RB
DOSSIERS
Alle dossiers

Audiovisuele media  

RB 2036

Geen gevaar kopieergedrag jongeren door uiting BNN-presentratice waarin handrem in rijdende trein en auto wordt getrokken

RCC 6 januari 2014, dossiernr. 2013/00875 / A (BNN Talent Day)
Afwijzing klachten. Uiting om je aan te melden voor "BNN Talent Day". In de uiting trekt Nicolette Kluijver in een rijdende trein aan de handrem. Ook is Nicolette Kluijver zichtbaar als 9-jarige meisje in de auto naast haar vader, rijdend door het bos. Ook in de auto trekt Nicolette Kluijver aan de handrem, waarna de auto slipt. Klager acht gedraging dat jongeren in een trein aan handrem zouden trekken onverantwoord als die getoond werden in een uiting waarin orgaandonoren werden geworven en die door de Commissie met de NRC in strijd werd geoordeeld.

Commissie stelt eerst vast dat het een reclame-uiting in de zin van artikel 1 NRC betreft, evenals in haar uitspraak van van 31 mei 2002 (dossier 02.0262) betreffende een klacht tegen een vooraankondiging van het BNN-programma “De Nationale Humor Test”. Dit omdat de oproep tot deelname wervend van aard is. Weliswaar is het verboden en strafbaar om in de trein onnodig aan de noodrem te trekken en kan dit, evenals het trekken aan de handrem in een rijdende auto, een gevaarlijke situatie opleveren, maar dit betekent niet dat het tonen van voornoemde gedragingen in de onderhavige reclame-uiting in strijd is met de NRC.Voorwaarde om als BNN-presentator te worden aangenomen, is dat men net zoveel “lef” heeft als de presentatoren van “Try before you die” en wie in een presentator-schap van BNN geïnteresseerd is, wordt uitgenodigd zich aan te melden voor BNN Talent Day, teneinde te laten zien dat men over zodanig lef beschikt. Nu deze handelingen voor de gemiddelde kijker duidelijk aansluiten bij het karakter van BNN en de gewenste kwaliteiten van een BNN-presentator, is de Commissie van oordeel dat er geen reden is om voor navolging te vrezen en acht zij de grens van wat in het licht van de NRC toelaatbaar moet worden geacht, niet overschreden.De Commissie wijst beide klachten af.

RB 2030

Misleidende prijsvergelijking Lidl met Albert Heijn- Geen onafhankelijk onderzoek door VARA Kassa

Vz. RCC 6 januari 2014, dossiernr. 2013/00906 (Lidl)
Toegewezen. De in de reclamefolder van Lidl opgenomen prijsvergelijking met Albert Heijn misleidend in de zin van artikel 13 aanhef en onder a NRC. De bestreden uiting: “Onderzoek van VARA Kassa bevestigt: Prijzenoorlog AH haalt niets uit! Conclusie onderzoek: AH nog steeds het duurst. Boodschappen bij discounters als Lidl blijven het goedkoopst. Bron: Vara Kassa, september 2013”.
Hieronder worden twee kassabonnen getoond waarop het totaalbedrag van 27 artikelen bij Lidl € 43,38 bedraagt en het totaalbedrag van 27 artikelen bij Albert Heijn € 58,00. De conclusie luidt: “Lidl is € 14,52 goedkoper”.

Klacht: geen objectieve vergelijking Lidl eigen merkproducten versus Albert Heijn huismerk met uitsluiting van Euroshopper en AH Basic.

