HvJ EU: Leverancier verwijst naar dwingende regeling voor andere categorie consumenten
HvJ EU 21 maart 2013, zaak C-92/11 (RWE Vertrieb) - dossier - persberichtPrejudiciële vraag gesteld door het Bundesgerichtshof, Duitsland.
Uitlegging van artikel 1, lid 2, en, junctis de punten 1, sub j, en 2, sub b, tweede volzin, van de bijlage, van de artikelen 3 en 5 van richtlijn 93/13/EEG van de Raad van 5 april 1993 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (PB L 95, blz. 29) – Uitlegging van artikel 3, lid 3, juncto bijlage A, sub b en c, van richtlijn 2003/55/EG (...) interne markt voor aardgas – Beding waarbij professionele leveranciers het recht wordt verleend de prijs van de dienst te wijzigen door te verwijzen naar een dwingende regeling die voor een andere categorie van consumenten bedoeld is – Toepasselijkheid van richtlijn 93/13/EG – Vereisten betreffende de verplichting tot duidelijke en begrijpelijk formulering en betreffende de transparantieverplichting.
Het Hof (Eerste kamer) verklaart voor recht:
1) Artikel 1, lid 2, van richtlijn 93/13/EEG van de Raad van 5 april 1993 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten moet aldus worden uitgelegd dat deze richtlijn van toepassing is op de bedingen van algemene voorwaarden die zijn opgenomen in tussen een verkoper en een consument gesloten overeenkomsten waarin een voor een andere categorie overeenkomsten geldende regel van nationaal recht is overgenomen, en die niet aan de betrokken nationale regeling zijn onderworpen.
2) De artikelen 3 en 5 van richtlijn 93/13, gelezen in samenhang met artikel 3, lid 3, van richtlijn 2003/55/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2003 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor aardgas en houdende intrekking van richtlijn 98/30/EG, moeten aldus worden uitgelegd dat bij de beoordeling of een standaardbeding waarin een leverancier zich het recht voorbehoudt om de gasprijs te wijzigen, beantwoordt aan de in deze bepalingen gestelde eisen van goede trouw, evenwicht en transparantie, wezenlijk belang moet worden gehecht aan met name:
– de vraag of in de overeenkomst de reden voor en de wijze van aanpassing van deze prijs transparant worden toegelicht, zodat de consument aan de hand van duidelijke en begrijpelijke criteria eventuele wijzigingen van deze prijs kan voorzien. Wanneer vóór sluiting van de overeenkomst daarover geen informatie is verstrekt, kan dit in beginsel niet worden goedgemaakt enkel door het feit dat de consumenten in de loop van de uitvoering van de overeenkomst redelijke tijd vooraf zullen worden geïnformeerd over de prijsaanpassing en hun opzeggingsrecht mochten zij deze aanpassing niet wensen te aanvaarden, en
– de vraag of de consument in concreto daadwerkelijk zijn opzeggingsrecht kan uitoefenen.
Het is de taak van de verwijzende rechter om bij deze beoordeling rekening te houden met alle omstandigheden van het concrete geval, daaronder begrepen alle bedingen van de algemene voorwaarden van de consumentenovereenkomsten waarvan het omstreden beding deel uitmaakt.
Op andere blogs:
Out-Law (Using the words of legal requirements not an absolute defence to 'unfair' contract terms claims, rules CJEU)
Aanduiding een reclamezin als beschrijving van de dienst
Gerecht EU 20 maart 2013, zaak T-571/11 (El Corte Inglés / OHMI - Chez Gerard (CLUB GOURMET)) - dossier
Gemeenschapsmerk – Beroep ingesteld door de houder van het nationale beeldmerk met de woordelementen „CLUB DEL GOURMET, EN...El Corte Inglés” en van de aanvragen tot inschrijving van nationaal woordmerk „EL SITIO DEL GOURMET” en van nationaal en gemeenschapswoordmerk „CLUB DEL GOURMET” voor waren van klasse 35, en strekkende tot vernietiging van beslissing R 1946/20101 van de eerste kamer van beroep van het Bureau voor harmonisatie binnen de interne markt (BHIM) van 28 juli 2011 houdende verwerping van het beroep tegen de beslissing van de oppositieafdeling tot afwijzing van verzoeksters oppositie tegen de aanvraag tot inschrijving van het woordmerk „CLUB GOURMET” voor waren van de klassen 16, 21, 29, 30, 32 en 33.
