige uiting voldoet aan deze eis. Het College verwerpt in dit verband de stelling dat het woord ‘voedings­rijk’ geen betekenis heeft. Het woord komt weliswaar niet voor in de Woor­denlijst Neder­landse Taal van de Taalunie en behoort om die reden officieel niet tot de Nederlandse taal, maar dat neemt niet weg dat dit woord bij de consu­ment bepaalde associaties oproept die onmiskenbaar een zekere claim bevatten. In de context van de uiting komt het volgens het College nog het dichtst in de buurt van de betekenis: rijk aan voedingsstoffen, al is dat nu eenmaal niet 100 procent zeker bij een verzonnen woord. Wat de exacte betekenis ook moge zijn, het College gaat in ieder geval ervan uit dat de uiting kennelijk verwijst naar de in melk aanwe­zige voedings­stof­fen en ziet dit als een impliciete verwijzing naar in melk aan­we­zige nutriënten en andere stoffen als be­doeld in artikel 2 lid 2 onder 4 van de Claims­verordening. De uiting impliceert dat melk veel van dergelijke nutriënten en stoffen bevat. Met be­trek­king tot de vraag of de uiting voorts de indruk wekt dat melk heil­zame voe­dings­eigenschappen heeft die aan deze voedingstoffen zijn toe te schrij­ven, oor­deelt het College als volgt.

4. In de Claimsverordening is niet nader gedefinieerd wat onder het begrip “heil­zame voedings­eigen­schappen” dient te worden verstaan. In de Engelse tekst van de Claimsverordening luidt de omschrijving als volgt: “beneficial nutritional properties”. Het woord “beneficial” kan worden vertaald als heilzaam met als connotatie nuttig. Hetzelfde geldt voor de Franstalige tekst, waarin de woorden “des propriétés nutri­tionnelles bénéfiques” worden gebruikt. Het College begrijpt het woord “heilzaam” in dit verband in die zin dat het moet gaan om eigenschappen die nuttig zijn in verband met de gezondheid van het lichaam. Het woord “voe­dingsrijk” in de zin van ”rijk aan voeding(sstoffen)”, is een onmiskenbaar positief bedoel­de verwijzing die door de consument aldus zal worden opgevat dat melk voorziet in stoffen die het lichaam nodig heeft om goed te functioneren en die daardoor nuttig zijn met het oog op het behoud van de gezondheid en de normale lichaamsfuncties.

5. Op grond van het voorgaande oordeelt het College dat melk in de televisie­com­mer­cial wordt aangeprezen als een product met heilzame voedingseigenschappen. In de uiting wordt voorts impliciet verband gelegd tussen die eigenschappen en de  rijk­dom aan voedings­stof­fen, dat wil zeggen de in melk aanwezige nutriënten of andere stoffen. Met betrekking tot de vraag of aldus is voldaan aan de eis van artikel 2 lid 2 onder 4 van de Claimsverordening dat de heilzame voedingseigen­schappen kunnen worden toegeschreven aan de nutriënten of andere stoffen die melk bevat, oordeelt het College dat voldoende is dat een dergelijk verband wordt ge­sug­ge­reerd of geïm­pliceerd. Het College legt kortom deze eis ruim uit. Aan die eis is voldaan nu het woord ‘voedingsrijk’ in de hier opge­vat­te betekenis van ‘rijk aan voedingsstoffen’, impliceert dat melk door die voedingsstoffen bepaalde heil­zame voe­dings­eigen­schappen heeft.

6. Het vorenstaande voert tot de conclusie dat het aanprijzen van melk als “één van de meest voedingsrijke producten” meebrengt dat sprake is van een voe­dingsclaim in de zin van de Claimsverordening. De ver­wij­zing door Friesland Brands naar de in­­vul­ling die de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) aan voedings­claims geeft, leidt niet tot een ander oordeel. Het College ziet in hetgeen Friesland Brands aanvoert geen aanleiding om te veronderstellen dat de NVWA van andere criteria uitgaan dan hierboven weergegeven. Derhalve wordt ervan uitge­gaan dat ook volgens de NVWA voor het bestaan van een voedings­claim niet is vereist dat be­paalde heilzame ef­fecten uit­drukkelijk zijn geclaimd of dat het nood­za­kelijk is dat in de uiting speci­fiek de nutriënten of an­dere stoffen worden benoemd waarvoor die heilzame effecten worden geclaimd.

7. Voedingsclaims zijn uitsluitend toegestaan indien deze zijn vermeld in bijlage 1 van de Claimsverordening, althans voor de consument waarschijnlijk dezelfde betekenis hebben als de daar vermelde claims. Hierbij dienen de aanpassingen van deze lijst in aanmerking te worden genomen, waaronder laatstelijk bij Verordening (EU) Nr. 1047/2012. Terecht heeft de Commissie gecon­sta­teerd dat de claim “voedingsrijk” als zodanig tot op heden niet op de lijst met toegestane voe­dings­­claims is geplaatst. Friesland Brands stelt evenwel dat deze claim voor de consument de­zelfde beteke­nis heeft als de toegestane claim “rijk aan [naam van de vitamine(n) en/of [naam van het mineraal/de mineralen]”, waarbij de claim volgens haar meer in het bijzon­der is op te vatten als: “rijk aan voedingsstoffen”. Voorts heeft Friesland Brands uit­voe­rig onderbouwd dat melk “bron is” van diverse voedingsstoffen (te weten eiwit­ten, kalium, calcium, fosfor, vitamine B2 en vitamine B12) en wat de rele­van­tie daarvan is in ver­band met de hiervoor bedoelde claim “rijk aan”. Vol­gens Friesland Brands rechtvaardigen de in melk aanwezige voedingsstoffen aldus het gebruik van de claim “voedingsrijk”. Het Col­lege oordeelt hierover als volgt.