De voorzitter stelt allereerst vast dat het gaat om vergelijkende reclame in de zin van artikel 13 van de Nederlandse Reclame Code (NRC). Dit is enkel geoorloofd indien aan de voorwaarden zoals neergelegd in artikel 13 is voldaan. De eerste voorwaarde is dat vergelijkende reclame niet misleidend mag zijn. Hieraan voldoet de door Lidl gedane reclame uiting niet. De indruk wordt gewekt dat de op kassabonnen getoonde prijsvergelijking met Albert Heijn is uitgevoerd door VARA Kassa, terwijl het door Lidl zelf is gedaan. Om die reden is geen sprake van een prijsvergelijking die is uitgevoerd door een onafhankelijke partij. Derhalve is de uiting dubbelzinnig en onduidelijk ten aanzien van productkenmerken als bedoeld in aanhef en onder b van artikel 8.2 NRC. De uiting is dan ook misleidend en in strijd met artikel 13 aanhef en onder a NRC. Vergelijkende reclame is, wat de vergelijking betreft, geoorloofd indien aan de in artikel 13 NRC (onder a t/m h) genoemde voorwaarden is voldaan. De eerste voorwaarde luidt dat de vergelijking niet misleidend is in de zin van de NRC. Aan deze voorwaarde is naar het oordeel van de voorzitter niet voldaan, en hij overweegt daartoe het volgende. Voorzitter beveelt de Lidl om niet meer op zo een wijze reclame te maken.

RB 1997

Licht zwoele wijze stellen dat een tweede relatie past bij een gelukkig huwelijk

RCC 6 november 2013, dossiernr. 2013/00663 (SecondLove)
Bezwaar tegen terzijdelegging klacht. Het betreft een radioreclame waarin een vrouw zegt: “Ben jij gelukkig getrouwd? Ik ook. www.secondlove.nl”.

De klacht
Op licht zwoele wijze wordt gesteld dat een tweede relatie past bij een gelukkig huwelijk. Relatiedeskundigen zijn het er (voor het grootste deel wellicht) over eens dat er iets niet goed is in een relatie als een partner het buiten de deur gaat zoeken, en dat het buiten de deur zoeken tot grotere problemen zal leiden.
De bestreden uiting wekt de indruk dat het product Second Love hoort bij een gelukkig huwelijk. Dat is in strijd met de waarheid en misleidend.

De klacht komt voor behandeling in aanmerking; de beslissing van de Commissie in dossier 2012/00289 betreft een andere reclame-uiting en de beslissing in dossier 2013/00491 heeft betrekking op de criteria fatsoen en strijd met de wet, terwijl klager de uiting in strijd met de waarheid en misleidend acht.

Terzijdelegging van de klacht door de voorzitter De voorzitter heeft de klacht niet in behandeling genomen, omdat deze, naar zijn oordeel, niet zal leiden tot het doen van een aanbeveling. De voorzitter heeft daartoe onder meer overwogen dat uit de radiocommercial niet volgt dat voor iedereen zou gelden dat een “tweede relatie” hoort bij een gelukkig huwelijk, nog daargelaten dat de gemiddelde consument in staat moet worden geacht te onderkennen wat voor een soort dienst in de uiting wordt aangeprezen en of hij daarvan gebruik wenst te maken.

Bezwaar tegen terzijdelegging Deskundigen zijn het er in het algemeen over eens dat een tweede relatie niet past bij een gelukkig huwelijk en dat een dergelijke situatie eerder zal leiden tot problemen. Dat in de bestreden uiting niet wordt beweerd dat voor iedereen zou gelden dat een tweede relatie bij een gelukkig huwelijk past, doet hieraan niet af. De reclame is stellig, bevat geen nuancering van de gelegde koppeling en geeft aldus een vertekend en onjuist beeld.
Ten slotte kan de vraag of de luisteraar al dan niet onderkent wat voor soort dienst wordt aangeboden niet als maat worden genomen bij de beoordeling of de uiting feitelijk onjuist of misleidend is.
 
Het verweer

Klager geeft een geheel eigen invulling aan de tekst van de commercial. Hierdoor komt de klacht feitelijk neer op strijd met subjectieve fatsoensnormen. Voor zijn standpunt hieromtrent verwijst adverteerder naar zijn verweren in de dossiers 2012/00289/A en 2013/00491.

