RB

Algemene regels  

RB 745

DAS Rechtsbijstand "Ermelo"


Grotere kaart weergeven

CVB 22 maart 2011, Dossiernr: 2010/00852 (DAS Rechtsbijstand Ermelo)

In een radiocommercial hoort men een conflictbespreking tussen Hans met een klant in Ermelo (Zuid-Afrika, red. zie inzet de twee Ermelo's) over transportkosten die niet waren vermeld in de Algemene voorwaarden. "Algemene voorwaarden die ondernemers hanteren hebben nog weleens zwakke plekken" zegt de voice-over. Klacht: DAS verleent geen rechtsbijstand igv conflict met buitenlandse klant, zo heeft klager ervaren. Commissie oordeelt dat omdat de suggestie wordt gewekt dat conflicten met buitenlandse afnemers onder de dekking vallen, wat niet zo is. Misleidend op de voornaamste kenmerken, strijd met art. 8.2 aanhef en onder a NRC, misleidend en daarom oneerlijk ex art. 7.

In beroep stelt DAS dat ook die gevallen onder bepaalde omstandigheden onder de dekking van Das Rechts­partner vallen. Dat daarbij, zoals bij verzekeringen gebruikelijk, diverse voor­waar­den en uitsluitingen gelden, maakt de reclame-uiting niet onjuist of mis­leidend gelet op de zeer algemene strekking daarvan. De grieven treffen derhalve doel. Het College vernietigt de beslissing van de Commissie en wijst de klacht alsnog af.

2. (...) Wel wekt de commercial de indruk dat ook bij dergelijke geschillen een beroep kan worden gedaan op DAS Rechtspartner. DAS heeft in beroep onweersproken ge­steld dat ook die gevallen onder bepaalde omstandigheden onder de dekking van DAS Rechts­partner vallen. Dat daarbij, zoals bij verzekeringen gebruikelijk, diverse voor­waar­den en uitsluitingen gelden, maakt de reclame-uiting niet onjuist of mis­leidend gelet op de zeer algemene strekking daarvan. De grieven treffen derhalve doel.

Lees de uitspraak hier(link) en hier(pdf).

Regeling: NRC art. 7 en art. 8.2 aanhef en onder c (door vernietiging niet toegepast).

RB 743

Oneigenlijke reclame ingezet om VPB naheffing te vorderen

Hof Arnhem sector Belastingrecht 21 maart 2011, LJN: BP8388, 09/00001, 09/00002, 09/00003 en 09/00004 (Inspecteur v. X Holding BV    foto: yorf1.nl)

Naheffing vennootschapsbelasting. Aan de hand van reclame- en sponsoringactiviteiten wordt beoordeeld of onderneming daadwerkelijk wordt gedreven of dat deze slechts dient om persoonlijke hobby te ondersteunen. Reclame voor en sponsoring door de onderneming zou bestaan uit vermelding "SB X" op een servicebus. Er is geen schriftelijke sponsoringsovereenkomst opgemaakt (r.o. 2.13).

4.11  Op grond van de uitgebreide gedingstukken, waaronder foto’s met betrekking tot de kart-activiteiten en verslagen en weergaven van die activiteiten op het internet, en hetgeen door partijen hierover ter zitting is aangevoerd, acht het Hof niet aannemelijk dat de reclame-uitingen bij kart-wedstrijden in meer dan slechts zeer beperkte mate tot vergroting van de naamsbekendheid en het cliëntenbestand van Straalbedrijf hebben geleid. De aanduiding “SB” zal bij de toeschouwers slechts in zeer beperkte mate de associatie met Straalbedrijf hebben opgeroepen terwijl de achtervoeging “X” ook de achternaam is van de desbetreffende racers.

Hof Arnhem maakt een schatting op van het na te vorderen bedrag over de jaren 1998 - 2001.

2.13.  Voor de race-activiteiten zijn onder meer een servicebus en enkele karts in gebruik geweest. Op de servicebus was reclame aangebracht voor de C kartshop in Z en het merk E. Op enkele bedrijfsmiddelen was vermeld "SB X" hetgeen staat voor Straalbedrijf X. Een expliciete vermelding van de naam "Straalbedrijf X" kwam niet voor. Terzake van de sponsoring van de race-activiteiten is tussen C en Straalbedrijf geen schriftelijke sponsoringovereenkomst opgemaakt.

