RB

Algemene regels  

RB 3261

Uitspraak ingezonden door Diederik Stols, Boekx Advocaten.

Vordering TP Vision toewijsbaar, voldoende ingespannen reclameuitingen OLED tv te verwijderen

Rechtspraak (NL/EU) 3 dec 2018, RB 3261; (TP Vision tegen LG), https://reclameboek.nl/artikelen/vordering-tp-vision-toewijsbaar-voldoende-ingespannen-reclameuitingen-oled-tv-te-verwijderen

Vzr. Rechtbank Amsterdam 3 december 2018, RB 3261 (TP Vision tegen LG) Misleidende reclame. Partijen produceren en verkopen beide OLED televisies. De EISA heeft een LG OLED televisie bekroond als "Best Product", en een van TPV als "Best Buy". TPV heeft met de uiting "The best OLED TV you can buy" reclame gemaakt. LG heeft op grond hiervan een kort geding aanhangig gemaakt, stellende dat TPV misleidende reclame maakt. De voorzieningenrechter oordeelde dat de reclameslogan in combinatie met het EISA-predicaat misleidend is omdat de awards "Best Buy" en "Best Product" wezenlijk verschillen. Dit is anders in het geval dat de slogan niet met het predicaat is gebruikt. TPV is geboden de reclameuitingen verwijderd te krijgen. Zij heeft daarom een brief gestuurd naar haar zakelijke afnemers het reclamemateriaal waarin de uiting wordt gebruikt in combinatie met het EISA-predicaat te stoppen. Bij email van LG is de raadsman van TPV er echter op gewezen dat LG folders had aangetroffen in vijf filialen waarin de gewraakte uiting werd gebruikt. LG heeft daarom aanspraak gemaakt op de dwangsommen uit het eerdere vonnis van de voorzieningenrechter. TPV heeft echter voldaan aan de veroordeling om zich in te spannen de jegens LG onrechtmatige combinatieslogan bij derden verwijderd te krijgen. In de veroordeling is niet opgenomen op welke wijze TPV het moest doen. De inhoud van de verstuurde brief in overeenstemming met doel en strekking van het vonnis. Vordering toewijsbaar.

RB 3256

Verzending ongeadresseerde reclame KPN na beëindiging klantrelatie in strijd met Code Postfilter

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 12 nov 2018, RB 3256; (KPN geadresseerde folder), https://reclameboek.nl/artikelen/verzending-ongeadresseerde-reclame-kpn-na-be-indiging-klantrelatie-in-strijd-met-code-postfilter

Vzr. RCC 12 november 2018, RB 3256; dossiernr. 2018/00749 (KPN geadresseerde folder) Voorzitterstoewijzing voor zover nodig. Code Postfilter. De uiting betreft de aan “de bewoners van” klagers adres geadresseerde folder van KPN met als onderwerp “Wilt u ook wifi tot in alle hoekjes en gaatjes?” De klacht. Klager voert aan, kort samengevat, dat hij op 18 september 2018 de reclamefolder van KPN heeft ontvangen, hoewel hij staat ingeschreven bij het Postfilter, hij in het verleden al vaker heeft meegedeeld geen reclame van KPN te willen ontvangen en ondanks de aanwezigheid van een NEE/NEE sticker. Op de bij KPN hierover ingediende klacht heeft klager geen reactie ontvangen.

RB 3253

Uitspraak ingezonden door Jeroen Boelens, Nauta Dutilh.

Brief Ypsomed niet misleidend, keuze uit insulinepompen voldoende duidelijk voor consument

Rechtspraak (NL/EU) 21 nov 2018, RB 3253; ECLI:NL:RBMNE:2018:5712 (Insulet c.s. tegen Ypsomed c.s.), https://reclameboek.nl/artikelen/brief-ypsomed-niet-misleidend-keuze-uit-insulinepompen-voldoende-duidelijk-voor-consument

