RB
DOSSIERS
Alle dossiers

Audiovisuele media  

RB 1661

Adverteerde biedt kijker mogelijkheid voor een minuut stilte

RCC 21 februari 2013, dossiernr. 2013/00029 (de herinneringsm1nuut)

Het betreft een televisiereclame die opent met de mededeling: ”de herinneringsm1nuut”. Hierna verschijnt Caroline Tensen in beeld die onder meer het volgende zegt: “Over exact 30 seconden zijn we allemaal 1 minuut stil. Om te denken aan iedereen die er niet meer is. (…) Verwacht maar toch plotseling ging het kaarsje uit. (…) Ik denk deze minuut aan haar”.
Vervolgens komen gedurende één minuut vele kaarsjes voorbij, die voorzien zijn van even zovele namen. Tot slot verschijnt in beeld: “de Herinneringsminuut is een initiatief van Yarden” en “www.herinneringsminuut.nl”.

Klager acht het niet duidelijk dat het om een reclame-uiting gaat. Pas aan het eind werd duidelijk dat het reclameblok nog niet was geëindigd en wel door de mededeling dat dit door Yarden “mogelijk werd gemaakt”.
Voorts wordt in Nederland spaarzaam en zorgvuldig omgegaan met het idee van “een minuut stilte houden”. Yardens maakt in deze commerciële uiting op ongepaste en smakeloze wijze gebruik van dit idee.

Naar het oordeel van de Commissie is de uiting duidelijk als reclame-uiting herkenbaar aangezien de uiting deel uitmaakt van een reclameblok en nu aan het slot is vermeld: “de Herinneringsminuut is een initiatief van Yarden”. Met inachtneming van deze terughoudendheid, is de Commissie van oordeel dat de grens van het toelaatbare niet is overschreden. Op alleszins zorgvuldige wijze stelt adverteerder de kijker in de gelegenheid om desgewenst een minuut stilte in acht te nemen, ter herinnering aan een overleden dierbare. (...)

RB 1657

'Rotleven' van plofkip aan de kaak gesteld

RCC 19 februari 2013, dossiernr. 2013/00048(A) (plofkip in Wakker Dier commercial)

Het betreft een televisiecommercial waarin (...) wordt gezegd: “Met goedkope kip lokken supermarkten zoals Albert Heijn en Jumbo ons de winkel in. Maar een kilo kip is geen stuntartikel. Het is een kilo dier. Voor die lage prijzen heeft zo’n plofkip een rotleven gehad. Stop de plofkip bij Albert Heijn en Jumbo.” Ondertussen is te zien hoe verschillende delen kippenvlees vanuit hun (voordeel)verpakkingen komen en zich vormen tot een levende, zittende kip met kale plekken op haar lijf. De commercial is volgens klager misleidend, omdat het beeld van de kip dat aan het eind van de commercial wordt getoond niet het generale beeld in een vleeskuikenbedrijf is.

In de televisiecommercial geeft Wakker Dier haar mening over de stuntprijzen die supermarkten hanteren voor het vlees van plofkippen, die daardoor - zo stelt Wakker Dier - een “rotleven” hebben gehad.  Wakker Dier heeft gemotiveerd aangevoerd dat de hoge prijsdruk als gevolg van het stunten met goedkope kip leidt tot een grote druk op de sector om goedkoop te produceren, wat ten koste van het welzijn van de plofkip gaat. Klager acht de commercial “walgelijke televisie”, die niet overdag uitgezonden mag worden omdat kleine kinderen zoiets niet horen te zien.

(...) Bij de beantwoording van de vraag of een reclame-uiting in strijd is met de goede smaak en/of het fatsoen stelt de Commissie zich terughoudend op, gelet op het  subjectieve karakter van die criteria. (...) Wakker Dier heeft om het maatschappelijk probleem van het welzijn van plofkippen onder de aandacht te brengen geen onnodig schokkende beelden gebruikt. Dit geldt ook voor zover de commercial wordt uitgezonden op tijd­stippen dat kinderen televisie kijken.