4.7  Belanghebbende heeft aangevoerd dat de kart-activiteiten dienden om reclame te maken voor de kart-shop en het in de onderneming van C ondergebrachte importeurschap van E-karts, en voor Straalbedrijf. Zij stelt dat die reclame-uitingen ook vruchten hebben afgeworpen. Kartraces vormen bij uitstek gelegenheden om nieuwe klanten voor het Straalbedrijf te ontmoeten. D is, althans in de onderhavige jaren, klant gebleven van Straalbedrijf doordat X soms een zoon van een werknemer van D die het daar voor het zeggen had, meenam naar races. Tekenend is, aldus belanghebbende, dat D als klant afhaakte toen zij stopte met de racerij.

4.11 Op grond van de uitgebreide gedingstukken, waaronder foto’s met betrekking tot de kart-activiteiten en verslagen en weergaven van die activiteiten op het internet, en hetgeen door partijen hierover ter zitting is aangevoerd, acht het Hof niet aannemelijk dat de reclame-uitingen bij kart-wedstrijden in meer dan slechts zeer beperkte mate tot vergroting van de naamsbekendheid en het cliëntenbestand van Straalbedrijf hebben geleid. De aanduiding “SB” zal bij de toeschouwers slechts in zeer beperkte mate de associatie met Straalbedrijf hebben opgeroepen terwijl de achtervoeging “X” ook de achternaam is van de desbetreffende racers

4.12  Aan het vorenstaande verbindt het Hof de conclusie dat tussen enerzijds de kosten van de kart-activiteiten en anderzijds het nut van deze kosten voor belanghebbendes onderneming een ernstige wanverhouding bestaat. Gelet op deze wanverhouding, alsmede op de omstandigheden dat X een verklaard liefhebber is van de race-sport in het algemeen en het kart-racen in het bijzonder en dat de zoons van X in de onderhavige jaren de enige wedstrijdrijders waren, is het Hof van oordeel dat de bedoelde kosten niet alleen met het oog op de zakelijke belangen van belanghebbendes onderneming zijn gemaakt, maar ook ter bevrediging van de persoonlijke behoeften van X als aandeelhouder van belanghebbende. Naar het oordeel van het Hof zou geen redelijk handelende ondernemer – waaronder wordt verstaan een met belanghebbende vergelijkbare vennootschap bij wie het beleid tot het doen van uitgaven als de onderhavige niet mede wordt ingegeven door de persoonlijke behoeften van haar aandeelhouder – deze kosten in deze omvang hebben gemaakt om een vergroting van naamsbekendheid te realiseren zoals door belanghebbende is beoogd. Nu partijen geen nadere informatie hebben verstrekt omtrent het bedrag dat, in hun ogen, de vorenbedoelde ondernemer zou hebben besteed aan uitgaven als hier aan de orde, stelt het Hof die kosten, gelet op al hetgeen partijen in de stukken en ter zitting hebben aangevoerd, in goede justitie vast op ƒ 25.000 voor de jaren 1998 en 1999 en, gelet op het in 4.11, slot, gegeven oordeel, ƒ 15.000 respectievelijk € 6.806 voor de jaren 2000 en 2001.

Lees de uitspraak hier(link) en hier(pdf).

Regeling:  Algemene wet inzake rijksbelastingen art. 15;  Wet op de vennootschapsbelasting 1969 art. 16

RB 741

Autokruispunt.be "Je vrouw was toch ook geen maagd meer tijdens je eerste huwelijksnacht?" (BE)

JEP Jury in hoger beroep 10 februari 2011, beslissing 3098 (Autokruispunt.be “Je vrouw was toch ook geen maagd meer tijdens je eerste huwelijksnacht?”) Met dank aan Anne Voerman, Boekx Advocaten voor de nabeschouwing.