Rechtbank Midden-Nederland 21 november 2018, RB 3253; LS&R 1675 ECLI:NL:RBMNE:2018:5712 (Insulet c.s. tegen Ypsomed c.s.) Misleidende reclame. Oneerlijke handelspraktijken. Insulet c.s. houdt zich bezig met de ontwikkeling, fabricage en wereldwijde verkoop van insulinepompsystemen, waaronder de zogenoemde "Omnipod". Ypsomed c.s. houdt zich bezig met de ontwikkeling, productie en wereldwijde verkoop van injectie- en infuussystemen voor zelfmedicatie, in het bijzonder voor diabetici. Insulet Corporation en Ypsomed Distribution hebben een distributieovereenkomst gesloten waarbij Ypsomed Distribution de distributeur van de Omnipod was. Deze is later geëindigd en de door Ypsomed Distribution uitgevoerde werkzaamheden zijn overgenomen door Insulet Corporation. Partijen hebben een brief opgesteld om hun klanten te informeren. Ypsomed heeft aan individuele Omnipod gebruikers een brief gestuurd, inhoudende dat de garantie van de insulinepomp binnenkort zal verlopen en dat ze kunnen kennismaken met de YpsoPump. Insulet c.s. stelt dat zij zich schuldig maakt aan misleidende reclame en/of oneerlijke handelspraktijken. Dit beroep slaagt niet, mede doordat voldoende duidelijk is gemaakt dat de Omnipod-gebruiker een keuze kan maken voor een nieuw apparaat en kan kiezen voor de Ypsopump. Dat niet opnieuw kan worden gekozen voor de Omnipomp blijkt daar niet uit. Vorderingen afgewezen.

RB 3219

Hogere prijs Chardonnay in winkel Jumbo misleidend door laagste prijsgarantie in blad

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 26 sep 2018, RB 3219; (Jumbo), https://reclameboek.nl/artikelen/hogere-prijs-chardonnay-in-winkel-jumbo-misleidend-door-laagste-prijsgarantie-in-blad

RCC 26 september 2018, RB 3219; dossiernr. 2018/00590 (Jumbo) Aanbeveling. Misleiding prijs(vermelding). De uiting betreft op pagina 49 van het blad “Hallo Jumbo”. Daarin staat onder de aanhef “Out of the box” onder meer: “Je kunt natuurlijk een aantal flessen van je favoriete wijn meenemen als je naar een festival gaat, of op vakantie. Maar zo’n bag-in-box, een pak wijn met een tapkraantje, is veel handiger! (…)”. Hieronder zijn vier pakken wijn afgebeeld, waaronder een pak “Grand Sud Chardonnay”. Onder deze afbeelding staat: “(...) 3 liter 13.79”. De klacht wordt als volgt samengevat. Klager vond dit product in het schap voor € 14,29 in plaats van € 13,79.  Eerder werd, na een opmerking van klager over dit prijsverschil, de prijs van het product bij de kassa aangepast. Op zaterdag 11 augustus 2018 werd de chef erbij gehaald, die aan klager meedeelde dat in het colofon van het bewuste blad vermeld staat dat prijzen kunnen worden aangepast. Lezing van het colofon, waarvan klager een afdruk overlegt, wijst uit dat het aanpassen van prijzen wordt genoemd in relatie tot prijsmetingen, dit in verband met de laagsteprijsgarantie. Op een schriftelijk ingediende klacht antwoordde Jumbo vervolgens dat de clausule is opgenomen in verband met eventuele fouten. Klager vindt dat een leverancier dergelijke voorwaarden niet behoort te hanteren.

RB 3217

Uitspraak ingezonden door Alexandra van Beelen, TRIP advocaten.

Bouw7 wijst zich terecht aan als alternatief voor Admicom: geen merkinbreuk door toelaatbare vergelijkende reclame

Rechtspraak (NL/EU) 10 okt 2018, RB 3217; (Admicom tegen Bouw7), https://reclameboek.nl/artikelen/bouw7-wijst-zich-terecht-aan-als-alternatief-voor-admicom-geen-merkinbreuk-door-toelaatbare-vergelij