Het staat Wakker Dier in beginsel vrij haar mening te geven over de lage prijzen van kip in (met name genoemde) supermarkten en de nadelige gevolgen daarvan voor het welzijn van de plofkip. De wijze waarop Wakker Dier dat in de onderhavige commercial doet, is naar het oordeel van de Commissie niet in strijd met de Nederlandse Reclame Code.

De Commissie acht aannemelijk geworden dat voor de commercial geen zieke kip is gebruikt, maar dat de getoonde plofkip is gefilmd in een Nederlandse zichtstal en dus een realistisch beeld geeft van een ‘normale’ plofkip op de slachtleeftijd van circa 6 weken. Voorts is door Wakker Dier toegelicht dat Albert Heijn en Jumbo expliciet in de commercial worden genoemd omdat zij de grootste verkopers van plofkippen zijn. Het is de Commissie niet gebleken dat deze mededeling niet juist is.

RB 1648

Veelzijdigheid onder de aandacht brengen, mag niet bij kinderen

RCC 12 februari 2013, dossiernr. 2012/01114 (warenhuizen op het internet (wohi.nl))

Het betreft een televisie-commercial voor wohi.nl waarin na elkaar verschillende producten worden getoond, waaronder lego en een wijnpakket. Twee jonge kinderen, die naar het voorbij komende aanbod kijken, zijn daarbij continu in beeld. Klaagster vraagt zich af kinderen niet moeten worden beschermd tegen het in aanraking komen met alcoholhoudende drank. (...) Volgens verweerder heeft de commercial-reeks enkel tot doel de veelzijdigheid van de winkel onder de aandacht te brengen.

Op grond van de klacht dient de reclame-uiting, die onder meer reclame voor alcohol­houdende drank bevat, te worden getoetst aan de Reclamecode voor alcoholhoudende dranken (RVA) 2012.

In artikel 11 van deze code is bepaald dat reclame voor alcoholhoudende drank geen personen mag tonen die jonger zijn of evident jonger lijken dan 18 jaar. Voorts is in dit artikel bepaald dat voor reclame-uitingen waarbij gebruik wordt gemaakt van geënsceneerde situaties met scripts en modellen die door of in opdracht van de adverteerder worden ingehuurd, geen personen die jonger zijn of evident jonger lijken dan 25 jaar getoond mogen worden. Gelet op het voorgaande is de onderhavige televisie-commercial, waarin zeer jonge kinderen worden getoond, in strijd met het genoemde artikel 11 RVA.

 

Het oordeel van de voorzitter

(...)

Op grond van de klacht dient de reclame-uiting, die onder meer reclame voor alcohol­houdende drank bevat, te worden getoetst aan de Reclamecode voor alcoholhoudende dranken (RVA) 2012.

In artikel 11 van deze code is bepaald dat reclame voor alcoholhoudende drank geen personen mag tonen die jonger zijn of evident jonger lijken dan 18 jaar. Voorts is in dit artikel bepaald dat voor reclame-uitingen waarbij gebruik wordt gemaakt van geënsceneerde situa­ties met scripts en modellen die door of in opdracht van de adverteerder worden ingehuurd, geen personen die jonger zijn of evident jonger lijken dan 25 jaar getoond mogen worden.

 Gelet op het voorgaande is de onderhavige televisie-commercial, waarin zeer jonge kinderen worden getoond, in strijd met het genoemde artikel 11 RVA.

RB 1644

Migraine genezen of verhelpen wordt niet gesuggereerd

RCC 12 februari 2013, dossiernr. 2012/01144(B) (Advil Liquid Caps 400 tegen migraine)

In de televisiereclame van Advil wordt het volgende gezegd: “Migraine is geen griep. Want migraine is een ondraaglijke hoofdpijn. Daarom is er Advil Liquid Caps 400. Werkt twee keer sneller dan een normale ibuprofen tablet. Advil. Sterker dan pijn”. Volgens klager wordt gesuggereerd dat Advil Liquid Caps 400 migraine doet verhelpen.