Het betreft een advertentie voor tweedehands auto’s. Op de foto is een model in zwarte lingerie afgebeeld met daarbij de slogan: “Je vrouw was toch ook geen maagd meer tijdens je eerste huwelijksnacht?” (red. klik plaatje voor vergroting). Klager meent dat de reclame vernederend is voor de vrouw omdat zij wordt gelijkgesteld met een gebruiksvoorwerp. Adverteerde heeft daar tegenin gebracht dat de afbeelding en tekst van de advertentie een metafoor zijn. Iedereen kan even gelukkig zijn met een partner die al eerdere relaties achter de rug heeft. Zo zit het ook met tweedehands auto’s. In eerste aanleg kreeg de adverteerde de deksel op de neus. De adverteerder liet het er niet bij zitten en ging in hoger beroep.

De Belgische Jury voor Ethische Praktijken inzake Reclame (JEP) oordeelde in hoger beroep wederom dat de reclame-uiting onfatsoenlijk en vrouwonvriendelijk is. Daarom is de reclame in strijd met artikelen 1, 2 en 4 Code van de Internationale Kamer van Koophandel en punt 2 en 4 Regels inzake de afbeelding van de mens. JEP in hoger beroep verzoekt de adverteerder de advertentie niet meer te verspreiden. 

Aangezien de adverteerder niet heeft aangegeven de uitspraak van JEP na te leven, heeft JEP aan de media een verzoek gestuurd de reclame niet meer te plaatsen op basis van artikel 10 van het Juryreglement.

Lees voor een NL-BE vergelijkende nabeschouwing verder...

De afbeelding en de tekst zijn duidelijk suggestief (seksuele relaties worden vergeleken met het gebruik van een wagen) en herleiden de vrouw tot een gebruiksvoorwerp.

De Jury merkt op dat er geen enkele reden is om de vrouw op dergelijke wijze af te beelden in een reclame voor tweedehandsvoertuigen.

Dergelijke instrumentalisering van de vrouw voor commerciële doeleinden is aanstootgevend en van aard om stereotypen die indruisen tegen de evolutie in de maatschappij te bestendigen en de maatschappelijke waardigheid van de vrouw aan te tasten, hetgeen strijdig is met de artikelen 1,2 en 4 van de code van de Internationale Kamer van Koophandel en de punten 2 en 4 van de JEP regels inzake de afbeelding van de mens.

De Jury in hoger beroep vestigt er tevens de aandacht op dat de Jury in eerste aanleg verwezen heeft naar een Jurybeslissing in een gelijkaardig dossier en er dus consistentie is in de rechtspraak van de JEP terzake.
De Jury in hoger beroep verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de beslissing van de Jury in eerste aanleg, zijnde een beslissing tot stopzetting van deze reclame.

Lees de uitspraak hier (link) en hier (pdf).

Regeling: 
Code van de Internationale Kamer van Koophandel art. 1, 2 en 4
Regels inzake de afbeelding van de mens punt 2 en 4
Juryreglement art. 10

Nabeschouwing: Wat wel en niet in strijd is met de goede zeden is geen gemeengoed. De Belgische goede zeden lijken wat kuiser dan de Nederlandse. Dat de RCC zich minder stoort aan erotiek in reclame blijkt bijvoorbeeld uit zijn uitspraak in over een pittige campagne van het lingeriemerk Sapph. Volgens RCC overschreed de foto met een vrouw in lingerie met een uitdagende, erotisch geladen pose niet de grenzen van het toelaatbare. Lees het eerdere bericht hier en het dossier van de RCC hier

Ook oordeelde de Reclamecodecommissie in november 2010 dat de Shameless campagne van Suit Supply niet in strijd is met de goede zeden. Lees het eerdere bericht hier. JEP oordeelde over precies dezelfde campagne anders in haar uitspraak van 13 januari 2011. Vier foto’s uit de campagne Suit Supply konden volgens JEP niet door de beugel. De vrouw werd daarop teveel als lustobject of als onderdanig aan de man afgebeeld. JEP oordeelde dat de reclame-uitingen: “stereotypen bestendigen die indruisen tegen de evolutie van de maatschappij en de waardigheid van de vrouw aantasten”. Lees de uitspraak van JEP hier.

