RB

Media  

RB 1401

Ingeblikt fruit

RCC 3 mei 2012, dossiernr. 2012/00332 (Ingeblikt fruit)

Het tijdschrift Allerhande prijst een blik Del Monte fruit aan als volgt: Een eenvoudige manier om aan 2 stuks fruit per dag te komen…” eronder staat: “Het fruit van Del Monte wordt vers geplukt en direct verpakt zodat alle voedingsstoffen optimaal behouden blijven. Voor een gezonde traktatie kies je voor Del Monte fruit op sap of als je jezelf wat meer wilt verwennen kies je voor Del Monte fruit op siroop – wat je ook kiest, het telt mee voor je 2 stuks fruit per dag!”

Klager heeft aangevoerd dat een blik Del Monte fruit dezelfde voedingswaarde wordt toegekend als aan vers fruit (strijd met artikel 1 RVV,  waarin is bepaald dat in een reclame-uiting de mededelingen over een bijdrage van het aangeprezen voedingsmiddel aan een verantwoord voedingspatroon juist en volledig dienen te zijn.
 
Deze klacht treft geen doel. De Commissie acht het niet onaannemelijk dat door het snel inblikken minder kans bestaat op verlies aan voedingswaarde dan bij vers fruit dat enige tijd in de winkel ligt en/of thuis wordt bewaard alvorens het wordt geconsumeerd.

De mededeling dat Del Monte fruit uit blik meetelt voor het eten van twee stuks fruit per dag zal door de gemiddelde consument niet worden opgevat als een aansporing om het eten van vers fruit geheel te vervangen door fruit uit blik. De Commissie acht voldoende aannemelijk geworden dat fruit uit blik een bijdrage levert aan het voldoen aan de aanbeveling van het Voedingscentrum om twee stuks fruit per dag te eten. De mededeling dat bij Del Monte fruit “alle voedingsstoffen optimaal behouden blijven” heeft betrekking op de ervoor staande zinsnede dat het fruit vers wordt geplukt en direct verpakt. De Commissie acht niet onaannemelijk, zoals in het verweer gesteld, dat door het snel inblikken minder kans bestaat op verlies aan voedingswaarde dan bij vers fruit dat enige tijd in de winkel ligt en/of thuis wordt bewaard alvorens het wordt geconsumeerd.

Voorts kan naar het oordeel van de Commissie uit de drie plaatjes, in samenhang met de gehele advertentie bezien, niet worden afgeleid dat Del Monte fruit in blik wordt aangeprezen als een afslankmiddel. Het enkele feit dat op een foto een persoon de taille meet is, gelet op het totaalbeeld van de uiting, onvoldoende om hierover anders te oordelen.

RB 1398

Van knop tot sinaasappel in 18 maanden

Vz (afwijzing) 24 april 2012, dossiernr. 2012/00319 (Van bloem naar fruit in 18 maanden)

In't kort: In een tv-commercial wordt in animatiebeelden aangegeven dat het 18 maanden duurt van bloemknop tot sinaasappel. De klacht: neen, dat is 6 tot 7 maanden. Het verweer: Appelsientje gebruikt late rassen die langer hangen. De voorzitter wijst de klacht af, omdat het voldoende aannemelijk gemaakt dat de sinaasappels pas na 18 maanden worden geoogst.

Integrale beslissing: Het betreft een televisiecommercial voor Appelsientje. Terwijl animatiebeelden zijn te zien van de groei van een bloemknop tot een sinaasappel wordt - voor zover hier van belang - gezegd: “Dit is een Appelsientje sinaasappel. Althans, dit wórdt een Appelsientje sinaasappel. Dat duurt maar liefst 18 maanden. Dat is natuurlijk best lang, maar de natuur heeft de tijd.”

De klacht
De periode tussen bloesem en fruit is niet 18 maanden, zoals in de reclame wordt gezegd, maar 6 tot 7 maanden. De reclame is niet waar en daardoor misleidend.
 
Het verweer
Voor Appelsientje worden late rassen sinaasappels gebruikt, die langer aan de boom hangen (15 tot 18 maanden) dan vroege rassen. In het najaar worden de sinaasappels geoogst die vanaf het voorjaar van het voorafgaande jaar hebben gerijpt.