Het beroep wordt verworpen. De kamer van beroep was primair van oordeel dat de aanduiding „een reclamezin” als beschrijving van de door het oudere merk aangeduide diensten met geen enkele van de in de classificatie van Nice opgesomde waren en diensten overeenstemde, noch een waar noch een dienst was.
Het onderhavige wordt gekenmerkt door het feit dat niet uit de formulering van de beschrijving van de door het oudere merk aangeduide diensten bleek dat de omvang van de door dat merk verleende bescherming verder reikte dan die strikte formulering. Het Gerecht kan de bijzondere kenmerken van het Spaanse recht, die volgens verzoekster de betekenis van die beschrijving van de diensten verduidelijken, om procedurele redenen niet in aanmerking nemen.
51 De kamer van beroep was primair van oordeel dat de aanduiding „een reclamezin” als beschrijving van de door het oudere merk aangeduide diensten met geen enkele van de in de classificatie van Nice opgesomde waren en diensten overeenstemde, noch een waar noch een dienst in de zin van artikel 8, lid 1, sub b, van verordening nr. 207/2009 was en niet kon worden uitgelegd als „reclamediensten”, omdat anders het toepassingsgebied van de door het oudere merk aangeduide diensten op ongeoorloofde wijze zou worden verruimd.
54 Zoals hierboven is vastgesteld, worden de omstandigheden van het onderhavige geval gekenmerkt door twee feiten: noch uit de formulering van de beschrijving van de door het oudere merk aangeduide diensten noch uit verzoeksters aanwijzingen en beweringen tijdens de procedure voor het BHIM bleek dat de omvang van de door dat merk verleende bescherming verder reikte dan die strikte formulering; verder kan het Gerecht de bijzondere kenmerken van het Spaanse recht, die volgens verzoekster de betekenis van die beschrijving van de diensten op zinvolle wijze kunnen verduidelijken, om procedurele redenen niet in aanmerking nemen. In deze omstandigheden dient te worden vastgesteld, zoals de kamer van beroep heeft gedaan, dat op basis van de in punt 8 supra weergegeven beschrijving van de door het oudere merk aangeduide diensten geen vergelijking van die diensten met de door het aangevraagde merk aangeduide waren mogelijk is.
Stoppen met roken binnen een uur
RCC 5 maart 2013, dossiernr. 2013/00037 (Pro-stop-laserbehandeling in Telegraaf)Misleidend. Het betreft een advertorial in de Telegraaf van 29 december 2012 met de aanhef: “STOPPEN MET ROKEN BINNEN 1 UUR! Pro-stop-laserbehandeling: veilig, betrouwbaar en effectief”. Daarin staat onder meer: “De behoefte aan nicotine vermindert, ontwenningsverschijnselen worden sterk gereduceerd: met de Pro-stop-laserbehandeling hebt u de grootste kans om definitief te stoppen met roken. De lasermethode is zó succesvol dat zelfs de meest verstokte roker binnen 1 uur voorgoed van het roken af kan zijn”.
Volgens klager is er geen enkel bewijs voor de werkzaamheid van lasertherapie bij nicotineverslaving. Uit de betreffende evaluatie van wetenschappelijke literatuur kwam geen positief effect naar voren wat betreft de laser-acupunctuur methode die Prostop hanteert. De advertorial geeft valse hoop aan mensen die van hun rookverslaving af willen komen en is derhalve in strijd met de waarheid, schaadt het vertrouwen in de reclame en is oneerlijk en bovenal misleidend.(...)
De Commissie overweegt het volgende: (...) Het lag op de weg van adverteerder om aan te tonen dat hetgeen in de advertorial wordt gesteld juist is. Naar het oordeel van de Commissie is adverteerder daarin niet geslaagd. Adverteerder heeft gewezen op de drie onderdelen van de Prostop lasertherapie, en heeft gesteld dat van het eerste en laatste onderdeel (stopadvies en sms-service) de effectiviteit bewezen is. Wat daarvan zij, wat betreft de laserbehandeling zelf, waarop in de advertorial de nadruk lijkt te liggen, heeft adverteerder slechts meegedeeld dat deze plaatsvindt conform “het unieke Prostop protocol als ondersteuning van het stopadvies”.