De huidige campagne van banensite Autojobs.nl zou in België daarom wel eens minder gewaardeerd kunnen worden:

RB 740

Swiffer: schat het is voor jou (BE)

Belgische Jury voor Ethische Praktijken inzake Reclame (JEP) 11 februari 2011, beslissing: 3118 (Swiffer Duster)

Buitenland: Belgie, reclamerecht. Een jong stel kijkt TV wanneer de bel gaat. De man doet open en ziet een bol stof voor de deur staan. Hij roept: “Schat, het is voor jou”. Vervolgens gaat hij weer TV-kijken terwijl zijn vriendin met een Swiffer de stoffige bezoeker te lijf gaat. Klager meent dat dit een verkeerd beeld geeft van man/vrouw rollenpatroon; terwijl de vrouw evenwaardig aan het professionele leven deelneemt. Volgens Procter&Gamble kan geen sprake zijn van een verkeerd beeld van het man/vrouw rollenpatroon. Het is niet realistisch als vrouwen helemaal niet meer in verband kunnen worden gebracht met huishoudelijke taken.


In het Italiaans, dezelfde strekking

JEP oordeelt dat de uiting stereotyperend en denigrerend is. In strijd met de Belgische reclameregels (artikel 12 Code van de Internationale Kamer van Koophandel en punt 4 Regels inzake de afbeelding van de mens. En verzoekt adverteerder deze spot niet meer te verspreiden.

Standpunt van de Jury

De Jury is van oordeel dat deze spot inderdaad de traditionele rollenpatronen en rolverdeling illustreert (man opent de deur ; vrouw poetst, terwijl de man tv kijkt) en derhalve van aard is om stereotypes te bestendigen die indruisen tegen de maatschappelijke evolutie.

De Jury is tevens van oordeel dat deze spot denigrerend overkomt voor de vrouw (de man roept zijn vrouw om uiteindelijk de huishoudelijke taken op zich te nemen, terwijl hij verder tv gaat kijken).

Op basis van de aanbevelingen inzake de voorstelling van de persoon (punt 4: stereotypes bestendigen) en art. 12 van de code van de Internationale Kamer van koophandel (denigrerend voor de vrouw), verzoekt de Jury u om deze spot te wijzigen en bij gebreke daaraan deze spot niet meer te verspreiden.

De adverteerder heeft bevestigd dat de betrokken TV spot niet meer wordt uitgezonden en derhalve de Jurybeslissing zal naleven.

Opvallend is dat de actie van de adverteerder reeds wordt opgenomen in de publicatie van deze uitspraak.
Lees de uitspraak hier(link) en hier(pdf).

Regelingen: Code van de Internationale Kamer van Koophandel, art. 12; Regels inzake de afbeelding van de mens punt 4

RB 739

Postcode Loterij: Iedereen is winnaar

RCC 3 februari 2011, Dossiernr: 2010/00956 (Nationale Postcode Loterij - Iedereen is winnaar)

Reclamerecht. Bijzondere reclamecode voor Kansspelen (RvK). In een krantenadvertentie staat "IEDEREEN IS WINNAAR!" en "KANJERPRIJZENPO € 33.000.000" in een tv-reclame wordt o.m. gezegd “(…) dan gaan we € 33 miljoen verdelen in maar liefst 9 postcodes. De kans om miljonair te worden is dus nog nooit zo groot geweest. Doe vandaag nog mee voor de prijzenpot van 33 miljoen”. Intussen wordt op de achtergrond gezongen: “Everyone is a winner…”. Klager meent dat niet iedereen winnaar is, omdat het om een kansspel gaat. Strijd met art. II.3 RvK. De verweerder meent dat de slogan overdrachtelijk bedoeld is; net als "winnen doe je bij de Postcode Loterij" is het van algemene strekking en geen toezegging of beloft, daarbij is het een gebruikelijke en toelaatbare overdrijving. 