Het oordeel van de voorzitter
De voorzitter is van oordeel dat de Reclame Code Commissie de klacht zal afwijzen, nu adverteerder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat voor Appelsientje sinaasappels worden gebruikt die na 18 maanden worden geoogst.

Gelet op het vorenstaande wordt als volgt beslist.

De beslissing van de voorzitter

De voorzitter wijst de klacht af.

RB 1397

Verfresten in een vaatwasser

Vz (toewijzing) 24 april 2012, dossiernr. 2012/00330 (Verfkwasten in Miele)

In een commercial worden verfkwasten, een palet en potjes met verfresten in de vaatwasser gedaan. Dit is in strijd met de milieuwetgeving. Door de reclame zouden meer mensen op het idee kunnen komen verfresten door het riool te spoelen. Als verweer wordt aangegeven dat gebruik is gemaakt van natuurverf.

De voorzitter oordeelt dat de gemiddelde consument zal uitgaan van de in het algemeen gebruikte verven, nu er niets over de soort gebruikte verf wordt gebruikt. Er is strijd met de wet (artikel 10.1 lid 2 van de Wet milieubeheer - verbod om zodanige handelingen met betrekking tot afvalstoffen te verrichten of na te laten waarvan hij weet of redelijkerwijs had kunnen weten dat daardoor nadelige gevolgen voor het milieu kunnen ontstaan) en tv-commercial in strijd met het openbaar belang.

Ingevolge artikel 10.1 lid 2 van de Wet milieubeheer is het een ieder verboden om zodanige handelingen met betrekking tot afvalstoffen te verrichten of na te laten waarvan hij weet of redelijkerwijs had kunnen weten dat daardoor nadelige gevolgen voor het milieu (kunnen) ontstaan. Het in een vaatwasser reinigen van gebruikte verfartikelen dient te worden aangemerkt als een verboden handeling als bedoeld in deze bepaling. Verf bevat immers over het algemeen stoffen die bezwaarlijk zijn voor het (water)milieu. Of dat ook het geval is bij “natuurverf”, waarvan volgens Miele in de commercial gebruik wordt gemaakt, kan in het midden blijven, nu over het soort gebruikte verf in de commercial niets wordt gezegd. De gemiddelde consument zal uitgaan van de in het algemeen gebruikte verven.

Consumenten kunnen door de commercial ertoe gebracht worden om, in strijd met genoemde wettelijke bepaling, gebruikt verfmateriaal te reinigen in een (Miele) afwasautomaat. Om deze reden acht de voorzitter de televisiecommercial in strijd met het algemeen belang als bedoeld in artikel 3 van de Nederlandse Reclame Code (NRC).

TV-Commercial is hier nog te vinden: YouTube.

RB 1396

Fictieve gemeentelijke dienst onvoldoende fictief op de voorzijde

RCC 16 april 2012, dossiernr 2012/00320 (Gamma / Gemeentelijke Dienst Afvalverwerking), 2012/00320A (Gemeente Deurne - Gamma), 2012/00320B, 2012/00327, 2012/00329 en 2012/00347

Het gaat om een huis-aan-huis verspreide folder tot kaartformaat dichtgevouwen waar op de voorzijde "Gemeentelijke Dienst Afvalverwerking" staat. Op de achterzijde staat vermeld: "verscherpte controles grofvuil" en een mededeling over de kortingsactie van Gamma en dat dit vrees geeft voor een overvloed aan oude bouwmaterialen (zie hiernaast).

De commissie bevestigt dat er middels het vermelden van een (niet-bestaande) gemeentelijke dienst, het gebruik van een logo en het vermelden van het onderwerp "verscherpte controles" onduidelijkheid bestaat over de aard van de uiting als reclame. Daardoor wordt in strijd gehandeld met artikel 11.1 NRC. Dat er echter ná opening van de kaart sprake is van verwarring, acht de commissie niet aannemelijk. Consumenten worden er niet toe gebracht een transactie te nemen. Er is dus geen strijd met artikel 8.2 NRC. Er is - tot slot - geen strijd met het algemeen belang/goede zeden of schade voor het vertrouwen in reclame ex de artikelen 3 en 5 NRC.

