RB
DOSSIERS
Alle dossiers

Pers/printmedia  

RB 974

iPad voor iedere kandidaat?

CVB 8 juni 2011, Dossiernrs. 2011/00183 en 2011/00183A (Vriendenloterij)

Reclamerecht. Aan klagers gerichte brief over Vriendenloterij Holland's Next Millionaire. Klagers stellen bij uitzending van programma te zijn geweest maar dat er geen iPad klaar lag voor hen en hun vijf vrienden, zoals beloofd in brief. Verweerder geeft aan dat uiting los staat van andere uitnodiging die klagers hebben gekregen om opnamedag op 14 februari bij te wonen.

Commissie oordeelt dat er sprake is van een omissie (art. 8.2 aanhef en onder c NRC) omdat in uiting niet wordt vermeld dat het uitsluitend gaat om deelnemers van de finale-aflevering. Strijd met art. 7 NRC en doet aanbeveling.
Grieven: Aflevering waaraan klagers deelnamen werd al voor einde actie van de uiting opgenomen, zij kunnen dus daaruit afleiden dat actie geen betrekking had op de door hen bijgewoonde aflevering. Extra lot moet geactiveerd worden bij deelname aan actie, wat klagers niet gedaan hebben.

CVB: samenloop van uitnodiging voor deelname aan uitzending en uiting voor deelname aan finale-aflevering is verwarrend voor consument, mede door ontbreken opnamedatum op uiting en vermelding van "mooi studiocadeau" in de eerdere uitnodiging. Echter niet aannemelijk dat mensen hierdoor extra loten zouden activeren voor de uitzending van 14 februari. In tegenstelling tot Commissie oordeelt de CVB dat er geen strijd is met art. 7 NRC en geen sprake is van een omissie (art. 8.3 aanhef en onder c NRC). Vriendenloterij heeft wel verwijtbaar gehandeld door mailing te zenden die verwarring veroorzaakt bij de consument. Hierdoor is vertrouwen in reclame geschaad (art. 5 NRC). CVB bevestigt aanbeveling met wijziging van de gronden: strijd met art. 5 NRC i.p.v. art. 7 NRC.

 2011/00183 en 2011/00183A5. Wel is het College van oordeel dat de Vriendenloterij verwijtbaar heeft gehan­deld door een mailing te verzenden die bij de consument verwarring veroorzaakt. De Vriendenloterij had deze verwarring kunnen voorkomen door degenen die reeds voor een opname waren uitgenodigd niet de onderhavige uiting te zenden dan wel duidelijker daarin te verwoorden dat uitsluitend degenen die een studioplaats win­nen voor de opname van - specifiek - aflevering 8 van het programma “Holland’s Next Millionai­re”, een iPad ontvangen, zo mogelijk onder vermelding van de datum van de opname van die afle­ve­ring. Door op dit punt onvoldoende maatregelen te nemen, heeft de Vriendenlote­rij het vertrou­wen in reclame ge­schaad. Reclame mag er immers niet toe leiden dat de consu­ment in gerechtvaardigde verwachtingen wordt teleurge­steld. Deze situatie doet zich in het onderhavige geval voor. Geïn­timeerde kon op grond van de samenloop van uitnodigingen en uiting menen dat hij na de televisie­opname waarvoor hij was uitgenodigd, een iPad zou ontvangen. Zijn standpunt dat de Vriendenloterij zijn belofte dient waar te maken, kan als een be­roep op artikel 5 NRC worden beschouwd. De Commissie had op grond van het voorgaande de klacht op deze grond dienen toe te wijzen.

Lees de gehele uitspraak 2011/00183 hier (link / pdf)
Lees de gehele uitspraak 2011/00183A hier (link / pdf)
Regeling: NRC art. 5, art. 7, art. 8.3 aanhef en onder c

RB 973

Vriendenloterij vergat updates Postfilter te checken

Vzr. RCC 26 mei 2011, Dossiernr. 2011/00266 (Postfilter)

Reclamerecht. Aan klager geadresseerde mailing van Vriendenloterij. Klager stelt dat hij zich bij Postfilter heeft ingeschreven maar toch mailing van Vriendenloterij heeft ontvangen. Verweerder stelt dat hij heeft nagelaten de updates van Postfilter te checken alvorens mailing te versturen. Zal voortaan wekelijks Postfilter checken.