In de krantenadvertentie wordt geen voorbehoud gemaakt of toelichting gegeven; de absolute tekst, tevens aanhef houd een onware belofte in; en is misleidend. In de tv-uiting acht de Commissie het op achtergrond gezongen element "everyone is a winner" van ondergeschikte aard, verder blijkt voldoende dat er een winkans is; geen belofte. Betreft de advertentie doet de Commissie een aanbeveling, voor het overige wijst zij de klacht af.

Ad 1. In de advertentie staat zonder voorbehoud of nadere toelichting: “Iedereen is een winnaar!”. Deze absolute tekst, tevens aanhef van de advertentie, houdt voor de gemiddelde consument de belofte in dat iedere deelnemer aan de NPL een prijs wint, in welke vorm ook. Nu dit -blijkens het schriftelijk en mondeling gevoerde verweer- niet het geval is, acht de Commissie de advertentie misleidend met betrekking tot de kansen op het winnen van een prijs als bedoeld in artikel II.3 RvK.
 
Ad 2. In de televisiereclame komt de tekst “Iedereen is een winnaar” niet letterlijk voor. Wel wordt op de achtergrond gezongen: “Everyone is a winner..”. Dit element van de televisiereclame, dat de Commissie van ondergeschikte aard acht,  betekent niet dat de uiting de belofte inhoudt dat men als deelnemer aan de NPL in elk geval een prijs zal winnen; uit de reclame in haar geheel, waarin gewezen wordt op het verdelen van de prijzenpot van € 33,- miljoen in 9 postcodes en op de kans om miljonair te worden, blijkt voldoende duidelijk dat er sprake is van een kans om te winnen.

Lees de uitspraak hier(link) en hier(pdf).

Regeling: RVK II.3 bullet 1
SHARE

RB 738

ADs volledige collectie klassiekers = te stellig en onjuist

RCC 24 december 2010, Dossiernr: 2010/00882 (Nederlandse Klassiekers; AD.nl/boeken)

Reclamerecht. Paginagrote advertentie in de krant AD; “De volledige collectie Nederlandse Klassiekers in één keer thuisbezorgd?” twintig boeken van Nederlandse schrijvers staan afgebeeld. Voor informatie wordt verwezen naar www.ad.nl/boeken. Klager meent dat meer dan de helft van de titels niet klassiek is en niet wordt aanvaard als literaire schrijvers van blijvend belang; er ontbreken evidente klassiekers als Vestdijk, Elsschot en Hermans, en genres als poëzie en toneel. Uiting is in geen enkel opzicht volledig; misleidend. De met uitgeverijen samengestelde actie omvat idd een selectie. De commissie oordeelt: "te stellige en daardoor onjuiste informatie verstrekt over de aard van het aangeboden product als bedoeld in artikel 8.2 aanhef en onder a van de Nederlandse Reclame Code (NRC)" en misleidend in de zin van art. 7.

Het oordeel van de Commissie

Door de omschrijving “de volledige collectie Nederlandse Klassiekers” wordt de indruk gewekt, dat men door de aanschaf van de 20 afgebeelde boeken een volledige collectie van de Nederlandse literatuur in huis haalt. Door adverteerder is erkend dat de 20 aangeboden titels een selectie betreffen die niet de volledige collectie van Nederlandse literaire werken vertegenwoordigt.
 
Gelet hierop wordt met de omschrijving “de volledige collectie Nederlandse Klassiekers” te stellige en daardoor onjuiste informatie verstrekt over de aard van het aangeboden product als bedoeld in artikel 8.2 aanhef en onder a van de Nederlandse Reclame Code (NRC). Omdat de gemiddelde consument hierdoor ertoe gebracht kan worden een besluit over een transactie te nemen dat hij anders niet had genomen, is de bestreden uiting misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.

Lees de uitspraak hier(link) en hier(pdf). 
Regeling: NRC (nieuw) art. 7 en art. 8.2 onder a.

