RB

Media  

RB 1722

Onrechtmatig handelen met de webshop internet-bikes

Ktr. Rechtbank Rotterdam, locatie Dordrecht 18 april 2013, zaaknr. 311744 CV EXPL 12-9765 (Se tegen Tom Bikes)
Uitspraak ingezonden door Arne ten Hoeve, Ten Hoeve & Van der Horst Incasso.

Consumentenkoop. Koop op afstand. Se heeft voor zichzelf en als lasthebber van de Vereniging Consument en Recht gedagvaard, de vorderingen van de Vereniging zijn ingetrokken. Tom is een groothandel met retail inkooporganisatie, fysieke en webwinkels. Se heeft een bestelling geplaatst op 26 juni voor een driewieler via internet-bikes.com en op 7 juli de bestelling geannuleerd.  In reactie daarop werd aangekondigd dat retourneren enkel mogelijk is ná ontvangst en dat het enkel mogelijk is te ruilen. De vorderingen worden toegewezen.

Tom bikes handelt onrechtmatig ex artikel 7:46d BW door niet in de ontbinding vóór levering te berusten en slechts ruiling te bieden en niet de gedane vooruitbetaling ongedaan te maken. Ook is het onrechtmatig dat annulering, ontbinding en/of herroepen slechts binnen 7 dagen na bestelling als verzending nog niet heeft plaatsgevonden, dat in afwijking van 7:23 BW een onderzoeksplicht wordt opgelegt en dat de klachttermijn beperkt wordt en dat er in keuze uit de wet ex 7:21BW wordt ontnomen. Volledige vooruitbetaling in algemene voorwaarden is ook onredelijk bezwarend.

13. Uit hetgeen over en weer is gesteld staat naar het oordeel van de kantonrechter onbetwist vast dat TOM vóór de aan haar uitgebrachte dagvaarding de door Se ingeroepen ontbinding van de koop van de driewielerfiets niet heeft geaccepteerd, slechts een ruil heeft aangeboden in plaats van het accepteren van de retourzending van de fiets met terugbetaling van hetgeen is betaald, en dat TOM ten onrechte in haar aanbod in haar webwinkel heeft vermeld dat annulering, ontbinding en/ofherroeping van een bestelling slechts mogelijk is binnen zeven dagen na bestelling als verzending nog niet heeft plaatsgevonden. Daarnaast staat als niet dan wel onvoldoende bestreden vast dat de bedingen in de algemene voorwaarden van TOM, zoals opgenomen in artikel 8 lid 4, artikel 8 lid 4 juncto lid 6 en artikel 8 lid 7 in strijd zijn met voor consumenten dwingendrechtelijke bepalingen van artikel 7:23 en 7:21 van het Burgerlijk Wetboek.
Voormelde gedragingen en het opnemen c.q. laten staan van voormelde bepalingen in haar algemene voorwaarden kunnen dan ook als zijnde in strijd met de wet worden beschouwd als onrechtmatig.

In de hoofdzaak:
I . verklaart voor recht:
- dat gedaagde onrechtmatig handelt en heeft gehandeld door niet in de ontbinding ex artikel 7:46d BW vóór levering te berusten;
- dat gedaagde onrechtmatig handelt en heeft gehandeld door na ontbinding ex artikel 7:46d BW slechts ruiling te bieden en niet de gedane vooruitbetaling ongedaan te maken;
- dat gedaagde onrechtmatig handelt en heeft gehandeld door in haar aanbod in haar webwinkel te vermelden dat annulering, ontbinding en/o f herroeping van de bestelling slechts mogelijk is binnen zeven dagen na bestelling als verzending nog niet heeft plaatsgevonden;
- dat gedaagde onrechtmatig handelt en heeft gehandeld met het beding onder artikel 8 lid 4 in haar algemene leveringsvoorwaarden dat aan eiseres in afwijking van artikel 7:23 lid 1 BW een onderzoeksplicht oplegt;
- dat gedaagde onrechtmatig handelt en heeft gehandeld met het beding onder artikel 8 lid 4 juncto lid 6 in haar algemene leveringsvoorwaarden dat de klachttermijn van eiseres bij non-conformiteit beperkt tot minder dan de termijn die voortvloeit uit artikel 7:23 lid 1 BW;
- dat gedaagde onrechtmatig handelt en/ of heeft gehandeld met het beding onder artikel 8 lid 7 in haar algemene leveringsvoorwaarden dat aan eiseres de keuze uit de mogelijkheden in artikel 7:21 lid 1 BW ontneemt voor zover de wet daarin voorziet;
- dat de algemene voorwaarde die eiseres volledige vooruitbetaling oplegt onredelijk bezwarend is;