Blijkens de samenvatting van de productkenmerken is AdvilLiquid Caps 400 geïndiceerd voor migraine en is in klinisch onderzoek aangetoond “dat ibuprofen 400 mg effectief is voor de verlichting van hoofdpijn bij migraineaanvallen(...)”. 

De bestreden uiting is voorzien van een KOAG-toelatingsnummer. Advil Liquid Caps 400 is een bij het CBG geregistreerd zelfzorggeneesmiddel. De commercial voldoet aan de geldende wet- en regelgeving in het algemeen en aan de Code Publieksreclame voor Geneesmiddelen in het bijzonder.

Het feit dat Advil Liquid Caps 400 in de bestreden uiting wordt aanbevolen bij migraine leidt niet tot het oordeel dat de uiting in strijd is met de NRC. Dat niet iedereen die lijdt aan migraine baat zal vinden bij het onderhavige middel, doet niet aan dit oordeel af. Overigens ligt in de uiting niet de suggestie besloten dat Advil Liquid Caps 400 migraine doet verhelpen of dat migraine daarmee valt te genezen. De Commissie wijst de klacht af.

De Keuringsraad heeft onder meer het volgende meegedeeld.
De bestreden uiting is op 14 mei 2012 voorzien van een KOAG-toelatingsnummer.
Advil Liquid Caps 400 is een bij het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) geregistreerd zelfzorggeneesmiddel. In de 1B1 tekst is migraine als indicatie vastgelegd.
De commercial voldoet aan de geldende wet- en regelgeving in het algemeen en aan de Code Publieksreclame voor Geneesmiddelen in het bijzonder.

Het oordeel van de Commissie
Voor zover de klacht moet worden opgevat in die zin dat (ten onrechte) de indruk wordt gewekt dat migraine een “hoofdpijntje is, dat met een simpel Advil tabletje valt te genezen”, acht de Commissie de klacht ongegrond, omdat in de uiting wordt gezegd: “Migraine is een ondraaglijke hoofdpijn”.
Voorts stelt de Commissie voorop dat de Keuringsraad KOAG/KAG heeft meegedeeld dat Advil Liquid Caps 400 een bij het CBG geregistreerd zelfzorggeneesmiddel is.
Blijkens de onderdelen 2, respectievelijk 4.1 en 5.1 van de door adverteerder overgelegde “SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN Advil Liquid Caps 400 RVG 28320” ofwel 1-B-1 tekst (de door het CBG goedgekeurde samenvatting van het registratiedossier):
-       bevat dit middel per capsule 400 mg ibuprofen;
-       is één van de “Therapeutische indicaties” van dit middel migraine en
-       is één van de “Farmacodynamische eigenschappen” van het middel dat ibuprofen 400 mg effectief is voor de verlichting van hoofdpijn bij migraineaanvallen.
Gelet op het bovenstaande leidt het feit dat Advil Liquid Caps 400 in de bestreden uiting wordt aanbevolen bij migraine niet tot het oordeel dat de uiting in strijd is met de Nederlandse Reclame Code. Dat niet iedereen die lijdt aan migraine baat zal vinden bij het onderhavige middel, doet niet aan dit oordeel af.
Overigens ligt in de uiting niet de suggestie besloten dat Advil Liquid Caps 400 migraine doet verhelpen of dat migraine daarmee valt te genezen.
RB 1632

Actie 'geen BTW' geldt alleen bij het bezit van een voordeelpas

RCC 6 februari 2013, dossiernr. 2013/00032 (GAMMA voordeelpas)

Misleidend. Voorwaarden. Voordeelpas. De bestreden reclame-uiting betreft de televisiecommercial waarin een werknemer van de Gamma een actie aanprijst waarbij men gedurende vier dagen “geen BTW” betaalt over aankopen. In beeld verschijnt enige tijd de tekst “*kijk voor de voorwaarden op GAMMA.nl”. Op het buitenbord bij de GAMMA filialen staat “0% btw” en “Alles belastingvrij”. Aan de rechteronderzijde van het buitenbord staat verticaal vermeld dat de actie alleen geldt met de GAMMA voordeelpas.

