Voorjaarsbijeenkomst VvRr: De betekenis van het EU Handvest voor commerciële reclame
![]() |
![]() |
Voor op de Agenda: 17 maart 2015: Ter gelegenheid van het afscheid van Prof. Jan Kabel als bestuurslid gaat de Vereniging voor Reclamerecht (VvRr) in samenwerking met de Vereniging voor Media- en Communicatierecht (VMC) aandacht besteden aan de grondrechten uit het Handvest EU. Dat Handvest bestaat al lang, maar komt in ons land nu eerst langzaam boven water, vooral in privacy-zaken met het nieuwe dataprotectiegrondrecht. Maar er is meer. Intellectuele eigendom is een grondrecht geworden. De vrijheid van onderneming krijgt een grondwettelijke status. Menselijke waardigheid wordt een juridische issue en niet alleen maar een fatsoensnorm in reclamezaken. Reclame als financieringsbron voor de media wordt een juridisch serieus te nemen onderwerp. De vrijheid van meningsuiting krijgt een nieuw gezicht. Toegang tot preventieve gezondheidszorg is gejuridiseerd. Wat betekenen die nieuwe grondrechten voor het maken van reclame? Dat komt allemaal ter sprake in het volgende programma:
13.30 uur Binnenkomst en registratie
14.00-14.05 uur: Introductie door de voorzitter, Prof. Jan Kabel
14.05-14.30 uur: Algemene inleiding over de betekenis van het Handvest door Prof. Sybe de Vries van de Utrechtse Universiteit (Hoogleraar EU interne-marktrecht en grondrechten, Universiteit Utrecht)
14.30-15.00 uur: De betekenis van het EU Handvest voor het gebruik van consumentengegevens ten behoeve van gepersonaliseerde reclame door Dr. Frederik Zuiderveen Borgesius
(Instituut voor Informatierecht)
15.00-15.30 uur: De betekenis van de vrijheid van ondernemerschap (art. 16 Handvest) voor het maken van reclame door Dr. Alexander Tsoutsanis (Instituut voor Informatierecht/DLA Piper Advocaten)
15.30-15.45 uur: Pauze
15.45-16.15 uur: De betekenis van de vrijheid van meningsuiting (art. 11 lid 1 Handvest) voor reclame door Mr. Otto Volgenant (Boekx Advocaten)
16.15-16.30 uur: De betekenis van de vrijheid en pluriformiteit van de media (artikel 11 lid 2 Handvest) voor reclame door Prof. Jan Kabel voornoemd
16.30-17.30 uur: Vragen en Discussie
Er is een handige website van het Expertise Centrum van BZ.
@ De Brauw Blackstone Westbroek in Amsterdam-Zuid.
Voorafgaande aan het wetenschappelijk gedeelte vindt om 13.15 uur de Algemene Ledenvergadering van de VvRr plaats.
Aanmelden: door het inzenden van het deelnameformulier aan m.curiel@ploum.nl uiterlijk 10 maart 2015.


Aanbeveling. Voeding. Groupon/M&M gepersonaliseerde M&M's, korting op waardebon, korting niet op product, onjuist beeld geschetst van aanbod. Het betreft een tweetal uitingen op de website www.groupon.nl waarin gepersonaliseerde M&M’s worden aangeprezen.
en
Beslissingen ingezonden door Ebba Hoogenraad, Moïra Truijens en Yannick Bakker, 
Bijdragen ingezonden door Daan van Eek en Ebba Hoogenraad,
Misleidende reclame. Art. 6:194 BW. Partijen zijn elkaars concurrenten fabriceren, leveren en onderhouden zogenoemde luchtwassers, soms gaswasser genoemd en adverteren met BWL-nummers. Een BWL-nummer wordt toegekend nadat het betreffende type luchtwasser is getest en deugdelijk is bevonden. Buro Blauw, een onafhankelijk ingenieursbureau in luchtkwaliteit, concludeert dat de Inno+-producten op twee essentiële punten afwijkt van de BWL-nummer behorende specificaties. Robos vordert met succes dat Inno+ verboden wordt reclame te maken dat de Junior en inbouwluchtwasser gekwalificeerd zijn als biologische gaswassers en door de overheid zijn erkend.
Reclamerecht. Definitie A-merk in het aanbestedingsrecht. Balans schrijft zich in op een aanbesteding van sportkleding, maar de inschrijving wordt ongeldig verklaard. Balans maakt echter onvoldoende aannemelijk dat de door haar aangeboden sportkleding een A-merk is dat bekendheid geniet "door reclame die direct op de consument is gericht". Derhalve is onvoldoende gebleken dat haar inschrijving voldoet aan het Programma van Eisen, zodat de inschrijving naar op goede gronden ongeldig is verklaard.
Stichting Reclamecode
Boetebesluit AFM naar aanleiding van de uitzending van een reclamespotje over een beleggingsproduct, waarin onvoldoende duidelijk is gewaarschuwd voor mogelijke risico’s. Artikel 51, derde lid, MiFID-richtlijn. Toetsingskader artikelen 1:97 en 1:98 Wft. De artikelen 1:97 en 1:98 Wft moeten richtlijnconform worden toegepast. Dit betekent dat het College thans van oordeel is, anders dan in eerdere uitspraken is overwogen, dat moet worden getoetst of het besluit van AFM om tot publicatie van het boetebesluit over te gaan geen onevenredige schade toebrengt aan de betrokken partijen. In het onderhavige geval is daarvan geen sprake.