RB
DOSSIERS
Alle dossiers

Internet  

RB 2007

Geen kassakorting voor alle genoemde bestemming Arke

Vz RCC 2 december 2013, dossiernr. 2013/00740 (Arke Kassa Korting)
Reisaanbieding. Aanbeveling. Het betreft een advertentie in het Algemeen Dagblad waarin adverteerder onder de naam Arke “Scherpgeprijsde Last Minutes” aanbiedt. In de uiting worden diverse bestemmingen genoemd waaronder “Madeira App. Four Views Monumental Lido”. Direct naast deze bestemming bevindt zich een wit vlak waarin staat: ”Nú 100,- Kassakorting p.p. Op verre vakanties met vertrek in september en oktober”. Onderaan de uiting staat onder meer: “De Kassakorting van 100,- is per persoon en geldt op boekingen gemaakt in de periode 20 t/m 29 augustus en met vertrek tussen 1 september en 31 oktober incl. vlucht met ArkeFly. Voor de exacte prijzen en voorwaarden verwijzen u naar één van de Arke winkels of Arke.nl”.
 
De klacht Klager stelt, kort samengevat, dat de advertentie de indruk wekt dat de Kassakorting geldt voor alle in die uiting genoemde bestemmingen, derhalve ook voor Madeira. Adverteerder blijkt echter onderscheid te maken tussen “verre vakanties” waarop de Kassakorting van toepassing is, en zonvakanties (zoals Madeira) waarvoor geen korting geldt. Nu dit onderscheid op geen enkele manier uit de advertentie blijkt, is sprake van misleiding.

Het oordeel van de voorzitter

1) De voorzitter is, ook na het gevoerde verweer, van oordeel dat de klacht de Commissie aanleiding zal geven een aanbeveling te doen. Hij overweegt daartoe het volgende. Naar het oordeel van de voorzitter zal het de gemiddelde consument ontgaan dat de Kassakorting niet geldt voor alle in de uiting genoemde bestemmingen. Van een (duidelijke) optische afbakening met betrekking tot die bestemmingen is geen sprake, terwijl de enkele verwijzing naar “verre vakanties” in dit verband niet volstaat om de consument voldoende te informeren over bedoelde beperking. Elke uitleg over het kennelijk door adverteerder gemaakte onderscheid tussen “verre vakanties” en “zonvakanties” ontbreekt. Overigens blijkt uit de door adverteerder als bijlage 1 overgelegde uiting dat de Kassakorting ook op zonvakanties van toepassing kan zijn. Los daarvan acht de voorzitter het niet aannemelijk dat de gemiddelde consument zal begrijpen dat de woorden “verre vakanties” specifiek zijn bedoeld om de bestemmingen aan te duiden waarvoor de Kassakorting geldt. Deze woorden zijn in de uiting niet nader gedefinieerd en naar het oordeel van de voorzitter zal de gemiddelde consument alle in de advertentie genoemde bestemmingen als “verre” bestemmingen kunnen beschouwen nu die wegens de afstand vanaf Nederland uitsluitend met een vliegtuig zullen worden bezocht.
2) Op grond van het voorgaande oordeelt de voorzitter dat de gemiddelde consument zal menen dat de Kassakorting geldt voor alle in de advertentie genoemde bestemmingen. Aldus is sprake van een op onduidelijke wijze verstrekken van essentiële informatie die de gemiddelde consument nodig heeft om een geïnformeerd besluit over een transactie te nemen als bedoeld in artikel 8.3 aanhef en onder c van de Nederlandse Reclame Code (NRC).
Er is geen sprake van een relevante beperking om deze informatie duidelijker in de uiting te vermelden. Voorts is de voorzitter van oordeel dat de consument door het voorgaande ertoe gebracht kan worden een besluit over een transactie te nemen, dat hij anders niet zou hebben genomen. Om die reden is de uiting misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.
3) Aan het laatste doet de informatie die adverteerder elders over de Kassakorting verstrekt niet af. Nu sprake is van essentiële informatie en het gebruikte medium geen relevante beperking kent om deze informatie duidelijk te vermelden, neemt de informatie die adverteerder op haar website verwijst de misleiding niet weg, ook niet voor zover in de uiting naar de voorwaarden op deze website wordt verwezen.
4) De voorzitter neemt tot slot nota van het feit dat adverteerder inmiddels de uiting heeft aangepast en de Kassakorting en de bestemmingen waarvoor deze geldt thans in een duidelijker kader plaatst. Het oordeel dat de uiting misleidend is, betreft uitsluitend de uiting zoals die oorspronkelijk werd gepubliceerd.
De beslissing van de voorzitter
Op grond van het voorgaande acht de voorzitter de reclame-uiting in strijd met het bepaalde in artikel 7 NRC. De voorzitter beveelt adverteerder aan om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken.
RB 2006

Drie varianten voor de zorgbasisverzekering

RCC 2 december 2013, dossiernr. 2013/00829 (Zilveren Kruis)
Zorgverzekering. Aanbeveling. Het betreft adverteerders webpagina zilverenkruis.nl/consumenten/zorgverzekering/basisverzekering, waarop onder het kopje “Basisverzekering. U kunt kiezen uit 3 varianten voor de basisverzekering” deze “Varianten” als volgt worden vermeld: “Beter Af Exclusief”, “Beter Af” en “Beter Af Selectief”. Daarbij staat een summiere toelichting en wordt de voor elk van de verzekeringen verschuldigde maandpremie vermeld.