In de commercial wordt de actie aangeprezen zonder dat specifiek melding wordt gemaakt van de voorwaarde dat men over een GAMMA voordeelpas dient te beschikken om gebruik te kunnen maken van de actie. Naar het oordeel van de voorzitter betreft het feit dat deze pas verplicht is een belangrijke beperkende voorwaarde, waarover de consument duidelijk geïnformeerd dient te worden. De enkele in beeld getoonde verwijzing naar de actievoorwaarden op adverteerders website is onvoldoende. Adverteerder had derhalve in de televisiecommercial de consument dienen te informeren over de noodzaak van een GAMMA voordeelpas. Ten aanzien van het buitenbord ligt het voorgaande in zoverre anders, dat in deze uiting wel specifiek staat dat men alleen met een GAMMA voordeelpas kan deelnemen aan de actie.

Nu de consument in de uitingen niet duidelijk wordt geïnformeerd over de voorwaarde van een GAMMA voordeelpas om te kunnen deelnemen aan de actie, is sprake van een te laat of op onduidelijke wijze verstrekken van essentiële informatie. De gemiddelde consument zou hierdoor ertoe gebracht kunnen worden een besluit over een transactie te nemen dat hij anders niet had genomen. Niet gesteld of gebleken is dat vrijwel alle consumenten over een GAMMA voordeelpas beschikken of bereid zijn een dergelijke pas aan te schaffen. De voorzitter acht de reclame-uitingen misleidend en daardoor oneerlijk.

RB 1629

“Alleen voor bonuskaarthouder” is essentiële informatie

RCC 5 februari 2013, dossiernr. 2012/01068 (Alleen voor AH-bonuskaarthouders)

Het betreft een televisiecommercial waarin de ‘Albert Heijn-man’ de actie “Route 99” aanprijst met de mededeling: “De voordeligste route van Nederland loopt deze maand dwars door Albert Heijn, met 99 aanbiedingen voor 99 cent.” De man loopt door een Albert Heijn filiaal en meldt bij een aantal producten: “Kijk: 99 cent! En deze: 99 cent!”

De commercial wordt gevolgd door een kortere commercial in hetzelfde reclameblok (‘tag on’), waarin een aantal producten wordt getoond in het kader van de actie. De tag on eindigt met een blauw scherm met daarop het Albert Heijn logo en in witte letters onderin beeld de melding: “Kijk voor de actievoorwaarden op ah.nl. Aanbiedingen geldig op vertoon van uw bonuskaart”. De voorzitter acht het aannemelijk dat de gemiddelde consument de commercial en tag-on als een samenhangend geheel zal beschouwen, nu deze elkaar in korte tijd opvolgen in hetzelfde reclameblok. In de gehele uiting wordt veel nadruk gelegd op de Route 99-aanbiedingen, terwijl het aanbod slechts geldt voor houders van een bonuskaart.

Het voorgaande impliceert dat de consument duidelijk moet worden geïnformeerd over de wijze waarop de actie moet worden uitgelegd om te voorkomen dat bij hem onjuiste verwachtingen worden gewekt omtrent het voordeel waarop hij op grond van de actie recht heeft. (...)

Aan het einde van de uiting is de mededeling “Aanbiedingen geldig op vertoon van uw bonuskaart” echter dermate kort in beeld, dat deze (...) de gemiddelde consument gemakkelijk kan ontgaan.

Hierdoor  is sprake van een op onduidelijke wijze verstrekken van essentiële informatie.

Op andere blogs:
Hoogenraad & Haak (Alleen voor AH-Bonuskaarthouders)

RB 1624

Kindermishandeling stopt nooit vanzelf

RCC 31 januari 2013, dossiernr. 2012/01025 (Kindermishandeling stopt nooit vanzelf)

Bevestiging oordeel voorzitter. Opsluiten van een kind en seksueel misbruik in de jeugdzorg. De overheid doet niets. In de uiting ligt niet de suggestie besloten dat kindermishandeling in de jeugdzorg niet zou voorkomen of door de overheid aanvaardbaar zou worden gevonden.

