RB
DOSSIERS
Alle dossiers

Internet  

RB 2083

Misleidende kortingsactie Gamma '0% BTW op alles'

RCC 5 maart 2013, dossiernummer 2014/00080 (Gamma '0% BTW op alles')
Nieuwe-GAMMA-banner.pngAanbeveling. Misleidend. Het betreft (a) de per post verspreide reclame in de vorm van een kaart en (b) de televisiecommercial, in welke uitingen de Gamma-actie “0% BTW op alles” wordt aangeprezen. In de televisiecommercial wordt, voor zover hier van belang, gezegd: “Van 2 tot en met 5 januari betaalt u bij Gamma 0% BTW op verf, 0% BTW op gereedschap, 0% BTW op [..]. Eigenlijk betaal je op ons hele assortiment 0% BTW.” In beeld verschijnt de tekst: “0% BTW op alles”. Klager wilde cellenbetonblokken met korting kopen. In de Gamma vestiging bleek echter dat dit product niet onder de actie viel. Verwezen werd naar de actiekaart, waarvan de lettertjes echter zo klein zijn dat deze niet leesbaar zijn. Klager acht de reclame misleidend, omdat bij de mededeling “0% BTW op alles” geen asterisk staat, dus geen duidelijk zichtbare aankondiging van beperkingen. Het was juister en eerlijker geweest indien was gezegd “op bijna alles”.

Het oordeel van de Commissie
De mededeling “0% BTW op alles” in beide uitingen wekt de indruk van een absoluut aanbod, welke indruk in de televisiecommercial nog wordt versterkt door de mededeling “Eigenlijk betaal je op ons hele assortiment 0% BTW”. Vast is echter komen te staan dat het aanbod “0% BTW op alles” in belangrijke mate beperkt wordt doordat (onder andere) producten uit het ‘extra goedkoop assortiment’ van de kortingsactie uitgesloten zijn. Deze beperking van het aanbod “0% BTW op alles” is essentiële informatie die uitdrukkelijk in de uitingen dient te worden vermeld. Dit geldt temeer nu consumenten er niet op bedacht hoeven te zijn dat ondanks de aanduiding “op alles” de actie op een aanzienlijk deel van het assortiment niet van toepassing is. Dat EGA-producten - volgens Gamma - altijd uitgesloten zijn van kortingsacties maakt dit niet anders, nu dit geen gegeven is dat bij de gemiddelde consument op wie de uitingen zijn gericht bekend mag worden verondersteld.

De beperking van het actieaanbod wordt naar het oordeel van de Commissie in de uitingen niet of onvoldoende duidelijk meegedeeld.

Aan het eind van de commercial staat gedurende 3 seconden, tegelijk met de tekst “0% BTW op alles”, onderin beeld in zeer kleine lettertjes (voor zover de Commissie deze heeft kunnen lezen) een toelichting op de invulling van de actie en een verwijzing naar adverteerders website gamma.nl. Voor het wijzen op de hiervoor bedoelde essentiële informatie kan niet worden volstaan met een algemene verwijzing naar (voorwaarden op) de website.

Op de kaart staat weliswaar dat verschillende artikelen en productgroepen van de actie uitgesloten zijn, maar deze in kleine letters weergegeven disclaimer valt nauwelijks op in verhouding tot de door de lettergrootte sterk de aandacht trekkende mededeling “0% BTW op alles”, vooral nu niet uitdrukkelijk naar deze disclaimer verwezen wordt. De gemiddelde consument wordt aldus onvoldoende attent gemaakt op het feit dat met “alles” in dit verband alleen wordt gedoeld op alles waarvoor geen beperking ten aanzien van de actie geldt.

Gelet op het voorgaande is sprake van het te laat of op een onduidelijke wijze verstrekken van essentiële informatie die de gemiddelde consument nodig heeft om een geïnformeerd besluit over een transactie te nemen als bedoeld in de aanhef en onder c van artikel 8.3 NRC. Omdat de gemiddelde consument door de uitingen ertoe gebracht kan worden een besluit over een transactie te nemen dat hij anders niet had genomen, acht de Commissie de uitingen misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.

Gelet op het vorenstaande wordt als volgt beslist.