De klacht Er worden drie basisverzekeringen aangeboden, waarvan er één geen basisverzekering is, maar een basisverzekering inclusief luxe aanvullend pakket.

Bij doorklikken naar de polis van de “Beter Af Exclusief”-verzekering blijkt dat het om een polis inclusief aanvullend pakket gaat. Volgens de website zou dit de enige restitutieverzekering zijn, maar er bestaat ook een gewone, losse restitutieverzekering. Klanten worden hierdoor op kosten gejaagd. Ze denken een basisverzekering te nemen, maar ongemerkt krijgen ze er een aanvullende verzekering bij.

Het verweer
Naar aanleiding van de klacht, luidende dat op de website niet direct zichtbaar is dat de “Beter Af Exclusief Polis” niet alleen een basisverzekering is maar bestaat uit de “Beter Af Restitutie Polis” met een aanvullend “Beter Af Exclusief Pakket”, heeft adverteerder laten weten de website te hebben aangepast. Nu wordt op de webpagina “Zorgverzekering” direct, door middel van een asterisk, duidelijk gemaakt dat de “Beter Af Exclusief Polis” bestaat uit een “Beter Af Restitutie Polis” met een “Beter Af Exclusief Pakket”. Ook op de daarop volgende pagina’s wordt duidelijk vermeld dat de “Beter Af Exclusief Polis” een gecombineerde verzekering is.

Het oordeel van de Commissie
Door onder het kopje “Basisverzekering. U kunt kiezen uit 3 varianten voor de basisverzekering” de drie “Varianten” te vermelden, voorzien van een uiterst korte toelichting, wordt de indruk gewekt dat deze drie verzekeringen varianten op de basisverzekering zijn. In werkelijkheid bestaat één van deze varianten, te weten de “Beter Af Exclusief”-verzekering uit een basisverzekering én een aanvullende verzekering, namelijk de “Beter Af Restitutie”-verzekering. Dit blijkt niet uit de gewraakte uiting.

Blijkens het vorenstaande is, naar het oordeel van de Commissie, sprake van het verborgen houden van essentiële informatie die de gemiddelde consument nodig heeft om een geïnformeerd besluit over een transactie te nemen als bedoeld in artikel 8.3 onder c van de Nederlandse Reclame Code (NRC). Nu de gemiddelde consument er bovendien toe kan worden gebracht een besluit over een transactie te nemen, dat hij anders niet had genomen, is de uiting misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.

De beslissing
Op grond van het hierboven overwogene acht de Commissie de reclame-uiting in strijd met artikel 7 NRC en beveelt zij adverteerder aan om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken.

RB 1992

€ 118,- prijsverhoging tijdens boekingsproces vlucht en hotel

CVB 13 november 2013, dossiernr 2013/00465
Plane Spotting at ORDAlert. Aanbeveling. Het betreft een boekingsmodule op de website van adverteerder met betrekking tot een vlucht en hotel bij een reis van Amsterdam naar Philipsburg, Sint Maarten.
De klacht - Klager boekte op 28 mei 2013 een reis (vlucht en hotel) naar Sint Maarten. Bij aanvang van de boeking werd een “Pakket prijs” van Totaal” € 2.966,14 vermeld. Tijdens het boeken is dit bedrag 3 maal verhoogd, de laatste keer zelfs nadat klager zijn Visagegevens had ingevuld en op enter had gedrukt. Blijkens de “Reisbevestiging” bedroeg de prijs in “Totaal”: € 3.026,18. Klager beschikt niet over screenshots van elke wijziging. Hij gaat er immers niet van uit dat prijzen wijzigen nadat men gestart is met boeken. Toen klager een rekening van Visa ontving, bleek dat ook nog € 58,- in rekening werd gebracht voor “www.schiphol.nl internet nl”. In totaal diende klager € 118,- meer te betalen dan waarop hij rekende toen hij boekte. Volgens adverteerder staat in de voorwaarden dat wordt gewerkt met liveprijzen. Klager vindt het geen probleem dat prijzen fluctueren, maar kan zich niet vinden in het feit dat prijzen nog veranderen, nadat men met de boeking is begonnen. 

Het oordeel van het College

Ten aanzien van grief 1
1. Met grief 1 stelt appellante de vraag aan de orde welke eisen aan de motivering van de inleidende klacht dienen te worden gesteld en welke stukken in dat kader dienen te worden overgelegd. Het College verwijst in dit verband naar artikel 15 van de Nederlandse Reclame Code (NRC). Uit dit artikel volgt dat een klacht gemotiveerd dient te zijn, dat wil zeggen voldoende duidelijk en voldoende onderbouwd. Bij de vraag of aan deze eisen is voldaan, dient rekening te worden gehouden met het feit dat sprake is van een laagdrempelige procedure.

