RB
RB 4129
8 september 2026
Uitspraak

Prejudiciële vragen gesteld over producten die gericht zijn op minderjarigen

 
RB 4128
8 september 2026
Uitspraak

Dealer geen contractspartij; geen aansprakelijkheid voor gestelde misleidende handelspraktijk rond zwembad

 
RB 4127
7 september 2026
Artikel

Aanstaande woensdag: Entertainment & Recht 2026 – schrijf je nu nog in!

 
RB 1431

Stoomreiniger doodt geen 'bacteriën'

RCC 4 juni 2012, dossiernr. 2012/00328A (Shark)  

1312538756138.jpgHuishouden en inrichting. Misleidende reclame. h1n1, e-coli en salmonella zijn virussen.

In een televisie-commercial waarin reclame wordt gemaakt voor de Shark-stoomreiniger, waarin onder meer wordt gezegd: “De shark (…)doodt 99% van de E-Coli, Salmonella en H1N1 bacteriën”. Verder is een vrouw te zien die haar vloeren reinigt met een 'Shark'. In één van de scènes zit er een peuter op de grond. 

 De klacht luidt als volgt: 
1. H1N1 is een virus.
2. Met een stoomreiniger kunnen geen virussen worden bestreden die via de lucht tussen zoogdieren migreren en zich dus niet op de vloer bevinden.
3. De E-coli bacterie zit in besmet drinkwater en bevindt zich evenmin op een droge vloer.
4. Salmonella zit in bedorven vlees of eieren en dus ook niet op de vloer van een woning.

Klager is van mening dat aldus sprake is van onjuiste informatie die, in combinatie met het tonen van peuters, beneden alle peil is.

De Commissie oordeelt dat nu er in de reclame wordt gezegd dat door de Shark de H1N1 'bacteriën' worden gedood en er is komen vast te staan dat H1N1 niet door een bacterie, maar door een virus wordt veroorzaakt, is de reclame-uiting op dit punt onwaar.

Met betrekking tot de stelling dat het product niet zou werken omdat virussen zich door de lucht verspreiden en niet op de grond en omdat de genoemde bacteriën zich niet op de grond zouden bevinden, voert adverteerder Euro-pro uitgebreid verweer (zie hieronder in citaten). Op grond hiervan is de Commissie van mening dat adverteerder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat ook via de vloer besmetting met het N1H1 virus en de genoemde bacteriën kan ontstaan. 

Dat er een peuter wordt getoond in de reclame leidt niet tot het oordeel dat er sprake is van strijd met de Nederlandse Reclame Code.

Met betrekking tot punt 1. wordt de klacht toegewezen.

H1N1
Adverteerder betwist dat het H1N1 virus uitsluitend in de lucht voorkomt en wordt overgedragen en niet op de vloer aanwezig kan zijn. Net zoals voor bacteriën kunnen vloeren ook broedplaatsen zijn voor andere micro-organismen, zoals het virus dat H1N1 veroorzaakt.

Als een feit van algemene bekendheid kan volgens adverteerder worden beschouwd dat mensen ook door het aanraken van oppervlaktes kunnen worden besmet door het virus, omdat het, in de vorm van druppeltjes, niet in de lucht blijft hangen, maar neerkomt op diverse oppervlaktes, daar aanwezig blijft en actief is.

In dit kader verwijst adverteerder naar een door haar overgelegd fact sheet van het ‘Center for Disease Control and Prevention’ en naar informatie op de website www.flu.gov van de U.S. Department of Health & Human Services over verspreiding van het griepvirus en de bestrijding van besmettingen, waaruit blijkt dat het H1N1 virus aanwezig kan zijn op vloeren.

E-coli
Met betrekking tot hetgeen klager aanvoert omtrent de E-coli bacterie stelt adverteerder – samengevat – het volgende.

De bacterie wordt primair op mensen overgedragen door het eten van besmet voedsel, maar ook door vervuilde bereiding, het gebruik van besmet keukengerei of door het op een andere manier binnen krijgen van de bacterie. De bacterie kan gemakkelijk worden overgedragen van het ene oppervlak naar het andere. De dragers van de bacterie komen veel voor in de keuken. Daarnaast komt het vaak voor dat deze dragers op de vloer vallen, waardoor de E-coli bacterie wordt overgedragen op het vloeroppervlak. Ook kan de bacterie door huisdieren op de vloer worden achtergelaten, door etensresten, slijm of resten van uitwerpselen. De Wereldgezondheidsorganisatie(WHO) beveelt dan ook aan om alle oppervlaktes in de keuken nauwgezet schoon te maken om besmetting met de bacterie te voorkomen. Daarnaast is het een feit van algemene bekendheid dat de keukenvloer één van de meest vieze plekken in een huis is. Door diverse wetenschappers is hier uitgebreid onderzoek naar gedaan. Aldus kan volgens adverteerder niet worden betwist dat E-Coli kan voorkomen op de vloer.