In deze reclame wordt het opsluiten van een kind op de kamer aangemerkt als kindermishandeling, terwijl “zoiets in de jeugdzorg heel normaal is”. Dat geldt ook voor seksueel misbruik in de jeugdzorg. De overheid doet er niets aan en hoopt dat deze kindermishandeling vanzelf ophoudt. De reclame tart het goed fatsoen en nodigt kijkers uit om melding te doen van ‘mishandelde kinderen’, zodat die kinderen in de jeugdzorg belanden, met goede kans op seksueel misbruik.

De voorzitter acht geen strijd met de NRC. Bezwaar tegen terzijdelegging: Er is geen sprake van een vermoeden, maar van zekerheid omtrent seksueel misbruik in de jeugdzorg. Deze zekerheid laat de overheid voortbestaan door niet op te treden tegen de jeugdzorg, haar professionals en haar ‘hulpverlening’. Klager spreekt over “ontluisterende bevindingen van de Commissie Samson”.

In de bestreden uiting wordt de aandacht gevestigd op kindermishandeling en op de mogelijkheid daartegen iets te doen, meer in het bijzonder door een hulp- en advieslijn te bellen of door de website vooreenveiligthuis.nl bezoeken. De wijze waarop dat gebeurt, waarbij één voorbeeld van (een vermoeden van) kindermishandeling, kennelijk thuis, wordt getoond, acht de Commissie niet in strijd met de NRC. In de uiting ligt niet de suggestie besloten dat kindermishandeling, waaronder seksueel misbruik, in de jeugdzorg niet zou voorkomen of door de overheid aanvaardbaar zou worden gevonden.

 

In dit verband wijst de Commissie nog op de inhoud van de laatste alinea van de bij het verweer overgelegde brief van 29 oktober 2012 van de staatssecretaris Volksgezondheid, Welzijn en Sport en van de minister en staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, naar aanleiding van het rapport van de door klager genoemde Commissie Samson. In die brief staat:

“Het kabinet realiseert zich ten volle dat er ten aanzien van de aanpak van seksueel misbruik echt iets moet veranderen. Het kan niet zo zijn dat we als samenleving weet hebben van een dergelijk ernstig probleem, maar het niet stevig aanpakken. Het kabinet werkt er hard aan om, samen met de Taskforce kindermishandeling en seksueel misbruik en alle partijen in het veld, een fundamentele kentering tot stand te brengen. Het gaat immers om kinderen en die hebben recht op bescherming”. 

RB 1615

Voor legaal downloaden moet doorgaans worden betaald

Vz RCC 28 januari 2013, dossiernr. 2012-01139-(I) (downloaden op: thevoiceofholland.com)

Het betreft de mededeling “de volledige versie van alle liedjes zijn te downloaden op: thevoiceofholland.com”, die tijdens het televisieprogramma “The Voice Of Holland” in beeld verschijnt. Klager acht de uiting misleidend omdat op de banner niet wordt vermeld dat je voor het downloaden van de liedjes moet betalen. Dit blijkt pas bij het bezoeken van de website.

Het betreft volgens de voorzitter een zuiver feitelijke mededeling omtrent de beschikbaarheid van de volledige versie van de liedjes die tijdens het programma te horen zijn. De gemiddelde consument is bekend met het feit dat voor het legaal downloaden van muziek doorgaans moet worden betaald. Nu de mededeling geen suggestie bevat waaruit zou blijken dat de liedjes gratis zijn, kan de uiting niet als misleidend worden beoordeeld. De voorzitter wijst de klacht af.