Voorzitter is van oordeel dat Commissie klacht zal toewijzen. Op grond van art. 5.2 Code Postfilter moet Post Register altijd worden geraadpleegd alvorens post te versturen, binnen periode van 6 weken voor feitelijke verzending (art. 5.3 Code Postfilter). Dit is niet gebeurd dus strijd met genoemde artikelen. Doet aanbeveling.

De Code Postfilter is in werking getreden op 1 januari 2011. Adverteerder heeft de bewuste mailing blijkbaar eind januari 2011 verzonden. Op dat moment diende adverteerder de bepa­lingen in de Code Postfilter – die immers reeds in werking was getreden - in acht te nemen.

Op grond van artikel 5.2 van de Code Postfilter dient een adverteerder, voordat hij een adressenbestand met personen wil gebruiken voor het verzenden van Direct Mail, altijd het Post Register te raadplegen. Deze raadpleging dient op grond van artikel 5.3 van de Code Postfilter plaats te vinden binnen een periode van maximaal zes weken voor het feitelijk toesturen van Direct Mail.

Nu adverteerder de bewuste mailing eind januari 2011 aan klager heeft verzonden en niet is gesteld of gebleken dat adverteerder binnen een periode van maximaal zes weken voor het feitelijk toesturen van de mailing de op dat moment actuele inhoud van het Post Register heeft geraadpleegd, heeft adverteerder in strijd gehandeld met de genoemde bepalingen van de Code Postfilter.

Lees de gehele uitspraak hier (link / pdf)
Regeling: Code Postfilter art. 5.2; art. 5.3
Lees hier eerdere uitspraak over de Vriendenloterij: RB 758

RB 968

300 euro korting tenzij adres met glasvezelverbinding

VzRCC 12 mei 2011, Dossiernr. 2011/00304 (KPN)

Reclamerecht. Folder van KPN gedeponeerd in brievenbus klager met o.a. de tekst '300 euro korting op Sony Full HD LCD-TV bij Alles-in-één Pakket'. Klager stelt dat bij bestelling in winkel bleek dat actie niet voor adressen met glasvezelverbinding geldt. Verweerder stelt dat deze beperking in actievoorwaarden staat vermeld. Klager heeft geen gebruik gemaakt van coulance regeling.

Voorzitter oordeelt dat Commissie klacht zal toewijzen. Beperkende voorwaarde blijkt niet uit folder. Niet voldoende dat beperking in actievoorwaarden, op website en in winkel wordt vermeld. Sprake van omissie (art. 8.3 aanhef en onder c NRC) dus in strijd met art. 7 NRC. Doet aanbeveling.

Naar het oordeel van de voorzitter had deze voorwaarde uit de folder dienen te blijken. De gemiddelde consument zal er immers niet op bedacht zijn dat het hebben van een glas­ve­zelver­binding meebrengt dat men geen gebruik kan maken van de onderhavige actie. Het feit dat deze informatie blijkbaar wel in de actievoorwaarden en op de website van adverteer­der staat en in de winkel wordt meegedeeld, neemt de misleiding die het gevolg is van het ontbreken van deze infor­ma­tie in de folder niet weg, ook niet voor zover in dit verband in de folder naar de website van adverteerder of naar de verkoper wordt verwezen. Het gaat naar het oordeel van de voor­zitter om essen­tiële infor­ma­tie die de consument nodig heeft om een geïnformeerd be­sluit over de transactie te ne­men. Dergelijke informatie dient tijdig, dat wil zeggen reeds in de reclame-uiting, te wor­den vermeld.

Lees de gehele uitspraak hier (link / pdf)
Regeling: NRC art. 7, art. 8.3 aanhef en onder c

RB 966

Woensdag, aankomstdag?

