Gerichte e-mails aan jongvolwassenen vallen onder verbod op kansspelreclame
ABRvS 8 juli 2026, RB 4111; ECLI:NL:RVS:2026:3947 ([appellante] tegen de raad van bestuur van de Kansspelautoriteit). In deze zaak komt [appellante], vergunninghouder voor het organiseren van kansspelen op afstand, op tegen een bestuurlijke boete van € 400.000 van de Kansspelautoriteit (Ksa). [appellante] stuurde van 12 oktober 2021 tot 15 maart 2022 gerichte e-mails aan jongvolwassenen met informatie over haar kansspelaanbod. Volgens de Ksa overtrad zij daarmee art. 2 lid 4, aanhef en onder a, Bwrvk, dat verbiedt wervings- en reclameactiviteiten voor kansspelen te richten op minderjarigen en jongvolwassenen. De rechtbank Den Haag liet de boete in stand. Zij oordeelde dat de e-mails rechtstreeks aan jongvolwassenen waren verstuurd en daarmee op deze groep waren gericht. De inhoud van de afzonderlijke e-mails hoefde daarvoor niet verder te worden onderzocht. [appellante] stelt in hoger beroep onder meer dat het begrip ‘richten op’ niet ook ‘richten aan’ omvat, dat de norm onvoldoende duidelijk is en daarom strijd oplevert met het lex-certa-beginsel. Ook beroept zij zich op andere handhavingszaken, waaronder een zaak over Holland Casino, en stelt zij dat de boete onevenredig hoog is.