2. Het College acht de klacht, gelet op de aan een laagdrempelige procedure als de onderhavige te stellen eisen, voldoende duidelijk en voldoende onderbouwd. Geïntimeerde maakt, voor zover in beroep van belang, in de kern bezwaar tegen het feit dat tijdens het boeken de prijs is verhoogd. Ter onderbouwing hiervan heeft geïntimeerde stukken overgelegd die het aannemelijk maken dat de prijs bij aanvang van het boeken € 2.966,14 bedroeg terwijl op het moment dat de boeking werd afgerond en hij de “Reisbevestiging” ontving dezelfde reis € 3.026,18 kostte. Niet valt in te zien dat geïntimeerde aldus zijn klacht onvoldoende gemotiveerd zou hebben.

3. Volgens de eigen stellingen van appellante is een prijsverhoging tijdens het boekingsproces in beginsel mogelijk. Blijkbaar is geïntimeerde hiermee geconfronteerd. Het College volstaat met deze constatering. Of sprake is geweest van in totaal drie prijsverhogingen tijdens het boeken, zoals geïntimeerde stelt, of hooguit één, acht het College voor de beoordeling niet relevant. Het College zal daarom uitgaan van de situatie dat geïntimeerde tijdens het boeken met één prijsstijging is geconfronteerd. Grief 1 treft op grond van het voorgaande geen doel.

Ten aanzien van de grieven 2 en 3
4. Deze grieven lenen zich voor gezamenlijke behandeling. Het College zal daarbij uitgaan van hetgeen appellante stelt over het live-boekingssysteem waaraan de uiting die als bijlage 1 aan de beslissing van de Commissie is gehecht, blijkbaar is gekoppeld. Het systeem van appellante werkt op basis van een indeling in categorieën met daaraan gekoppelde prijzen. Hierbij wordt begonnen met de laagste (voordeligste) categorie. Indien die categorie is volgeboekt, komt de klant automatisch in de volgende (duurdere) categorie terecht. De mogelijkheid bestaat dat men, zoals kennelijk ten aanzien van geïntimeerde het geval was, bij de aanvang van de boeking een bepaalde prijs ziet en dat nog tijdens het boeken deze prijs wordt verhoogd doordat een bepaalde categorie is volgeboekt en men daardoor in een duurdere categorie belandt. Bij geïntimeerde bleek dit laatste impliciet uit het feit dat in de Reisbevestiging een hogere prijs stond dan genoemd bij de aanvang van het boekingsproces.

5. Appellante stelt dat de kans dat een categorie tijdens het boeken volgeboekt raakt groter is naarmate het boekingsproces langer duurt. Ter vergadering is echter gebleken dat appellante deze kans reeds reëel acht bij een boekingsduur van in totaal 10 minuten. Het College acht een dergelijke duur niet ongebruikelijk lang. Daarnaast is van belang dat in het onderhavige geval geen sprake is van een boeking die het hoogseizoen betrof. De boeking had kennelijk evenmin betrekking op een massabestemming of een aanbieding. Desalniettemin kan, zoals is gebleken, zelfs in die situatie al sprake zijn van het optreden van een prijsstijging als gevolg van het feit dat een bepaalde categorie niet meer beschikbaar blijft tijdens het boeken. Van een “incident”, zoals aan de orde was in de procedure die bekend is onder dossiernummer 2009/00928, is op grond van het voorgaande geen sprake.

6. In de beleving van de gemiddelde consument, die niet bekend kan worden geacht met het feit welke consequenties het systeem van appellante voor hem kan hebben, betekent de indeling in een duurdere categorie tijdens het boeken een onverwachte en onverklaarbare prijsverhoging. In de uiting wordt niet op de mogelijkheid van een prijsverandering gewezen. Nu uit het voorgaande volgt dat er een niet te verwaarlozen kans is dat de consument tijdens het boeken met een prijsverhoging wordt geconfronteerd, acht het College het uit het oogpunt van de verplichting voor een aanbieder tot het hanteren van duidelijke prijzen als bedoeld onder IV sub 1 van de Reclamecode Reisaanbiedingen, noodzakelijk dat appellante de consument bij de aanvang van het boekingsproces informeert over de mogelijkheid dat de getoonde prijs tijdens het boeken nog kan wijzigen.

7. Appellante kan in dit verband er niet mee volstaan om bedoelde informatie uitsluitend in haar algemene voorwaarden (de spreekwoordelijke kleine lettertjes) onder te brengen. Deze informatie is zo belangrijk dat zij op duidelijke wijze in de uiting zelf behoort te worden vermeld. Veel mensen nemen bovendien niet de moeite algemene voorwaarden te lezen en daardoor ontgaat hun die informatie. Er komt bij dat de consument die bij appellante boekt, pas aan het einde van het boekingsproces op de algemene voorwaarden wordt gewezen. Dit is te laat voor consumenten die op dat moment reeds tot een transactie hebben besloten. Voor zover Appellante zich in dit kader nog beroept op de beslissingen in de dossiers 2009/00928 en 2013/00298 volstaat het College met op te merken dat die zaken een wezenlijk andere situatie aan de orde was. De grieven treffen op grond van het voorgaande geen doel.