RCC 24 mei 2011, Dossiernr. 2011/00306 (Center Parcs)

Reclamerecht. Aan klager gezonden brief met aanbieding van Center Parcs. Klager vindt uiting misleidend nu gewenste aankomstdatum niet mogelijk is en deze datum niet is uitgesloten van actie. Verweerder stelt dat in actievoorwaarden staat dat actie geldt voor weekend- of midweekverblijf. Aanvangsdagen zijn: vrijdag (weekend) of maandag (midweek). Gewenste datum van klager is op woensdag en dit is geen aankomstdag. Klager is regelmatige gast dus aanvangsdagen moeten bij hem bekend zijn.

Commissie acht uit brief voldoende duidelijk dat aanvangsdag op woensdag niet mogelijk is. Wijst klacht af.

In de bestreden brief zijn de voorwaarden voor de actie van 50% korting op een volgend verblijf opgenomen. Als een van de actievoorwaarden is vermeld, dat de korting alleen geldig is voor een weekend- of midweekverblijf. Hierdoor is naar het oordeel van de Commissie voor de geadresseerden van de brief - bestaande klanten van adverteerder die onlangs in één van de parken van Center Parcs hebben verbleven - voldoende duidelijk dat een verblijf met aankomst op een woensdag niet mogelijk is, nu voor alle boekingen bij Center Parcs geldt dat een weekendverblijf aanvangt op vrijdag en een midweekverblijf op maandag.

Lees de gehele uitspraak hier (link / pdf)

RB 961

"Nr. 1 van de regio" niet misleidend

Vzr. RCC 12 mei 2011, Dossiernr. 2011/00300 (De Intake)

Reclamerecht. Advertentie in maandblad met tekst "Al jaren de nr. 1 van de regio in permanent make-up." Klager vindt dat er sprake is van misleiding, geen onderzoek als bewijs tekst.
Voorzitter is van mening dat Commissie klacht zal afwijzen. Voor gemiddelde consument voldoende duidelijk dat tekst mening van adverteerder weergeeft. Sprake van gebruikelijke en toelaatbare overdrijving. Wijst klacht af.

Ten aanzien van de inhoudelijke beoordeling van de klacht is de voorzitter van oordeel dat de Commissie de klacht zal afwijzen. Hij overweegt daartoe het volgende.
Adverteerder presenteert zich als de �NR 1 van de regio in permanent make-up�. Voor de gemiddelde consument zal duidelijk zijn dat deze mededeling niet bedoelt te verwijzen naar (onafhankelijk) onderzoek, maar slechts de persoonlijke visie van adverteerder weergeeft over de status van zijn onderneming binnen de regio. Nu voorts sprake is van in reclame niet ongebruikelijke en toelaatbare overdrijving, is van misleiding geen sprake.

Lees de gehele uitspraak hier (link /pdf)

RB 958

Advertentie Wereld Inruil Weken Toyota voldoende duidelijk

RCC 16 maart 2011, Dossiernr. 2011/00028 (Toyota Aygo)

Reclamerecht. Advertentie in krant over Toyota Aygo vanaf 7.250 euro tijdens Wereld Inruil Weken. Klager vindt uiting verwarrend, de auto is niet vanaf 7.250 euro, alleen als je zelf auto inruilt. Verweerder stelt dat uit de advertentie duidelijk blijkt dat het gaat om inruilactie en er geen strijd is met NRC.

Commissie oordeelt dat advertentie voldoende duidelijk maakt dat er sprake is van inruilactie. Geen sprake van misleiding. Wijst klacht af.

De Commissie acht het, reeds uit de titel van de advertentie, voldoende duidelijk dat sprake is van een inruilactie. Uit de tekst onder de afbeelding blijkt duidelijk dat men standaard
€ 1.000,- extra inruilwaarde op een auto krijgt en dat daardoor de Aygo verkrijgbaar is vanaf € 7.250,-.

Gelet op het voorgaande is naar het oordeel van de Commissie geen sprake van misleiding op de door klaagster genoemde punten.

Lees de gehele uitspraak hier (link / pdf)

RB 957

Klacht over Wake-up Light gebaseerd op oud formulier, dus ongegrond

RCC 21 maart 2011, Dossiernr. 2011/00030 (Philips Wake-up Light)

Reclamerecht. Uiting op website en in magazine over Wake-up Light met 30-dagen-op-proef garantie. Klager vindt uitingen bedrieglijk, want genoemde modellen zijn nergens meer te koop. Verweerder bestrijdt klacht, geeft aan dat getoonde model wel te koop is via diverse kanalen. Volgens verweerder verwijst klager naar oud formulier van eerdere actie, waarvan genoemde modellen nu niet meer te koop zijn.