De beslissing
De Commissie acht de reclame-uitingen in strijd met het bepaalde in artikel 7 NRC. Zij beveelt adverteerder aan om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken.
RB 2080

Durex ballonbeestensex onmiskenbaar humoristisch bedoeld

RCC 5 maart 2014, dossiernummer 2014/00159 (Durex ballonbeestensex)
hqdefault.jpgVoorzittersafwijzing. Het betreft een commercial voor Durex condooms waarin animatiefiguren in de vorm van ballonbeesten seks met elkaar lijken te hebben, waarbij geluiden zijn te horen die lijken op tegen elkaar schurende ballons. Volgens klager is de commercial op 6 november 2013 uitgezonden op RTL5 en is deze ook te zien op YouTube. Klager stelt, kort samengevat, dat het acceptabel is dat adverteerder reclame voor condooms maakt. De samenhang met piepende beestjes kan echter niet door de beugel. Dieren hebben niks met Durex te maken en dit kan consumenten op verkeerde ideeën brengen.

Het oordeel van de voorzitter
Adverteerder betwist dat de onderhavige commercial in november 2013 op RTL5 zou zijn uitgezonden. Uit navraag door het secretariaat van de Reclame Code Commissie bij RTL5 blijkt dat de commercial inderdaad destijds niet door deze omroep is uitgezonden. Op grond hiervan gaat de voorzitter ervan uit dat de commercial waartegen de klacht zich richt uitsluitend op YouTube is te zien.

Bij de beantwoording van de vraag of een reclame-uiting in strijd is met criteria zoals de goede smaak of het fatsoen, zoals kennelijk met de klacht is bedoeld, stelt de (voorzitter van de) Reclame Code Commissie zich terughoudend op, gelet op het subjectieve karakter van die criteria. Met inachtneming van deze terughoudendheid acht de voorzitter de onderhavige, onmiskenbaar humoristisch bedoelde commercial, niet van dien aard dat de grens van het toelaatbare wordt overschreden. Het feit dat adverteerder voor de aanprijzing van zijn product beeldtaal gebruikt in de vorm van ballonbeesten, leidt niet tot een ander oordeel. Of adverteerder verantwoordelijk is voor de verspreiding van de commercial via YouTube, doet bij deze uitkomst niet meer ter zake en kan daarom in het midden blijven.

De beslissing van de voorzitter

Gelet op het bovenstaande wijst de voorzitter de klacht af.
RB 2076

Groupon-actie Disneyland en hotel met toegang tot themapark toch duurder

RCC 3 maart 2014, dossiernummer 2014/00036 (Groupon actie Disneyland)
groupon-logo11.png?template=genericAanbeveling. Misleidend en oneerlijk. Het betreft de aanbieding op adverteerders website www.groupon.nl (subpagina https://travel.groupon.nl) met de kop: “ Verblijf bij Disneyland® Paris Magisch verblijf in het Algonquin Explorers-hotel naar keuze met toegang tot de thema-parken (vanaf € 89 voor 4 personen)”.

Toen klaagster één nacht in het hotel en één dag toegang tot Disneyland Parijs voor vier personen wilde boeken, bleek de prijs niet € 89,- te bedragen, zoals zij naar aanleiding van de kop van de uiting verwachtte, maar € 349,-. De genoemde prijs van € 89,- geldt indien alleen een overnachting in het hotel wordt geboekt. Pas bij het verder naar beneden scrollen in de uiting wordt duidelijker beschreven dat de aanbieding het hotel betreft en dat er een mogelijkheid is om toegangskaartjes voor Disneyland Parijs erbij te kopen.

De aanbieding “Magisch verblijf in het Algonquin Explorers-hotel naar keuze met toegang tot de themaparken (vanaf € 89 voor 4 personen)” wekt naar het oordeel van de Commissie de indruk dat de genoemde vanaf-prijs van € 89,- de laagste prijs is waarvoor men een hotelovernachting voor vier personen naar keuze kan combineren met toegangskaarten voor Disneyland Parijs. Als erkend is echter komen vast te staan dat de geadverteerde (vanaf)prijs van € 89,- alleen betrekking heeft op een overnachting in het genoemde hotel, zonder toegang tot de themaparken. Nu dit niet blijkt uit de kop, die door de grote, vetgedrukte letters sterk de aandacht trekt, acht de Commissie de uiting onduidelijk ten aanzien van de prijs van het aangeboden product als bedoeld in de aanhef en onder d van artikel 8.2 van de Nederlandse Reclame Code (NRC). Nu de gemiddelde consument door de kop van de aanbieding ertoe gebracht kan worden een besluit over een transactie te nemen dat hij anders niet had genomen, is de uiting misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.

Dat in het vervolg van de uiting de verschillende opties met bijbehorende prijzen worden vermeld, neemt het misleidende karakter van de kop van de aanbieding niet weg.