Uit 2012/00320A: De reclame-uiting zorgt voor veel verwarring onder de inwoners van Deurne, vooral omdat daar sinds begin 2012 nieuwe regels voor de inzameling van huisvuil gelden en de gemeente de inwoners daarover schriftelijk heeft bericht. Uitgaand van de uiting in haar geheel, dus buiten- en binnenzijde tezamen, kan niet worden geoordeeld dat Gamma in de uiting beweert dat Gamma door de gemeente wordt aanbevolen, erkend of goedgekeurd. Er wordt niet in strijd met artikel 2 Code Brievenbusreclame, huissampling en direct response (CBR) gehandeld.

1. (...) Door de wijze van adressering, het vermelden van de “Dienst Gemeentelijke Afvalverwerking” en “de gemeente” als afzender, het gebruik van een op een gemeentewapen gelijkend logo en het vermelden van “Verscherpte controles grofvuil” als onderwerp van de uiting wordt sterk de indruk gewekt dat sprake is van een officiële mededeling van (een dienst van) de gemeente die is bestemd voor de inwoners van die gemeente. Het feit dat op de achterzijde gesproken wordt over “een grote kortingsactie bij Gamma” neemt de onjuiste indruk die wordt gewekt met betrekking tot de aard van de boodschap niet weg. Pas na opening van de dichtgeplakte uiting blijkt duidelijk dat deze reclame van Gamma bevat.

Gelet op het vorenstaande heeft adverteerder gehandeld in strijd met artikel 11.1 NRC.

2. Bij opening van de uiting blijkt duidelijk dat sprake is van een reclame-uiting van Gamma. De Commissie acht niet aannemelijk dat de eventuele verwarring die is veroorzaakt door de buitenzijde van de uiting de gemiddelde consument ertoe brengt of kan brengen een besluit over een transactie te nemen dat hij anders niet had genomen. Gelet hierop is geen sprake van misleidende reclame in de zin van artikel 8.2 NRC.

 3. De uiting is naar het oordeel van de Commissie evenmin in strijd met het algemeen belang, de openbare orde of de goede zeden als bedoeld in artikel 3 NRC dan wel schadelijk voor het vertrouwen in reclame in de zin van artikel 5 NRC. Het enkele feit dat de gemiddelde consument door de buitenkant van de uiting op het verkeerde been kan worden gezet met betrekking tot de aard van de boodschap is, mede gelet op de duidelijkheid daaromtrent na opening van de uiting, niet zodanig ernstig dat sprake is van overtreding van de artikelen 3 en 5 NRC.

Uit 2012/00320A:

4. De Commissie gaat ervan uit dat gemeente Deurne met haar bezwaar tegen de suggestie in de uiting dat Gamma een partij is waar de gemeente achter staat of zelfs mee samenwerkt doelt op punt 4 van Bijlage 1 bij de NRC. Hierin is bepaald dat het onder alle omstandigheden misleidend is om in reclame te beweren dat een adverteerder (met inbegrip van zijn reclame) of een product door een openbare of particuliere instelling is aanbevolen, erkend of goedgekeurd terwijl zulks niet het geval is, of iets dergelijks beweren zonder dat aan de voorwaarde voor de aanbeveling, erkenning of goedkeuring wordt voldaan.
Dit onderdeel van de klacht treft geen doel. Uitgaand van de uiting in haar geheel, dus buiten- en binnenzijde tezamen, kan niet worden geoordeeld dat Gamma in de uiting beweert dat zij door de gemeente wordt aanbevolen, erkend of goedgekeurd.

5. Het beroep van gemeente Deurne op artikel 2 CBR, met het argument dat adverteerder zich niet zodanig heeft geïdentificeerd dat hij gemakkelijk kenbaar was voor de ontvanger, kan alleen op grond hiervan niet worden toegewezen. Gelet op de uiting in haar geheel heeft Gamma voldoende kenbaar gemaakt dat de uiting van haar afkomstig is en niet van de gemeente.

RB 1393

Ecologisch, biologisch (en diervriendelijk)

RCC 29 maart 2012, dossiernr. 2012/00179 (Hanos kaviaar biologisch/ecologisch)

In de uiting, waarvan de titel luidt: “Kaviaar uit Nederland verantwoord gekweekt”, wordt gesteld dat de kweekwijze van de bewuste kaviaar ‘ecologisch, biologisch en diervriendelijk’ is. In de klacht is er niets over 'diervriendelijkheid' vermeld, daarop gaat de Commissie dan ook niet in.