Vzr. Rechtbank Noord-Nederland 10 oktober 2018, IEF 18017; RB 3217 (Admicom tegen Bouw7) Merkenrecht. Vergelijkende reclame. Admicom is houdster van de woordmerken "VAKWARE" en "ADMICOM". Voor deze termen heeft Bouw7 heeft advertentieruimte gekocht d.m.v. Adwords. Advertenties leiden naar een webpagina van Bouw7 in welke url "admicom" voorkomt en waar Bouw7 als alternatief voor Admicom wordt aangeprezen. Mr. ing. N.M. Keijser heeft in opdracht van Admicom onderzoek gedaan naar de applicaties van partijen op basis van de door partijen beschikbaar gestelde informatie en heeft geconcludeerd dat Bouw7 geen alternatief vormt voor Admicom. De voorzieningenrechter oordeelt dat in het rapport van Keijser t.a.v. 63 functionaliteiten ten onrechte is vermeld dat zij in de software van Bouw7 zouden ontbreken. Keijser heeft daarbij nagelaten zich ook te baseren op de software zelf. Bouw7 heeft aannemelijk gemaakt dat haar software en die van Admicom in dezelfde behoeften voorzien en stelt daarmee terecht dat het een alternatief kan zijn. Van belang is daarbij dat de ondernemer tot wie zich de advertentie zich richt Bouw7 als alternatief ziet. Omdat Bouw7 zich nadrukkelijk van Admicom onderscheidt door de presentatie van haar software, is er geen sprake van misleiding. Omdat er voldaan is aan de voorwaarden voor vergelijkende reclame, kan van merkinbreuk geen sprake zijn. De vorderingen van Admicom worden afgewezen. 

RB 3036

Aanklikken link in e-mail om opzegging te bevestigen is onredelijk bezwarend

Rechtspraak (NL/EU) 10 nov 2017, RB 3036; ECLI:NL:RBAMS:2017:8331 (mijndomein.nl tegen gedaagde), https://reclameboek.nl/artikelen/aanklikken-link-in-e-mail-om-opzegging-te-bevestigen-is-onredelijk-bezwarend

Ktr. Rechtbank Amsterdam 10 november 2017, IT&R 2414; RB 3036; ECLI:NL:RBAMS:2017:8331 (mijndomein.nl tegen gedaagde). Algemene voorwaarden. Contracten. Gedaagde heeft in 2016 de overeenkomst met betrekking tot de domeinnaam willen opzeggen. Deze opzegging had bevestigd moeten worden door middel van het klikken op een link in een bevestigingsmail. Zolang niet op de link geklikt wordt, wordt de opzegging niet definitief en zal de overeenkomst weer met een jaar worden verlengd, aldus mijndomein.nl. Mijndomein.nl dat zij met de bevestigingsmail zeker wil stellen dat de opzegging niet per ongeluk heeft plaatsgevonden. Hoe zij hiermee zekerheid verkrijgt over de identiteit van degene die heeft opgezegd en/of degene die de link heeft aangeklikt, is op geen enkele wijze inzichtelijk gemaakt. Tevens bestaan er minder bezwarende wijzen waarmee een vergissing voorkomen kan worden.

RB 2680

Televisiecommercial Amstel Bier "Zeg het met een vaasje" niet in strijd met goede smaak of fatsoen

RCC 17 februari 2016, RB 2680; Dossiernr. 2016/00061 (Amstel Bier)
Audiovisuele media. Uiting: Het betreft de televisiecommercial ‘Zeg het met een vaasje’ voor Amstel Bier. In de commercial vertellen vier verschillende mannen respectievelijk in de kleedkamer van een voetbalclub, liggend in een tent, tijdens het kaarten in een café en staand op het erf van een boerderij aan de andere aanwezige mannen hoe bijzonder deze andere mannen voor de betreffende spreker zijn en hoezeer die hen waardeert en van hen houdt. De andere mannen voelen zich duidelijk ongemakkelijk bij deze woorden. Een van de toehoorders bij de boerderij rent weg na het horen van de woorden “Dat voel ik gewoon voor jullie”. Vervolgens zegt de voice-over: “Vrienden hoeven hun gevoelens toch helemaal niet uit te spreken?” En, terwijl mannen in een café proosten met een biertje: “Zeg het met een vaasje. Amstel bier. Maak het onvergetelijk”.

Klacht: Er wordt geschetst dat het tonen van gevoel door tegen vrienden te zeggen dat je van ze houdt eng en niet nodig is, en dat je beter samen een vaasje kunt drinken. Een agrariër reageert zelfs door weg te rennen. “Homofoob?”, vraagt klaagster zich af. In West-Friesland, waar klaagster woont, wil men de mannen/jongens leren wel te praten in plaats van alles weg te drinken. Er is veel leed onder jongens die worstelen met wat zij voelen en dat niet kunnen delen, met zelfs suïcide als ‘oplossing’. Klaagster denkt “dat artikel 5 en artikel 6 lid 1 hier van toepassing” zijn.