Het oordeel van de Commissie

In de bestreden uiting vraagt een vrouw de luisteraar of deze net als zij “gelukkig getrouwd” is en vestigt vervolgens de aandacht op de website www.secondlove.nl. Noch het feit dat noch de wijze waarop in de onderhavige reclame een verband wordt gelegd tussen een “gelukkig” huwelijk en de datingsite www.secondlove.nl leidt tot het oordeel dat de uiting misleidend en/of in strijd met de waarheid is.

In de uiting ligt niet de suggestie besloten dat een tweede relatie in het algemeen past bij een gelukkig huwelijk noch dat voor iedereen geldt dat men zich “gelukkig getrouwd” kan voelen, terwijl men daarnaast een tweede relatie aangaat via www.secondlove.nl, zonder dat dit tot problemen leidt. Naar het oordeel van de Commissie zal de gemiddelde consument de uiting op zijn merites weten te beoordelen, in die zin dat hij in staat is te bepalen of in zijn situatie “gelukkig getrouwd” zijn en gebruikmaken van de diensten van www.secondlove.nl goed samengaan.

Gelet op het bovenstaande wordt als volgt beslist.

De beslissing

De Commissie bevestigt de beslissing van de voorzitter en wijst de klacht af.

 

RB 1988

Adje's bedrijf De Zingende Decoupeerzaag krijgt schadevergoeding van verandabedrijf

Rechtbank Oost-Brabant 16 oktober 2013, ECLI:NL:RBOBR:2013:6239 (De Zingende Decoupeerzaag tegen Vervor)
Het productiebedrijf De Zingende Decoupeerzaag (DZD) van 'Adje' en verandabedrijf Vervor hebben een overeenkomst gesloten. Het ging hierbij om het maken van reclamespotjes. In het eerdere tussenvonnis (en eerder) heeft de rechtbank al overwogen dat Vervor een toerekenbare tekortkoming heeft gepleegd door het weigeren de overeenkomst uit te voeren en daardoor aansprakelijk is voor de als gevolg daarvan door DZD geleden schade. DZD vordert nu schadevergoeding.

DZD heeft haar vordering beperkt tot haar gemaakte kosten en haar misgelopen winst vermeerderd met 19% BTW. Zo heeft persoon A 4 dagdelen besteed aan het optreden in drie promotionele filmpjes ten behoeve van de veranda's van Vervor, voor het maken van foto's en het inspreken van een geluidsbandje voor een telefoonlijn. DZD heeft het tarief per dagdeel gesteld op € 4.500,00 met als onderbouwing facturen aan andere opdrachtgevers. De aan andere opdrachtgevers in rekening gebrachte bedragen bestaan uit gemaakte kosten vermeerderd met winst. De rechtbank wijst de vorderingen toe zonder vermeerderingen van de BTW. Bij andere opdrachtgevers betaalde DZD de BTW van het tarief per dagdeel.

Beoordeling

2.4 DZD heeft gesteld dat uitgegaan moet worden van een tarief per dagdeel van € 4.500,00 voor [persoon A]; zij heeft ter onderbouwing hiervan een aantal van haar facturen aan andere opdrachtgevers in het geding gebracht. Vervor heeft dit weersproken in die zin dat de vergoedingen van andere opdrachtgevers niet kunnen worden vergeleken met de overeenkomst tussen partijen, omdat in die laatste voor [persoon A] een deel variabele vergoeding (in de vorm van een vergoeding per verkochte veranda) was voorzien en voor de andere opdrachtgevers een vaste vergoeding gold. De rechtbank verwerpt dit verweer. De aan andere opdrachtgevers in rekening gebrachte bedragen bestaan uit gemaakte kosten vermeerderd met winst. Had Vervor de overeenkomst onberispelijk nagekomen, dan had DZD - buiten een eventuele winstcomponent die naast een vergoeding voor de gemaakte kosten zat besloten in de initiële factuur van € 18.000,00 - ook winst gemaakt, of in ieder geval kunnen maken middels de variabele vergoeding. De hoogte van die potentiële winst is niet langer vast te stellen en dat is veroorzaakt door de wanprestatie van Vervor. Vervor heeft ook niet gesteld, noch is anderszins gebleken, dat DZD in geval de overeenkomst was nagekomen veel minder winst zou (hebben) kunnen maken op de inzet van [persoon A] in vergelijking met andere opdrachtgevers. De rechtbank begroot gelet hierop deze winstcomponent dan ook op de winstcomponent die zit besloten in de vaste vergoedingen die DZD aan andere opdrachtgevers in rekening brengt. De hoogte van het door DZD gestelde bedrag (€ 4.500 per dagdeel) heeft Vervor voor het overige niet gemotiveerd betwist, zodat de rechtbank als schadevergoeding voor gemaakte kosten en misgelopen winst (4 x € 4.500,00 =) € 18.000,00 zal vaststellen zoals gevorderd.