Onder verwijzing naar artikel 23 van de Verordening (EG) Nr. 834/2007 inzake de biologische producten en de etikettering van biologische producten en tot intrekking van Verordening (EEG) NR. 2092/91, waarin onder meer is bepaald dat de termen vermeld in de bijlage bij deze verordening, waaronder ‘biologisch’ en ‘ecologisch’, kunnen worden gebruikt voor de etikettering van en de reclame voor een product dat voldoet aan de voorschriften die bij of krachtens deze verordening zijn vastgesteld.

Commissie: Naar klaagster onweersproken heeft gesteld voldoet de kaviaar waarvoor in de onderhavige uiting reclame wordt gemaakt niet aan de bedoelde voorschriften. Aldus is komen vast te staan dat adverteerder heeft gehandeld in strijd met de genoemde verordening.
 
Op grond van het vorenstaande is de Commissie van oordeel dat de reclame is gemaakt in strijd met de wet zoals bedoeld in artikel 2 NRC.

Er is slechts één eerdere uitspraak bekend, LJN BO5322, waarin deze verordening in Nederland is gebruikt.

RB 1388

Atoomstroom is niet 100% CO2-vrij

Vz (toewijzing) RCC 17 april 2012, dossiernr. 2012/00146 (CO2-vrij kernenergie)

Vergelijk RB 1370 en RB 778. De uiting spreekt over "Atoomstroom Kernenergie. Goedkoop en 100% C02-vrij." De klacht gaat over de winning en het transport van de kernbrandstof en het kernafval, welke niet C02-vrij geschiedt.

Adverteerder heeft erkend dat ten onrechte is vermeld dat atoomstroom C02-vrij is.
Aangezien, naar adverteerder zelf ook heeft gesteld, alleen de opwekking van kernenergie C02-vrij is, is de gewraakte mededeling in zijn algemeenheid niet juist.
Gelet hierop is de gewraakte claim, die als Milieuclaim in de zin van artikel 1 van de Milieureclamecode (MRC) dient te worden aangemerkt, te absoluut en is de uiting om die reden in strijd met de artikelen 2 en 3 MRC.

RB 1387

Zondag 12 cent korting

Vz (toewijzing) RCC 17 april 2012, dossiernr. 2012/00238 (zondag 12 ct. korting op benzines)

Het betreft het bij Pompstation de Haan, aan de Huizingalaan te Eindhoven staande reclamebord met de tekst: “A.s. zondag: 12 cent Korting op benzines”. De korting blijkt echter slechts 3 ct per liter, maar 12 cent ten opzichte van de adviesprijs.

De Voorzitter oordeelt dat uit de tekst de indruk volgt dat de benzine 12 ct goedkoper is dan op andere dagen, echter dat is niet het geval.

Uit de gewraakte tekst krijgt men de indruk dat de benzine de komende zondag 12 cent goedkoper is dan op ander dagen. Dat blijkt niet het geval te zijn. De korting ten opzichte van de op andere dagen geldende benzineprijs is maar 3 cent. De genoemde korting van 12 cent is de korting die geldt ten opzichte van de adviesprijs.

Blijkens het hiervoor overwogene is in de uiting onduidelijke informatie verstrekt als bedoeld in artikel 8.2 aanhef en onder d van de Nederlandse Reclame Code (NRC).

Voorts is de voorzitter van oordeel dat de gemiddelde consument hierdoor ertoe gebracht kan worden een besluit over een transactie te nemen, dat hij anders niet had genomen. Om die reden is de uiting misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.

RB 1386

Alleen bij de Staatsloterij belastingvrij

CVB 1 mei 2012, dossiernr. 2012/00106 (Alleen bij de Staatsloterij belastingvrij)

In de uiting komt de mededeling 'belastingvrij' voor terwijl de kansspelbelasting, zo luidt het verweer, reeds is ingehouden en afgedragen. Als de Staatsloterij inderdaad de enige kansspelaanbieder zou zijn bij wie geen kansspelbelasting wordt ingehouden, zoals in de reclame wordt gesuggereerd, zou sprake zijn van concurrentievervalsing en schending van regels van mededingingsrechtelijke aard.