 

RB 737

Hypodomus: Deurhanger is geen brievenbus

RCC 24 december 2010, Dossiernr: 2010/00811 (Hypodomus deurhanger)

Reclamerecht, bijzondere reclamecode, Code verspreiding ongeadresseerd reclamedrukwerk (VOR). Uiting betreft een deurhanger die dienst doet als folder van makelaar- en hypotheekadviseur Hypodomus. Klacht: ondanks NEE/NEE-sticker is deze deurhanger aan deur van klager gehangen. Verweer: de uiting werd aan deurknop gehangen, en niet in of op de brievenbus. Op de onduidelijk geformuleerde klacht heeft adverteerder niet gereageerd. De RCC legt een test aan, ex art. 2.2 Code VOR: de betekenis van de NEE/NEE-sticker neer op dat de bewoner of gebruiker van het perceel geen prijs stelt op reclamedrukwerk. Strijd met art. 3.1 Code VOR en doet een aanbeveling.

Het oordeel van de Commissie

De uiting betreft reclamedrukwerk dat gratis huis-aan-huis wordt verspreid zonder vermelding van adres en woonplaats van de ontvanger en moet daarom worden beschouwd als ongeadresseerd reclamedrukwerk in de zin van artikel 1.1 sub d van de Code Verspreiding Ongeadresseerd Reclamedrukwerk (Code VOR).
 
Niet is weersproken dat klager een NEE/NEE sticker op zijn brievenbus heeft aangebracht als bedoeld in bijlage 1 bij de Code VOR. Blijkens artikel 2.2 Code VOR wordt met een dergelijke sticker aangegeven dat de bewoner of gebruiker van het desbetreffende perceel geen prijs stelt op de ontvangst van ongeadresseerd reclamedrukwerk en huis-aan-huisbladen.
 
Ondanks de aanwezigheid van een NEE/NEE sticker is de van Hypodomus afkom­stige deurhanger aan klagers voordeur gehangen. Naar het oordeel van de Com­mis­sie heeft Hypodomus hierdoor gehandeld in strijd met artikel 3.1 Code VOR, waarin is bepaald – voor zover hier van belang – dat een afzender van ongeadres­seerd reclamedrukwerk alle maatregelen en voorzieningen moet treffen die nood­zakelijk zijn om de respectering van de NEE/NEE sticker te bereiken. Het verweer dat de deurhanger niet in de brievenbus is gedaan en daarom buiten het bereik van de NEE/NEE sticker valt, houdt geen stand. Onder ontvangst van ongeadresseerd reclamedrukwerk, waarop klager blijkens de sticker geen prijs stelt, dient ook te worden begrepen het hangen van een folder aan de deurknop van een voordeur.
 
De Commissie acht voldoende aannemelijk geworden dat klager zich voorafgaand aan het indienen van de onderhavige klacht schriftelijk bij Hypodomus als afzender heeft beklaagd over het in strijd met de NEE/NEE sticker ontvangen van de deur­hanger, en de afhandeling van zijn klacht door de afzender onbevredigend heeft geacht, zodat is voldaan aan de bepalingen in de artikelen 5 en 6 Code VOR.

Lees de uitspraak hier(link) of hier(pdf).
Zie o.a. hier bij de Consumentenbond hoe Hypodomus wordt gedacht.

Regeling: Code VOR: art. 1.1, 2.2, 3.1, 5 en 6. 

RB 736

"En de tweede helft pas over twee jaar"

RCC 7 maart 2011, Dossiernrs. 2011/00083, 00083A, 00084, 00085 (Suzuki 50/50 deals)

Reclamerecht. Het betreft een televisiereclame (en vrijwel dezelfde vermelding op website) waarin onder meer wordt gezegd: "De nieuwe Suzuki Alto / Swift is er nu al vanaf EUR 3.999,- / 5.569,-" ... "Ja, u hoort het goed, de Suzuki Swift al vanaf EUR 5.569,-. En de tweede helft betaalt u pas over 2 jaar, zonder rente. Kijk op Suzuki.nl". Klacht: De auto is in werkelijkheid tweemaal zo duur als de genoemde prijs, ook het woord "nu" onderstreept de totaalprijs, wat niet zo is en daarom is de uiting misleidend. Verweer: De uiting noemt een tweede deelbetaling. Deze bedragen vormen samen de volledige koopsom. Oordeel: Misleidende prijs. Aanbeveling om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken.