Gelet op het bovenstaande gaat de advertorial gepaard met onjuiste informatie ten aanzien van de van het gebruik van de Prostop-laserbehandeling te verwachten resultaten als bedoeld in artikel 8.2 aanhef en onder b NRC. De Commissie acht de uiting misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.
Het laten liken van Facebookpagina is geen reclame
RCC 5 maart 2013, dossiernr. 2012/01097 (Studieonderzoek UvA en Lätta producten Unilever)
Afwijzing. Definitie Reclame. Het betreft de door verweerder sub 2 aan klager gezonden e-mail met als onderwerp “Organisaties op Facebook: 3 minuten onderzoek (UvA)”. De inhoud van de e-mail, ondertekend met de naam van verweerder sub 2 en “Corporate Communicatie Universiteit van Amsterdam”.
Klager zegt doorgaans graag mee te helpen aan studieonderzoeken. In dit geval bleek echter geen sprake te zijn van een onderzoek, maar van een reclamecampagne voor Lätta-producten. Aan het eind van de “survey” word je namelijk doorgelinkt naar de Facebookpagina van Lätta met het verzoek deze pagina te liken. Klager voelt zich door de e-mail(s) van verweerder sub 2 misleid.
De Commissie vat de klacht aldus op dat in de aan klager toegezonden e-mail(s) niet duidelijk wordt gemaakt dat in feite sprake is van een reclamecampagne voor Lätta producten. Het laten liken van de Facebookpagina van Lätta, wat onderdeel uitmaakt van het onderzoek van verweerder sub 2, kan als reclame voor Lätta producten worden aangemerkt indien dit door of ten behoeve van een adverteerder in de zin van artikel 1 van de Nederlandse Reclame Code (NRC) gebeurt. Dit is niet komen vast te staan. Unilever heeft ten stelligste ontkend betrokken te zijn bij het onderzoek en/of de persoon van verweerder sub 2 en kan derhalve niet als adverteerder worden beschouwd. Evenmin is gebleken dat verweerder sub 2 geheel of deels ten behoeve van Unilever heeft gehandeld. Nu niet is komen vast te staan dat sprake is van reclame in de zin van artikel 1 NRC wordt de klacht afgewezen. (...) De Commissie wijst de klacht af.
Op andere blogs:
Hoogenraad & Haak (LäTTA LATEN ‘LIKEN’ IS NIET ALTIJD RECLAME)
Beantwoording kamervragen over de aanpak van illegale aanbieders van kansspelen op internet
Antwoord van staatssecretaris Teeven op vragen van het lid Mei Li Vos over de aanpak van illegale aanbieders van kansspelen op internet, Aanhangsel van de Handelingen II 2012-2013, nr.16112. Kent u de reclame van het online gokbedrijf 7red, zoals uitgezonden op de op Nederland gerichte tv-zender van National Geographic en de site https://nl.7red.com/index.asp ? (...) en wellicht vele andere sites die zich expliciet op de Nederlandse markt voor online gokken richten? Zo ja, voldoen deze sites aan de prioriteringscriteria op grond waarvan de kansspelautoriteit (KSA) online goksites zegt aan te pakken, te weten de criteria van het hebben van «een nl.site, of het aanbieden van de site in de Nederlandse taal of reclame maken op radio, televisie en in geprinte media»? (...)
Antwoord op vraag 2: Het is sinds 1 april 2012 aan de kansspelautoriteit (ksa) om toe te zien op de naleving van de Wet op de kansspelen (Wok), waaronder de regels ten aanzien van werving en reclame. Het is aan de ksa om te bepalen hoe zij omgaat met de handhaving van de Wok.
3. Hoe verhoudt het nog steeds bestaan van op Nederland gerichte illegale online goksites tot de genoemde aanpak van de KSA tegen deze sites? Op welke termijn worden deze sites en andere gelijkaardige sites alsnog aangepakt?
Antwoord op vraag 3: De ksa heeft mij desgevraagd meegedeeld het afgelopen jaar een 40-tal bedrijven te hebben opgeroepen hun illegale kansspelaanbod gericht op de Nederlandse consument te staken, dan wel aan te passen aan de prioriteringscriteria van de ksa. Meer dan de helft van de aangeschreven partijen voldoet inmiddels aan deze oproep. Andere partijen hebben aangegeven bereid te zijn hun kansspelaanbod aan te passen. (...) Er loopt inmiddels een aantal onderzoeken. De ksa zal een bestuurlijk rapport opmaken, wat kan leiden tot het opleggen van een last onder dwangsom, last onder bestuursdwang en/ of een bestuurlijke boete. Gedurende het onderzoek kan de ksa niet op de concrete zaken ingaan.