8. Het mag zo zijn dat melk voedingsstoffen bevat die het gebruik van een of meer voe­dingsclaims zouden kunnen rechtvaardigen, maar daar gaat het in deze pro­cedure niet om. Het gaat immers om de vraag of de gebruikte voedings­claim “voedingsrijk” toelaat­baar is. Dat nu is naar het oordeel van het College bij gebrek aan volstrekte duidelijkheid van het woord niet het geval. Ook in de context van de uiting blijkt niet welke specifieke betekenis aan deze voedingsclaim toekomt. Als gevolg daarvan valt niet te ver­wach­ten dat de consument de voedingsclaim “voe­dingsrijk” tot een spe­cifieke voe­dingsclaim op bijlage 1 bij de Claimsverordening zal herleiden. Aldus staat niet vast dat de consu­ment aan de claim “voedingsrijk” waar­schijn­lijk dezelfde betekenis zal toekennen als aan de claim “rijk aan vitaminen en/ of minera­len” of aan een andere toegestane voedingsclaim als vermeld in bijlage 1.

9. Het College onderschrijft op grond van het voorgaande het oordeel van de Com­missie dat de uiting door het gebruik van de voedingsclaim “voedingsrijk” niet vol­doet aan artikel 8 lid 1 van de Claimsverordening. De grieven in het principaal kunnen derhalve niet slagen.

In het incidenteel appel
10. Incidenteel appellant stelt dat de reclame misleidend is omdat melk zeer ongezond en onveilig is. Het College leidt uit deze stelling af dat volgens incidenteel appellant melk in de bestreden uiting als een gezond en veilig product wordt aan­ge­prezen. Deze opvatting is kennelijk mede gebaseerd op het feit dat melk in de televisie­commercial als “voedingsrijk” wordt aangeprezen. In zoverre volstaat het College met naar de beslissing in het principaal appel te verwijzen. Voor het overige worden naar het oordeel van het College in de bestreden uiting geen mededelingen gedaan die inhouden of impliceren dat melk gezond en/of veilig is.

11. Het College is van oordeel dat de grieven in het incidenteel appel reeds op grond van het voorgaande geen doel treffen. Ten overvloede merkt het College op dat geen aanleiding bestaat om te ver­on­der­stellen dat melk, zoals incidenteel appellant stelt, een onveilig of ongezond product zou zijn. De door incidenteel appellant ge­noemde website waarop hij deze stelling baseert (pilliewillie.nl) biedt daartoe onvol­doende wetenschappelijke onderbou­wing terwijl Friesland Brands het tegendeel voldoende aannemelijk heeft gemaakt.

Conclusie in het principaal en incidenteel appel
12. De grieven treffen geen doel. Derhalve wordt beslist als volgt.

De beslissing van het College van beroep in het principaal en incidenteel appel [26 september 2013]
Het College bevestigt de beslissing van de Commissie.

Regeling:    NRC (nieuw) art. 2 (wet)

RB 1930

Onduidelijk dat het gaat om uitbreidbaar basispakket

RCC 11 september 2013, dossiernr. 2013/00570 (nicer dicer)
Aanbeveling, misleiding voornaamste kenmerken product. Het betreft een televisiecommercial voor de “Nicer Dicer Plus van Tommy Teleshopping”, blijkens de gesproken en getoonde tekst aan het eind van de commercial “nu verkrijgbaar bij Blokker en Cook & Co voor € 24,95”.
De klacht - In de commercial worden de mogelijkheden gedemonstreerd voor het snijden, hakken en schaven met de Nicer Dicer en het opruimen van de onderdelen ervan. Vervolgens wordt gezegd dat het product voor € 24,95 te koop is bij onder andere Blokker. Het voor deze prijs te koop aangeboden product blijkt echter veel minder uitgebreid te zijn dan het gedemonstreerde product. Voor het volledige pakker moet € 14,95 worden bijbetaald.

Het oordeel van de Commissie
Gedurende de eerste 26 seconden van de in totaal 30 seconden durende commercial worden de mogelijkheden gedemonstreerd van de Nicer Dicer Plus en worden alle onderdelen van de set getoond. Ondertussen zegt de voice-over: “De Nicer Dicer Plus, onmisbaar in uw keuken. Nu verkrijgbaar bij Blokker en Cook & Co voor 24,95”. Vanaf de zinsnede “bij Blokker en Cook & Co” is het ‘endboard’ in beeld met - zo is gebleken - de inhoud van de voor € 24,95 aangeboden set.

Als onweersproken is komen vast te staan dat deze set niet alle onderdelen bevat die in de commercial, voorafgaand aan het endboard, zijn gedemonstreerd. Dit zal de gemiddelde consument gemakkelijk ontgaan, nu in de commercial er niet op wordt gewezen dat het in het endboard getoonde pakket minder accessoires bevat dan in het voorafgaande filmpje zijn getoond.