De RCC stelt vast dat de gemiddelde consument de mededeling "belastingvrij" begrijpen dat er geen belasting (meer) betaald hoeft te worden en dus geen kansspelbelasting (meer) verschuldigd is; met ontvangt de prijzen netto. Niet weersproken is dat de Staatsloterij als enige adverteert met "belastingvrij". CvB bevestigd dit oordeel.

RCC:'Vast is komen te staan dat over de uit te keren prijs door de Staatsloterij al kansspelbelasting is ingehouden c.q. afgedragen. Dit betekent dat de geafficheerde prijs in zijn geheel wordt uitgekeerd, zonder dat de winnaar daarover nog kansspelbelasting hoeft te betalen. Naar het oordeel van de Commissie zal de gemiddelde consument de mededeling “belastingvrij” in de bestreden uitingen ook in deze zin begrijpen, en wordt niet de (onjuiste) indruk gewekt dat de Staatsloterij geen kansspelbelasting verschuldigd is.
 
Niet is weersproken dat de Staatsloterij als enige loterij in Nederland ervoor kiest de kansspelbelasting vooraf in te houden c.q. af te dragen, terwijl andere loterijen de winnaars de kansspelbelasting over de gewonnen prijzen laten betalen. Gelet hierop acht de Commissie de mededeling dat alleen bij de Staatsloterij de prijzen belastingvrij zijn niet onjuist.

CVB: 2. Het College acht het op grond van het voorgaande niet misleidend dat de Staatslo­te­rij in reclame-uitin­gen de bij haar te winnen prijzen “belastingvrij” noemt. De ge­mid­deld geïnformeerde, om­zich­tige en oplettende con­su­ment zal deze mede­deling al­dus begrijpen, dat men de bij de Staats­loterij te winnen prijzen netto ont­vangt, dat wil zeg­gen zonder dat over die prij­zen be­lasting dient te wor­den ingehouden en afge­dragen. Dit is in overeenstemming met de werkelijkheid zoals de consument die ervaart. Aldus geeft het woord ‘belas­tingvrij’ de consument niet een onjuist beeld van de in de reclame-uitingen genoemde uit te keren prijzen. Voor zover appellant voorts nog stelt dat het woord ‘belastingvrij’ in com­­bi­natie met de naam ‘Staatsloterij’ de in­druk wekt dat de consu­ment bij de Staats­loterij voor­de­liger uit is dan bij andere loterijen, is dit, daargela­ten of de consument deze mede­deling zal betrekken op an­dere loterijen, evenmin onjuist te achten, nu alleen de Staats­loterij de in haar reclame-uitingen gepubliceerde prijzen netto aan de consument uitkeert.
RB 1385

CvB bevestigt ontoelaatbaarheid Slankbrood claims

CvB 19 april 2012, dossiernr. 2011/01158 CvB (Stichting Nederland Bakkerij Centrum (NBC) in opdracht van de brancheorganisaties NBOV en de NVB tegen Bloem Natuurproducten Winschoten B.V.)

Uitspraak ingezonden door Samantha Brinkhuis en Marjolein Bronneman, De Brauw Blackstone Westbroek.

Reclamerecht. Gezondheidsclaims. Bloem adverteert voor een product genaamd Slankbrood met de uitingen "Slankbrood"; "Eet je slank met Slankbrood" en "Slankbrood versnelt vetafbraak". De RCC volgt de klacht van Stichting NBC zodat de beweringen moeten worden aangemerkt als niet toegestane gezondheidsclaims en ook dat de beweringen misleidend zijn, omdat zij niet wetenschappelijk zijn onderbouwd. (RB 1307).

De RCC oordeelde al dat de klacht van het NBC tegen voornoemde gezondheidsclaims gegrond is, omdat sprake is van strijd met de Verordening (EG) Nr. 1924/2006 inzake voedings- en gezondheidsclaims voor levensmiddelen (de Claimsverordening) en misleiding van de consument. In hoger beroep bevestigt het College van Beroep de eerdere beslissing van de RCC op beide gronden.

Het College stelt in haar uitspraak voorop dat de gezondheidsclaims van Bloem in strijd zijn met de Claimsverordening, omdat de voedingsstoffen in het product Slankbrood niet specifiek voor afslanken en/of een versnelde vetafbraak op de Europese artikel 13-lijst staan. Bovendien, zo oordeelt het College, zijn de claims niet als vergelijkbaar aan artikel 13-lijst claims te beschouwen, zodat een beroep op de overgangsregeling niet kan slagen. Het College bevestigt dat
gezondheidsclaims die niet op de artikel 13-lijst staan, verboden zijn. Het College onderschrijft ook dat de uitingen misleidend zijn, aangezien de beweerdelijke afslankende en versneld vetafbrekende werking van het product onvoldoende aannemelijk is.