8. Appellante stelt dat een aanbeveling haar in een ongelijke marktpositie zal brengen. Indien het juist is dat, zoals appellante stelt, alle andere aanbieders bij het gebruik van hetzelfde systeem evenmin informatie geven over de mogelijkheid van een tussentijdse prijswijziging, is het van belang dat de onderhavige beslissing ook onder de aandacht van die aanbieders wordt gebracht. Het College zal om die reden als volgt gebruik maken van zijn bevoegdheid als bedoeld in artikel 17 lid 1 aanhef en onder in verbinding met artikel 27 van het Reglement van de Reclame Code Commissie en het College van beroep. Het College zal deze beslissing onder de aandacht brengen van een breed publiek zonder verwijzing naar appellante.

 

De beslissing
Het College bevestigt de beslissing van de Commissie en brengt deze beslissing onder de aandacht van een breed publiek zonder verwijzing naar appellante.
Regeling: RRA IV. sub 1.

RB 1989

iPhone 4 kan helemaal geen gebruik maken van 'retesnel 4G'

RCC 24 oktober 2013, dossiernr. 2013/00749 (bye bye wifi)
Aanbeveling. Het betreft een reclame-uiting waarin onder de aanhef: “Bye Bye Wifi. Giga veel data. Retesnel 4G KPN netwerk” een Hi Medium 4G 1 GB abonnement wordt aangeboden in combinatie met een iPhone 4 8GB”.

De klacht - Van de reclame-uiting gaat de suggestie uit dat men met het aangeprezen abonnement voor de Apple iPhone 4 gebruik kan maken van “retesnel 4G”. De iPhone 4 ondersteunt echter geen 4G-netwerken. Gelet hierop is het misleidend om in de uiting zo uitdrukkelijk melding te maken van 4G.

Het oordeel van de Commissie
Nu men bij het aangeprezen 4G-abonnement een iPhone 4 8GB krijgt en daarbij “retesnel 4G” in het vooruitzicht wordt gesteld, wordt de indruk gewekt dat dit toestel de mogelijkheid biedt om daarvan gebruik te maken. Nu dit, naar adverteerder heeft erkend, niet het geval is, is de Commissie van oordeel dat de uiting voor de gemiddelde consument onduidelijke informatie bevat ten aanzien van de gebruiksmogelijkheden als bedoeld in artikel 8.2 aanhef en onder b van de Nederlandse Reclame Code (NRC). Hierdoor kan de gemiddelde consument ertoe worden gebracht een besluit over een transactie te nemen dat hij anders niet had genomen.

Gelet op het vorenstaande is de uiting misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.

In hetgeen adverteerder bij verweer heeft aangevoerd, ziet de Commissie aanleiding een aanbeveling te doen “voor zover nog nodig”.

De beslissing
Op grond van het vorenstaande acht de Commissie de reclame-uiting in strijd met de artikel 7 NRC en beveelt zij adverteerder, voor zover nog nodig, aan om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken.

RB 1984

De hypotheker had associaties met dierenmishandeling niet beoogd

Vz. RCC 16 oktober 2013, dossiernr. 2013/00702 (De Hypotheker)
Voorzittersafwijzing. Het betreft een televisiecommercial van adverteerder waarin onder meer een fragment van een jongeman met een pony is te zien.
De klacht - Mede gelet op recente voorbeelden van mishandeling van pony’s, is het fragment van een volwassen man met een kleine pony zeer onpasselijk.

Het oordeel van de voorzitter
De Voorzitter vat de klacht aldus op dat klaagster de televisiecommercial in strijd met de goede smaak en/of het fatsoen acht als bedoeld in de artikel 2 van de Nederlandse Reclame Code (NRC). Bij de beantwoording van de vraag of een reclame-uiting in strijd is met deze criteria stelt de Commissie zich terughoudend op, gezien het subjectieve karakter daarvan.

Met inachtneming van deze terughoudendheid is de Voorzitter van oordeel dat in de onderhavige uiting de grenzen van het toelaatbare niet zijn overschreden.

In de televisiecommercial wordt op duidelijk overdreven en humoristisch bedoelde wijze tot uitdrukking gebracht dat het gezin te groot is geworden voor het huidige huis, de tuin en de huisdieren. Voor zover dit wordt uitgebeeld in het fragment van een jongeman en een pony, blijkt dat de jongeman niet op de pony zit, maar in feite op de grond staat terwijl de pony loopt. De Voorzitter is van oordeel dat dit niet als dierenkwelling of mishandeling kan worden gezien. Voor zover de commercial associaties oproept met dierenmishandeling is dit onmiskenbaar niet door de adverteerder beoogt. De klacht dient op grond van het voorgaande te worden afgewezen.

De beslissing van de voorzitter
Op grond van het hierboven overwogene wijst de voorzitter de klacht af.