Nu in de commercial onvoldoende duidelijk wordt gemaakt dat de voor € 24,95 aangeboden Nicer Dicer Plus een basispakket betreft, dat met een uitbreidingsset ten bedrage van € 14,95 moet worden aangevuld om gebruik te kunnen maken van alle mogelijkheden die in de commercial worden getoond, acht de Commissie de commercial onduidelijk ten aanzien van (enkele van) de voornaamste kenmerken van het aangeprezen product, te weten de uitvoering en de gebruiksmogelijkheden, als bedoeld in de aanhef en onder b van artikel 8.2 van de Nederlandse Reclame Code (NRC). Omdat de Commissie voorts van oordeel is dat de gemiddelde consument door de uiting ertoe gebracht kan worden een besluit over een transactie te nemen dat hij anders niet had genomen, is de uiting misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.

De Commissie acht alle verweerders verantwoordelijk voor de geconstateerde overtreding van de NRC. In de eerste plaats JML, nu JML leverancier van het product is en zij in haar verweer erkent

 - onder meer met de aanduiding “onze TV campagne” - dat de televisiereclame van haar afkomstig is. Blokker en Cook & Co worden eveneens verantwoordelijk geacht, nu zij aan het eind van de commercial uitdrukkelijk worden genoemd als winkels waar het product met korting verkrijgbaar is en hun logo’s specifiek en duidelijk herkenbaar in beeld verschijnen. Overigens spreekt ook Cook & Co in haar verweer over “onze TV campagne”. Ten slotte acht de Commissie ook Tommy Teleshopping (mede) verantwoordelijk voor de commercial, nu daarin met zoveel woorden “de Nicer Dicer Plus van Tommy Teleshopping” wordt aangeprezen en gedurende de gehele commercial haar logo in beeld staat alsmede de tekst “tommyteleshopping.com”.

Gelet op het voorgaande wordt als volgt beslist.

De beslissing
De Commissie acht de reclame-uiting is strijd met het bepaalde in artikel 7 NRC en acht alle verweerders daarvoor verantwoordelijk. De Commissie beveelt verweerders aan om voortaan niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken.

Regeling:    NRC (nieuw) art. 7

NRC (nieuw) art. 8.2 aanhef

NRC (nieuw) art. 8.2 onder b.

RB 1920

Verwijzing op de radio naar algemene voorwaarden niet genoeg

RCC 3 september 2013, dossiernr. 2013/00545 (neckermann radioreclame)
Aanbeveling, misleidende reclame, ontbrekende informatie Het betreft een radiocommercial waarin het volgende wordt gezegd: “Speciale aanbieding: zaterdag 25 mei een eenmalig vakantieaanbod bij Neckermann. Boek 25 mei een smartline vakantie en de tweede persoon betaalt maar 1 euro. Ga naar uw reisbureau of boek direct op neckermann.nl. Boek slim, boek smartline. Dé all inclusive low budget formule van Neckermann. Vraag naar de voorwaarden.”

De klacht - Pas bij het aanvragen van een berekening op de website blijkt dat sprake is van een cash back actie, waarbij eerst het gehele bedrag van de reis voor twee personen moet worden betaald en het reisbedrag voor de tweede persoon later wordt terugbetaald. Aan het terug te ontvangen bedrag zit bovendien een maximum van € 800,-, waardoor een restbedrag van soms meer dan € 100,- overblijft. Dit alles maakt de uiting misleidend.

Het oordeel van de Commissie

Vast is komen te staan dat de in de commercial aangeprezen smartline actie een cashback-actie betreft, waarbij na betaling van de gehele reissom het voor de tweede persoon betaalde bedrag (minus 1 euro) tot een maximum van € 800,- kan worden teruggevraagd. Naar het oordeel van de Commissie betreffen de aard van de kortingsactie (cashback) en het aan de actie verbonden maximum van € 800,- essentiële informatie die in de commercial zelf vermeld dient te worden. Ten aanzien van deze aspecten van de actie kan - ook in een radiocommercial - niet worden volstaan met een algemene verwijzing naar voorwaarden.

Gelet op het voorgaande is sprake van het te laat verstrekken van essentiële informatie die de gemiddelde consument nodig heeft om een geïnformeerd besluit over een transactie te nemen  als bedoeld in artikel 8.3 aanhef en onder c van de Nederlandse Reclame Code (NRC). Omdat de Commissie voorts van oordeel is dat de gemiddelde consument door de uiting ertoe gebracht kan worden een besluit over een transactie te nemen dat hij anders niet had genomen, is de uiting misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.

Op grond van het voorgaande wordt als volgt beslist.

De beslissing

De Commissie acht de reclame-uiting in strijd met het bepaalde in artikel 7 NRC. Zij beveelt adverteerder aan om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken.

Regeling:    NRC (nieuw) art. 7

NRC (nieuw) art. 8.3 aanhef

NRc (nieuw) art. 8.3 onder c.

RB 1918

Prodimed, het medische proteïnedieet

RCC 12 september 2013, dossiernr. 2013/00433
Het betreft een radiocommercial voor Prodimed, waarin het volgende wordt gezegd:
“Prodimed is een medisch proteïnedieet. Kijk snel op prodimed.nl.”
De klacht - In de commercial wordt de indruk gewekt dat sprake is van een medisch afslankproduct. Het product c.q. de proteïne is echter zonder tussenkomst van medici te verkrijgen. Op de website wordt niet toegelicht wat er medisch aan het product is. Door het gebruik van de naam Prodimed en de referentie aan medisch wordt geclaimd dat het product medisch verantwoord en/of bewezen is, waardoor het publiek wordt misleid.