Op andere blogs:
DirkzwagerIEIT (Webshophouder handelt onrechtmatig door vermelding onjuiste informatie en onjuiste algemene voorwaarden)

RB 1721

Bier drinken kan ook reclame zijn

RCC 21 december 2012, dossiernr. 2012/00758-I (Holland Heineken House)

Getipt in de nieuwsbrief RCC april 2013. In artikel 1 van de Nederlandse Reclame Code staat toegelicht wat onder het begrip "reclame" valt. In enkele bijzondere reclamecodes wordt dit begrip aangevuld, bijvoorbeeld in de Reclamecode voor Alcoholhoudende dranken. Sponsoring is ook een vorm van reclame. Tijdens de Olympische Zomerspelen in 2012 sponsorde een biermerk het televisieprogramma "De Zomer van 4: De Spelen – Zomerse Talkshow over de Olympische Spelen, live vanuit het Holland Heineken House". Tegen deze vorm van reclame werd een klacht ingediend.

De klacht werd uiteindelijk door het College van Beroep behandeld. Het College maakte duidelijk dat sprake is van reclame, als in de bewuste afleveringen de naam en/of het logo van Heineken voldoende herkenbaar in beeld komen. Bijvoorbeeld door het zichtbaar zijn van het logo op het scherm achter een bar en op glazen/plastic bekers. Maar ook het in beeld brengen van bierconsumptie tijdens het televisieprogramma houdt volgens het College verband met de sponsoring en dient eveneens als reclame ten behoeve van Heineken te worden beschouwd. Er is sprake van reclame voor zover het bier (drinken) goed zichtbaar is.

De klacht ten aanzien van Heineken wordt echter, in navolging van de Reclame Code Commissie, afgewezen, omdat de reclame aan alle eisen van de Nederlandse Reclame Code voldoet.

9. Het College oordeelt op grond van het voorgaande dat Heine­ken zich in dit geval niet aan haar verantwoorde­lijkheid als adver­teerder kan ont­trek­ken door een beroep te doen op redactio­nele vrijheid die RTL zou hebben. Met betrekking tot de stelling van Heineken dat een tailor-made toetsing per indi­vi­dueel beeld dient plaats te vin­den aan de hand van de definitie van reclame, merkt het College op dat deze stel­ling juist is voor zover in de inleidende klacht vol­doende is beschreven op welke beelden de klacht betrekking heeft, met dien verstande dat, anders dan Heineken stelt, niet per afzonderlijk beeld hoeft te worden beoordeeld of Heineken daarop invloed heeft gehad. De elementen die inge­volge het voorgaan­de als een directe reclame-uiting voor Heineken dienen te wor­den aange­merkt, zijn on­der 7.6 spe­cifiek omschreven. Met betrekking tot de beel­den van het bier (drinken), wordt volstaan met op te merken dat deze als reclame voor Heineken worden be­schouwd voor zover het bier (drinken) goed zichtbaar is. Een nadere precisering is, gelet op het­geen hierna aan de orde komt, niet noodzakelijk. Tot slot merkt het College op dat het voorgaande dient te worden be­zien in verband met het feit dat het om een gesponsord televisieprogramma gaat. Dit brengt mee dat deze beslis­sing geen betrekking heeft op de situatie buiten het kader van dergelijke sponso­ring. De grieven van Heineken treffen op grond van het voorgaande geen doel.
RB 1717

MKB is een beschrijvende aanduiding

RCC 17 april 2013, dossiernr. 2013/00197 (MKB Brandstof) (html)
Ingezonden door Peter Kok, Houthoff Buruma.
Uiting: Verschillende via Radio 1 uitgezonden radiocommercials waarin de tankpas van MKB Brandstof wordt aangeprezen en waarin voor een toelichting op en/of het aanvragen van de tankpas wordt verwezen naar de website www.mkb-brandstof.nl.