RB 1982

Geen BTW is niet 21% maar 18% korting en dus misleidend

Vz. RCC 21 oktober 2013, dossier 2013/00620 en 2013/00772 (BTW-korting)
Voorzitterstoewijzing. Het betreft de televisiereclame voor de ‘deze week geen BTW-actie’ ofwel “BTW Vrij Markt-actie” van adverteerder. In de televisiecommercial wordt onder meer gezegd: “deze week betaal je bij Praxis geen BTW op heel veel producten”. De tekst “geen BTW” verschijnt ook in beeld bij het noemen en tonen van verschillende productgroepen waarop deze actie van toepassing is, waarbij onder in beeld de tekst verschijnt: “zie praxis.nl voor de actievoorwaarden”.
De klacht - In de commercial wordt gesuggereerd dat men 21% korting krijgt bij adverteerder. Bij de kassa blijkt de korting echter op grond van de door adverteerder gehanteerde rekenmethode 18% te zijn. Klager acht de reclame op grond van het voorgaande misleidend.

Het oordeel van de voorzitter
1) De voorzitter is van oordeel dat de klacht de Commissie aanleiding zal geven een aanbeveling te doen, en overweegt daartoe het volgende.

2) In de commercials wordt uitdrukkelijk gezegd: “deze week betaal je bij Praxis geen BTW op heel veel producten”. De gemiddelde consument, die geacht kan worden op de hoogte zijn van het feit dat in de koopprijs van het product BTW is inbegrepen, zal naar het oordeel van de voorzitter deze mededelingen aldus opvatten, dat in het kader van bedoelde actie de prijzen worden verlaagd, en wel met hetzelfde percentage als de BTW. In feite zal de consument derhalve de onderhavige actie opvatten als een 21% kortingsactie. Van de gemiddelde consument kan niet worden verwacht dat hij weet dat het onjuist is in verband met de actie 21% korting te berekenen over het bedrag inclusief BTW. Indien men het bedrag inclusief BTW op juiste wijze wil terugrekenen naar het bedrag exclusief BTW, dient immers het bedrag inclusief BTW te worden verminderd met een rekenpercentage van 17,35%.

3) Het voorgaande impliceert dat de consument moet worden geïnformeerd over de wijze waarop de actie moet worden uitgelegd om te voorkomen dat bij hem onjuiste verwachtingen worden gewekt omtrent het voordeel waarop hij op grond van de actie recht heeft. Deze infor-matie is essentieel in de zin van artikel 8.3 aanhef en onder c NRC. Het gaat immers om de hoogte van het voordeel en daarmee om de prijs die de consument uiteindelijk dient te betalen. Nu in de uiting dergelijke informatie ontbreekt, is sprake van een omissie als bedoeld in artikel 8.3 aanhef en onder c NRC. Voorts is de voorzitter van oordeel dat de gemiddelde consument hierdoor ertoe gebracht zou kunnen worden een besluit over een transactie te nemen, dat hij anders niet zou hebben genomen. Om die reden is de uiting misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC. De enkele verwijzing in de uiting naar de actievoorwaarden leidt niet tot een ander oordeel. Voor essentiële informatie kan immers niet worden volstaan met een enkele verwijzing naar voorwaarden die elders kunnen worden geraadpleegd.

De beslissing van de voorzitter
De voorzitter acht de bestreden reclame-uitingen in strijd met het bepaalde in artikel 7 NRC.
Hij beveelt adverteerder aan om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken.
Regeling:    NRC (nieuw) art. 7
NRc (nieuw) art. 8.3 onder c.

RB 1979

ProstEase ten onrechte aangeduid als natuurlijk product

RCC 18 oktober 2013, dossiernr. 2013/00311 (ProstEase)
Het betreft een uiting op www.naturesrange.nl voor het voedingssupplement ProstEase. Onder een afbeelding van de verpakking van het product staat onder meer:
“ProstEase TM voor het behoud van een normale prostaat. ProstEase is een natuurlijk voedingssupplement voor het behoud van een normale prostaat. Goed voor de prostaat. Goed voor de prostaatfunctie. Voor het behoud van een normale prostaat”  en “ProstEase bestaat uit een complete formule met 25 ingrediënten waaronder de vruchten van de zegepalm (serenoa repens), (…) He Shou Wu wortelextract, lycopeen en zink”.
 
De klacht - De klacht, voor zover gehandhaafd in klaagsters e-mails, kan als volgt worden samengevat.
3. Waarom zink aan ProstEase is toegevoegd en zo natuurlijk wordt gevonden, is een raadsel. Mineralen met zink dienen een flinke bewerking te ondergaan om zink te isoleren. Veel natuurlijks is daar niet aan en dat betekent dat ProstEase ook niet erg natuurlijk is.

1. Volgens een bij de klacht overgelegde monografie van Natural Medicines Comprehensive Database kan Polygonum Multiflorum (in het Chinees: He Shou Wu) leverschade veroorzaken. Er is dus geen sprake van dat er bij het gebruik van ProstEase geen bijverschijnselen zouden zijn.
Voorts is er onvoldoende betrouwbare informatie beschikbaar over de werkzaamheid van Polygonum Multiflorum.
2. Over de werkzaamheid van Serenos repens is meer informatie beschikbaar, maar volgens de betere studies heeft dit ingrediënt weinig effect. Bovendien zijn er de nodige -zij het lichte- bijverschijnselen.
4. Veel kan niet worden gezegd over het totale effect van ProstEase, omdat maar 6 van de 25 ingrediënten worden genoemd. De overige ingrediënten zouden ook moeten worden vermeld. Wat dat betreft biedt de uiting onvoldoende informatie. Overigens dient de samenstelling op de verpakking te worden vermeld. Die ziet men pas als men de bestelling heeft ontvangen, en dat is te laat. 