Volledige reclame-uiting
Verkoopster: “En mevrouw, hoe zit de broek?”
Klant: “Hij past helemaal niet!”
Verkoopster: “Herkenbaar. Maatje groter doen?”
Klant (lachend): “Doe maar twee maatjes kleiner!”
Verkoopster: “Mag ik vragen wat uw geheim is?”
Klant: “Het is geen geheim, het is Prodimed.”
Voice-over: “Prodimed is een medisch proteïnedieet. Kijk snel op prodimed.nl.”

Tag-on:
Verkoopster: “Hoe was die naam ook al weer?”
Klant: “Prodimed. Je vindt ze op internet, prodimed.nl.”

Het oordeel van de Commissie
1) Voor de beoordeling van de klacht is in de eerste plaats van belang om vast te stellen of Prodimed een medisch hulpmiddel is. Adverteerder heeft, op de vraag van de Commissie naar de status van het product en een eventuele CE-markering, aangevoerd dat Prodimed wordt voorgeschreven door artsen en diëtisten alsmede onderwerp van onderzoek in het LUMC is (geweest), en in die zin kan worden beschouwd als een medisch hulpmiddel. Genoemde omstandigheden maken echter niet dat Prodimed moet worden aangemerkt als een medisch hulpmiddel in de zin van de Wet op de medische hulpmiddelen. Niet is gesteld of gebleken dat Prodimed is voorzien van de voor medische hulpmiddelen (in artikel 7 van het Besluit medische hulpmiddelen) verplicht gestelde CE-markering. Op grond van het voorgaande neemt de Commissie tot uitgangspunt dat Prodimed geen medisch hulpmiddel is.

2) In de radiocommercial wordt Prodimed aangeprezen als “een medisch proteïnedieet”. Naar het oordeel van de Commissie wordt aldus bij de gemiddelde consument de indruk gewekt dat sprake is van een product dat is bestemd voor gebruik op medische indicatie. Door deze wijze van presenteren dient het product te worden aangemerkt als een geneesmiddel in de zin van artikel 1 onder b van de Geneesmiddelenwet. Op grond van artikel 84 van de Geneesmiddelen-wet is het verboden om reclame te maken voor geneesmiddelen waarvoor geen handels-vergunning is verleend. Niet in geschil is dat ten aanzien van het product Prodimed een dergelijke vergunning ontbreekt. Om deze reden is de uiting in strijd met de wet en daardoor in strijd met artikel 2 van de Nederlandse Reclame Code (NRC).

3) Het voorgaande geldt niet ten aanzien van de naam van het product. Met de enkele naam Prodimed wordt niet gerefereerd aan de werking van het product en wordt geen claim ten aanzien van een bepaald resultaat gesuggereerd. Naar het oordeel van de Commissie zal de gemiddelde consument aan de naam Prodimed geen bijzondere medische betekenis hechten.

In zoverre wordt de klacht afgewezen.

4) Gelet op het vorenstaande wordt als volgt beslist.

De beslissing
De Commissie acht de uiting door de aanduiding “medisch proteïnedieet” in strijd met artikel 2 NRC. Zij beveelt adverteerder aan om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken. Voor het overige wijst de Commissie de klacht af.

Regeling:    NRC (nieuw) art. 2 (wet)

RB 1912

Finish trekt zich niks aan van eerdere uitspraak commissie

RCC 28 augustus 2013, dossiernr. 2013/00571 (Finish vaatwasmiddelen)
Zie eerder: RB 1860 ALERT. Onduidelijke en misleidende informatie, onderzoek, aanbeveling. Het betreft een televisiereclame voor Finish vaatwasmiddelen.

De klacht - Klager heeft tegen deze reclame-uiting de volgende bezwaren. Na enkele inleidende testimonials wordt gezegd “Het is dus niet verrassend dat het door jullie als eerste gekozen werd”, waarmee gerefereerd wordt aan het vaatwasmiddel Finish. De onderbouwing hiervoor lijkt de onder in beeld staande disclaimer: “Voor Finish vaatwastabletten. Gebaseerd op een test door The Insiders, 1136 mensen, NL maart 2013.” Hierdoor wordt de indruk gewekt dat veel huishoudens hebben deelgenomen aan een verkiezing waarbij Finish als beste product werd gekozen. Echter niet is gebleken dat er een verkiezing heeft plaats gevonden. Aan degenen die zich bij The Insiders voor deelname hebben aangemeld, is gratis een pak Finish Quantum gestuurd waarna hen 3 vragen over het product zijn gesteld. Deze test biedt geen basis voor de bewuste claim.

Vervolg van de klacht - Vervolgens wordt gezegd: “Ontdek zelf waarom duizenden nieuwe huishoudens voor Finish hebben gekozen. Doe mee met de Finish revolutie.” Daarbij verschijnt onder meer in beeld de tekst: “Aantal verpakkingen verkocht volgens AC Nielsen Data tussen juni 2012 en mei 2013”. Echter de AC Nielsen data tonen aan dat de Finish-producten in de aangegeven periode nooit nr. 1 zijn geweest. De AC Nielsen data kunnen niet dienen ter onderbouwing van het in de uiting gestelde. Zij lijken alleen vermeld te zijn om te suggereren dat sprake is van objectieve data.