5. Welke mogelijkheden zijn er om tegen Nederlandse banken op te treden die de financiële transacties voor illegaal online gokken door middel van het Ideal-systeem of anderszins faciliteren? Gaat u van die mogelijkheden gebruik maken en op welke wijze en schaal?
Antwoord op vraag 5: De Wok verbiedt het bevorderen van deelname aan kansspelen zonder vergunning. Zoals ik uw Kamer bij brief van 4 mei 2012 heb geïnformeerd1, zijn afspraken gemaakt met de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) over het gebruiken van een zwarte lijst. De ksa is in dialoog met de NVB om een proces te ontwikkelen om tot adequate betalingsblokkeringen te komen. (...)
Ongewenste post ondanks registratie postfilter
RCC 11 maart 2013, dossiernr. 2012/00946-I (Postfilter)Het betreft een door klager ontvangen reclame-uiting, gericht “Aan de bewoner(s) van”, waarna het adres van klager is vermeld. De uiting is verstuurd naar een adres dat langer dan 6 weken is ingeschreven bij “het postfilter”. Gelet hierop overtreedt adverteerder, naar de mening van klager, artikel 5.2 van de Code voor het gebruik van POSTFILTER. Ook is artikel 6.2 van deze code overtreden, omdat adverteerder niet heeft gereageerd op klachtbrieven van klager van 11 juni 2012 en 18 september 2012. Doordat klachtbrieven genegeerd worden, wordt ook het recht van verzet niet aangeboden, waardoor artikel 7 van voornoemde code wordt overtreden.
De Nationale Postcode Loterij (NPL) heeft onder meer het volgende meegedeeld. Binnen een periode van maximaal 6 weken voor het versturen van alle geadresseerde reclame ontdubbelt NPL haar bestanden met registraties in het Postfilter en haar eigen recht van verzet bestand. De adresgegevens van klager kwamen in beide registratiesystemen niet voor. (...) Klagers bij de klacht overgelegde brief van 11 september 2012 is NPL niet bekend. De brief van 18 september heeft NPL beantwoord bij brief van 11 oktober 2012, waarvan een kopie bij het verweer wordt overgelegd.
De voorzitter is van oordeel dat NPL artikel 6.2 van de Code voor het gebruik van POSTFILTER heeft overtreden. Met betrekking tot de verschillende bezwaren overweegt de Commissie het volgende:
Ad a.
Deze bepalingen 3 en 5.2 Code voor het gebruik van POSTFILTER dienen redelijkerwijs aldus te worden uitgelegd dat indien inschrijving van gegevens van een Persoon in het Post Register niet op juiste wijze heeft plaatsgevonden, bijvoorbeeld doordat die persoon een onjuiste postcode heeft ingevoerd, aan een adverteerder die het Post Register heeft geraadpleegd, niet kan worden verweten dat hij direct mail aan de bewuste persoon toezendt; de inschrijving van die persoon blijkt dan immers niet (duidelijk) uit de in het Post Register opgenomen gegevens.In het onderhavige geval is gebleken dat klager bij zijn inschrijving een onjuiste postcode heeft ingevoerd en zijn achternaam op onjuiste wijze heeft ingevoerd, namelijk door geen gebruik te maken van het invulveld ‘Tussenvoegsel’. Gelet op het bovenstaande ziet de Commissie geen aanleiding om anders te oordelen dan de voorzitter; van overtreding van artikel 5.2 Code voor het gebruik van POSTFILTER is in dit geval geen sprake.
Dat klager op 4 januari 2013 direct mail van NPL heeft ontvangen, nadat NPL bij brief van 21 oktober 2012 had meegedeeld ervoor te zorgen dat klager geen geadresseerde post meer zou ontvangen, leidt niet tot een ander oordeel met betrekking tot de in dit dossier op 9 oktober 2012 ingediende klacht.
Ad b.