Het oordeel van de Commissie
Met betrekking tot de verschillende bezwaren overweegt de Commissie het volgende.
Ad 1 en 2.
In de bestreden uiting wordt niet gesteld of gesuggereerd dat het gebruik van ProstEase geen bijverschijnselen met zich zou brengen. Derhalve acht de Commissie dit onderdeel van de klacht ongegrond.
Voor zover klaagster de werking van afzonderlijke ingrediënten betwist, moet in de eerste plaats worden beoordeeld of het product ProstEase ingrediënten bevat waaraan de bestreden werking kan worden toegeschreven, en zo ja, of er sprake is van een werkzame hoeveelheid. De Commissie toetst in dit verband aan Verordening (EG) 1924/2006 (hierna: de Claimsverordening), aangezien de claims
“voor het behoud van een normale prostaat”
“goed voor de prostaat” en
“goed voor de prostaatfunctie”
moeten worden aangemerkt als gezondheidsclaims in de zin van artikel 2 lid 5 van de Claimsverordening,
De Commissie constateert dat niet is gebleken dat het onderhavige product ingrediënten bevat ten aanzien waarvan is komen vast te staan dat zij voornoemde gezondheidsclaims rechtvaardigen. De ingrediënten die in de uiting worden genoemd, staan deels niet op de lijst van goedgekeurde claims als bedoeld in Verordening (EU) Nr. 432/2012 van de Europese Commissie van 16 mei 2012 en rechtvaardigen, voor zover zij wel op die lijst staan (zink), niet de onderhavige, specifiek voor de prostaat bedoelde claims. Voor het overige is niet gebleken dat er momenteel, waar het betreft de in de uiting genoemde ingrediënten, zodanige claims aanhangig zijn bij de Europese Commissie.
Op grond van het bovenstaande zijn de bewuste gezondheidsclaims in strijd met de Claimsverordening en daardoor in strijd met de wet als bedoeld in artikel 2 van Nederlandse Reclame Code (NRC).

Ad 3.
Klaagster heeft de juistheid van de mededeling “natuurlijk voedingssupplement” gemotiveerd weersproken, door te stellen dat mineralen met zink een flinke bewerking moeten ondergaan, om zink te isoleren. Vervolgens heeft adverteerder volstaan met de mededeling dat zink een essentieel sporenelement is en een belangrijke rol in het lichaam speelt. Aldus is niet aannemelijk geworden dat de mededeling “natuurlijk voedingssupplement” juist is.
Gelet hierop is de Commissie van oordeel dat de uiting gepaard gaat met onjuiste informatie ten aanzien van de voordelen van het product als bedoeld in artikel 8.2 NRC. Nu de gemiddelde consument er bovendien toe kan worden gebracht een besluit over een transactie te nemen, dat hij anders niet had genomen, is de uiting misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.

Ad 4.
In de uiting is duidelijk vermeld dat ProstEase 25 ingrediënten bevat. Dat hiervan maar 6 ingrediënten met name zijn genoemd, betekent niet dat de uiting in strijd is met de NRC. Meer in het bijzonder is er naar het oordeel van de Commissie geen sprake van een verborgen houden van essentiële informatie die de gemiddelde consument nodig heeft om en geïnformeerd besluit over een transactie te nemen als bedoeld in artikel 8.3 onder c NRC.

Gelet op het bovenstaande wordt als volgt beslist.

De beslissing
Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen acht de Commissie de reclame-uiting in strijd met de artikelen 2 en 7 NRC. Zij beveelt adverteerder aan om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken.
Voor het overige wijst de Commissie de klacht af.

Regeling: NRC (nieuw) art. 2 (wet)
NRC (nieuw) art. 7
NRC (nieuw) art. 8.2 aanhef

RB 1975

"Gratis tablet" krijg je niet, maar maak je kans op

RCC 1 november 2013, dossiernr. 2013/00441 (Gratis Tablet)
Latitude 10 TabletAanbeveling. Het betreft de per e-mail aan klager gezonden reclame-uiting met de aanhef
“GRATIS Android Tablet, een uniek kado voor jou! Gefeliciteerd, het AD is vernieuwd en deelt uit om dat te vieren! Jij krijgt daarom alleen deze week nog een Android 0.4 Tablet kado.”
De klacht - In de uiting wordt aan klager een gratis tablet in het vooruitzicht gesteld. Nadat klager zijn persoonlijke gegevens op de website had ingevuld, bleek echter dat hij slechts kans maakte op een gratis tablet.

Het oordeel van de Commissie
Allereerst overweegt de Commissie dat de onderhavige reclame-uiting misleidend is, aangezien daarin aan klager gratis een Android Tablet wordt aangeboden, terwijl klager in werkelijkheid slechts kans maakt om deze tablet gratis te krijgen.