De bestreden reclame-uiting
Het betreft de televisiereclame voor Finish vaatwasmiddelen, waarin het volgende  worden gezegd:
VO:                  Elke keer als iemand voor Finish kiest, creëert hij een dynamiek en wil hij
                        het delen.
Annekereker:  De vaat is schoner en glanst meer!
Hester 123:     In één woord geweldig!
Slabetje:          Ik gebruik niets anders meer!
VO:                  Het is dus niet verrassend dat het door jullie als eerste gekozen werd.
                        Ontdek zelf waarom duizenden nieuwe huishoudens voor Finish hebben
                        gekozen. Doe mee met de Finish revolutie.
Onder in beeld verschijnen onder meer de volgende teksten:
 “Voor Finish vaatwastabletten. Gebaseerd op een test door The Insiders, 1136 mensen,
  NL maart 2013.”
Tot slot verschijnen in beeld de teksten: “Doe mee met de Finish revolutie”, “Gekozen  # 1 door consumenten”.
 
In verband met het gebruik van het woord kiezen, verwijst klager naar de uitspraak van de Commissie van 4 juli 2013 (dossier: 2013 00394) waarin de Commissie -kort gezegd- oordeelde dat “kiezen” in combinatie met “Finish revolutie” niet duidt op een éénmalige keuze voor een Finish-product.
Uit eerder in opdracht van adverteerder door het onderzoeksbureau GfK verricht onderzoek was gebleken dat van een verandering als in de uiting werd gesuggereerd,
geen sprake  was.
 
Op grond van het vorenstaande acht klager de reclame-uiting in strijd met de waarheid en derhalve in strijd met artikel 2 van de Nederlandse Reclame Code (NRC). Tevens is de uiting misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van de artikelen 7 en 8 NRC.
 
Gezien de ernst van de misleiding en gezien het feit dat adverteerder zich weinig aantrekt van de uitspraak van de Commissie van 4 juli 2013 verzoekt klager de uitspraak als “Alert” onder de aandacht van derden te brengen.

Het oordeel van de Commissie|
De Commissie heeft met betrekking tot de gewraakte reclame-uiting het volgende overwogen.

Allereerst overweegt de Commissie dat niet duidelijk is op welk Finish-product het in de uiting gestelde betrekking heeft. Op één van de eerste beelden komt Finish Quantum, dat -naar klager stelt- het best presterende product uit het Finish assortiment is, groot en duidelijk in beeld. Vervolgens worden geen verpakkingen meer getoond en wordt uitsluitend over Finish gesproken. Aangezien de door The Insider uitgevoerde test, waarop adverteerder zich voor een belangrijk deel van het in de uiting gestelde baseert, betrekking heeft op Finish Quantum, lijken de resultaten van Finish Quantum te worden toegerekend aan Finish producten in het algemeen.

Na enkele testimonials wordt gezegd: “Het is dus niet verrassend dat het door jullie als eerste gekozen werd”. De testimonials zijn afkomstig uit een door The Insiders uitgevoerde test. In het kader van deze test kregen de deelnemers een pak Finish Quantum cadeau, waarna van hen onder meer werd verwacht “ (…) regelmatig rapporten te sturen waarin je beschrijft wat je van het product vindt, met wie je erover hebt gesproken, hoe lang jouw gesprekken hebben geduurd enz.”. Als richtlijn voor een testimonial over Finish Quantum doet The Insider de volgende suggesties:

“1. Duid aan welke vaatwastabletten je vóór de campagne gebruikte.
2. Kies je houding t.o.v. Finish Quantum vóór de campagne startte (bv. neutraal).
3. Duid met een aantal sterren aan hoe tevreden je nu bent over Finish Quantum.
4. Geef je uitgebreide mening (bv. welke resultaten je ziet met Finish Quantum,vergeleken met jouw vorige vaatwastabletten”.

Gelet op het bovenstaande kan de door The Insider uitgevoerde test niet worden aangemerkt als een test die voldoet aan de daaraan te stellen eisen van objectiviteit en vormt deze geen valide en betrouwbare basis voor de gewraakte mededeling.

Voorts wordt gezegd “Ontdek zelf waarom duizenden nieuwe huishoudens voor Finish hebben gekozen. Doe mee met de Finish revolutie”.

Adverteerder baseert zich bij de genoemde hoeveelheid nieuwe huishoudens op van Nielsen afkomstige gegevens. In de periode juni 2012 t/m mei 2013 zijn er, aldus de gegevens van Nielsen, gemiddeld per week 40.737 pakken Finish verkocht en 3.835 pakken Finish Quantum. Deze verkoopgegevens rechtvaardigen niet de conclusie dat “duizenden nieuwe huishoudens voor Finish hebben gekozen”, alleen al omdat door één huishouden meer malen een verpakking kan zijn gekocht.

Tot slot verschijnt in beeld de tekst “Doe mee met de Finish revolutie”, “Gekozen # 1 door consumenten”.