In dit verband verwijst adverteerder naar het door haar overgelegde feitenoverzicht van de WHO betreffende E-coli. Voorts verwijst adverteerder naar een door haar aangehaald artikel in de ‘Chicago Tribune’ van food scientist Paul Dawson van de Clemson University in de Verenigde Staten en Professor HarleyRotbart van de Medische Universiteit in Colorado en auteur van het boek “Germ ProofYourKids”. Tot slot verwijst zij in dit verband naar door haar bijgevoegde informatie op de website www.health24.com.

Salmonella
Met betrekking tot de Salmonella bacterie stelt adverteerder dat ook deze bacterie in voedselproducten voorkomt. Voorts voert adverteerder aan dat Salmonella ook op levenloze objecten kan voorkomen, zoals vloeren die in contact zijn geweest met bijvoorbeeld rauw gevogelte. Bovendien laat men dragers van de bacterie vaak op de keukenvloer vallen, of komt Salmonella via huisdieren op de vloer terecht.

Omdat Salmonellose (de ziekte die door Salmonella wordt veroorzaakt), vaker voorkomt bij kinderen en baby’s, is het nog meer van belang dat vloeren goed zijn schoongemaakt.

RB 1430

Naast kwark en fruit ook andere ingrediënten

RCC 5 juni 2012, dossiernr. 2012/00453 (Danoontje I)
RCC 5 juni 2012, dossiernr. 2012/00454 (Danoontje II)

assortiment-full-mix.pngVoeding. Misleidende reclame. Voornaamste kenmerken product.

In een televisie-commercial voor Danoontje, waarin - tegenover kinderen die kennelijk een bezoek brengen aan een boerderij - wordt gezegd: “Willen jullie zien hoe Danoontje wordt gemaakt? Het begint met vers gemaakte kwark. Dat meng je met echt fruit. Lekker hè? Dat zit allemaal in Danoontje.” Te zien is dat de kinderen in schaaltjes vers fruit door kwark prakken en een Danoontje eten.

De klachten richten zich op het feit dat de suggestie wordt gewekt dat er niets dan verse kwark en vers geprakt fruit in Danoontje zit en dat door het filmpje in de commercial en de aan het eind in beeld verschijnende mededeling. Dat er geen sprake is van kunstmatige toevoegingen, wordt de suggestie gewekt dat er alleen kwark en fruit in Danoontje zit. Dat is niet waar. In Danoontje zit ook heel veel suiker. De tekst die daarop betrekking heeft, verschijnt in slecht leesbare letters in beeld. In het filmpje wordt echter het toevoegen van suiker niet getoond. De reclame verschaft volgens klagers dus geen juiste informatie over het product.

De commissie wijst de klachten af, er verschijnt een disclaimer in beeld en de waarheidsgetrouwheid weergave van de beelden met geprakte fruit & kwark is de gemiddelde consument voldoende duidelijk.

In de bestreden televisiecommercial wordt de aandacht gevestigd op de aanwezigheid van verse kwark en fruit in Danoontje, waarvan naar het oordeel van de Commissie voldoende aannemelijk is dat dit de meest karakteristieke ingrediënten van Danoontje zijn. In de commercial wordt niet de indruk gewekt dat vers fruit en kwark de enige ingrediënten zijn. Zodra wordt gezegd “Het begint met vers gemaakte kwark” verschijnt - gedurende 8 seconden - onderin beeld de mededeling: ”Naast kwark en fruit bevat Danoontje ook suiker en andere ingrediënten. Deze informatie is terug te vinden op de verpakking of op de website.”

Bovendien blijkt uit de beelden van de commercial, waarbij vers fruit handmatig door kwark wordt geprakt, voor de gemiddelde consument voldoende duidelijk dat dit geen waarheidsgetrouwe weergave van het bereiden van Danoontje betreft. Naar het oordeel van de Commissie wordt in de commercial niet de misleidende indruk gewekt dat Danoontje geen suiker of andere toevoegingen bevat.

RB 1429

“Gegarandeerde” portemonnee

Kantonrechter Rechtbank Amsterdam 19 juni 2012, LJN BW8597 (Eisers tegen NPL)

munt2.jpgGouden Muntactie. Overeenkomst tussen Nederlandse Postcodeloterij (NPL) en deelnemers. NPL moet het overeengekomen ( "gegarandeerde") cadeau van euro 2.500,00 aan de deelnemers doen toekomen.

Gelet op de duidelijke tekst van de overeenkomst, is er geen ruimte voor de door NPL verdedigde stelling dat eisers redelijkerwijs hadden moeten begrijpen dat zij geen recht hadden op € 2.500,00 en alleen maar een kans daarop. De conclusie is dan ook dat de NPL haar verplichtingen uit hoofde van de tussen partijen gesloten overeenkomst dient na te komen en dat zij de door hem aan eisers “gegarandeerde” portemonnee met € 2.500,00 moet doen komen.