Niet kan worden vastgesteld dat NPL de klachtbrief van 11 juni 2012 na verzending daarvan door klager heeft ontvangen. Gelet hierop kan niet worden geoordeeld dat NPL heeft nagelaten om de klacht te onderzoeken en om klager binnen twee weken na ontvangst schriftelijk te informeren over de afhandeling van de klacht, een en ander als bedoeld in artikel 6.2 Code voor het gebruik van POSTFILTER.Ad c.
Dit bezwaar acht de Commissie eveneens ongegrond. Dat NPL niet heeft gereageerd op de klachtbrief van 11 juni 2012, voor zover deze al door NPL is ontvangen, betekent niet dat NPL niet de gelegenheid biedt om geen Direct Mail te ontvangen zoals bedoeld in artikel 7 Code voor het gebruik van POSTFILTER. Die gelegenheid kan ook op andere wijze worden geboden. Zo heeft NPL meegedeeld dat zij in iedere direct mail wijst op het recht van verzet, onder verwijzing naar een antwoordnummer.(...) De Commissie bevestigt de beslissing van de voorzitter, voor zover daartegen bezwaar is gemaakt.
Consumentenautoriteit beboet Ryanair
Uit't persbericht: De Consumentenautoriteit legt aan luchtvaartmaatschappij Ryanair boetes op van in totaal EUR 370.000,= voor vier overtredingen die zijn geconstateerd in haar online boekingsproces. Zo bood Ryanair op haar website vliegtickets aan voor prijzen waarbij niet alle voorzienbare en onvermijdbare kosten waren inbegrepen, zoals heffingen en toeslagen die verplicht worden berekend. De prijs die de consument uiteindelijk betaalde was hierdoor in de meeste gevallen aanzienlijk hoger dan de prijs waarvoor het ticket oorspronkelijk op de website werd aangeboden. Dit is in strijd met de consumentenregels.
Retour ongewenste geadresseerde reclame
RCC 4 maart 2013, dossiernr. 2012/00966 (Nationale Postcode Loterij / Ongewenste geadresseerde reclame ongewenste post oude bewoner ondanks bezwaar)Het betreft een geadresseerde reclamefolder op het adres van klager onder de naam van de vorige bewoner van 12 jaar geleden.
Klager stelt, kort samengevat, dat hij geadresseerde post van adverteerder vele malen retour heeft gestuurd met de melding: onbekend op dit adres. Tevens heeft klager meerdere brieven gestuurd met het verzoek om ermee te stoppen. Klager overlegt ter onderbouwing een brief van 8 juni 2012 gericht aan adverteerder, en post van adverteerder waarop klager het adres heeft doorgekruist en heeft geschreven “RETOUR”.
Adverteerder is niet bekend met de brieven en retour gezonden enveloppen van klager, maar heeft na een vorige klacht die zij van klager ontving via de Stichting Reclame Code de naam van de vorige bewoner direct op haar uitsluitingslijsten geplaatst en post aan dit adres handmatig proberen tegen te houden bij de drukker.
Klager heeft naar het oordeel van de voorzitter voldoende aannemelijk gemaakt dat hij geadresseerde reclame heeft ontvangen op zijn adres, ten minste drie maanden nadat hij adverteerder kenbaar heeft gemaakt dat hij dergelijke reclame niet meer wenst te ontvangen. Dit is in strijd met artikel 14 van de Code Brievenbus Reclame (CBR).
Advies over Richtlijn betreffende de productie, presentatie en verkoop van tabak
Committee on Legal Affairs 2009-2014, 13.3.2013 (Notice tot Members 28/2013)Het betreft het met redenen omkleed advies van de 'Italian Chamber of Deputies' over het voorstel voor een Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de harmonisatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten met betrekking tot de productie, presentatie en de verkoop van tabak en aanverwante producten.
The subject of the 'Notice tot Members' is the reasoned opinion by the Italian Chamber of Deputies on the proposal for a Directive of the European Parliament and of the Council on the approximation of the laws, regulations and administrative provisions of the Member States concerning the manufacture, presentation and sale of tobacco and related products. (...)Under Article 6 of the Protocol (No 2) on the application of the principles of subsidiarity and proportionality, any national parliament may, within eight weeks from the date of transmission of a draft legislative act, send the Presidents of the European Parliament, the Council and the Commission a reasoned opinion stating why it considers that the draft in question does not comply with the principle of subsidiarity.