Zoals de Commissie overwoog in haar uitspraak van 4 juli 2013 (dossier: 2013 00394)

wordt door te spreken van een “Finish revolutie” de indruk gewekt dat sprake is van een radicale, opzienbarende verandering in het gebruik van vaatwasmiddelen ten gunste van Finish en de gemiddelde consument zal deze mededeling aldus begrijpen dat de “duizenden nieuwe huishoudens” Finish enige tijd hebben gebruikt en dus meer malen hebben gekocht. De gegevens waarop adverteerder zich bij deze mededeling baseert, bieden daarvoor geen grondslag.

Ook bieden de gegevens, waarnaar adverteerder voor de juistheid van het in de uiting gestelde verwijst, geen grondslag voor de tekst “Gekozen # 1 door consumenten”.

Blijkens het voorgaande is de Commissie van oordeel dat in de reclame-uiting onjuiste en voor de gemiddelde consument onduidelijke informatie wordt verstrekt als bedoeld in artikel 8.2 aanhef van de Nederlandse Reclame Code (NRC).

Voorts is de Commissie van oordeel dat de gemiddelde consument hierdoor ertoe gebracht kan worden een besluit over een transactie te nemen, dat hij anders niet had genomen. Om die reden is de reclame-uiting misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC. Er is, gelet het vorenstaande onvoldoende aanleiding de uiting tevens in strijd met artikel 2 NRC te oordelen.

Omdat adverteerder, naar uit de gewraakte reclame-uiting blijkt, geen gehoor heeft gegeven aan de eerdergenoemde aanbeveling van de Commissie van 4 juli 2013 (dossier 2013 00394) heeft de Commissie besloten gebruik te maken van de haar in artikel 18 lid 4 van het Reglement betreffende de Reclame Code Commissie en het College van Beroep gegeven bevoegdheid om de uitspraak onder de aandacht van een breed publiek te brengen.

De beslissing
Op grond van het vorenstaande acht de Commissie de reclame-uiting in strijd met artikel 7 NRC en beveelt zij adverteerder aan om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken. Voorts heeft de Commissie besloten om de uitspraak onder een breed publiek te brengen als bedoeld in artikel 18 lid 4 van het Reglement betreffende de Reclame Code Commissie en het College van Beroep.

 

RB 1901

Bestaande klanten betreft alleen bestaande TV-klanten

RCC 14 augustus 2013, dossiernr. 2013/00453 (ook voor bestaande klanten)
Misleidende beschikbaarheid. Aanbeveling. Het betreft een radio en televisiereclame. Daarin wordt onder meer het volgende gezegd: “Kies ook voor Alles in 1 van CanalDigitaal. Nu gratis 6 maanden supersnel internet en bellen. Ook bestaande klanten profiteren van deze aanbieding. CanalDigitaal, meer dan tv” .

Klacht - Gesteld wordt dat het aanbod ook voor “bestaande klanten” geldt. Klager is al jaren “bestaande klant”, maar hem werd verteld hij geen gebruik kon maken van de aanbieding.

Het oordeel van de Commissie
Blijkens het verweer hebben de woorden “bestaande klanten” betrekking op zogenaamde TV-klanten ofwel klanten die alleen televisiediensten afnemen van CanalDigitaal. Nu het begrip “bestaande klanten” in de bestreden uitingen niet nader is toegelicht, terwijl in die uitingen wordt benadrukt dat het aanbod ook voor hen geldt, kan gemakkelijk de onjuiste indruk ontstaan dat alle (bestaande) klanten van CanalDigitaal gebruik kunnen maken van het aanbod “6 maanden gratis supersnel internet en bellen”, waaronder klanten die al “Alles-in-1-klant” zijn. Niet voldoende duidelijk is dat het aanbod voor hen niet geldt.
Gelet op het bovenstaande acht de Commissie de bestreden uitingen voor de gemiddelde consument onduidelijk ten aanzien van de beschikbaarheid van het product als bedoeld in artikel 8.2 aanhef en onder b van de Nederlandse Reclame Code (NRC). Nu de gemiddelde consument er bovendien toe kan worden gebracht een besluit over een transactie te nemen, dat hij anders niet had genomen, is de uiting misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.
Gelet op het bovenstaande wordt als volgt beslist.

De beslissing
De Commissie acht de uiting in strijd met artikel 7 NRC. Zij beveelt adverteerder aan om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken.

RB 1899

Televisie niet te ontvangen op 'alle tablets en smartphones'

Vz. RCC 12 augustus 2013, dossiernr. 2013/00496 (overal televisie)
Vergelijk RB 1815. Misleiding voornaamste kenmerken product. Aanbeveling. Het betreft een televisiereclame van Ziggo waarin onder meer wordt gezegd: “In en om het huis overal televisie. Want met Ziggo kijk je nu ook op je tablet en smartphone.” In beeld verschijnt de tekst: “TV kijken op televisie, tablet en smartphone”.

De klacht - Bij de mededeling dat tv programma’s kunnen worden gekeken op tablet en smartphone wordt geen enkel onderscheid gemaakt naar soort tablet of smartphone. Op tablets met het besturingssysteem Android 4.1.1 zijn de tv programma’s echter niet te ontvangen en krijgt men een foutmelding. Dit blijkt ook uit de op internet geplaatste recensies van gebruikers. De reclame is misleidend.