In citaten:


4.1.In de onder 1.4. genoemde brief doet de NPL eisers een aanbod tot het aangaan van een overeenkomst: wanneer eisers mee gaan spelen in de Postcode Loterij, krijgen ze “gegarandeerd” een fantastisch welkomstcadeau. Uit de opzet van de brief volgt dat hun cadeau de bij hun code behorende portemonnee met € 2.500,00 is. Immers: bovenaan de aan eisers toegezonden brief staat “welk cadeau krijgt u ?”. Die mededeling wordt herhaald bij “Kras uw cadeau-code”en bij de rijtjes met de muntcodes en cadeau-codes, die met één van de vier genoemde cadeau’s corresponderen. In het geval van eisers corresponderen de codes met de portemonnee met € 2.500,00. Bij de door de NPL verdedigde uitleg van de mailing, namelijk dat er slechts recht bestaat op één van de vier genoemde cadeau’s, hebben de munt- en cadeaucodes en de zinsnede “welk cadeau krijgt u” geen enkele betekenis. Die uitleg kan dan ook niet worden gevolgd.

4.4.Gelet op de duidelijke tekst van de overeenkomst, is er geen ruimte voor de door NPL verdedigde stelling dat eisers redelijkerwijs hadden moeten begrijpen dat zij geen recht hadden op € 2.500,00 en alleen maar een kans daarop. De NPL miskent haar verplichting om als professionele partij er voor zorg te dragen dat correspondentie die van haar naar consumenten uitgaat, duidelijk dient te zijn en niet voor tweeërlei uitleg vatbaar is; zij kan zich er niet op beroepen dat het zo onwaarschijnlijk is wat zij toezegt, dat het duidelijk moest zijn, dat – kennelijk anders dan de tekst aangeeft en zonder verwijzing naar een voorwaarde waaruit iets anders zou moeten blijken – wat zij toezegt niet waar is. Het aanbod, te weten een prijs, is voor een organisatie die in prijzen doet, niet zo bijzonder dat de wederpartij moet begrijpen dat een portemonnee met € 2.500,-- niet de bedoeling kan zijn geweest. Dat zou anders zijn als het van algemene bekendheid was dat de NPL een onbetrouwbare organisatie is en eisers dus hadden moeten twijfelen aan de juistheid van een door de NPL gedaan aanbod. Die stelling heeft de NPL niet betrokken. Hetgeen eisers na het sluiten van de overeenkomst in correspondentie aan de NPL over “adders onder het gras” en dergelijke hebben gemeld, maakt de inhoud van de overeenkomst niet anders.

4.5.De conclusie is dan ook dat de NPL haar verplichtingen uit hoofde van de tussen partijen gesloten overeenkomst dient na te komen en dat zij de door hem aan eisers “gegarandeerde” portemonnee met € 2.500,00 moet doen komen.

Op andere blogs:
Dirkzwagerieit (U bent gegarandeerd winnaar! Of toch niet...?)
Hoogenraad & Haak (NATIONALE POSTCODE LOTERIJ VOELT HET IN DE PORTEMONNEE!)

RB 1428

Ook Apple software niet bestand tegen virussen

 
images?q=tbn:ANd9GcSu4YoPWp5vm87XQIee6YtrLh3US3lHVVrWDJU0rEYEV7NVaxbuhYdmM2LtcA(Tele)communicatie technologie. Misleiding. Voornaamste kenmerken product.
 
Onderhavige zaak betreft een uiting op www.apple.com/nl. Daarin wordt onder de aanhef 'Immuun voor pc-virussen' onder meer vermeld: “Een Mac wordt, anders dan Windows-computers, niet door duizenden virussen belaagd. Dankzij de ingebouwde beveiliging in Mac OS X blijft je computer optimaal beschermd, zonder dat je er iets voor hoeft te doen”.
 
Klager in deze zaak is IT Security Officer welke onlangs de website www.cybercrimepreventie.com (non-profit) heeft geopend. Doel van deze site is burgers bewust te maken van de risico’s op internet en maatregelen aan te dragen om die risico’s te beperken. Uit diverse berichtgeving en onderzoeken is gebleken dat geen enkele software immuun is voor virussen. Voorts hebben zich in het verleden, ook onlangs, “grote beveiligingsincidenten op Apple software” voorgedaan. Klager vindt de reclame dus misleidend.
 
De Commissie oordeelt dat het op de weg van de adverteerder lag, de juistheid van de bestreden uiting aan te tonen. Zij hebben dit echter niet gedaan, waardoor de Commissie oordeelt dat de reclame gepaard gaat met onjuiste informatie ten aanzien van de risico's van het product.
 