Committee XIV (European Union policies) noting, however, that the provisions laid down in the proposal for a directive involve certain issues that are critical with regard to compliance with the principle of subsidiarity, whereas, in particular:
a) before the national parliaments undertake the scrutiny of subsidiarity referred to in Protocol No 2 to the Treaty on European Union and the Treaty on the Functioning of the European Union, it is necessary to assess whether the legal basis of draft legislative acts of the European Union is correct; accordingly, national parliaments are able to adopt reasoned opinions under Article 6 of that Protocol should they find that an incorrect or inappropriate legal basis has been used in respect of the substance and purpose of a draft EU legislative act; (...)
d) the Court, in particular, pointed out that Article 114, interpreted in conjunction with Article 168 TFEU, allows the adoption of measures affecting human health provided that the legislative act is aimed primarily and effectively at removing obstacles to the free movement of goods or removing appreciable distortions of competition. Recourse to Article 114 would not, however, be justified if the act to be adopted had health protection as its primary and immediate objective and only as an 'incidental' effect that of harmonising market conditions within the Community;
e) the proposal for a directive under consideration does not appear fully to meet the conditions laid down by the Court for recourse to Article 114 because many of its provisions are not liable to remove obstacles to the free movement of tobacco products or distortions of competition; (...)
g) the Commission has expressly justified its measures relating to the standardisation of packaging and the ban on selling entire categories of products that are currently legal (...) by its desire to reduce the attractiveness of tobacco products and the concern that a certain type of product or package may lead consumers to believe it is less harmful.(...)
Specifieke spelvoorwaarde bij Bankspel via Miljoenenjacht app
RCC 4 maart 2013, dossiernr. 2012/01138 (live kans op een prijs)De bestreden reclame-uiting betreft de zogenaamde Miljoenenjacht app. In één van die screenshots staat onder meer: “Postcode Loterij Miljoenenjacht Speel mee en maak 5 weken lang kans op € 750,-”.
Via de app kan men bij het televisieprogramma Postcode Loterij Miljoenenjacht € 750,- winnen door te voorspellen wat het bod van de bank is. Bij dit interactieve spel dient men zijn voorspelling in te voeren voordat het bod live op televisie kenbaar wordt gemaakt. Volgend klager is in de app echter niet vermeld dat de opnames voor het bewuste programma al hebben plaatsgevonden, voor de uitzending op zondag. Door deze eerdere opname maakt de kijker geen eerlijke kans om € 750,- te winnen. De opname wordt immers bijgewoond door 500 personen die vóór de uitzending weten wat de bank gaat bieden. Klager is van mening dat ten onrechte wordt gesuggereerd dat men live kans maakt op de prijs.
Klager heeft echter niet weersproken dat men via een van de app deel uitmakende button kennis kon nemen van de spelvoorwaarden die NPL bij e-mail van 14 januari 2013 aan SRC heeft toegezonden. In die spelvoorwaarden staat onder meer: “Door deelname aan het Bankspel gaat de deelnemer akkoord met (…) de onderstaande specifieke spelvoorwaarden met betrekking tot het Bankspel”. Twee van die specifieke spelvoorwaarden luiden:
“•Medewerkers van de Postcode Loterij, RTL Nederland, bedrijven die werkten aan de totstandkoming van deze App en mensen die aanwezig waren in de tv-studio tijdens de opnames van het televisieprogramma Postcode Loterij Miljoenenjacht zijn uitgesloten van deelname.
• Deelnemers kunnen van deelname worden uitgesloten indien er een vermoeden is van oneerlijk spelgedrag waaronder wordt begrepen maar daartoe niet beperkt voorkennis of het op andere wijze oneigenlijk beïnvloeden van het spelresultaat”.
Uit eerstgenoemde specifieke spelvoorwaarde blijkt naar het oordeel van de Commissie voldoende duidelijk dat opname van het programma plaatsvindt vóór de uitzending daarvan. In de app ligt dan ook niet de suggestie besloten dat men, zoals klager stelt, “live kans maakt op een prijs”. Voorts is duidelijk vermeld dat men door deelname aan het Bankspel akkoord gaat met onder meer de spelvoorwaarde dat uitsluiting van deelname mogelijk is, indien er een vermoeden is van oneerlijk spelgedrag waaronder onder meer voorkennis. Dat klager zich (...) kennelijk niet kan vinden in deze spelvoorwaarde, betekent niet dat de bestreden app in strijd is met de NRC. (...) De Commissie wijst de klacht af.