Commissie:
1. Klaagster meent dat de televisiecommercial voor Amstel bier in strijd met de artikelen 5 en 6 lid 1 RVA 2014 is, zo begrijpt de Commissie, omdat volgens haar de commercial als boodschap heeft dat het uitspreken van gevoelens door mannen jegens elkaar eng en niet nodig is en beter kan worden vervangen door het met elkaar drinken van een biertje.

2. Artikel 5 RVA 2014 luidt: “Reclame voor alcoholhoudende drank mag niet in strijd zijn met de goede smaak, het fatsoen, of afbreuk doen aan de menselijke waardigheid en integriteit.”

Artikel 6 lid 1 RVA 2014 luidt: “Reclame voor alcoholhoudende drank mag niet wijzen op de ontremmende werking van alcoholhoudende drank, zoals het verminderen of verdwijnen van angstgevoelens en innerlijke of sociale conflicten.”

3. Naar het oordeel van de Commissie is voor de gemiddelde consument voldoende duidelijk dat de commercial op een overdreven en humoristisch bedoelde wijze weergeeft dat mannen hun vriendschap niet per se tegenover elkaar hoeven uit te spreken, maar ook zonder woorden kunnen laten blijken door met elkaar een biertje te gaan drinken. Hierin ligt geen oproep besloten aan mannen om in het geheel niet over hun gevoelens te spreken of deze weg te drinken. Ook zal de gemiddelde consument het wegrennen van een van de toehoorders niet opvatten als een uiting van homofobie, zoals klaagster kennelijk veronderstelt. Naar het oordeel van de Commissie is in de commercial evenmin sprake van het wijzen op de ontremmende werking van alcoholhoudende drank.

4. Gelet op het voorgaande acht de Commissie de commercial niet in strijd met artikel 5 en/of artikel 6 lid 1 RVA 2014. Daarom wordt als volgt beslist.

De beslissing
De Commissie wijst de klacht af.

RB 2679

Reclame-uiting DIDI “ALLES 40% korting” misleidend wegens onbreken essentiële informatie

RCC 17 februari 2016, RB 2679; Dossiernr. 2016/00067 (DIDI)
Misleiding. Essentiële informatie. Uiting: Het betreft de op de etalage van de winkel van Didi in Schagen aangebrachte sticker met de (herhaalde) mededeling: “ALLES 40% korting”.

Klacht: Bij het afrekenen van een trui bij de kassa werd klaagster meegedeeld dat dit ‘nieuwe’ artikel niet met 40% was afgeprijsd. In de winkel werd echter nergens vermeld dat de actie “ALLES 40% korting” alleen gold voor oudere artikelen en dat andere artikelen hiervan uitgezonderd waren. Klaagster vindt dit “geen stijl”.

Commissie:
De op de etalageruit aangebrachte mededeling “ALLES 40% korting” is absoluut gesteld en wekt daardoor de indruk dat daadwerkelijk op het totale aanbod van adverteerder 40% korting wordt verleend. Gebleken is echter dat de kortingsactie alleen geldt voor de artikelen uit de ‘winter 2015 sale’. Deze beperking van het aanbod “ALLES 40% korting” tot slechts een gedeelte van het assortiment betreft essentiële informatie die de gemiddelde consument nodig heeft om een geïnformeerd besluit over een transactie te kunnen nemen en die daarom in de uiting zelf moet zijn opgenomen. Dat is niet het geval. Het enkele feit dat de uiting, zoals adverteerder heeft gesteld, is aangebracht op de ruit van de “winter 2015 sale etalage” maakt niet duidelijk dat de kortingsactie van 40% specifiek tot winterartikelen is beperkt en niet daadwerkelijk voor “alles” geldt. Uit de door klaagster overgelegde foto van de uiting blijkt immers geen duidelijk verband tussen de mededeling over de kortingsactie en de wintersale.

Gelet op het voorgaande is sprake van het ontbreken van essentiële informatie als bedoeld in artikel 8.3 onder c van de Nederlandse Reclame Code (NRC). Omdat de gemiddelde consument hierdoor ertoe gebracht kan worden een besluit over een transactie te nemen dat hij anders niet had genomen, is de uiting misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC. Daarom wordt als volgt beslist.