RB 1984

De hypotheker had associaties met dierenmishandeling niet beoogd

Vz. RCC 16 oktober 2013, dossiernr. 2013/00702 (De Hypotheker)
Voorzittersafwijzing. Het betreft een televisiecommercial van adverteerder waarin onder meer een fragment van een jongeman met een pony is te zien.
De klacht - Mede gelet op recente voorbeelden van mishandeling van pony’s, is het fragment van een volwassen man met een kleine pony zeer onpasselijk.

Het oordeel van de voorzitter
De Voorzitter vat de klacht aldus op dat klaagster de televisiecommercial in strijd met de goede smaak en/of het fatsoen acht als bedoeld in de artikel 2 van de Nederlandse Reclame Code (NRC). Bij de beantwoording van de vraag of een reclame-uiting in strijd is met deze criteria stelt de Commissie zich terughoudend op, gezien het subjectieve karakter daarvan.

Met inachtneming van deze terughoudendheid is de Voorzitter van oordeel dat in de onderhavige uiting de grenzen van het toelaatbare niet zijn overschreden.

In de televisiecommercial wordt op duidelijk overdreven en humoristisch bedoelde wijze tot uitdrukking gebracht dat het gezin te groot is geworden voor het huidige huis, de tuin en de huisdieren. Voor zover dit wordt uitgebeeld in het fragment van een jongeman en een pony, blijkt dat de jongeman niet op de pony zit, maar in feite op de grond staat terwijl de pony loopt. De Voorzitter is van oordeel dat dit niet als dierenkwelling of mishandeling kan worden gezien. Voor zover de commercial associaties oproept met dierenmishandeling is dit onmiskenbaar niet door de adverteerder beoogt. De klacht dient op grond van het voorgaande te worden afgewezen.

De beslissing van de voorzitter
Op grond van het hierboven overwogene wijst de voorzitter de klacht af.

RB 1982

Geen BTW is niet 21% maar 18% korting en dus misleidend

Vz. RCC 21 oktober 2013, dossier 2013/00620 en 2013/00772 (BTW-korting)
Voorzitterstoewijzing. Het betreft de televisiereclame voor de ‘deze week geen BTW-actie’ ofwel “BTW Vrij Markt-actie” van adverteerder. In de televisiecommercial wordt onder meer gezegd: “deze week betaal je bij Praxis geen BTW op heel veel producten”. De tekst “geen BTW” verschijnt ook in beeld bij het noemen en tonen van verschillende productgroepen waarop deze actie van toepassing is, waarbij onder in beeld de tekst verschijnt: “zie praxis.nl voor de actievoorwaarden”.
De klacht - In de commercial wordt gesuggereerd dat men 21% korting krijgt bij adverteerder. Bij de kassa blijkt de korting echter op grond van de door adverteerder gehanteerde rekenmethode 18% te zijn. Klager acht de reclame op grond van het voorgaande misleidend.

Het oordeel van de voorzitter
1) De voorzitter is van oordeel dat de klacht de Commissie aanleiding zal geven een aanbeveling te doen, en overweegt daartoe het volgende.