Blijkens het voorgaande is de Commissie van oordeel dat in de reclame-uiting voor de gemiddelde consument onjuiste informatie wordt verstrekt als bedoeld in artikel 8.2 aanhef van de Nederlandse Reclame Code (NRC). Voorts is de Commissie van oordeel dat de gemiddelde consument hierdoor ertoe gebracht kan worden een besluit over een transactie te nemen, dat hij anders niet had genomen. Om die reden is de reclame-uiting misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.

Thans dient beoordeeld te worden wie voor de gewraakte reclame-uiting verantwoordelijk dient te worden gehouden.

De Commissie is van oordeel dat het AD voor de uiting verantwoordelijk moet worden gehouden en overweegt daartoe als volgt.

Het AD heeft, teneinde meer abonnees te krijgen, Digimo benaderd om de marketing voor abonnementenwerving te verzorgen en heeft daartoe een (digitale) advertentie geaccordeerd. Nu het AD de aanprijzing van zijn product heeft overgelaten aan een derde, i.c. Digimo, van wie het AD geacht moet worden te (hebben ge)weten dat deze daarbij gebruik maakt van zogenaamde affiliates, die belang hebben bij het behalen van een gunstig verkoopresultaat, moet het AD geacht worden zich bewust te zijn geweest van het risico dat het daarmee nam. In verband daarmee had het AD maatregelen behoren te nemen om er voor te zorgen dat zijn product wordt aangeprezen op een wijze die niet in strijd is met wet- en regelgeving.

Op het verzoek aan het AD om met bescheiden aan te tonen de geëigende maatregelen te hebben genomen, stelt het AD een waarschuwing te hebben doen uitgaan en, na kennis te hebben genomen van de gewraakte reclame-uiting, het contact met Digimo te hebben verbroken en verzocht te hebben een rectificatie te plaatsen. Daarbij heeft het AD volstaan met het overleggen van een kopie van de geaccordeerde reclame-uiting.

Niet is daarmee aangetoond dat het AD voorwaarden heeft gesteld aan de wijze waarop voor het AD abonnees mogen worden geworven dan wel dat het AD maatregelen heeft genomen om te voorkomen dat dit gebeurt op een wijze die in strijd is met de NRC.

Gelet hierop acht de Commissie het AD voor de gewraakte reclame-uiting (mede) verantwoordelijk.

Ten aanzien van Digimo overweegt de Commissie dat Digimo niet heeft weersproken de gewraakte reclame-uiting te hebben (doen) verspreiden, zodat zij ook Digimo voor de gewraakte reclame-uiting verantwoordelijk acht.

De beslissing
Op grond van het vorenstaande acht de Commissie de reclame-uiting in strijd met artikel 7 NRC en beveelt zij verweerders aan om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken.

 

Regeling: NRC (nieuw) art. 7

NRC (nieuw) art. 8.2 aanhef

RB 1968

Niet aangetoond dat CheapTickets de belofte van de beste deal op het betreffende moment niet waar maakte

RCC 16 oktober 2013, dossiernr 2013/00685 (cheap tickets)
Afwijzing. Het betreft reclame voor CheapTickets.nl op www.google.nl.
Daarin staat onder www.cheaptickets.nl/GoedkopeTickets” onder meer: “Vergelijk de Goedkoopste Tickets En Boek Direct op CheapTickets.nl! op CheapTickets.nl  - alle airlines, alle bestemmingen, altijd de beste deals (..)” en “Boek de Goedkoopste Vliegtickets!”. Onder “CheapTickets.nl: Goedkoopste vliegtickets!” staat onder het kopje “Ryanair” onder meer:  “Goedkoop uw vliegtickets met Ryanair boeken…”.
 De klacht - Deze kan als volgt worden samengevat. Gegrepen door teksten zoals “Altijd de beste deals”, “Goedkoopste vliegtickets” en vooral “Goedkoop uw vliegtickets met Ryanair boeken…” boekte één van klagers reisgenoten via CheapTickets.nl 4 tickets voor een vlucht met Ryanair naar Pula (Kroatië) voor 9 september. Na boeking bekeek klager de prijzen indien rechtstreeks zou zijn geboekt bij Ryanair. Bij CheapTickets bleek € 113,56 meer ofwel ruim 37% meer te moeten worden betaald.
Omdat klager voor de terugreis van Split naar Rotterdam met als vertrekdatum 25 september bij CheapTickets geen directe vlucht zag, boekte hij voor € 460,- rechtstreeks 4 tickets bij Transavia. Later zag klager dat deze tickets ook bij CheapTickets konden worden geboekt, en wel voor € 598,-, dus voor 30% meer.
Klager vindt dat adverteerder zijn naam niet waarmaakt komt en acht de uiting misleidend.

Het oordeel van de Commissie
Naar het oordeel van de Commissie zal de gemiddelde consument de uiting opvatten in die zin dat CheapTickets.nl inzicht geeft in de op het moment van raadplegen van die site beschikbare, goedkoopste vliegtickets en dat die tickets via CheapTickets.nl kunnen worden geboekt.