Klacht: In de radiospots wordt niet duidelijk gemaakt dat adverteerder niet de bekende belangenorganisatie van het midden- en kleinbedrijf MKB is. De onduidelijke en dubbelzinnige spots kunnen bij de gemiddelde consument met veel vertrouwen in "het echte MKB" leiden tot een beslissing over een transactie die anders niet genomen zou zijn (artikel 8.2). Ook is sprake van verwarring met andere onderscheidende kenmerken (artikel 8.3 sub a). De klachten falen, er is geen sprake van merkinbreuk en geen verwarring.

2) (...)"MKB" is een in het normale taalgebruik algemeen gangbare afkorting voor 'midden- en kleinbedrijf, die bovendien - naar adverteerder heeft aangetoond - als beschrijvende aanduiding in veel handelsnamen voorkomt van ondernemingen die niet aan MKB-Nederland en/of adverteerder gelieerd zijn. De Commissie acht het aannemelijk dat de gemiddelde zakelijke consument, voor wie de radiocommercials zijn bestemd, met dit gegeven békend is.
Naar het oordeel van de Commissie zijn de bestreden uitingen - ook zonder uitdrukkelijke vermelding van het ontbreken van een verband met MKB-Nederland - voor de gemiddelde zakelijke consument ook overigens niet onduidelijk of dubbelzinnig ten aanzien van de hoedanigheid van adverteerder. Van strijd met artikel 8.2 onder f NRC is daarom geen sprake.
3) De klacht dat de radiocommercials in strijd zijn met artikel 8.3 aanhef en onder a NRC omdat sprake is van "verwarring met andere onderscheidende kenmerken" kan evenmin slagen. Artikel 8.3 onder a NRC spreekt over "andere onderscheidende kenmerken van een concurrent. MKB-Nederland kan echter niet als een concurrent van adverteerder in de hier bedoelde zin worden aangemerkt. Bovendien heeft adverteerder, voor zover sprake is van een merkdepot waarvan de afkorting (het teken) "MKB" deel uitmaakt, gemotiveerd gesteld dat geen sprake is van merkinbreuk en geen verwarring wordt geschapen als bedoeld in artikel 8.3 onder a NRC. Daarnaast geldt ook hier dat niet valt in te zien dat de gemiddelde zakelijke consument op grond van de uiting tot een transactie zal besluiten waartoe hij niet zou hebben besloten indien uitdrukkelijk in de radiocommercials was meegedeeld dat adverteerder geen onderdeel is van of gelieerd is aan MKB-Nederland.
RB 1715

Wijnoutlet met meer dan 50% korting

RCC 26 maart 2013, dossiernr. 2013/00185 (wijnoutlet.nl)

Het betreft de per e-mail aan klager toegezonden reclame van adverteerder met als onderwerp “Reserveer nu met 65% korting!” In de uiting wordt “Château Relais De La Poste Cotes de Bourg ’08” wijn aangeboden met 65% korting en “Terre di Kama Grillo Viognier ’10” biologische wijn met 55% korting.

Volgens klager is de uiting in strijd met artikel 20 lid 1 van de Reclamecode voor alcoholhoudende dranken om wijn aan te bieden met meer dan 50% korting. Krachtens artikel 20 lid 1 van de Reclamecode voor alcoholhoudende dranken (2012) is reclame waarbij alcoholhoudende drank tegen minder dan de helft van de normale verkoopprijs wordt aangeboden niet toegestaan. Vast staat dat in de onderhavige uiting wijn met kortingen van 55% of 65% wordt aangeboden. Gelet hierop is de uiting in strijd met het bepaalde in artikel 20 lid 1 RVA (2012).

RB 1714

Glazen potten met chocola uitgesloten van stapelkorting

RCC 26 maart 2013, dossiernr. 2013/00094 (V&D Stapelkorting: "uitsluiting"pas bekend bij kassa)

Uiting in strijd met artikel 7 en 8 onder c NRC.Het betreft een poster die in een van de winkels van adverteerder hangt, naast een aantal uitgestalde artikelen. Op de poster staat onder meer: “4 PRODUCTEN. 20% KORTING” Daaronder staat:
“20% KORTING. Bij aanschaf van 4 producten naar keuze”.