2) In de commercials wordt uitdrukkelijk gezegd: “deze week betaal je bij Praxis geen BTW op heel veel producten”. De gemiddelde consument, die geacht kan worden op de hoogte zijn van het feit dat in de koopprijs van het product BTW is inbegrepen, zal naar het oordeel van de voorzitter deze mededelingen aldus opvatten, dat in het kader van bedoelde actie de prijzen worden verlaagd, en wel met hetzelfde percentage als de BTW. In feite zal de consument derhalve de onderhavige actie opvatten als een 21% kortingsactie. Van de gemiddelde consument kan niet worden verwacht dat hij weet dat het onjuist is in verband met de actie 21% korting te berekenen over het bedrag inclusief BTW. Indien men het bedrag inclusief BTW op juiste wijze wil terugrekenen naar het bedrag exclusief BTW, dient immers het bedrag inclusief BTW te worden verminderd met een rekenpercentage van 17,35%.

3) Het voorgaande impliceert dat de consument moet worden geïnformeerd over de wijze waarop de actie moet worden uitgelegd om te voorkomen dat bij hem onjuiste verwachtingen worden gewekt omtrent het voordeel waarop hij op grond van de actie recht heeft. Deze infor-matie is essentieel in de zin van artikel 8.3 aanhef en onder c NRC. Het gaat immers om de hoogte van het voordeel en daarmee om de prijs die de consument uiteindelijk dient te betalen. Nu in de uiting dergelijke informatie ontbreekt, is sprake van een omissie als bedoeld in artikel 8.3 aanhef en onder c NRC. Voorts is de voorzitter van oordeel dat de gemiddelde consument hierdoor ertoe gebracht zou kunnen worden een besluit over een transactie te nemen, dat hij anders niet zou hebben genomen. Om die reden is de uiting misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC. De enkele verwijzing in de uiting naar de actievoorwaarden leidt niet tot een ander oordeel. Voor essentiële informatie kan immers niet worden volstaan met een enkele verwijzing naar voorwaarden die elders kunnen worden geraadpleegd.

De beslissing van de voorzitter
De voorzitter acht de bestreden reclame-uitingen in strijd met het bepaalde in artikel 7 NRC.
Hij beveelt adverteerder aan om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken.
Regeling:    NRC (nieuw) art. 7
NRc (nieuw) art. 8.3 onder c.

RB 1962

Reclame in de vorm van pornografische dvd is in strijd met eisen van goede smaak en fatsoen

RCC 15 oktober 2013, dossiernr. 2013/00646(pornografische DVD)
Het betreft een aan klager toegestuurde DVD.
De klacht- Klager maakt -kort samengevat- bezwaar tegen het feit dat hem deze pornografische DVD ongevraagd is toegestuurd. Klager acht het verachtelijk dat een dergelijke uiting ongevraagd wordt toegestuurd. Klager heeft twee jonge kinderen en deze hadden de enveloppe met voor hen ongeschikte afbeeldingen kunnen openen. Voorts ziet klager in de op de DVD staande tekst “Unsubscribe from this disc call 0844 096 1055” een poging om software op zijn pc te plaatsen of om bankgegevens te bemachtigen.

Het oordeel van de Commissie
De klacht richt zich tegen een reclame-uiting die in Engeland openbaar is gemaakt maar waarvan de adverteerder in Nederland is gevestigd. Aldus is sprake van een grensoverschrijdende reclame-uiting, waarover de Commissie bevoegd is te oordelen.

De Commissie vat klagers bezwaar aldus op dat hij van oordeel is dat adverteerder in strijd met de eisen van goede smaak en fatsoen reclame heeft gemaakt door klager de onderhavige uiting ongevraagd toe te sturen.

Bij de beoordeling van de vraag of een reclame-uiting in strijd is met eerdergenoemde criteria stelt de Commissie zich terughoudend op, gezien het subjectieve karakter daarvan. Met inachtneming van eerdergenoemde terughoudendheid is de Commissie van oordeel dat door adverteerder de grens van het toelaatbare is overschreden.