"5.5 Naar het oordeel van het College is ten aanzien van geen van de door Bloem genoemde nutriënten gebleken dat deze specifiek voor afslanken of versnelde vetafbraak op de artikel 13-lijst staan. (…)

5.6 Voor zover Bloem stelt dat bij de onderhavige claims sprake is van "similar health claims" respectievelijk "voorbeeldbewoordingen", verwerpt het College deze stelling. De gebruikte claims wijken dusdanig af van de hiervoor genoemde vermeldingen, dat zij niet vergelijkbaar aan bedoelde artikel 13-lijst claims zijn te beschouwen. Nu Slankbrood aldus geen nutriënten bevat die op de artikel-13 lijst staan wegens een geclaimde afslankende/versneld vetafbrekende werking, is niet voldaan aan de voorwaarde als bedoeld in artikel 3 lid 1 aanhef en sub a RVV. De Commissie heeft derhalve terecht geoordeeld dat de gewraakte afslankclaims in strijd met dit artikel zijn. Tevens heeft de Commissie terecht geoordeeld dat Bloem door het voorgaande heeft gehandeld in strijd met artikel 10 lid 1 van de Claimsverordening. Ingevolge laatstgenoemd artikel zijn – voor zover hier relevant – gezondheidsclaims die niet op de artikel 13 lijst staan verboden. Het beroep van Bloem op de overgangsregeling van artikel 28 lid 5 Claimsverordening doet daar niet aan af, reeds omdat de overgangsregeling niet van toepassing is op claims die niet op de artikel 13 lijst staan.

5.8 (…) Naast het feit dat de artikel-13 lijst en de daarmee verband houdende scientific opinions van de EFSA op grond van het voorgaande geen rechtvaardiging kunnen bieden voor het gebruik van de gewraakte claims, heeft Bloem naar het oordeel van het College de gestelde werking ook overigens onvoldoende onderbouwd."

RB 1383

Niet vermelden finaniële compensatie en geen gevolgschade

RCC 26 april 2012, dossiernr. 2012/00202 (Transavia.com)

CVB beroep ingetrokken. Op de website van transavia onder veelgestelde vragen is een item opgenomen over vergoedingen bij vluchtvertragingen. Klager meent dat adverteerder, bij vertraging van meer dan 3 uur conform Verordening 261/2004 en HvJ EU Sturgeon-zaak, niet vermeldt dat de reiziger recht heeft op financiële compensatie. Daarbij stelt adverteerder dat de gevolgschade niet wordt vergoed, terwijl daarmee aan rechtspraak LJN BB7472 voorbij wordt gegaan.

De Commissie oordeelt dat essentiële informatie verborgen wordt gehouden voor wat betreft de financiële compensatie. Tot slot oordeelt zij dat een rechter altijd anders kan beslissen voor wat betreft de gevolgschade.

Naar het oordeel van de Commissie wordt in de bestreden uiting de indruk gewekt dat passagiers in geval van vertraging uitsluitend aanspraak kunnen maken op de in die uiting genoemde verzorging c.q. ticketrestitutie, terwijl bovengenoemde beslissing van het Hof van Justitie erop duidt dat men in geval van vertraging van 3 uur of meer onder omstandigheden ook in aanmerking kan komen voor financiële compensatie. Nu niets in de uiting hierop wijst, is deze onvolledig en is er sprake van een verborgen houden van essentiële informatie die de consument nodig heeft om een geïnformeerd besluit over een transactie te nemen als bedoeld in artikel 8.3 aanhef en onder NRC. Nu de gemiddelde consument er bovendien toe kan worden gebracht een besluit over een transactie te nemen, dat hij anders niet had genomen, is de uiting misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.

Ad 2. Dat in de uiting staat: “Gevolgschade wordt niet vergoed”, terwijl niet valt uit te sluiten dat een rechter hierover anders zal beslissen, betekent niet dat de uiting op dit punt in strijd met de NRC is.