De Commissie concludeert derhalve dat de reclame-uiting in strijd is met hetgeen in artikel 7 NRC wordt bepaald.
RB 1427

Hyundai i20 voor de dubbele prijs?

hyundai-i20.gifMisleidende prijs (vermelding).

In een advertentie in het Algemeen Dagblad van 5 april 2012 staat onder meer:  “Tot begin 2014 geen rente en geen aflossing. De Hyundai i20. Voor € 5.500,-” en “Betaal nu de helft en de rest in 2014 zonder rente''.
 
Er lijkt te worden geadverteerd met een verkoopprijs van € 5.500,-, in werkelijkheid bedraagt de verkoopprijs het dubbele. Er wordt geklaagd dat de prijs misleidend is.
 
De Commissie oordeelt dat het voor de gemiddelde consument niet voldoende duidelijk is dat de nu te betalen helft gelijk is aan € 5.500,-, terwijl de totale voor de auto te betalen prijs het dubbele daarvan is. De Commissie acht de uiting derhalve voor de gemiddelde consument onduidelijk ten aanzien van de prijs van het product als bedoeld in artikel 8.2 aanhef en onder d van de Nederlandse Reclame Code (NRC).

In de aanhef van de advertentie wordt de Hyundai i20 zonder voorbehoud aangeboden “Voor € 5.500,-”. Vervolgens wordt gesteld: “BETAAL NU DE HELFT EN DE REST IN 2014 ZONDER RENTE”. De Commissie acht voor de gemiddelde consument niet voldoende duidelijk dat de nu te betalen helft gelijk is aan € 5.500,-, terwijl de totale voor de auto te betalen prijs het dubbele daarvan is.

Aan dit oordeel doet niet af dat in het rekenvoorbeeld onderaan de uiting sprake is van een “Contante waarde van het goed” van € 10.995,00, van een “Aanbetaling/inruil (50%)” van € 5.497,50 en van het “Totale kredietbedrag” van € 5.497,50.

 

RB 1426

Couverts niet voor alle restaurants in Nederland

 
couverts_logo_kleur1-184x65.pngMisleiding. Voornaamste kenmerken van het product.

Op de website www.couverts.nl (hierna: Couverts) staat onder FAQ bij  bij vraag 2 “Wat is het voordeel van reserveren via Couverts.nl?” onder meer staat: “Couverts is de enige website waar je alle restaurants in Nederland kunt reserveren.”

De klacht bestaat in het feit dat het kunnen adverteren bij alle restaurants niet juist is. Slechts enkele restaurants in de buurt worden getoond, niet alle restaurants zijn bij Couverts aangesloten.
 
De voorzitter stelt ten eerste vast dat de bestreden uiting reclame in de zin van de NRC betreft, daar de bestreden zinsneden een duidelijk aanprijzend element voor het geleverde product bevat.
Verder stelt de voorzitter vast dat de gemiddelde consument de mededeling “Couverts is de enige website waar je alle restaurants in Nederland kunt reserveren” aldus opvatten dat via het reserveringssysteem van Couverts alle restaurants in Nederland gereserveerd kunnen worden. 
 
Geconcludeerd wordt dat de uiting gepaard gaat met onduidelijke informatie ten aanzien van de voordelen van het product, waardoor het in strijd is met artikel 7 NRC.
RB 1424

Voor een Nederlandse set betaal je 28 euro extra

Vz. RCC 31 mei 2012, dossiernr. 2012/00389 (Videopartner.nl)

000479.png(Tele) communicatie technologie. Misleidende reclame. Ontbrekende informatie. De website www.videopartner.nl bevat de aanbieding van een Siemens Gigaset SL785 duo.

De klacht zegt dat de na de aankoop van dit product het toestel niet in de Nederlandse taal kan worden ingesteld, omdat het niet bestemd is voor de Nederlandse markt. Uit navraag blijkt ook dat voor een Nederlandse set € 28,- extra moet worden betaald. Volgens klager mag je er als klant mag je ervan uitgaan dat producten van een Nederlandse webwinkel ook voor die markt geschikt zijn. 

De voorzitter oordeelt dat indien een product wordt aangeboden op een website, welke specifiek op de Nederlandse markt is gericht, de consument erop mag vertrouwen dat het een product is welke ook geschikt is voor de Nederlandse markt.

Vaststaat is dat er enkel een dergelijk product wordt gelevert tegen een meerprijs, waardoor er sprake is van een omissie zoals bedoeld in artikel 8.3 aanhef en onder c NRC. De uiting is derhalve misleidend. De voorzitter concludeert dan ook dat de reclame-uiting in strijd is met artikel 7 NRC. De klacht wordt toegewezen.

RB 1423

Cassis gemaakt van 'verkeerde' bessen

Vz. RCC 22 mei 2012, dossiernr. 2012/00448  (Hero cassis)

Hero-20120131-0212.jpgVoeding en niet-alcoholhoudende dranken. Verkeerde informatie verstrekken aan consument. Misleidende reclame. Oplettendheid consument.