De Commissie acht de reclame-uiting in strijd met het bepaalde in artikel 7 NRC. Zij beveelt adverteerder aan om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken.
RB 2075

Banner datingsite lexa.nl als In-Game advertising voetbalspelapp geen overtreding KJC

RCC 3 maart 2014, dossiernummer 22014/00033 (In-Game advertising lexa.nl)
lexa+logo+def_-01jpgGeen (In-)Game advertising als bedoeld in de KJC. Commissie niet bevoegd zich uit te laten over voorschriften betreffende minimumleeftijd voor Apple App Store spel. Het betreft een banner, vertoond tijdens het voetbalspel “FTS 2014” dat klagers zoon van 11 jaar speelde op de Ipad van klager. In de banner staat naast de foto van een vrouw een “wolkje” met de uitspraak: “Hi, zin in een date?!” Daarnaast staat: “lexa.nl” en “Bekijk foto’s”. Klagers zoon van 11 klikte op deze banner, die zeer regelmatig gedurende het bewuste spel te zien was, en kwam op de site lexa.nl terecht.

Het maken van reclame voor een datingsite gedurende een app die (mede) door (jonge) kinderen wordt gebruikt, is op zichzelf niet in strijd met de NRC. De wijze waarop in dit geval gedurende een app, namelijk het voetbalspel FTS 2014, reclame wordt gemaakt voor de datingsite lexa.nl leidt evenmin tot het oordeel dat de NRC, daaronder begrepen de KJC, is overtreden. De Commissie overweegt daartoe het volgende.

De inhoud van de banner acht de Commissie niet van dien aard dat de grens van het toelaatbare wordt overschreden, ook niet voor zover deze door (jonge) kinderen wordt gezien en kinderen aldus bekend raken met het bestaan van lexa.nl.

Voorts acht de Commissie de banner, voor zover deze geacht moet worden geheel of gedeeltelijk tot kinderen en minderjarigen/jeugdigen te zijn gericht, duidelijk herkenbaar als reclame. De bewuste app betreft een voetbalspel, terwijl de banner betrekking heeft op een datingsite. Voorts onderscheidt de banner zich in die zin van de app/het voetbalspel dat de banner buiten het spelscherm is geplaatst.

Van (In-)Game advertising als bedoeld in de KJC is overigens geen sprake. De definitie van (In-)Game advertising luidt:

“reclame maken in of door middel van een game (digitaal spel en/of wedstrijd), waarbij een reclame-uiting respectievelijk in de game verschijnt of waarbij de game zelf (of delen daarvan) de reclame-uiting vormt”.

Gelet op het bovenstaande wordt als volgt beslist.

De beslissing

De Commissie wijst de klacht af.
RB 2058

Moet duidelijk kenbaar zijn dat het product 'refurbished' is

RCC 6 februari 2014, dossiernummer 2013/00687 (Refurbished toestel)
5718_iphonebandaid.jpgMisleidend en oneerlijk. Levertijd. Garantie. Onduidelijke informatie. De klacht richt zich succesvol tegen de volgende uiting: “’Ready to go’ Delivery: Dit toestel wordt inclusief hoogwaardige kwaliteit oplader en accu geleverd. (…)” Onder het kopje “Levering” staat onder meer: “Origineel product: Op onze website worden enkel 100% originele merkproducten en OEM (Original Equipment Manufacturer) producten aangeboden.” “Product & Garantie: Op dit product zit 30 dagen volledige omruilgarantie, [..] Het gaat hier om zogenaamde tot in complete nieuwstaat gereviseerde modellen die met een nieuwe garantietermijn worden geleverd”. “Bedenktijd: Op dit product zit een bedenktijd van 7 werkdagen [..]”

De Commissie oordeelt dat het gaat om essentiële informatie (refurbished toestel) die niet duidelijk is vermeld, waardoor niet duidelijk is welke garantietermijn van toepassing is. Om die reden is de uiting misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.

Het feit dat, naar adverteerder stelt, het aanbieden van refurbished toestellen algemeen geaccepteerd is, betekent niet dat men, indien men een dergelijk toestel aanbiedt, dit niet duidelijk moet vermelden. Dit is, zoals de voorzitter overwoog, essentiële informatie die aan geïnteresseerden direct kenbaar moet worden gemaakt. In de onderhavige uiting staat dit pas onder het kopje “Levering” en dan ook nog in het midden van de onder het subkopje “Product & Garantie” staande tekst, na informatie over de aard en de duur van de garantie(periode). Hierdoor is ook niet dan wel onvoldoende duidelijk welke garantie(termijn) op het aangeboden product van toepassing is.