Klaagster kocht vier artikelen die op een tafel waren uitgestald, waaronder drie glazen potten met chocola. Naast deze tafel hing de bewuste poster. Bij de kassa bleek dat de potten met chocola van de actie waren uitgesloten. Op de poster wordt geen voorbehoud gemaakt. (...) Klaagster acht de poster misleidend.

Op de poster wordt meegedeeld dat men bij aanschaf van een bepaald aantal producten ‘naar keuze’ een bepaald percentage korting krijgt, zonder dat hierbij melding wordt gemaakt van het feit dat bepaalde producten of productgroepen van deze actie zijn uitgesloten. Gelet op voornoemde beperking acht de voorzitter de wijze waarop voor deze kortingsactie reclame wordt gemaakt te absoluut. De enkele verwijzing naar de ac­tie­voor­waarden op adverteerders website is onvoldoende om de gemiddelde consument attent te maken op het feit dat bepaalde producten zijn uitgesloten.

RB 1713

Rammeldende collectebus die niet te vertrouwen is

RCC 25 maart 2013, dossiernr. 2013/00100 (CBF keurmerk)

Niet onjuist, geen misleiding. Het betreft een radio-commercial waarin een voice-over zegt: “Zo klinkt een collectebus van een goed doel, dat te vertrouwen is”. Men hoort het geluid van een rammelende collectebus. “En zo klinkt de collectebus van een goed doel dat niet te vertrouwen is.” Men hoort het exact hetzelfde geluid als voorheen. De voice-over vervolgt: “Lastig hè? Weet waarvoor je geeft. Let op het CBF keurmerk of raadpleeg het register op cbf.nl.”

Klaagster vertegenwoordigt ongeveer 200 particuliere initiatieven die door de commercial in een twijfelachtig daglicht worden gezet, omdat ze het genoemde keurmerk niet hebben.

 

Naar het oordeel van de Commissie zal de gemiddelde consument de bestreden uiting opvatten in die zin dat een goed doel dat in het bezit is van een CBF keurmerk, zekere waarborgen biedt op het gebied van betrouwbaarheid. In de uiting wordt erop gewezen dat er ook goede doelen bestaan die niet te vertrouwen zijn. Dit laatste is overigens door klaagster ter vergadering bevestigd. De uiting spoort de consument in verband met het voorgaande aan om te letten op het CBF keurmerk dan wel het register te raadplegen op de in de uiting genoemde website met de boodschap dat goede doelen die het keurmerk hebben en in het register staan ingeschreven “te vertrouwen zijn”. In de uiting wordt niet met zoveel woorden gezegd dat alle andere goede doelen zonder uitzondering niet te vertrouwen zijn. Naar het oordeel van de Commissie zal de gemiddelde consument de uiting ook niet in laatstbedoelde zin opvatten. (...) De Commissie acht de uiting niet onjuist of misleidend.
RB 1707

Geadresseerde reclame in strijd maar zonder 'Alert'

RCC 20 maart 2013, dossiernr. 2013/00036 (Geadresseerde reclame van Essent ondanks eerdere afspraak)

Het betreft een door adverteerder aan klager toegezonden brief (...) waarin wordt verwezen naar exclusieve aanbiedingen van Media Markt.

Ondanks “compliancy afspraken” via de Stichting Reclame Code heeft Essent wederom geadresseerde reclame aan klager toegezonden. Klager probeert al sinds 2003 om geen reclame van Essent te ontvangen. Klager verzoekt om een persbericht hierover te doen uitgaan.

Het oordeel van de voorzitter

Ingevolge artikel 14 van de Code Brievenbusreclame, Huissampling en Direct Response Advertising (CBR) dient een adverteerder die gebruik maakt van geadresseerde reclame ervoor te zorgen dat de wens van een ontvanger die schriftelijk heeft meegedeeld geen geadresseerde reclame meer te willen ontvangen zonder restrictie wordt ingewilligd. Naar adverteerder erkent heeft zij geadresseerd reclamedrukwerk naar klager verzonden, ondanks eerder gemaakte afspraken hieromtrent. Adverteerder heeft derhalve gehandeld in strijd met het bepaalde in artikel 14 CBR.