De voorzitter is van oordeel dat de Commissie de klacht zal afwijzen. Hij overweegt daartoe het volgende. Het betreft een zuiver feitelijke mededeling omtrent de beschikbaarheid van de volledige versie van de liedjes die tijdens het programma te horen zijn. Naar het oordeel van de voorzitter is de gemiddelde consument bekend met het feit dat voor het legaal downloaden van muziek doorgaans moet worden betaald. Nu de mededeling geen suggestie bevat waaruit zou blijken dat de liedjes gratis zijn, kan de uiting niet als misleidend worden beoordeeld.

RB 1606

Alleen korting bij drie grote koffieverpakkingen

RCC 23 januari 2013, dossiernr. 2012/01111 (korting op de Winter Efteling Douwe Egberts)

Misleiding. Kortingsactie. Voorwaarden. Beperking.

Het betreft de besteden reclame-uiting: “Nu 8 euro korting op de Winter Efteling bij drie pakken Douwe Egberts koffie”. Onderin beeld verschijnt de mededeling “3 actieverpakkingen Douwe Egberts Aroma Rood 500 gram filterkoffie”. De klacht richt zich op het feit dat de commercial de indruk wekt dat bij drie pakken koffie 8 euro korting wordt gegeven. De tekst onder de getoonde pakken koffie verschijnt zo kort in beeld, dat deze niet goed leesbaar is. Volgens klager is er sprake van misleiding.

Vast is komen te staan dat de aanbieding in de commercial van “nu 8 euro korting op drie pakken Douwe Egberts koffie” - voor welke korting zes spaarzegels nodig zijn - alleen geldt voor de 500-gramsverpakkingen Douwe Egberts Aroma Rood filterkoffie, waarop twee spaarzegels zitten, en niet voor de kleinere koffieverpakkingen, die elk slechts één zegel bevatten. Naar het oordeel van de Commissie wordt in de televisiecommercial onvoldoende duidelijk gemaakt dat de aanbieding alleen betrekking heeft op drie grote koffieverpakkingen. De in beeld verschenen tekst is gezien de duur zo kort dat de daaruit af te leiden beperking de gemiddelde kijker gemakkelijk kan ontgaan.

De Commissie doet een aanbeveling op grond van de aanhef en onder c van artikel 8.3 NRC en artikel 7 NRC.

Vast is komen te staan dat de aanbieding in de commercial van “nu 8 euro korting op drie pakken Douwe Egberts koffie” - voor welke korting zes spaarzegels nodig zijn - alleen geldt voor de 500-gramsverpakkingen Douwe Egberts Aroma Rood filterkoffie, waarop twee spaarzegels zitten, en niet voor de kleinere koffieverpakkingen, die elk slechts één zegel bevatten. Naar het oordeel van de Commissie wordt in de televisiecommercial onvoldoende duidelijk gemaakt dat de aanbieding alleen betrekking heeft op drie grote koffieverpakkingen. Weliswaar wordt tijdens het uitspreken van de tekst “nu 8 euro korting op drie pakken Douwe Egberts koffie” onder in beeld de mededeling “3 actieverpakkingen Douwe Egberts Aroma Rood 500 gram filterkoffie” getoond, maar de duur dat deze tekst in beeld staat is zo kort dat de daaruit af te leiden beperking van het aanbod - mede gelet op de lengte van de mededeling - de gemiddelde kijker gemakkelijk kan ontgaan.

 Gelet op het voorgaande is sprake van het op een onduidelijke wijze verstrekken van essentiële informatie die de gemiddelde consument nodig heeft om een geïnformeerd besluit over een transactie te nemen als bedoeld in de aanhef en onder c van artikel 8.3 NRC. Omdat de gemiddelde consument door de uiting ertoe gebracht kan worden een besluit over een transactie te nemen dat hij anders niet had genomen, is de uiting misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC. De kort in beeld verschijnende verwijzing naar de actievoorwaarden op adverteerders website neemt het misleidende karakter van de commercial niet weg.

 

RB 1595

Preparaten die geen bijzondere functie in de video vervullen

CGR Codecommissie geneesmiddelen 10 januari 2013, Advies AA12.127

Geneesmiddelenreclame toegelaten: het gebruik van merken in zakelijke reclame voor dienstverlening aan apothekers is toelaatbaar volgens Codecommissie Geneesmiddelenreclame.