Blijkens het voorgaande is voor de gemiddelde consument onduidelijke informatie verstrekt als bedoeld in artikel 8.2 aanhef en onder b van de Nederlandse Reclame Code NRC. Voorts kan de gemiddelde consument hierdoor ertoe gebracht worden een besluit over een transactie te nemen, dat hij anders niet had genomen. Om die reden is de uiting misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC. Tevens is de uiting, gelet op het vorenstaande, voor wat betreft het gebruik van het woord “garantie” in strijd met artikel 12 NRC.

RB 2055

Vergelijking LouseBuster met resultaat luizenshampoo misleidend

RCC 12 februari 2014, dossiernummer 2013/00842 (luizenkliniek.nl)
43647-hi-lousebuster.jpgMet hete lucht doden hoofdluis. Vergelijking met andere methoden. Aanbeveling. Klager, die producent is van luizenmiddelen en een farmaceutisch bedrijf heeft, heeft succesvol geklaagd over de website www.luizenkliniek.nl, met name de subpagina “Luizenmiddelen” en de homepagina met de aanhef “Kliniek voor professionele behandeling van hoofdluis”. Volgens klager bevat de website onjuiste informatie alsmede opmerkingen jegens farmaceutische bedrijven die te kwalificeren zijn als smaad en laster.

De Commissie oordeelt dat op de gewraakte pagina’s van de website het resultaat van de door verweerder aangeprezen behandelmethode, die hieruit bestaat dat in verweerders luizenkliniek luizen door professionals worden bestreden met behulp van de LouseBuster, waarmee hoofdluizen en neten worden gedood door middel dehydratatie, wordt vergeleken met het resultaat van de luizenshampoos/lotions waarmee hoofdluizen en neten worden bestreden. Aanbieders van luizenshampoos en/of -lotions kunnen zich door de wijze waarop verweerder zich over deze producten uitlaat aangesproken voelen. De Commissie beschouwt de bewuste webpagina’s om die reden als vergelijkende reclame en beveelt verweerder niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken.

De Commissie oordeelt op grond van het overwogene onder B 5 en 13 in strijd met artikel 6 NRC, op grond van het overwogene onder B 2, 4, 5, 7, 8, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20 en 21 in strijd met artikel 13 sub a NRC en op grond van het overwogene onder B1 in strijd met artikel 13 e NRC.

Ad B 1.
In de gewraakte zinsneden laat verweerder zich op onfatsoenlijke wijze uit over de handelwijze van concurrenten, daar waar hij de farmaceutische industrie ervan beschuldigt dat zij misbruik maakt van paniek die uitbreekt bij het ontdekken van hoofdluis door haar “macht en miljoenen” aan te wenden om de consument “te laten geloven” dat insecten het best zijn te bestrijden met pesticiden. Verweerder beschuldigt zijn concurrenten ervan de consument te manipuleren en schaadt daardoor de goede naam van hen, waaronder die van klager. Dat klagers naam niet in de uiting wordt genoemd, maakt dit niet anders. Gelet hierop acht de Commissie de uiting in strijd met het bepaalde in artikel 13 sub e NRC.

Ad B 2.
Verweerder baseert zich in de gewraakte mededeling met betrekking tot de resistentie op de situatie in het buitenland en op zijn eigen veronderstelling dat de in het buitenland geconstateerde resistentie ook ten aanzien van de luis in Nederland geldt. Dit wordt echter niet vermeld zodat de gemiddelde consument ten onrechte zal denken dat ook in Nederland hoofdluis en insecten massaal resistent zijn (geworden) tegen pesticide. Echter, in Nederland zijn -aldus de LCI-richtlijn Hoofdluis- ”beperkt cijfers over resistentieontwikkeling beschikbaar waaruit blijkt dat therapiefalen vaker optreedt na behandeling met permetrine dan met malathion”. Gelet op het vorenstaande acht de Commissie de gewraakte mededeling onjuist alsmede misleidend in de zin van de aanhef van artikel 8 NRC en om die reden in strijd met artikel 13 sub a NRC.

Ad B 4.
Blijkens de LCI-richtlijn Hoofdluis bevatten de ter bestrijding van hoofdluis beschikbare middelen dimeticon, malathion en permetrine en kunnen deze “huidirritatie, overgevoeligheid en sensibilisatie als bijwerking hebben”. Voorts wordt “het gebruik van malathion en permetrine (…) afgeraden aan zwangeren en vrouwen die borstvoeding geven” en bestaat “over het gebruik van dimeticon tijdens zwangerschap en borstvoeding (…) geen consensus”. Het feit dat het gebruik van een luizenmiddel bij sommigen wordt afgeraden en dat over de vraag of het gebruik van dimeticon tijdens zwangerschap en het geven van borstvoeding veilig is, geen consensus bestaat, rechtvaardigt niet de zo absolute en algemene mededeling dat luizenmiddelen, waaronder de gemiddelde consument middelen die dimeticon bevatten ook zal brengen, voor de gezondheid schadelijke stoffen bevatten. Nu adverteerder de juistheid van deze bewering niet heeft aangetoond dan wel aannemelijk heeft gemaakt, acht de Commissie deze zinsnede te absoluut en daardoor misleidend en in strijd met artikel 13 a NRC.