De voorzitter heeft kennis genomen van de maatregelen die adverteerder heeft getroffen om te voorkomen dat klager nog langer geadresseerde reclame van haar krijgt toegestuurd, en ziet hierin aanleiding te veronderstellen dat de Commissie niet zal besluiten de aanbeveling onder de aandacht van een groter publiek te brengen (‘Alert’).

Het oordeel van de Commissie

De Commissie ziet geen aanleiding om de beslissing van de voorzitter in het onderhavige dossier, voor zover daarin is geoordeeld dat artikel 14 van de Code Brievenbusreclame is overtreden, als Alert te laten verspreiden. De Commissie overweegt daartoe dat zij voldoende aannemelijk acht dat het verzenden van de bestreden uiting berust op een incidentele, menselijke fout, in die zin dat het non contact filter, waarin klager wel door Essent is opgenomen, niet (goed) is toegepast. Voorts acht de Commissie van belang dat Essent naar aanleiding van de onderhavige klacht nadere maatregelen heeft genomen, om dit soort fouten voortaan te voorkomen.

RB 1709

Korting niet voor internet-tarief maar voor in tarievenlijst vermelde prijs

RCC 20 maart 2013, dossiernr. 2013/00108 (PonyparkCity boeken via internet korting van€60 blijkt €20 korting)

Prijs en korting. Het betreft een geadresseerde mailing, bestaande uit een brief met als bijlagen de brochure 2013 van PonyparkCity en een tarievenlijst. In de brief staat onder meer: “Internetcode ter waarde van € 60,- www.ponyparkcity.nl/60” Omdat u eerder bij ons te gast bent geweest, geven wij u hierbij de speciale internet-kortingscode. (...) Deze internetcode is van toepassing op alle periodes vermeld op onze tarievenlijst (...).”.

Gezien de tarievenlijst ging klager ervan uit dat hij € 478,- (internet-tarief volgens de tarievenlijst) minus € 60,- = € 418,- moest worden betaald. De korting bleek echter te gelden ten opzichte van de in de tarievenlijst vermelde “Prijs” van € 518,-. In dit bedrag zijn ook nog toeristenbelasting en reserveringskosten opgenomen. Klager vindt de uiting misleidend.

De Commissie begrijpt uit het verweer dat de in de brief aangeprezen korting van € 60,- geldt ten opzichte van de “Prijs”, zoals vermeld in de bij de brief gevoegde tarievenlijst. Naar het oordeel van de Commissie is dit voor de gemiddelde consument niet voldoende duidelijk, nu dit niet uitdrukkelijk is vermeld en in de tarievenlijst per periode niet alleen een “Prijs” is vermeld, maar ook een “Internet-tarief”. (...)

De commissie acht de uiting in strijd met artikel 7 NRC en artikel 8.2 aanhef en onder d NRC. De Commissie gaat ervan uit dat de toeristenbelasting en reserveringskosten hier vaste onvermijdbare kosten betreft, die op het moment van publicatie van de tarieven bekend waren aan adverteerder. Nu deze kosten niet in de tarieven zijn opgenomen, is de uiting in strijd met artikel III onder 1 van de Reclamecode Reisaanbiedingen (RR).  

RB 1708

Totaalprijs wekelijkse onderdelen voor schaalmodel onduidelijk

RCC 20 maart 2013, dossiernr. 2013/00075 (www.007db5.nl prijs totaal schaalmodel onduidelijk)

De klacht richt zich tegen de televisiecommercial voor een bouwpakket van de James Bond Goldfinger Aston Martin DB5 met de mededeling: “Bouw een perfecte replica van de James Bond DB5. (…) Bouw hem zelf met wekelijkse onderdelen, met gedetailleerde instructies en extra filminformatie.” (...) “Nu in het tijdschriftenschap. Deel 1 €1.99” En de uiting op de website 007db5.nl waarin via de button “abonneren” wordt doorgelinkt naar een webpagina met onder meer de tekst: “Ik neem graag een abonnement op ‘James Bond DB5’ voor een bedrag van €1,99 voor nummer 1, €5,99 voor nummer 2 en €11,99 voor nummer 3 en verder.”