Zij overweegt daartoe dat de uiting die, naar klager stelt, hem ongevraagd is toegestuurd, seksueel prikkelende afbeeldingen bevat. Nu klager onverhoeds met deze afbeeldingen is geconfronteerd, heeft adverteerder in strijd met de goede smaak en het fatsoen en derhalve in strijd met de artikel 2 van de Nederlandse Reclame Code (NRC) reclame gemaakt.

 

Klager heeft met betrekking tot de op de DVD staande tekst “Unsubscribe from this disc call 0844 096 1055”, verschillende vermoedens geuit, doch nu van enige grondslag voor de juistheid van deze vermoedens niet is gebleken, acht de Commissie dit onderdeel van de klacht ongegrond.

 

De beslissing
Op grond van het vorenstaande acht de Commissie de uiting in strijd met artikel 2 NRC en beveelt zij adverteerder aan om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken.
Voor het overige wijst zij de klacht af.
Regeling: NRC (nieuw) art. 2 (goede smaak en fatsoen)

 

RB 1956

Spotje donorweek is in strijd met de goede smaak en nodeloos kwetsend

RCC 17 oktober 2013, dossiernr. 2013/00784D (Donorweek)
Vrijblijvend advies met ALERT. Het betreft een in de zendtijd van de Rijksoverheid uitgezonden televisiespot in het kader van de Donorweek 2013. In de spot is te zien hoe een op een landweg joggende man een spoorwegovergang nadert. Terwijl de rode overweglichten knipperen, de bel rinkelt, de slagbomen zich sluiten en met hoge snelheid een trein die toetert nadert, neemt hij een sprintje om nog net voor de trein langs de spoorweg over te steken. (...)
De klacht - Te zien is dat de triatleet, terwijl de spoorbomen naar beneden gaan en de lichten knipperen en de trein vervolgens toetert, snel onder de spoorbomen door rent, vlak voor de trein langs. Het spotje geeft een zeer slecht voorbeeld, door te suggereren dat als je maar hard genoeg rent, je nog net voor de trein langs kunt lopen. Dit gedrag moet juist worden voorkomen, omdat die inschatting heel vaak verkeerd afloopt. Dit leidt elk jaar tot veel ongevallen, met doden en zwaargewonden tot gevolg. Veel machinisten zullen gaan remmen om een aanrijding te voorkomen, maar het kan ook leiden tot gezondheidsklachten zoals posttraumatische stressstoornis, waardoor de machinist op de lange duur zijn/haar werk niet meer kan doen. 

Vervolg spot
Vervolgens rijdt de man op een racefiets door Amsterdam. Bij het naderen van een brug slalomt hij tussen wachtende auto’s door, negeert de bel ten teken dat de brug opengaat, en rijdt hij hard door. Omdat de brug dan al een stukje open is, komt hij met een sprongetje op het wegdek aan de andere kant terecht. Bij het passeren van een terras, roept één van de bezoekers hem toe: “Denk aan je hart!”, waarop de man glimlacht. Tenslotte rijdt hij met zijn fiets het water van het IJ in. Terwijl hij naar de overkant zwemt, wordt gezegd: “14 tot en met 20 oktober is het weer donorweek. Dan vragen we allemaal een ander om ook donor te worden”. Als de zwemmer de overkant heeft bereikt en het water heeft verlaten, zegt hij: “Ik ben [naam], triatleet met een donorhart. Ben jij al donor?” In beeld verschijnt de tekst: “JaofNee.nl”.

Het oordeel van de Commissie
In de bestreden spot, die deel uitmaakt van de overheidscampagne om donoren te werven, is een jonge man te zien, welke man - naar pas aan het eind van de spot blijkt - een donorhart heeft. Hij is bezig met een triatlon. Daarbij steekt hij vlak voor een aanstormende trein die toetert een spoorwegovergang over en rijdt hij op een racefiets over een brug die al opengaat. Blijkens het verweer is gekozen voor deze “risicovolle beelden” en een “spannend en prikkelend filmpje” om zoveel mogelijk - ook jonge - mensen aan te spreken en meer donorregistraties te verkrijgen. De Commissie is echter van oordeel dat de uiting - wat er zij van de goede intenties van zowel de campagne als de in de spot optredende triatleet - door de bovenbeschreven beelden in strijd is met de goede smaak en nodeloos kwetsend is als bedoeld in de artikelen 2 en 4 van de Nederlandse Reclame Code (NRC). De Commissie overweegt daartoe het volgende.