Ad B 5.
Verweerder heeft niet weersproken dat de concentratie waarin pesticide in hoofdluismiddelen aanwezig is niet te vergelijken is met c.q. geringer is dan de concentratie van pesticide in landbouwgif. Gelet hierop acht de Commissie deze zinsnede onjuist en misleidend in de zin van de aanhef van artikel 8 NRC en daardoor in strijd met artikel 13 sub a NRC.

Tevens getuigt de gewraakte mededeling van overdrijving waardoor deze ten onrechte gevoelens van angst jegens het gebruik van hoofdluismiddelen kan oproepen. Op grond daarvan acht de Commissie deze zinsnede ook in strijd met artikel 6 NRC.

Ad B 7.
De bewuste zinsnede is, anders dan de aanhalingstekens doen vermoeden, geen citaat maar geeft verweerders mening weer. De strekking van deze zinsnede is dat het gebruik van luizenmiddelen geen effect heeft en derhalve zinloos is. Aangezien luizenmiddelen luizen doden en derhalve wel degelijk effect hebben, acht de Commissie deze zinsnede misleidend en in strijd met artikel 13 sub a NRC. Dat het advies is om na het gebruik van het luizenmiddel te (blijven) kammen, maakt deze conclusie niet anders.

Ad B 8.
De reden om de behandeling met luizenmiddel te herhalen is niet omdat luizenmiddelen niet effectief is, maar omdat deze middelen niet effectief zijn tegen de larven in de neten. Na een eerste behandeling kunnen uit de mogelijk nog achtergebleven neten luizen komen en een herhaalde behandeling dient ter bestrijding van deze nieuwe luizen. Voorts is de mededeling dat “het RIVM deze middelen niet adviseert” niet in de LCI-richtlijn Hoofdluis terug te vinden. Gelet hierop acht de Commissie deze zinsnede onjuist en daardoor misleidend en in strijd met artikel 13 a NRC.

Ad B 13.
Afhankelijk van de werkzame stof van de verschillende luizenmiddelen, staan in de bijsluiters beperkingen ten aanzien van het gebruik en verweerder heeft niet aangetoond dan wel aannemelijk gemaakt dat als de middelen volgens de respectievelijke bijsluiters worden gebruikt, deze de gezondheid in gevaar (kunnen) brengen. Gelet hierop acht de Commissie deze zinsneden misleidend en daardoor in strijd met artikel 13 sub a NRC. De zinsneden zijn tevens in strijd met artikel 6 NRC nu daardoor in de uiting zonder te rechtvaardige redenen wordt geappelleerd aan gevoelens van angst.

Ad B 14.
Dit tekstgedeelte acht de Commissie onvolledig nu is vermeld dat dimeticon een chemische stof bevat, maar niet is vermeld dat dimeticon, anders dan men op grond hiervan zou verwachten, geen chemische, maar een mechanische werking heeft. Gelet hierop acht de Commissie deze mededeling onvolledig en daardoor misleidend en derhalve in strijd met artikel 13 sub a NRC.

De daarop volgende zinsnede, die luidt dat middelen op basis van dimeticon niet schadelijk zijn voor de gezondheid maar wel voor de hoofdhuid en het haar, acht de Commissie, gezien de in de LCI-richtlijn Hoofdluis genoemde mogelijke bijwerkingen, zoals ook onder ad B 4 overwogen, te absoluut en daardoor misleidend en in strijd met artikel 13 sub a NRC.

Ad B 15.
Klager trekt de juistheid van de onder het kopje “Waarom zinloos?” staande zinsnede dat je “De neten (…) helaas nooit allemaal (kunt) uitkammen, maar wel een deel” in twijfel en verweerder heeft nagelaten om aan te tonen dan wel aannemelijk te maken dat deze mededeling juist is. Gelet hierop acht de Commissie deze mededeling misleidend en in strijd met artikel 13 sub a NRC.