In de televisiecommercial is te zien hoe 'deskundigen' in een laboratorium (volgens de voice-over) 'zwarte bessen testen op hun windgevoeligheid omdat alleen Zeeuwse bessen mee mogen doen'. De klager zegt dat in de commercial blauwe bessen worden getoond. Omdat cassis wordt gemaakt van zwarte bessen, wordt er volgens klager verkeerde informatie verstrekt aan de consument.

In de commercial zijn inderdaad blauwe bessen te zien. De simpele reden hiervoor is dat er in de periode dat de commercial werd opgenomen geen zwarte bessen waren, zodat is gekozen voor de meest gelijkende wel beschikbare bes. De gemiddelde consument zal dit niet opvallen. Hero heeft er bovendien geen belang bij te suggereren dat er blauwe bessen in de cassis zitten, nu deze bessen minder vitamine C en antioxidanten bevatten dan zwarte bessen.

De voorzitter oordeelt dat de gemiddelde consument uit de op overdreven wijze gebrachte boodschap van de televisiecommercial zal begrijpen dat Hero cassis wordt gemaakt van zwarte bessen. Het is volgens de Voorzitter echter de vraag of het verschil in kleur van de bessen in de commercial door de gemiddelde consument wordt opgemerkt. De voorzitter oordeelt dat er geen sprake is van misleidende reclame, nu dit verschil het besluit van de consument, om de cassis te kopen, niet zal beïnvloeden. De klacht wordt derhalve afgewezen.

RB 1422

Pan toch niet zo krasbestendig als beweerd

Reclame Code Commissie 22 mei 2012, dossiernr. 2012/00368 (Ceramicore pannen)

ceramicore-deluxe-pannen1-300x300.jpgHuishouden en inrichting. Misleidende reclame.

De klacht is ingediend over de 'Ceramicore pannen', welke via een tv-programma worden aangeboden.

In het tv-programma wordt beweerd dat de pannen bestand zijn tegen vele nadeligheden; er wordt zelfs met een vork in de pan een ei geklutst en er wordt beweerd dat er zelfs met een hamer op geslagen kan worden, dan nog gaat de pan niet kapot. De gebruiksaanwijzing bij de pannen beweert echter het volgende: 'Gebruik geen puntige of scherpe voorwerpen daar deze krassen in de pan kunnen veroorzaken'; 'Het wordt afgeraden deze pannen voor het bakken te gebruiken'; 'De pannen worden aangeraden te gebruiken voor het warm houden van de maaltijd totdat deze wordt opgediend'. De klacht is derhalve dat de reclame misleidend is.

Dat er in de gebruiksaanwijzing wat anders staat dan wordt beweerd in het tv-programma, wordt niet weersproken. De commissie oordeelt dat de reclame gepaard gaat met onjuiste informatie ten aanzien van de geschiktheid voor het gebruik. Er is sprake van een misleidende reclame-uiting en is deze oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.

De Commissie concludeert dat de reclame-uiting in strijd is met artikel 7 NRC, met betrekking tot de tegenstrijdige beweringen in het tv-programma en de gebruiksaanwijzing, omtrent het gebruik van puntige/scherpe voorwerpen. Adverteerder heeft voldoende weersproken aangegeven dat de pannen niet in de oven dienen te worden geplaatst voor het afbakken van maaltijden. Voor zoverre acht de Commissie de klacht ongegrond.

1. Adverteerder heeft niet weersproken dat de gebruiksaanwijzing bij de Ceramicore pannen het advies bevat om geen puntige of scherpe voorwerpen te gebruiken, aangezien deze krassen in de pan kunnen veroorzaken. In de reclame is echter te zien dat met een metalen vork in de Ceramicore pan een ei wordt bereid en in de uiting wordt gezegd: “Ceramicore is super duurzaam. U kunt er zelfs met een hamer op slaan en nog gaat hij niet kapot”.

Gelet op het bovenstaande gaat de reclame gepaard met onjuiste informatie ten aanzien van de geschiktheid voor het gebruik als bedoeld in artikel 8.2 aanhef en onder b van de Nederlandse Reclame Code (NRC). Nu de gemiddelde consument er bovendien toe kan worden gebracht een besluit over een transactie te nemen, dat hij anders niet had genomen, is de uiting misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.

2. Adverteerder heeft klaagsters stelling dat de pannen niet geschikt zijn om te gebruiken voor bakken in het algemeen voldoende gemotiveerd weersproken; bij verweer is meegedeeld dat de pannen (slechts) niet in de oven dienen te worden geplaatst voor het afbakken van maaltijden. In zoverre acht de Commissie de klacht ongegrond.