Klager stelt dat de consument op  het verkeerde been wordt gezet en dat het totaalbedrag van het schaalmodel, na levering van alle 85 delen, schandalig hoog is.

In de televisiecommercial wordt niet vermeld wat de prijs is voor de tweede en verdere wekelijkse edities en dat pas na 85 wekelijkse edities alle onderdelen van het aangeprezen schaalmodel zijn ontvangen. Het voor de reclame gebruikte medium (televisie) biedt voldoende ruimte om hierover meer duidelijkheid te verschaffen. Nu de gemiddelde consument zonder deze de prijs van het aangeprezen schaalmodel niet kan bepalen, is er sprake van een omissie van essentiële informatie als bedoeld in art. 8.3 aanhef en onder c NRC. Voorts is de Commissie van oordeel dat (...) de uiting misleidend en daardoor oneerlijk is in de zin van art. 7 NRC.

Ten aanzien van de website heeft de voorzitter ambtshalve geconstateerd dat hierop wel de prijs per editie en het totaal aantal wekelijkse edities wordt vermeld. (...) Nu de gemiddelde consument op basis van de website in staat wordt gesteld om de totaalprijs van het aangeprezen schaalmodel te bepalen, is de uiting niet misleidend en wijst de voorzitter de klacht op dit punt af.

RB 1706

Geen wetenschappelijk bewijs libido 7

RCC 20 maart 2013, dossiernr. 2013/0019 (Jobacom BV geen wetenschappelijk bewijs libido 7, Recidive?)

Het betreft een uiting op www.libido7.nl. Daarin staat onder meer: “Versterk je mannelijkheid en verbeter je positie. Libido7 boost je mannelijkheid” en onder het kopje: “Onderzoek toont aan dat vrouwen van een grote penis houden”: “Geen enkele pil komt in de buurt van het resultaat welke Libido7 bereikt, duizenden mannen zijn inmiddels geholpen door Libido7” en onder het kopje: “De voordelen:” (…) Duurzaam en zeer effectief. Beter zelf vertrouwen, minder schaamte en betere seks”.

(...) Het lijkt om hetzelfde product te gaan als in de reclame-uiting, beoordeeld in dossiernr. 2012/00701, behalve dat nu andere kruiden worden gebruikt. Klaagster heeft geen wetenschappelijk bewijs kunnen vinden van de werkzaamheid van het product. Zij vindt de uiting misleidend.

De Keuringsraad heeft -samengevat- het volgende meegedeeld.(...) Indien adverteerder de gebruikte claims had kunnen onderbouwen op basis van de regels, neergelegd in de Verordening 1924/2006 (Claimsverordening), dan had de KAG de uiting eventueel van een toelatingsnummer kunnen voorzien. Overigens is de claim “Libido7 is 100% gegarandeerd” in strijd met artikel 22 van de Code Aanprijzing Gezondheidsproducten.

De Commissie stelt voorop dat de in de klacht genoemde woorden “permanente penisvergroting” en “een hardere en langdurige erectie” in de thans bestreden uiting niet voorkomen. Dat was wel het geval in de op 23 augustus 2012 door de Commissie beoordeelde uiting op www.libido7.nl. (dossier 2012/0070). Kennelijk is deze uiting aangepast. Wel wordt nog gesproken over “betere seks”.

Klaagster heeft gemotiveerd weersproken dat het product Libido7 de werking heeft die daaraan in de bestreden uiting wordt toegeschreven, waaronder dat het product zou leiden tot “betere seks”. Het lag op de weg van adverteerder om de juistheid van de in de uiting gestelde werking aan te tonen. Dat heeft adverteerder niet gedaan.

Gelet hierop houdt de Commissie het ervoor dat de bestreden uiting gepaard gaat met onjuiste informatie ten aanzien van de van het gebruik van het product te verwachten resultaten als bedoeld in art. 8.2 onder b NRC. De Commissie acht de uiting misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van art. 7 NRC.