Ad B 16.
De mededeling dat het aantal neten dat men met een kam kan verwijderen altijd groter is dan er gedood kan worden met een luizenmiddel kan weliswaar juist zijn, omdat volgens de LCI-richtlijn Hoofdluis een luizenmiddel geen neten doodt, maar gegeven het feit dat deze mededeling wordt gedaan onder de aanhef “Waarom zinloos?”, wordt de suggestie gewekt dat een luizenmiddel niet werkt. Dit is een misleidende suggestie en daarmee in strijd met artikel 13 sub a NRC, zoals onder B 7 reeds is overwogen.

Ad B 17.
De juistheid van de eveneens onder het kopje “Waarom zinloos?” staande mededeling dat “het combineren van kammen en een luizenmiddel (…) ook niet meer zekerheid” geeft, is door adverteerder niet aangetoond en bovendien in strijd met de LCI-richtlijn Hoofdluis, waarin deze gecombineerde behandeling “bewezen effectief” wordt genoemd.

Gelet hierop acht de Commissie deze zinsnede eveneens misleidend en in strijd met artikel 13 sub a NRC.

Dat in verband met de mededeling dat neten vast blijven zitten aan het haar geen melding is gemaakt van het bestaan van het middel Prioderm Foam, dat de lijm waarmee de neten aan het haar vastzitten oplost, betekent niet dat de uiting onvolledig is.

Ad B 18.
De gewraakte zinsnede wekt ten onrechte de indruk dat bij de bestrijding van hoofdluis een keuze zou moeten worden gemaakt tussen kammen en het gebruik van een luizenmiddel. Geadviseerd wordt immers naast een luizenmiddel ook te kammen. Voorts wordt de indruk gewekt dat men een luizenmiddel altijd 8 uur moet laten intrekken, terwijl er in ieder geval één middel is met een inwerktijd van 15 minuten. Waar ook hier weer gewezen wordt op de schadelijkheid van luizenmiddelen, verwijst de Commissie naar hetgeen zij hierboven onder Ad B 4 ten aanzien daarvan heeft overwogen. Op grond van het vorenstaande acht de Commissie deze zinsnede te absoluut en daardoor misleidend en in strijd met artikel 13 a NRC.

Ad B19.
Van deze mededeling gaat ten onrechte de suggestie uit dat een luizenmiddel geen enkel effect heeft, terwijl dit de luizen doodt. Wel wordt in de LCI-richtlijn Hoofdluis geadviseerd om naast het gebruik van een luizenmiddel ook nog 14 dagen te kammen. Dat men dit een half uur zou moeten doen, heeft verweerder echter niet aannemelijk gemaakt. Gelet hierop acht de Commissie deze zinsnede misleidend en in strijd met artikel 13 sub a NRC.

Ad B 20.
De gewraakte zinsnede impliceert dat het gebruik van luizenmiddelen niet effectief is en dientengevolge ondeugdelijk is ter bestrijding van hoofdluis. Aangezien luizenmiddelen wel degelijk effectief zijn tegen luizen acht de Commissie deze mededeling misleidend en om die reden in strijd met artikel 13 sub a NRC.

Ad B 21.
Verweerder heeft de juistheid van deze stellige mededeling niet aangetoond dan wel aannemelijk gemaakt. Gelet hierop acht de Commissie deze mededeling misleidend en om die reden in strijd met artikel 13 a NRC.

RB 2051

Schone waterdamp e-smoking niet bewezen

RCC 3 februari 2014, dossiernummer 2013/0085 (Reclamefilmpje e-smoking)
E-smoking.jpgMisleidend. Oneerlijk. Milieuclaim. E-smoking. Aanbeveling. Het betreft een televisiereclame voor “het nieuwe roken van e-smoking”. Daarin is een tekenfilmpje is te zien, waarbij wordt gezegd: “Roken zonder op het balkon alleen in de regen achter te blijven? Het kan met het nieuwe roken van e-smoking. U blaast geen stinkende rook uit, maar schone waterdamp. Dus blijf gezellig binnen en rook wanneer u wilt. E-smoking.” De klager heeft succesvol ingebracht dat men anders dan bij reguliere sigaretten geen schadelijke stoffen, maar alleen waterdamp zou uitblazen. De bestreden uiting is een milieuclaim waarvan de juistheid niet is aangetoond door adverteerder en is derhalve in strijd met de Milieu Reclame Code en de Nederlandse Reclame Code.

Ter vergadering van de Commissie van 12 december 2013 is adverteerder in de gelegenheid gesteld de woorden “schone waterdamp” nader (schriftelijk) te onderbouwen. Van deze gelegenheid heeft adverteerder geen gebruik gemaakt; adverteerder heeft -samengevat- meegedeeld dat “de onderzoeksresultaten” nog enige tijd op zich zullen laten wachten en dat adverteerder op dit moment nog niet in staat is te bewijzen dat “de uitgeblazen damp niet schadelijk is voor de omgeving”.