De beslissing
De Commissie acht de reclame-uiting in strijd met het bepaalde in artikel 7 NRC. Zij beveelt adverteerder aan om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken.

RB 2678

Uiting ANWB Wegenwacht misleidend door onvolledigheid

Vzr. RCC 16 februari 2016, RB 2678; Dossiernr. 2016/00021 (ANWB Wegenwacht)
Misleiding. Uiting: Het betreft:
-  een uiting van adverteerder op Facebook van voor zover daarin staat: “Wegenwacht Actie Het eerste jaar Wegenwacht Instapservice van € 55,- voor maar € 10,-!”
-  de website www.anwb.nl voor zover het betreft de actiepagina in verband met voorgaande aanbieding, waar onder meer staat: “Een geslaagde aanbieding Gefeliciteerd met je rijbewijs!Waarschijnlijk ga je nu pas echt lekker kilometers maken. Als je pech hebt wil je natuurlijk zo snel mogelijk geholpen worden en weer verder. Met de unieke link die je van jouw rijschool hebt gekregen doen wij je een geslaagde aanbieding.Instap nu maar 10,- Van 55,- voor 10,- Stap in”.

Klacht: Klager heeft in de zomer van 2015 zijn rijbewijs gehaald. Hij kreeg de tip dat je bij adverteerder via een speciale link het eerste jaar een gratis ANWB wegenwacht abonnement kon afsluiten. Klager heeft zich aangemeld met ingang van 30 juli 2015 en heeft € 10,00 betaald. Volgens klager mocht hij op grond van de uitingen ervan uitgaan dat hij gedurende het eerste jaar van zijn deelname, dus tot 30 juli 2016, niet meer dan € 10,00 zou behoeven te betalen. Adverteerder heeft hem echter voor de periode vanaf 1 januari 2016 tot en met 31 december 2016 € 55,00 in rekening gebracht. Klager heeft contact opgenomen met adverteerder, maar kreeg te horen dat al jaren op deze wijze werd geadverteerd en dat het eerste jaar van deelname nu eenmaal altijd korter is dan de periode van 12 maanden. Klager acht de uitingen daarom misleidend. Adverteerder heeft sinds november 2015 de actiepagina veranderd. Nu is het wel duidelijk dat het een aanbieding betreft voor het kalenderjaar 2016.

Voorzitter:
1) De mededeling “Het eerste jaar Wegenwacht Instapservice van € 55,- voor maar € 10,-“ kan bij de gemiddelde consument de indruk wekken dat men gedurende een vol jaar gebruik kan maken van de wegenwachtservice voor € 10,00, terwijl dit bedrag alleen geldt voor de resterende maanden van het lopende jaar waarin men zich heeft aangemeld. Na 1 januari dient men alsnog het volledige bedrag voor het lidmaatschap gedurende het volgende jaar te betalen. Adverteerder heeft zich van de uitingen bediend op het moment dat de helft van het kalenderjaar al was verstreken. Daarom had zij in de uitingen duidelijk moeten vermelden wat werd verstaan onder “het eerste jaar” teneinde te voorkomen dat bij de consument onjuiste verwachtingen werden gewekt. Door dit na te laten acht de voorzitter de uitingen onvolledig en daardoor onduidelijk.

2) Blijkens het voorgaande is sprake van een omissie als bedoeld in artikel 8.3 aanhef en onder c van de Nederlandse Reclame Code (NRC). Voorts is de voorzitter van oordeel dat de gemiddelde consument hierdoor ertoe gebracht zou kunnen worden een besluit over een transactie te nemen, dat hij anders niet zou hebben genomen. Om die reden is de uiting misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.

3) Nu adverteerder de uiting inmiddels heeft verwijderd en voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij passende maatregelen heeft genomen om herhaling te voorkomen, zal de voorzitter gebruik maken van zijn bevoegdheid als bedoeld in artikel 12 lid 5 van het Reglement van de Reclame Code Commissie en het College van Beroep en een aanbeveling achterwege laten.

De beslissing van de voorzitter
Op grond van het voorgaande acht de voorzitter de reclame-uiting in strijd met het bepaalde in artikel 7 NRC.