Gebleken is echter dat het mede van de bouw en/of de technische inrichting van een tablet afhangt of daarop met de app daadwerkelijk tv kan worden gekeken. Nu in de commercial op dit punt geen voorbehoud wordt gemaakt of naar elders te raadplegen randvoorwaarden voor het gebruik van de TV app wordt verwezen, acht de voorzitter de uiting onduidelijk ten aanzien van de gebruiksmogelijkheden van het aangeprezen product.

Het oordeel van de voorzitter
De voorzitter is van oordeel dat de klacht de Commissie aanleiding zal geven een aanbeveling te doen, en overweegt daartoe het volgende.

In de bestreden televisiecommercial wordt de indruk gewekt dat met de Ziggo TV app zonder meer in en om het huis overal televisie kan worden gekeken op een tablet. Gebleken is echter dat het mede van de bouw en/of de technische inrichting van een tablet afhangt of daarop met de app daadwerkelijk tv kan worden gekeken. Nu in de commercial op dit punt geen voorbehoud wordt gemaakt of naar elders te raadplegen randvoorwaarden voor het gebruik van de TV app wordt verwezen, acht de voorzitter de uiting voor de gemiddelde consument onduidelijk ten aanzien van de gebruiksmogelijkheden van het aangeprezen product als bedoeld in de aanhef en onder b van artikel 8.2 van de Nederlandse Reclame Code (NRC). Nu de gemiddelde consument hierdoor er bovendien toe kan worden gebracht een besluit over een transactie te nemen dat hij anders niet had genomen, is de uiting misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.

De voorzitter ziet in hetgeen adverteerder bij verweer heeft meegedeeld aanleiding om ten aanzien van de aanbeveling te bepalen dat deze wordt gedaan voor zover nog nodig.

De beslissing van de voorzitter
De voorzitter acht de reclame-uiting in strijd met het bepaalde in artikel 7 NRC. Hij beveelt adverteerder - voor zover nog nodig - aan om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken.

RB 1888

Blote vrouw die op blote man ligt mag niet vóór 20.00 uur

Vz RCC 6 augustus 2013, dossiernr. 2013/00450 (Code 37)
Kinderen. Goede smaak en fatsoen. Seksuele handeling. Aanbeveling. Het betreft de televisiereclame waarin reclame wordt gemaakt voor de serie “code 37”. Deze reclame-uiting begint met drie korte fragmenten uit een aflevering van deze serie. Eén van deze fragmenten toont een blote vrouw die op een blote man ligt.
 
De klacht - Bovengenoemde reclame-uiting werd tussen 17.20 en 17.55 uur uitgezonden. Net nadat klaagsters kinderen (5 en 8 jaar) naast haar waren komen zitten met de vraag over te schakelen naar KRO zendtijd, verscheen deze reclame-uiting. Volgens de Kijkwijzer is in de film sprake van seksuele scènes en is deze niet geschikt voor kinderen jonger dan 12 jaar. Klaagster acht het onbegrijpelijk dat deze scène deel uitmaakt van de reclame-uiting die wordt uitgezonden op een tijdstip dat veel jonge kinderen naar de televisie kijken.

Het oordeel van de voorzitter
De Commissie vat klaagsters bezwaar aldus op dat zij de reclame-uiting in strijd acht met de goede smaak en het fatsoen nu deze wordt uitgezonden op een tijdstip dat ook kinderen naar de televisie kijken. Bij de beantwoording van de vraag of een reclame-uiting met (één van) deze criteria in strijd is, stelt de voorzitter zich terughoudend op, gezien het subjectieve karakter daarvan. Naar het oordeel van de voorzitter is in deze reclame-uiting de grens van het toelaatbare overschreden, nu daarin expliciet een seksuele handeling in beeld wordt gebracht. Dat de handeling slechts kort in beeld komt, maakt deze niet minder expliciet.

De beslissing van de voorzitter
Op grond van het hierboven overwogene acht de voorzitter de reclame-uiting in strijd met de eisen van goede smaak en fatsoen en derhalve met artikel 2 van de Nederlandse Reclame Code, voor zover deze wordt uitgezonden vóór 20.00 uur. De voorzitter beveelt adverteerder aan om niet meer op een dergelijk wijze reclame te maken.

RB 1874

Getoonde effect kan niet geheel aan de mascara worden toegeschreven

RCC 22 juli 2013, dossiernr. 2013/00484 (False Lash Wings)
Voornaamste kenmerken product. Onjuiste informatie. Het betreft een televisiereclame waarin False Lash Wings mascara wordt aangeprezen. De tekst van de uiting luidt: “Ontdek het nieuwe valse wimper-effect. L’Oréal introduceert de nieuwe False Lash Wings mascara. Sla je vleugels uit. Het revolutionaire asymmetrische borsteltje verlengt je wimpers vanaf de aanzet en lift ze richting buitenkant van je oog, net zoals de vleugels van een vlinder, voor fenomenaal uitgewaaierd volume. Nieuw, False Lash Wings”. Tijdens het uitspreken van deze tekst ziet men onder meer dat de mascara wordt aangebracht en wat het resultaat daarvan is.
 
De klacht - De beelden zijn niet waarheidsgetrouw. Duidelijk is te zien dat de persoon bij wie de mascara wordt aangebracht, valse wimpers heeft. Hierdoor kan het resultaat dat wordt getoond, in werkelijkheid niet worden gecreëerd, als men geen valse wimpers heeft. Gelet hierop is de uiting misleidend.