Strijd met de goede smaak acht de Commissie aanwezig nu van de spot de suggestie uitgaat dat het “risicovolle” gedrag van de triatleet stoer is en een mens het uiterste uit zijn leven haalt als hij risico’s, die zijn leven in gevaar brengen, neemt.

Nodeloos kwetsend acht de Commissie de spot omdat zij, anders dan verweerder, van oordeel is dat de getoonde beelden niet als fictieve situaties herkenbaar zijn, maar dat sprake is van realistisch aandoende situaties. Het nog net voor een naderende trein oversteken, komt immers vaker voor en daartegen wordt ook regelmatig door de overheid gewaarschuwd. Daar waar de atleet de spoorwegovergang oversteekt op het moment dat de slagbomen sluiten en een trein met hoge snelheid nadert, wordt - ook door de geluiden - op realistische wijze een levensgevaarlijke situatie getoond. Het is algemeen bekend dat dergelijke situaties een schrikbeeld kunnen zijn voor veel machinisten en dat de beelden zowel bij hen als ook bij andere groeperingen in de samenleving die betrokken zijn (geweest) bij ongelukken op het spoor een schokeffect teweeg kunnen brengen. Van de overheid had verwacht mogen worden dat zij met dergelijke gevoelens rekening had gehouden. Gelet op het voorgaande acht de Commissie de uiting nodeloos kwetsend.

In de ernst van de overtreding van de NRC ziet de Commissie aanleiding om gebruik te maken van de haar in artikel 18 lid 4 van het Reglement betreffende de Reclame Code Commissie en het College van Beroep gegeven bevoegdheid om de uitspraak als Alert te verspreiden en aldus onder de aandacht te brengen van een breed publiek.

De beslissing
Gelet op het vorenstaande acht de Commissie de reclame-uiting in strijd met de artikelen 2 en 4 NRC. Zij geeft verweerder, die in dit geval reclame voor denkbeelden maakt, een zogenaamd vrijblijvend advies om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken.

Voorts heeft de Commissie besloten om de uitspraak onder de aandacht van een breed publiek te brengen als bedoeld in artikel 18 lid 4 van het Reglement betreffende de Reclame Code Commissie en het College van Beroep.

Regeling:    NRC (nieuw) art. 4

NRC (nieuw) art. 2 (goede smaak en fatsoen)

RB 1951

Er wordt niet meer gezegd dan dat er voordelen zijn bij verzekeren via de bank

RCC 1 oktober 2013, dossiernr. 2013/00654 en RCC 1 oktober 2013, dossiernr. 2013/00654A (ABN AMRO)
Afwijzing. Het betreft een televisiereclame waarin adverteerder zijn verzekeringen aanprijst. Daarin wordt getoond dat een man en een vrouw in Lapland aan het kamperen zijn. Wanneer zij, na een wandeling te hebben gemaakt, terugkomen bij hun tent, blijkt deze door twee elanden vernield te zijn. In de uiting wordt onder meer het volgende gezegd:
Man “Gelukkig zijn we verzekerd!
Vrouw Nee, joh, dat vergoeden ze nooit.
Man Ik heb ze toch maar even gebeld en ze hebben direct uitbetaald. Kon gelijk een nieuwe kopen”.
De voice over luidt: “Verzekerd zijn via uw bank heeft zo zijn voordelen. Dat is verzekeren anno nu. ABN AMRO, de bank anno nu”

De klacht - Klaagster acht de in de uiting geschetste situatie niet realistisch. In werkelijkheid wordt schade niet afgewikkeld op de wijze als in de uiting wordt voorgesteld.