Commissie stelt vast dat klacht is gebaseerd op oud formulier. Verweerder heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat modellen van huidige actie normaal verkrijgbaar zijn. Oordeelt dat klacht ongegrond is en wijst deze daarom af.

De Commissie stelt vast dat het formulier waarop de klacht is gebaseerd en dat bij die klacht is overgelegd betrekking heeft op een “Niet goed? Geld terug” actie, geldig voor aankopen in de periode 1 september 2008 tot en met 31 januari 2010 en voor de modellen Philips Wake-up Light HF3475 en HF3476.

Adverteerder heeft niet althans onvoldoende weersproken meegedeeld dat de thans bestreden uitingen betrekking hebben op een andere actie, voor een ander model Wake-up Light, te weten model HF3485 en dat dit model momenteel zowel bij Philips als bij anderen te koop is.

Gelet op het bovenstaande acht de Commissie de klacht ongegrond.

Dat klager het formulier betreffende de begin 2010 verlopen actie kennelijk in december 2010 nog heeft aangetroffen op de website van Philips, betekent niet dat de thans bestreden uitingen in strijd zijn met de Nederlandse Reclame Code.

Lees de gehele uitspraak hier (link / pdf)

RB 956

BankGiro Loterij Card mailing voldoende duidelijk

RCC 21 maart 2011, Dossiernrs. 2011/00004 en 2011/00004A (BankGiro Loterij)

Reclamerecht. Een aan klager geadresseerde brief van de BankGiro Loterij (BGL) met een "card" die nog geactiveerd moet worden. Klager 1 acht brief misleidend nu logo ING wordt gebruikt en het lijkt alsof het om creditcard gaat. Na activering blijkt dat het om deelname aan loterij gaat. Klager 2 stoort zich eraan dat zijn gegevens op card vermeld staan en onbevoegden hier misbruik van kunnen maken. Verweerder stelt dat brief voldoende duidelijk maakt dat het om deelname aan BGL gaat en verwijst naar eerdere uitspraken (2010/00481 en 2010/00620B). "Card" is geen officieel betaalmiddel dus misbruik niet mogelijk.

Commissie acht brief voldoende duidelijk dat het gaat om deelname BGL. Acht klacht 2 onvoldoende specifiek. Wijst klachten af.

2011/00004. De Commissie heeft kennis genomen van de originele door klager overgelegde uiting.
Weliswaar kan de uiting in eerste instantie, gezien de daarop geplakte card en tekstgedeelten als “BankGiroLoterij”, “eerste storting voor u”, “BankGiro card” en de verwijzing naar uitbetaling door ING, inclusief het logo van ING, de gedachte doen postvatten dat het een uiting van een bankinstelling betreft, maar bij lezing van de gehele uiting, daaronder begrepen de achterzijde van de brief met de aanhef: “Hoe het werkt”, acht de Commissie het voor de gemiddelde consument voldoende duidelijk dat het gaat om een aanbod van een loterij, te weten de BankGiro Loterij.

2011/00004A. 3. Klagers bezwaar betreffende de vermelding van gegevens op de card acht de Commissie onvoldoende specifiek, althans leidt dit bezwaar niet tot de conclusie dat de uiting -gezien de vermelding van een cardnummer en klagers naam- in strijd is met de Nederlandse Reclame Code.

Lees de gehele uitspraak 2011/00004 hier (link / pdf)
Lees de gehele uitspraak 2011/00004A hier (link / pdf)
Vergelijkbare uitspraken over de BGL: RB 833 en RB 791

RB 953

Shell reclame: geen strijd met MRC

RCC 7 maart 2011, Dossiernrs. 2011/00012 en 2011/00012A (Shell)

Reclamerecht. Uitingen in krant van Shell. Klagers vinden beweringen in strijd met art. 3 MRC want winnen van aardolie leidt tot milieuschade, dus geen sprake van duurzamere en schonere wereld.