Het oordeel van de Commissie
Adverteerder begint de reclame met de mededeling “Ontdek het nieuwe valse wimper-effect”, waarna het effect van “de nieuwe False Lash Wings mascara” wordt getoond aan de hand van een model. Getoond wordt dat de mascara op de wimpers van dit model wordt aangebracht en terwijl dit gebeurt, worden de wimpers niet alleen voller en langer, maar waaieren zij, kennelijk ten gevolge van de asymmetrische vorm van het borsteltje, ook iets uit. Door de verandering die men de wimpers tijdens het aanbrengen van de mascara ziet ondergaan, krijgt men de indruk dat het getoonde resultaat het valse wimpereffect is dat blijkens de uiting met de False Lash Wings mascara wordt bereikt. Als erkend is echter komen vast te staan dat het model voorzien is van insertwimpers, zodat het getoonde effect niet geheel aan de nieuwe mascara kan worden toegeschreven. Klaagster zegt duidelijk te hebben gezien dat de persoon bij wie de mascara wordt aangebracht, valse wimpers heeft en de Commissie acht het niet onaannemelijk dat meer mensen dit zullen hebben opgemerkt. Dit neemt echter de suggestie dat het geclaimde en getoonde “valse wimpereffect” resultaat kan worden bereikt door het enkele gebruik van de aangeprezen mascara, niet weg. De gemiddelde consument kan geacht worden te weten dat de lengte en het volume van wimpers mede bepalend zijn voor het met mascara te realiseren effect en hij/zij zal zich bewust zijn van het feit dat een zekere mate van overdrijving in reclame niet ongebruikelijk is. Van een toelaatbare overdrijving is in dit geval echter geen sprake, nu in deze uiting juist met betrekking tot deze mascara een uitzonderlijk effect wordt geclaimd, waarvan niet is gebleken dat dit met deze mascara alleen kan worden verwezenlijkt. Blijkens het voorgaande is de Commissie van oordeel dat in de reclame-uiting voor de gemiddelde consument onjuiste informatie wordt verstrekt ten aanzien van het van het gebruik van het product te verwachten resultaat als bedoeld in artikel 8.2 aanhef en onder b van de Nederlandse Reclame Code (NRC). Voorts is de Commissie van oordeel dat de gemiddelde consument hierdoor ertoe gebracht kan worden een besluit over een transactie te nemen, dat hij anders niet had genomen. Om die reden zijn de reclame-uitingen misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.

De beslissing
Op grond van het vorenstaande acht de Commissie de reclame-uiting in strijd met artikel 7 NRC en beveelt zij adverteerder, voor zo ver nodig, aan om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken.

RB 1872

Onduidelijke toelichting en vergelijking is misleidend

CvB RCC 30 juli 2013, dossiernr. 2013/00292 (Airwick Freshmatic)
Voornaamste kenmerken product. Onjuiste informatie. Aanbeveling. Bevestiging. Het betreft een televisiereclame voor het product Airwick Freshmatic. Bij de beelden van een vrouw die gebruik maakt van een aantal spuitbussen achter elkaar, om de lucht in haar huis te verfrissen, en van een Airwick Freshmatic, wordt onder meer gezegd: “Anders dan verfrissers die kunnen teleurstellen, zorgt Airwick Freshmatic voor een heerlijke frisse lucht om je heen” en “Bovendien gaat één navulling even lang mee als 55 verstuivers”. Intussen verschijnen achtereenvolgens de volgende teksten in beeld: “Airwick Freshmatic in laagste frequentie vs. 4 seconden verstuiving met 100% natuurlijke Airwick verstuiver” en “1 Freshmatic navulling = 55 luchtverfrisser verstuivers”.
 
De klacht - De mededeling dat een navulling Airwick Freshmatic even lang meegaat als 55 verstuivers is ongeloofwaardig en onjuist. Klager heeft zich miskocht aan het product, omdat hij “vrijwel maandelijks een nieuwe spuitbus nodig” heeft.

Het oordeel van de Commissie
In de bestreden televisiereclame wordt gezegd: “Bovendien gaat één navulling even lang mee als 55 verstuivers”, zonder dat duidelijk wordt toegelicht op welke verstuivers adverteerder hier het oog heeft, noch op welke wijze de betreffende vergelijking is gemaakt. Wat dit betreft kan niet worden volstaan met de gedurende slechts korte tijd en klein in beeld gebrachte tekst: “Airwick Freshmatic in laagste frequentie vs. 4 seconden verstuiving met 100% natuurlijke Airwick verstuiver”. Nog daargelaten dat niet is gesteld of gebleken dat uit onafhankelijk onderzoek volgt dat een navulling Airwick Freshmatic even lang meegaat als 55 verstuivers, acht de Commissie de reclame, gelet op het bovenstaande, voor de gemiddelde consument in elk geval onduidelijk ten aanzien van de voordelen van het product Airwick Freshmatic. Nu de gemiddelde consument er bovendien toe kan worden gebracht een besluit over een transactie te nemen dat hij anders niet had genomen, is de uiting misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC

De beslissing van de Reclame Code Commissie [22 mei 2013]
Op grond van het voorgaande acht de Commissie de reclame-uiting in strijd met artikel 7 NRC. Zij beveelt adverteerder aan om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken.

De beslissing van het College van Beroep [30 juli 2013]
Het College bevestigt de beslissing van de Commissie. (Zie overweging 1-7)