De rechtbank oordeelt dat gelet op de mededeling “U blaast geen stinkende rook uit, maar schone waterdamp” de bestreden uiting moet worden aangemerkt als een milieuclaim in de zin van de MRC. Nu adverteerder de juistheid van voornoemde mededeling niet heeft aangetoond, acht de Commissie de uiting in strijd met de artikelen 2 en 3 MRC. Bovendien gaat het gepaard met onjuiste informatie over de risico’s van het product als bedoeld in artikel 8.2 aanhef en onder b van de NRC. Nu de gemiddelde consument er bovendien toe kan worden gebracht een besluit over een transactie te nemen, dat hij anders niet had genomen, is de uiting misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.

RB 2037

Afbeelding tablet wijkt af van werkelijk aangeboden tablet

RCC 21 januari 2014, dossiernummer 2013/00948, (www.typhone.nl)
typhone5.pngAanbeveling. Het betreft een banner op https://www.typhone.nl. Daarin staat onder de aanhef “SUPERKNALLER!” onder meer: “Samsung Galaxy Tab3 8.0 + Samsung Galaxy Young voor slechts € 49,-” en “· 1-jarig Vodafone Bel + SMS + web 100 A · 200 MB + 100 min + Onbeperkt SMS · Slechts € 23,- p/mnd”. In de uiting zijn een tablet en een mobiele telefoon afgebeeld.

Adverteerder erkent dat in de bestreden uiting een afbeelding is opgenomen van een tablet, die afwijkt van de in werkelijkheid aangeboden tablet. Gelet hierop gaat de reclame gepaard met onjuiste informatie als bedoeld in artikel 8.2 aanhef van de NRC. De reclame-uiting is misleidend en daardoor oneerlijk als bedoeld in artikel 7 NRC. De voorzitter acht de uiting tevens in strijd met de "algemene aanbeveling onder i. afbeelding van het aangeboden product". Het verweer dat in de algemene voorwaarden een voorbehoud is opgenomen met betrekking tot fouten leidt niet tot een ander oordeel.

RB 2039

Wck van toepassing op Payogo Card met betaling achteraf

Rechtbank Midden-Nederland 22 januari 2014, ECLI:NL:RBMNE:2014:203, (Debet Card Services Europe B.V.)
payogo.gifKrediettransactie in de zin van de Wet op het consumentenkrediet (Wck). Kredietovereenkomst in de zin van het BW. Misleidende reclame. Op de website van eiseres is tussen partijen een overeenkomst gesloten. Die overeenkomst houdt in dat eiseres aan gedaagden in bruikleen verstrekt een zogenaamde Payogo Prepaid Maestro Debet Card met een op te waarderen tegoed van maximaal € 750,00 voor de duur van 30 dagen. Het verkregen tegoed, vermeerderd met een membershipfee, dient binnen 21 dagen na opwaardering te zijn terugbetaald aan eiseres.

Is de Wet op het consumentenkrediet (Wck) van toepassing op 'Payogo Card' die niet als prepaid kaart is uitgegeven, maar als kaart met een geldbedrag van € 750,00, terwijl de consument achteraf dat bedrag moet betalen vermeerderd met een als 'kosten lidmaatschap'?

Dat eiseres Nederlandse consumenten van een prepaid debet card voorziet, is in dit geval in ieder geval misleidend, omdat was overeengekomen dat achteraf  betaald moest worden. Het afgeven van de Payogo Card voldoet ook geheel aan de omschrijving van een kredietovereenkomst als bedoeld in artikel 7:57 jo. 7:73 BW en aan de omschrijving van een krediettransactie als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder a Wck.

De rechtbank oordeelt:

3.1. In de akte van 28 augustus 2013 heeft eiseres aangevoerd dat zij geen kredietinstelling is en geen krediet heeft verleend, maar dat zij een door De Nederlandsche Bank vrijgestelde betaaldienstverlener is die de Payogo Card heeft uitgegeven. Zij stelt dat zij samenwerkt met ABN AMRO Bank N.V. als de verantwoordelijke uitgever van de Payogo Card. Eiseres valt niet onder toezicht van de Autoriteit Financiële Markten en is niet gehouden tot het toetsen en registreren van kredieten bij het Bureau Kredietregistratie te Tiel.