De voorzitter van de Codecommissie heeft advies uitgebracht op grond van artikel 59 van het Reglement van de Codecommissie. Verzoeker van het advies is een vergunninghouder in de zin van art. III.e van de Gedragscode Geneesmiddelenreclame en voornemens onder apothekers een video te verspreiden. De kern van de video is het tonen van het technisch proces van bereiding om te laten zien dat aan de richtlijnen van de Europese Unie inzake GMP (Good Manufactoring Practice) wordt voldaan. Met deze video wil verzoeker aantonen dat hij beschikt over een gevalideerd kwaliteitszorgsysteem.

In de beelden van het productieproces ter aanprijzing van de diensten die verzoeker aanbiedt aan apothekers komen enkele preparaten voor die onder verschillende merknamen ook worden aangeboden door andere vergunninghouders. In de video wordt enkele malen benadrukt dat de dienstverlening die wordt aangeprezen slechts geldt voor medicamenten op maat, waarvoor geen equivalent handelsproduct bestaat.

Afgezien van de genoemde preparaten wordt in de video niet verwezen naar een specifiek geneesmiddel, zodat van reclame voor een geneesmiddel in de meest strikte zin geen sprake is. De video beperkt zich tot het op een zakelijke wijze aanprijzen van de dienst, het bijstaan van de apotheker die het noodzakelijk acht een medicament op maat aan te bieden waarvoor geen handelsequivalent beschikbaar is. De video wordt ook uitsluitend verspreid onder apothekers die gebruik maken van de diensten van verzoeker.

De video is, zoals artikel 9 van de Gedragscode verlangt, in overeenstemming met de gestelde gedragsregels voor mondelinge en schriftelijke reclame. De Commissie heeft zich afgevraagd of het tonen van de (merknamen van) preparaten als hiervoor aangehaald, reclame is voor specifieke geneesmiddelen. Ervan uitgaande dat apothekers slechts dan gebruik zullen maken van de diensten, indien voor het gevraagde product geen equivalent in de handel is, acht de Commissie het tonen van de namen van de genoemde preparaten, die geen bijzondere functie in de video vervullen, niet in strijd met de Gedragscode. De conclusie is daarom dat de video beoordeeld vanuit de Gedragscode toelaatbaar is.

2.3 Afgezien van de hiervoor genoemde preparaten, waarover later meer, wordt in de video niet verwezen naar een specifiek geneesmiddel, zodat van reclame voor een geneesmiddel in de meest strikte zin geen sprake is. In de video zet [X] zich niet af tegen (producten van) andere vergunninghouders. Zij beperkt zich tot het op een zakelijke wijze aanprijzen van haar dienst, het bijstaan van de apotheker die het noodzakelijk acht een medicament op maat aan te bieden waarvoor geen handelsequivalent beschikbaar is. De video wordt ook uitsluitend verspreid onder apothekers die gebruik maken van haar diensten. De video is, zoals artikel 9 van de Gedragscode verlangt, in overeenstemming met en in de geest van de gestelde gedragsregels voor mondelinge en schriftelijke reclame.

De Commissie heeft zich afgevraagd of het tonen van de (namen van) preparaten als hiervoor aangehaald reclame is voor specifieke geneesmiddelen. Hoewel de Commissie zich had kunnen voorstellen dat die namen, die geen bijzondere functie in de video vervullen, niet waren getoond, kan zij daarin geen aanprijzing van een geneesmiddel zien, nu over de eigenschappen van die geneesmiddelen, in het bijzonder ook niet over het geneeskundig effect, geen informatie wordt verstrekt. Ervan uitgaande dat apothekers slechts dan gebruik zullen maken van de diensten van [X], indien voor het gevraagde product geen equivalent in de handel is, acht de Commissie het tonen van de namen van de hiervoor genoemde preparaten niet in strijd met de Gedragscode.

De conclusie is daarom dat de video beoordeeld vanuit de Gedragscode toelaatbaar is.