Commissie oordeelt dat het Shell is toegestaan reclame te maken over haar verbeteringen t.a.v. het milieu en haar belang voor schoner milieu. Niet in strijd met MRC. Niet gebleken dat stellingen onjuist zijn. Wijst klachten af.

 

2011/00012. In de gewraakte advertenties roept Shell op om te “samenwerken voor een schoner milieu” (De Pers), respectievelijk te “bouwen aan een schonere energie-toekomst”.
(...)
Het staat Shell in beginsel vrij om in reclame de aandacht te vestigen op door haar bereikte verbeteringen op het gebied van het milieu en op het belang dat zij hecht aan een schoner milieu. De wijze waarop Shell dat in de onderhavige reclame doet, acht de Commissie niet in strijd met de Milieu Reclame Code. Niet is gebleken dat de stellingen in de uiting onjuist zijn. Ook bevat de uiting geen kwalificaties waarmee in absolute zin verwezen wordt naar een schoon milieu.
2011/00012A. In de gewraakte advertentie roept Shell op om te “samen (te) zorgen voor een schonere energie-toekomst”. In dit kader stelt Shell – kort gezegd – dat aardgas de ‘schoonste fossiele brandstof ter wereld is’ en dat, als het aan Shell ligt, aardgas een belangrijke bijdrage gaat leveren aan onze energietoekomst.

Het staat Shell in beginsel vrij om in reclame de aandacht te vestigen op het belang dat zij hecht aan een schonere energie-toekomst. De wijze waarop Shell dat in de onderhavige reclame doet, acht de Commissie niet in strijd met de Milieu Reclame Code. Uit de reclame-uiting wordt duidelijk dat aardgas (slechts) schoner is dan de andere fossiele brandstoffen, hetgeen, naar ter vergadering is komen vast te staan, niet in geschil is. Ook bevat de uiting geen kwalificaties waarmee in absolute zin verwezen wordt naar een schoon milieu.

Lees de gehele uitspraak 2011/00012 hier (link / pdf)
Lees de gehele uitspraak 2011/00012A hier (link / pdf)
Regeling: MRC art. 3

RB 951

Uiting over bijwonen kerkdienst is reclame

Voorzitter RCC 8 maart 2011, Dossiernr. 2011/00017 (Evangelisatie Overlegorgaan Apeldoorn)

Reclamerecht. Klager is niet tevreden met afhandeling klacht en dient daarom klacht in. Verweerder stelt dat uiting geen reclame is en zal voortaan adres aanbrengen op uiting.

Voorzitter oordeelt dat er wel sprake is van reclame (art. 1 NRC) want sprake van wervend karakter. Strijd met art. 3.1 Code VOR omdat uiting gedeponeerd is in brievenbus met Nee/Nee-sticker. Ook niet voldaan aan art. 1.2 Code VOR nu naam, adres en woonplaats van adverteerder in uiting ontbreken. Doet aanbeveling.

Met betrekking tot de door klager geuite bezwaren overweegt de voorzitter als volgt:
ad a. Adverteerder heeft niet weersproken dat de bewuste reclame-uiting is gedeponeerd in klagers brievenbus, die -naar uit klagers bezwaar blijkt- is voorzien van een Nee/Nee-sticker als vermeld in bijlage 1 bij de Code VOR. Dit betekent dat, nu adverteerder de bewuste uiting desondanks in klagers brievenbus heeft laten deponeren, adverteerder niet heeft voldaan aan het bepaalde in artikel 3.1 Code VOR.
Adverteerder laat weten de verspreider(s) te zullen vragen om voortaan een adres op de uiting aan te brengen zodat het geen ongeadresseerde uitnodiging meer is, doch (uitvoering van) dit voornemen meent niet weg dat de onderhavige bezorging plaatsvond in strijd met artikel 3.1 VOR.
ad b. In de uiting ontbreken naam, adres en woonplaats van adverteerder. Adverteerder voert aan dat in de uiting zijn e-mailadres en website zijn vermeld, doch daarmee is niet voldaan het bepaalde in artikel 1.2 Code VOR.

Lees de gehele uitspraak hier (link / pdf)
Regeling: NRC art. 1; Code VOR art. 1.2, art. 3.1