3.5. Uit de vastgestelde feiten volgt dat de stelling dat eiseres Nederlandse consumenten van een prepaid debet card voorziet, in ieder geval in dit geval misleidend is, omdat in dit geval was overeengekomen dat achteraf betaald moest worden. Uit de overgelegde overeenkomst en de algemene voorwaarden volgt, dat de consument kan kiezen voor vooruit betalen (dan wordt een prepaid kaart verstrekt) en achteraf betalen.

3.5.1. Uit de vastgestelde feiten volgt ook, dat eiseres Payogo kaarten met een tegoed van maximaal € 750,00 uitgeeft en daarmee een betaalinstrument of rekening voor elektronisch geld uit lijkt te geven waarop een hoger geldbedrag kan worden opgeslagen dan de grens van € 150,00 van artikel 1c, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vrijstellingsregeling Wft. Eiseres lijkt dus ook De Nederlandsche Bank niet correct te hebben voorgelicht en er ten onrechte een beroep op gedaan te hebben dat aan haar een vrijstelling is verleend, nog daargelaten dat de verlening van de vrijstelling van WFT-toezicht niet eraan kan toe- of afdoen of een transactie een krediettransactie in de zin van de Wck is.

3.5.2. Gezien de hiervoor genoemde feiten voldoet het afgeven van een Payogo Card met een tegoed van |
€ 750,00 waarvoor achteraf enig bedrag betaald moet worden, geheel aan de omschrijving van een kredietovereenkomst als bedoeld in artikel 7:57 in samenhang met 7:73 van het BW en aan de omschrijving van een krediettransactie als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder a, van de Wck. De strekking is immers dat door eiseres aan gedaagde een geldsom ter beschikking wordt gesteld middels Payogo Card als betalingsfaciliteit en dat gedaagde een of meer uitgestelde betalingen aan eiseres moet doen.

3.6. Uit het voorgaande volgt, dat de Wck van toepassing is, en dat brengt mee, dat het eiseres is verboden een hogere kredietvergoeding in rekening te brengen of te bedingen dan de ten hoogste toegelaten kredietvergoeding zoals ingevolge artikel 35 Wck geregeld in het Besluit kredietvergoeding. Deze ten hoogst toegelaten kredietvergoeding bedraagt op jaarbasis 15%, zodat de bedongen vergoeding van 25% (€ 187,50 voor een krediet van € 750,00) voor de periode tussen 6 december 2012 dan wel 6 februari 2013 en 28 februari 2013 daarmee in strijd is. Het met als grondslag membershipfee gevorderde bedrag van € 187,50 moet daarom worden afgewezen. Hetzelfde geldt voor de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten (€ 140,63) en verhaalsinformatierapport (€ 35,00).

3.7. Uit het voorgaande volgt dat het ter beschikking gestelde, als koopprijs aangeduide, bedrag van € 750,00 en de wettelijke rente vanaf de dag dat het ter beschikking gestelde bedrag terugbetaald had moeten zijn, kunnen worden toegewezen.
RB 2031

Afbeelding brievenbak misleidend

Vz. RCC 8 november 2013, dossiernummer 2013/00683 (tonercartridge.nl)
brievenbak-leitz-5210-zwart-met-lade.jpgMisleiding afbeelding. Toegewezen. Het betreft een advertentie op www.tonerencartridge.nl waarin een “Brievenbak Leitz 5210 zwart met lade” wordt aangeboden voor € 8,03. Op de foto daarbij is een brievenbak afgebeeld bestaande uit twee brievenbakken naast elkaar waarvan het linkerblok niet en het rechterblok wel over drie laden beschikt. Onder de prijs staat onder meer “Voor veilig en uit het zicht opbergen van A4 documenten of losse items. Met volledig uitneembare en soepel schuivende lade.”. Klager stelt dat het misleidend is dat de advertentie de verwachting schept dat de brievenbank drie en niet één lade zou bevatten.

De Voorzitter oordeelt dat de afbeelding met drie laden de indruk wekt dat het voor de getoonde prijs mogelijk is een brievenbak met drie laden te kopen. De tekst "Brievenbak Leitz 5210 zwart met lade " en "Met volledig uitneembare en soepel schuivende lade" doet niet af aan de onjuiste indruk. Tevens is onduidelijke informatie verstrekt over de uitvoering van het product als bedoeld onder b van artikel 8.2 van de NRC. Ook is de uiting ontoelaatbaar gelet op de algemene aanbevelingen sub i, dat de afbeelding hetzelfde product dient te weergeven als hetgeen waarvoor geadverteerd wordt. Reclame-uiting is in strijd met het bepaalde in artikel 7 NRC.