RB 1421

Rijklaar maken, auto uitnodiging tot aankoop

CVB 11 mei 2012, dossiernr: 2012/00088 (Kia Picanto)

KiaPicanto11sideM9YGE.jpgIntegrale publicatie: rijklaar maken, leverbaar vanaf, uitnodiging tot aan­koop.

: Het betreft een televisiecommercial en een reclame op de website www.kia.nl waarin de Kia Picanto wordt aangeprezen. In de televisiecommercial wordt onder meer gezegd en verschijnt als tekst in beeld: “Vanaf € 7.995,-“. In de uiting op de website staat onder meer: “Leverbaar v.a. € 7.995,-“. De bij de klacht overgelegde prints van de uiting op de website zijn in kopie aan deze uitspraak gehecht.

De klacht
Voor de in de uitingen genoemde vanaf-prijs kan de Kia Picanto niet worden gekocht. Er komen altijd kosten voor het rijklaar maken etc. bij ter hoogte van circa € 700. Deze kosten worden niet in de uitingen vermeld.

Het verweer
In de autobranche is het zeer gebruikelijk om aanbiedingen te doen op basis van een vanafprijs zonder de kosten van rijklaar maken te vermelden. De consument is hiervan op de hoogte. Afwijking van dit stramien zou voor verwarring onder consumenten zorgen. Nu wordt vermeld dat het om een vanafprijs gaat, is duidelijk dat geen sprake is van een “rijklaar” tarief.

Het oordeel van de Commissie
In de onderhavige uitingen wordt een Kia Picanto aangeboden “vanaf € 7.995,-”. Vast is komen te staan dat de genoemde prijs exclusief de kosten rijklaar maken en andere (aflever-) kosten is. In de bestreden uitingen wordt van het bestaan van deze bijkomende kosten geen enkele melding gemaakt. Uit de enkele aanduiding “vanaf” blijkt niet dat dit betrekking heeft op bijkomende afleverkosten waarop de consument geen invloed kan uitoefenen, en niet op bijvoorbeeld meerkosten die verband houden met de door de consument te kiezen uitvoering van de auto.


Op grond van het voorgaande is naar het oordeel van de Commissie sprake van onduidelijke informatie ten aanzien van de prijs zoals bedoeld in artikel 8.2 aanhef en onder d van de Nederlandse Reclame Code (NRC). Tevens heeft adverteerder niet voldaan aan de verplichting om essentiële informatie met betrekking tot de prijs te verstrekken als bedoeld in artikel 8.4 aanhef en onder c NRC. Tot deze verplichting dient te worden gerekend het noemen van de volledige (vanaf)prijs van de desbetreffende auto met de bijkomende, niet te vermijden kosten die in ieder geval aan de klant in rekening gebracht zullen worden. Indien deze kosten niet reeds in de genoemde prijs zijn verdisconteerd, dienen zij duidelijk uit de uiting te blijken. Omdat de Commissie voorts van oordeel is dat de gemiddelde consument door de uiting ertoe gebracht kan worden een besluit over een transactie te nemen dat hij anders niet had genomen (niet is weersproken dat de bijkomende kosten bedragen circa € 700 bedragen), zijn de uitingen misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC. Dat de door adverteerder gehanteerde wijze van reclamemaken gebruikelijk is in de autobranche leidt - wat er zij van de juistheid van deze stelling van adverteerder - niet tot een ander oordeel.

De beslissing van de Reclame Code Commissie van 27 februari 2012
De Commissie acht de bestreden uitingen in strijd met het bepaalde in artikel 7 NRC.
Zij beveelt adverteerder aan om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken.

Het College van Beroep:
De grieven


Het College vat deze als volgt samen.

De beslissing kan geen stand houden voor zover de Commissie heeft geoordeeld dat Kia op haar website geen mededeling doet over het bestaan van bijkomende kosten. Op de homepage van deze website is onder het kopje “Rij belastingvrij” een link opgenomen naar de prijs- en specificatielijst. Ook kan bovenaan de pagina geklikt worden op de tab “Prijzen en specificaties”, waarna de bezoeker terechtkomt op een webpagina waarop opnieuw op verschillende plaatsen een link staat naar genoemde prijs- en specificatielijst. Deze lijst is een PDF-bestand dat bezoekers kun­nen downloaden en printen. Uit dit bestand blijkt duidelijk dat en welke bijko­men­de kosten er zijn. Aldus verschaft Kia op haar website op duidelijke wijze vol­doende essentiële informatie teneinde de consument in staat te stellen een geïn­for­meerde aankoopbeslissing te doen. De gemiddelde consument die op zoek is naar een nieuwe auto zal zich goed willen laten voorlichten door de dealer en ook zelf op zoek gaan naar relevante informatie over de auto die hij van plan is te kopen. De meest aangewezen weg daartoe is de website van Kia. Deze consument zal de prijs- en specificatiepagina niet over het hoofd zien. Ingevolge HvJ EG 12 mei 2011, IER 2011/49 (Konsumentombudsman/Ving) is het toegestaan in reclame-uitingen gebruik te maken van vanafprijzen, ook indien het een uitnodiging tot aankoop betreft.