RB 2677

Reclame-uiting Hyundai misleidend door ontbreken essentiële informatie

RCC 16 februari 2016, RB 2677; Dossiernr. 2015/01245 (Hyundai)
Misleiding. Essentiële informatie. Uiting: Het betreft een aan klager gerichte Direct Mail, afkomstig van adverteerder met als onderwerp: “Van Oud naar Nieuw met de deal van het jaar!” Hierin staat, voor zover van belang:  “(…) Ziet u zichzelf al rijden in een nieuwe Hyundai i10?
Bekijk het rekenvoorbeeld hiernaast:

Rekenvoorbeeld:
De Hyundai i10 staat bij ons in de showroom vanaf € 10.995,-
Inruilvoordeel van uw huidige Suzuki Alto                 €   3.600,-
Eenmalig
Eindejaarsvoordeel                                                    €   1.500,-

U rijdt in uw nieuwe Hyundai i10 voor slechts:        
€ 5.895,- (dikgedrukt en in een groot lettertype).
(…) Deze aanbieding komt – net zoals het jaar 2015 – niet meer terug. (…)”

Helemaal onderaan de uiting staat in een klein lettertype: “(…) Genoemde prijs is incl. BTW&BPM en excl. kosten rijklaar maken, metallic lak, leges en recyclingbijdrage. Afgebeeld model kan afwijken van standaard uitvoering. De inruilwaarde van uw huidige Hyundai is een indicatie en is gebaseerd op de officiële koerslijst. De inruilwaarde van uw Hyundai kan afwijken en is afhankelijk van de staat en kilometerstand van uw Hyundai. Zie voor kosten en voorwaarden www.hyundai.nl of vraag ernaar in de showroom. Druk- en zetfouten voorbehouden”.

Klacht: Klager vindt de uiting misleidend omdat in de ‘hoofdtekst’ van de uiting staat dat klager al een nieuwe auto rijdt voor € 5895,-, terwijl uit de kleine lettertjes blijkt dat dit bedrag exclusief afleveringskosten is.

Voorts acht klager de uiting misleidend omdat in de kleine lettertjes staat dat de prijs afhankelijk is van de staat van de oude Hyundai van klager en dus niet van zijn in de hoofdtekst genoemde Suzuki Alto. Op basis van een iets duurdere versie van de Hyundai i10 kwam adverteerder tot een bij te betalen bedrag van € 8.650,-, in plaats van de op basis van de reclamefolder verwachte € 7.395,-.

Commissie:

Vooropgesteld wordt dat de bestreden uiting dient te worden aangemerkt als een uitnodiging tot aankoop als bedoeld in artikel 8.4 van de Nederlandse Reclame Code (NRC). Ingevolge het bepaalde onder c van dit artikel dient bij een uitnodiging tot aankoop de volgende essentiële informatie verstrekt te worden: “de prijs, inclusief belastingen, of, als het om een soort product gaat waarvan de prijs redelijkerwijs niet vooraf kan worden berekend, de manier waarop de prijs wordt berekend, en, in voorkomend geval, alle extra vracht-, leverings- of portokosten of, indien deze kosten redelijkerwijs niet vooraf kunnen worden berekend, het feit dat er eventueel deze extra kosten moeten worden betaald.”

In deze bepaling is artikel 7 lid 4 van Richtlijn 2005/29/EG geïmplementeerd, welk artikel in het kader van misleidende omissies bepaalt dat (onder meer) de hierboven bedoelde informatie essentieel is voor zover deze niet reeds uit de context blijkt. Gelet op de “Leidraad voor de tenuitvoerlegging/toepassing van Richtlijn 2005/29/EG betreffende oneerlijke handelspraktijken” van de Europese Commissie, heeft het College van Beroep in zaak 2012/00088 reeds geoordeeld dat bij de uitnodiging tot aankoop sprake dient te zijn van een “totale prijs”, dat wil zeggen een prijs waarin alle kosten zijn inbegrepen voor zover die (1) vooraf kunnen worden bepaald, (2) niet-vermijdbaar zijn en (3) niet uit de context van de uiting blijken. Indien niet aan deze eisen is voldaan, dient te worden beoordeeld of de gemiddelde consument daardoor ertoe wordt gebracht of kan worden gebracht een besluit over een transactie te nemen dat hij niet zou hebben genomen indien hij de totaalprijs zou hebben gekend.