Het feit dat klager heeft ervaren dat hij bepaalde tickets op enig moment rechtstreeks bij de luchtvaartmaatschappijen Ryanair respectievelijk Transavia goedkoper kon boeken dan op een ander moment via CheapTickets.nl, betekent niet dat CheapTickets.nl niet op het moment van raadplegen van de site de goedkoopste, beschikbare tarieven toont. De klacht mist dan ook een feitelijke grondslag.

Gelet op het bovenstaande wordt als volgt beslist.

 

De beslissing
De Commissie wijst de klacht af.

RB 1967

Door kopje "Free Breakfast" krijgt men de indruk dat het om een speciale aangeprezen dienst gaat

RCC 16 oktober 2013, dossiernr 2013/00685
Aanbeveling. Het betreft adverteerders website met de aanhef: “ebookers speciale aanbiedingen voor NH Plaza de Armas. Zie hieronder voor beschikbare aanbieding(en) voor dit hotel. De korting wordt toegepast op de prijs exclusief BTW en kosten” waarna onder meer staat:  “Includes Breakfast Algemene voorwaarden: Free Breakfast Geldigheid: Free Breakfast”. alsmede de pagina “Sevilla Reisgegevens: Vlucht + Hotel” waarop de vluchtgegevens staan en de mogelijke kamertypes zijn vermeld.
De klacht - Klager wilde hotel “NH Plaza de Armas” in Sevilla boeken “Included Free Breakfast”, dat als een speciale aanbieding wordt gepresenteerd. Op de pagina waar de vlucht- en hotel-gegevens moeten worden ingevuld, moet een keuze worden gemaakt tussen een standaardkamer zónder ontbijt en een standaardkamer mét ontbijt.
Aangezien klager een kamer met ontbijt wilde hebben, koos hij voor de tweede optie waarvoor € 278,06 extra in rekening werd gebracht, in de verwachting dat bij voltooiing van de boeking de meerprijs, waarvan hij vermoedde dat deze verband hield met het  ontbijt, weer op de totale reissom in mindering zou worden gebracht, gezien de speciale e-bookers aanbieding “Free Breakfast”. Dit bleek evenwel niet te gebeuren, zodat adverteerder zijn Free Breakfast-aanbieding, die in de eerste stap van het boekingsproces wordt gedaan, niet nakomt.

Klager voelt zich hierdoor misleid.
Telefonisch heeft een medewerker van adverteerder aan klager meegedeeld dat voor de duurdere standaardkamer van € 278,06 een betere annuleringsregeling geldt. Echter  beide standaardkamers worden op de website, afgezien van de prijs, alleen van elkaar onderscheiden door de mededeling mét of zónder ontbijt.

Het oordeel van de Commissie
In de gewraakte reclame-uiting, waarin een stedentrip naar Sevilla wordt aangeboden, is sprake van een uitnodiging tot aankoop van een reisdienst, zodat de Reclamecode Reisaanbiedingen (RR) daarop van toepassing is. Ingevolge artikel IV sub 1 RR zijn aanbieders, conform artikel III lid 1 RR, gehouden tot het hanteren van correcte en duidelijke prijzen. Een uitnodiging tot aankoop moet informatie bevatten als vermeld in artikel 8.4 van de Nederlandse Reclame Code (NRC).

In de uiting staat dat adverteerder daarin “speciale aanbiedingen” doet, waarna onder het vetgedrukte kopje “Includes Breakfast” staat: “Free Breakfast”. Hierdoor krijgt men de indruk dat deze dienst als een speciale aanbieding wordt aangeprezen.

Nadat men op adverteerders website een vlucht heeft geselecteerd, dient men een keuze te maken uit drie kamertypes. Niet dan wel onvoldoende duidelijk is waarin deze kamers zich van elkaar onderscheiden. Bij de eerste kamer staat “Deze kamer is inbegrepen in de totaalprijs”. Voor de tweede kamer moet een meerprijs worden betaald van € 66,82 en voor de derde kamer -de enige kamer waarbij uitdrukkelijk staat “Includes Breakfast”- geldt een meerprijs van € 278,06.

Gezien de mededeling “Includes Breakfast” bij de laatste en duurste kamer-keuzemogelijkheid krijgt men de indruk deze optie te moeten aanklikken als men van de aanbieding “Free Breakfast” gebruik wil maken.

Dat het prijsverschil is gelegen in een betere annuleringsregeling, valt uit de uiting niet op te maken, zodat de Commissie klagers conclusie dat dit verband houdt met de wél daarbij staande mededeling “Includes Breakfast” alleszins begrijpelijk acht.

Evenmin is duidelijk op welke wijze men kan bewerkstelligen dat men gebruik maakt van de aanbieding “Free Breakfast”.

Op grond van het vorenstaande is de Commissie van oordeel dat de wijze waarop de prijs(opbouw) wordt vermeld onvoldoende duidelijk is en daarom in strijd is met artikel IV sub 1 RR.

 

De beslissing
Op grond van het vorenstaande acht de Commissie de uiting in strijd met artikel IV sub 1 RR en beveelt zij adverteerder aan niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken.

 

Regeling: RRA IV. sub 1.