Het antwoord in appel
De grieven zijn gemotiveerd weersproken.

De mondelinge behandeling
Kia deelt ter vergadering mee dat het beroep ook betrekking heeft op het oordeel van de Commissie met betrekking tot de bestreden televisiecommercial. Kia stelt dat de wijze waarop zij reclame maakt niet afwijkt van de wijze van adverteren door andere automerken. Ook andere autofabrikanten noemen in televisiecommercials vanafprijzen zonder daarin de vaste niet-vermijdbare bijkomende kosten te op te ne­men. Dit is een gangbare wijze van communiceren in de markt. Voor de gemid­delde consu­ment is duidelijk dat de vanafprijs ziet op de prijs van de auto als zo­da­nig en dat daarbij nog diverse extra kosten komen, waaronder de algemene en gebruike­lijke kosten voor rijklaar maken.

Het oordeel van het College
1. Anders dan uit het beroepschrift lijkt te volgen, heeft het beroep, zoals Kia ter ver­ga­dering heeft meegedeeld, ook betrekking op de be­slis­sing van de Commissie ten aanzien van de te­levisiecommercial. In verband daarmee heeft Kia voorafgaand aan de ver­gadering enkele televisiecommercials aan het College toe­gezonden, die door het secretariaat aan geïnti­meerde zijn doorgezonden en waarop geïntimeerde inhoudelijk heeft gerea­geerd. Het College zal op grond van het voorgaande ook ingaan op het oordeel van de Commissie ten aanzien van de televisie­commercial en op hetgeen Kia daar­tegen in beroep aanvoert.

2. Vooropgesteld wordt dat zowel de bestreden televisiecommercial als de website dienen te worden aange­merkt als een uitnodiging tot aankoop als bedoeld in artikel 8.4 van de Nederlandse Reclame Code (NRC). Ingevolge het bepaalde onder c van dit ar­ti­kel dient bij een uitnodiging tot aankoop de volgende essentiële informatie verstrekt te worden: “de prijs, inclusief belastingen, of, als het om een soort product gaat waarvan de prijs redelijkerwijs niet vooraf kan worden berekend, de manier waarop de prijs wordt berekend, en, in voorkomend geval, alle extra vracht-, leve­rings- of portokosten of, indien deze kosten redelijkerwijs niet vooraf kunnen worden bere­kend, het feit dat er eventueel deze extra kosten moeten worden betaald”. In deze bepaling is artikel 7 lid 4 van Richtlijn 2005/29/EG geïmplementeerd, welk artikel in het kader van misleidende omissies be­paalt dat (onder meer) de hierboven bedoel­de in­formatie es­sen­tieel is voor zover deze niet reeds uit de context blijkt. Het Col­lege begrijpt op grond van het voorgaande, mede gelet op de “Leidraad voor de tenuit­voer­legging/toepassing van Richtlijn 2005/29/EG betreffende oneerlijke han­dels­prak­tijken” van de Europese Commissie, dat bij de uitnodiging tot aankoop spra­ke dient te zijn van een “totale prijs”, dat wil zeggen een prijs waarin alle kos­ten zijn inbegrepen voor zover die (1) vooraf kunnen worden be­paald, (2) niet-ver­mijd­baar zijn en (3) niet uit de context van de uiting blijken. Indien niet aan deze eisen is vol­daan, dient te worden beoordeeld of de gemiddelde consument daardoor ertoe wordt gebracht of kan worden gebracht een besluit over een transactie te nemen dat hij niet zou hebben genomen indien hij de totaalprijs zou hebben gekend.

3. Vaststaat dat de in de bestreden uitin­gen genoemde prijzen telkens exclusief kos­ten rijklaar maken en diverse andere kosten zijn. Het betreft hier, naar het College be­grijpt, in ieder geval voor een groot deel (ongeveer € 700,--) kosten waarop de con­sument geen invloed kan uitoefenen en die altijd verschuldigd zijn, derhalve vaste en onvermijdbare kosten. Kia heeft ter ver­gadering toe­gelicht hoe deze kosten zijn samengesteld. Daarbij is het College gebleken dat Kia deze kosten voor een deel per model naar eigen inzicht op een standaard­bedrag vast­stelt (zoals kosten rijklaar maken en afleverpakket), terwijl daarnaast kennelijk sprake is van kostenelementen die ver­band houden met overheidsregelin­gen (legeskosten en verwijderingsbijdra­ge). Nu het tegendeel niet is gesteld of gebleken, gaat het College ervan uit dat van al deze kosten de hoogte be­kend is op het moment dat de reclame-uiting wordt ge­publiceerd. Op grond van hetgeen onder 5.2 is ver­meld, had Kia derhalve deze kos­ten in de prijs dienen op te nemen, hetgeen zij niet heeft gedaan.