Het oordeel van de commissie

Het is niet voldoende duidelijk of genoemd bedrag gelijk is aan de totale voor de auto te betalen prijs, dan wel aan de helft van de totaalprijs die men uiteindelijk - twee jaar later - zal hebben betaald. Geen duidelijke informatie over de prijs (art. 8.2 aanhef en onder d NRC). Dat op de website nadere informatie wordt gegeven over het aanbod, zoals bijvoorbeeld over de "Totale prijs van het krediet", neemt de onduidelijkheid onvoldoende weg. Bovendien kan de gemiddelde consument een besluit over een transactie nemen, dat hij anders niet had genomen, waardoor de uiting ook misleidend en daardoor oneerlijk is (art. 7 NRC).

Wel voldoende duidelijk is: "U betaalt voor deze nieuwe Suzuki Splash nu EUR 4.649,-. En de andere helft over twee jaar". Ook geen onjuiste suggestie omtrent het moment van eigendomsovergang.

Lees de uitspraken hierr: 00083, 00083A, 00084 en 00085) en hier(samengestelde pdf)

Regeling: NRC (nieuw) artikel 7, 8.2 aanhef en onder d.

RB 731

Pepperspray: niet aan de orde zijnde uitzonderingen

RCC 17 februari 2011, Dossiernr: 2010/00917 (Spyshop-venlo; Pepperspray)

Reclamerecht. In strijd met Wet wapens en munitie; digitale communicatie op ED.nl 19 oktober 2010: "Veilig met Pepperspray; Voorkom overvallen en aanranding, verdedig jezelf met Pepperspray; www.spyshop-venlo.com". Pepperspray valt onder categorie II van verboden wapens als bedoeld in artikel 2 van de Wet wapens en munitie (Wwm). Krachtens de artikelen 26, 27 en 28 Wwm is het verboden een wapen uit categorie II voorhanden te hebben, te dragen of over te dragen. Geen uitzondering van toepassing; strijd met art. 3 NRC. Commissie wijst de klacht toe en beveelt aan.

Update: nu wordt pepperspray via filiaal in Duitsland aangeboden, strijd met RCC?

Aanschaf van pepperspray ter verdediging tegen overvallen en aanranding. Pepperspray valt onder categorie II van verboden wapens als bedoeld in artikel 2 van de Wet wapens en munitie (Wwm). Krachtens de artikelen 26, 27 en 28 Wwm is het – behoudens bepaalde hier niet aan de orde zijnde uitzonderingsgevallen waarin verlof is verleend – verboden een wapen uit categorie II voorhanden te hebben, te dragen of over te dragen. Gelet op het vorenstaande maakt adverteerder reclame voor een verboden wapen. Om die reden is de reclame-uiting in strijd met artikel 3 van de Nederlandse Reclame Code (NRC).
 
Op grond van het voorgaande acht de Commissie de reclame-uiting in strijd met artikel 3 NRC. Zij beveelt adverteerder aan om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken.

Lees de uitspraak hier(link) en hier(pdf).

Wat meent u: is de huidige site van www.spyshop-venlo.com in overeenstemming met de RCC, ook nu wordt vermeld dat pepperspray alleen in het Duitse filiaal wordt verkocht? Zou daarover ook succesvol geklaagd kunnen worden? Praat met ons mee op de (gesloten) LinkedIn-groep.
 
Regeling: NRC (nieuw) art. 3 (alg. belang/openbare orde); Wet wapens en munitie; art. 2, 26, 27 en 28.

RB 730

Volgorde en naam pakketten: stijgende dekking?

RCC 17 februari 2011, Dossiernr: 2010/00801 (Avéro Achmeao - alternatieve geneeswijzen)

Reclamerecht. Vergoeding van alternatieve geneeswijzen in aanvullende verzekeringen van Avéro Achmea online; (klik plaatje(vergroting) of hier(pdf) voor uiting) misleiding voornaamste kenmerken, product, ontbrekende informatie. Aanvullend pakket Start, Extra, Royaal en Excellent suggereert een stijgende lijn in de dekking van de pakketten; bij Excellent-pakket aantal (niet-)artsen wiens behandelingen worden vergoed is kleiner, en niet-expliciete vermelding van te vergoede behandelingen; terwijl bij Start-pakket wel vermeld.