Het oordeel van de Commissie
Klaagster veronderstelt dat de in de uiting getoonde schade(melding) door adverteerder in werkelijkheid niet wordt afgewikkeld op de door adverteerder in de uiting beschreven wijze. Adverteerder stelt evenwel dat de schade die geleden is in het in de uiting getoonde geval, wel degelijk wordt afgewikkeld op de wijze als in de uiting gesteld en niet is gebleken dat dit niet het geval is.

In de uiting gaat het om een niet alledaagse situatie en het feit dat adverteerder in die situatie het schadebedrag direct op de rekening van de gedupeerden overmaakt, rechtvaardigt niet de conclusie dat in zijn algemeenheid schademeldingen aldus worden afgewikkeld. Ook wordt in de uiting niet gesuggereerd dat bij iedere schademelding direct wordt uitgekeerd. In de uiting wordt niet meer gezegd dan dat er voordelen zijn bij verzekeren via de bank. De gang van zaken in het getoonde geval bevestigt dit.
Gelet op het vorenstaande acht de Commissie de klacht ongegrond.

De beslissing
De Commissie wijst de klacht af.

RB 1946

Geen korting op extra goedkope artikelen

RCC 7 oktober 2013, dossiernr. 2013/00650 en RCC 7 oktober 2013 dossier. 2013/00650A
Aanbeveling, misleiding. Het betreft adverteerders reclamefolder nr. 32 waarin bij de aanprijzing van tuinschermen onder het kopje “alléén op zaterdag 10 augustus” onder meer staat “op alle tuinschermen 40% korting”.
   
De klacht - Toen klaagster op 10 augustus met 6 tuinschermen ad € 29,95 bij de kassa stond, bleek dat op deze tuinschermen geen korting werd gegeven, omdat deze schermen al zo goedkoop waren. In de folder waren de tuinschermen voorzien van de prijsvermelding van € 27,95 voor € 16,77.
Nu dit niet uit de uiting blijkt, acht klaagster deze misleidend.

Het oordeel van de Commissie
Adverteerder heeft erkend dat, anders dan in de uiting wordt gesteld, niet op alle tuinschermen 40% korting wordt gegeven. “Extra goedkoop artikelen” zijn, naar adverteerder laat weten, van kortingsacties uitgesloten. Klaagster kocht kennelijk een tuinscherm dat behoort tot de categorie “Extra Goedkoop artikel”, zodat de korting daarop niet van toepassing was. Het vorenstaande blijkt echter niet uit de reclame-uiting, hoewel dit essentiële informatie betreft die de gemiddelde consument nodig heeft om een geïnformeerd besluit over een transactie te kunnen nemen en die daarom in de uiting moet worden vermeld. De enkele vermelding in de “kleine lettertjes” op de achterpagina van de folder dat “Extra Goedkoop artikelen” van de kortingsacties zijn uitgesloten, acht de Commissie onvoldoende.

Voorts acht de Commissie het feit dat geen korting wordt gegeven op zogenaamde “Extra Goedkoop artikelen” niet van algemene bekendheid.

Blijkens het bovenstaande is de Commissie van oordeel dat in de uiting sprake is van het op onduidelijke wijze vermelden van essentiële informatie als bedoeld in artikel 8.3 aanhef en onder c van de Nederlandse Reclame Code (NRC). Nu de gemiddelde consument hierdoor ertoe kan worden gebracht een besluit over een transactie te nemen dat hij anders niet had genomen, acht de Commissie de uiting misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.

De beslissing

Op grond van het vorenstaande acht de Commissie de reclame-uiting in strijd met artikel 7 NRC en beveelt hij adverteerder aan om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken.

Regeling:    NRC (nieuw) art. 7
NRc (nieuw) art. 8.3 onder c.
Zie ook RCC 7 oktober 2013, dossiernr. 2013/00651 (Cetabever buitenbeits)
en RCC 7 oktober 2013, dossiernr.2013/00645 (Histor Perfect Finish Lakverf)