4. Dat bijkomende kosten ver­schuldigd zijn, blijkt niet uit de televisiecommer­cial. Ten aan­zien van de bestreden internetuiting ligt dit in zoverre anders dat via klik­ken op hyperlinks uitein­de­lijk valt te achterhalen dat die kosten verschul­digd zijn en hoe hoog zij zijn, maar het College is van oordeel dat in het onderhavige geval niet kan worden gezegd dat de informatie over de verplichte bijkomende vaste kos­ten vol­doende uit de context van de uiting blijkt. Het feit dat sprake is van een van­af­prijs leidt niet tot een ander oordeel. Terecht heeft de Com­missie geoordeeld dat de en­kele aanduiding “vanaf” niet kan worden opgevat als een verwijzing naar de bij­ko­men­de kosten waarop de con­sument geen invloed kan uitoefenen. In plaats daar­van is evident sprake van een aanduiding die verwijst naar de goed­koopste uit­voe­ring van het desbetreffende aangeprezen model, los van de bijkomende kosten bij de aankoop van dit model.

5. Het College onderschrijft het oordeel van de Commissie dat, doordat in de uitingen geen “totale prijzen” staan, de gemiddeld geïnfor­meerde, omzichtige en oplettende con­su­ment ertoe wordt gebracht of kan wor­den gebracht een besluit over een trans­ac­tie te nemen dat hij niet zou hebben ge­nomen indien wel sprake zou zijn geweest van dergelijke prijzen. De vaste en onvermijdbare bijkomende kosten zijn immers aanzienlijk en leiden daar­door tot een belangrijk hoger aankoopbedrag dan de in de uitingen ge­noemde ver­koopprijs. Niet kan wor­den uitgesloten dat bedoelde con­sument, die wellicht op de hoogte is van het feit dat bij de aankoop van een nieu­we auto be­paalde stan­daard kosten verschuldigd zijn, maar niet tevens geacht kan worden te weten dat deze vaste en onvermijdbare kosten voor de aangeprezen auto minimaal ongeveer € 700,-- bedragen, voor een ander model of goedkopere uitvoering zou hebben ge­kozen indien hij vooraf die kos­ten had gekend. Op grond van het voorgaande is sprake van een omissie als be­doeld in artikel 8.3 aanhef en on­der c NRC in verbinding met artikel 8.4 aanhef en onder c NRC. Het College acht de uitingen daardoor oneerlijk in de zin van ar­tikel 7 NRC en zal het oordeel van de Commissie bekrachtigen, met enige wijziging van gronden.

6. Naar aanleiding van het uitdrukkelijke beroep door Kia op het feit dat, naar zij vol­doende aannemelijk heeft gemaakt, andere auto­fabrikanten in vergelijkbare uitingen op televisie en op internet eveneens geen “totale prijzen” noemen waarin de vaste en onvermijdbare kosten zijn begrepen, overweegt het College dat blijk­baar spra­ke is van de situa­tie dat binnen de desbetreffende bran­che een on­juis­te opvat­ting bestaat omtrent de verplichtingen die bij de hier genoem­de uitin­gen gelden indien sprake is van een uitnodiging tot aan­koop. Dit kan op grond van het voorgaande niet tot het oordeel leiden dat sprake is van een toelaat­bare handelspraktijk en evenmin afdoen aan het feit dat Kia dient te worden aanbe­volen om niet meer op een dergelijke wijze re­clame te ma­ken.

7. Het Col­le­ge gaat overi­gens ervan uit dat de branche ken­nis neemt van deze uit­spraak en zijn re­clame-uitingen op televisie en op internet vervolgens zal aanpas­sen. Gelet hierop en ten­einde Kia niet onnodig in een ongunstige­re positie te bren­gen dan andere auto­mo­bielfabrikanten, zal het College een termijn bepalen waar­binnen Kia de aanbeveling dient op te volgen, waarbij een termijn van negen maanden het Col­lege redelijk voor­komt. Het College zal vaststellen dat de aan­­beveling bin­nen deze termijn moet zijn opgevolgd.

8. Der­halve wordt beslist als volgt.

De beslissing van het College van beroep

Het College:

Bevestigt de beslissing van de Commissie dat de bestreden uiting in strijd is met het bepaalde in artikel 7 NRC, met wijziging van gronden. Het College beveelt Kia aan om uiter­lijk negen maanden na de datum van deze beslissing niet meer op een derge­lij­ke wijze reclame te maken.

Regeling: NRC (nieuw) art. 7
NRC (nieuw) art. 8.4 onder c.

Op andere blogs:
Hoogenraad & Haak (Autobranche opgelet: vanafprijs moet inclusief kosten rijklaar maken!)