Verweer: geen reclame; voor aspirant-verzekerden. Met de aanvullende informatie waarnaar op de website wordt verwezen is een duidelijk en overzichtelijk beeld gegeven rondom vergoeding alternatieve geneeswijzen in aanvullende verzekeringen. RCC: overgangsrecht; oordeel naar oude definitie "reclame"; volgorde waarin de pakketten zijn opgenomen ontstaat de indruk een stijgende lijn in dekking en vergoedingen. Hyperlinken naar een compleet dekkingsoverzicht en de polisvoorwaarden is onvoldoende om de onduidelijkheid in de gewraakte uiting weg te nemen. RCC acht strijd met art. 7 NRC.

Het oordeel van de Commissie
 
1. In de eerste plaats dient beoordeeld te worden of de bestreden uiting reclame betreft in de zin van de Nederlandse Reclame Code. Met ingang van 1 januari 2011 is het aangepaste artikel 1 NRC, waarin wordt gedefinieerd wat onder reclame moet worden verstaan, in werking getreden. Krachtens het daarbij geldende overgangsrecht moeten klachten die zijn ingediend voor 1 januari 2011 en betrekking hebben op uitingen die zijn gepubliceerd in 2010 en niet meer in 2011 worden beoordeeld met toepassing van de definitie van  reclame in het oude artikel 1 NRC.

Nu de onderhavige klacht is ingediend in oktober 2010 en niet is gebleken dat de bestreden webpagina ook in 2011 in deze vorm is gehandhaafd, beantwoordt de Commissie de vraag of sprake is van een reclame-uiting aan de hand van het tot 1 januari 2011 geldende artikel 1 NRC. Hierin is bepaald dat onder reclame wordt verstaan iedere openbare aanprijzing van goederen, diensten of denkbeelden, alsmede het vragen van diensten. Naar het oordeel van de Commissie bevat de bestreden uiting openbaar beschikbare informatie die een aanprijzing inhoudt van de aanvullende verzekeringen van verweerder. Blijkens mededeling van verweerder is de uiting gericht op aspirant-verzekerden, wat het wervende karakter van de uiting onderstreept. Gelet hierop wordt de bestreden uiting beschouwd als een reclame-uiting in de zin van de NRC.
 
2. De vier aanvullende verzekeringspakketten zijn genaamd Start, Extra, Royaal en Excellent. Door de volgorde waarin de pakketten zijn opgenomen in de uiting en door de benaming ontstaat de indruk dat een volgend pakket wat betreft dekking en vergoedingen een uitbreiding betekent van het voorafgaande pakket. Vast is komen te staan dat dit met betrekking tot de dekking van alternatieve geneeswijzen niet het geval is. Bij het Start-pakket is sprake van een dekking voor een breed scala aan alternatieve geneeswijzen, terwijl de dekking bij het Excellent-pakket beperkt blijkt te zijn tot een limitatieve opsomming van artsen en overige zorgverleners.

Deze beperking, waarop de consument niet bedacht hoeft te zijn, wordt in de bestreden uiting niet vermeld. Het opnemen van een link naar een compleet dekkingsoverzicht en de polisvoorwaarden is onvoldoende om de onduidelijkheid in de gewraakte uiting weg te nemen.
 
3. Gelet op het voorgaande is de uiting gepaard gegaan met onduidelijke of dubbelzinnige informatie over de aard van de door verweerder aangeboden aanvullende verzekeringen als bedoeld in artikel 8.2 aanhef en sub a van de Nederlandse Reclame Code (NRC). Omdat de gemiddelde consument hierdoor ertoe gebracht kan worden een besluit over de transactie te nemen dat hij anders niet had genomen, is de uiting misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.

Lees de uitspraak hier(link) en hier(pdf).

Regeling: NRC (nieuw) art. 7, NRC (nieuw) art. 8.2 onder a; oude definitie reclame