Vaststaat dat de in de bestreden uiting genoemde prijs exclusief kosten rijklaar maken (en diverse andere kosten) is. Kosten rijklaar maken zijn kosten waarop de consument geen invloed kan uitoefenen en die altijd verschuldigd zijn, derhalve vaste en onvermijdbare kosten. Op grond van hetgeen hiervoor onder 1 is overwogen had adverteerder derhalve deze kosten in de prijs dienen op te nemen, hetgeen zij niet heeft gedaan.

Het verweer dat de kosten rijklaar maken voldoende blijken uit de “kleine lettertjes” onderaan de uiting treft geen doel. In de uiting staat dikgedrukt: “U rijdt in uw nieuwe Hyundai i10 voor slechts: € 5.895,-, zonder dat daarbij wordt verwezen – door middel van bijvoorbeeld een asterisk – naar de in zeer kleine letters onderaan de uiting opgenomen mededeling dat sprake is van bijkomende kosten, waaronder de kosten rijklaar maken waarop de klacht van klager ziet. Bovendien wordt hierin de hoogte van de kosten rijklaar maken niet vermeld.

Nu in de uiting geen “totale prijs” wordt vermeld, en evenmin kan worden gezegd dat de kosten in het onderhavige geval voldoende uit de context van de uiting blijken, kan de gemiddeld geïnformeerde, omzichtige en oplettende consument ertoe worden gebracht een besluit over een transactie te nemen dat hij niet zou hebben genomen indien wel sprake zou zijn geweest van een dergelijke prijs. Niet is weersproken dat de vaste en onvermijdbare kosten rijklaar maken leiden tot een hoger aankoopbedrag dan de in de uiting genoemde verkoopprijs van € 5.895,-. Niet kan worden uitgesloten dat bedoelde consument voor een ander model zou hebben gekozen indien hij vooraf die kosten had gekend. Op grond van het voorgaande is sprake van een omissie als bedoeld in artikel 8.3 aanhef en onder c NRC in verbinding met artikel 8.4 aanhef en onder c NRC. De Commissie acht de uiting daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.

Ten aanzien van onderdeel 2 van de klacht dat de prijs (mede) afhankelijk is van de Suzuki Alto van klager oordeelt de Commissie als volgt. In de reclame-uiting wordt door middel van het noemen van een zogenaamd ‘gepersonaliseerd prijsvoorbeeld’ – namelijk een prijsvoorbeeld dat direct tot klager is gericht en waarin zijn huidige Suzuki Alto wordt genoemd – een inruilwaarde gegeven van € 3.600,-. Niet in geschil is echter dat deze inruilwaarde slechts een indicatie is en dat de daadwerkelijke inruilwaarde wordt bepaald aan de hand van de staat en kilometerstand van de auto, hetgeen onderaan de uiting in een zeer klein lettertype wordt vermeld. De Commissie is van oordeel dat dit onvoldoende duidelijk uit de uiting blijkt nu in de hoofdtekst niet – door middel van bijvoorbeeld een asterisk – naar deze informatie wordt verwezen zodat dit de gemiddelde consument gemakkelijk zal kunnen ontgaan. Bovendien zal de consument er in het geheel niet op bedacht zijn dat de genoemde prijs slechts een indicatie is omdat sprake is van een ‘gepersonaliseerd prijsvoorbeeld’ en de genoemde inruilwaarde een auto betreft die bekend is bij adverteerder waardoor de consument zal (kunnen) denken dat dit een reële prijs is.

Blijkens het voorgaande heeft adverteerder, vanwege het ontbreken van essentiële informatie, reclame gemaakt in strijd met het bepaalde onder c van artikel 8.3 NRC. Voorts is de Commissie van oordeel dat de gemiddelde consument hierdoor ertoe gebracht kan worden een besluit over een transactie te nemen, dat hij anders niet had genomen. Om die reden is de uiting misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC en zal ook dit onderdeel van de klacht worden toegewezen.

De beslissing
De Commissie acht de reclame-uiting in strijd met het bepaalde in artikel 7 NRC. Zij beveelt adverteerder aan om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken.