RB
DOSSIERS
Alle dossiers

kansspelen  

RB 3108

Trouwe klant maakt slechts een kans om 'verzendklare' Philips TV te ontvangen

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 14 feb 2018, RB 3108; Dossiernr. 2018/00041 (Philips TV verzendklaar), https://reclameboek.nl/artikelen/trouwe-klant-maakt-slechts-een-kans-om-verzendklare-philips-tv-te-ontvangen

RCC 14 februari 2018, RB 3108; Dossiernr. 2018/00041 (Philips TV verzendklaar) Aanbeveling. Kansspel. Het betreft de uit verschillende onderdelen bestaande mailing van Klingel, in het bijzonder de aan klager gerichte brief met daarin de mededeling: “Voor een trouwe klant met code 99 170/1L2 staat een pakket met een schitterende Philips TV met LED Ambilight verzendklaar!*”. De klacht Omdat klager de genoemde code had, heeft hij telefonisch contact opgenomen met Klingel. Daarbij werd hem meegedeeld dat hij uit de voorwaarden kan afleiden dat het slechts om een kans op een tv gaat. Volgens klager wordt dit niet duidelijk uit de verderop in de folder staande voorwaarden die luiden: “*Alleen in combinatie met een bestelling. Minimale bestelwaarde: € 20,-. Zolang de voorraad strekt.” Klager vindt de uiting daarom misleidend.

RB 3101

"Alstublieft uw €120,- shoptegoed" wekt onjuiste verwachtingen en beweegt geadresseerde tot openen envelop

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 25 jan 2018, RB 3101; Dossiernr. 2017/00836 (VriendenLoterij €120,- shoptegoed), https://reclameboek.nl/artikelen/alstublieft-uw-120-shoptegoed-wekt-onjuiste-verwachtingen-en-beweegt-geadresseerde-tot-openen-envel

RCC 25 januari 2018, RB 3101; Dossiernr. 2017/00836 (VriendenLoterij €120,- shoptegoed) Aanbeveling. Kansspel. Het betreft een aan klaagster geadresseerde mailing van de VriendenLoterij (hierna ook: VL), bestaande uit een vensterenvelop met daarin een brief, een aanmeldbon en een retourenvelop. De klacht Aan de voorzijde van de envelop wordt gesteld dat klaagster, die overigens geen deelnemer is aan de VriendenLoterij, € 120,- shoptegoed krijgt. Een verplichting wordt daarbij niet genoemd. Na het openen van de envelop blijkt dat klaagster een shoptegoed “tot” € 120,- kan krijgen, indien zij meespeelt met de VriendenLoterij. Klaagster vindt de uiting misleidend.

RB 3062

HvJ EU: Bij nationale bepalingen die strafrechtelijke sancties inhouden maar geen technisch voorschrift zijn geldt mededelingsplicht

EU 20 dec 2017, RB 3062; C-255/16 (Anklagemyndigheden tegen Falbert), https://reclameboek.nl/artikelen/hvj-eu-bij-nationale-bepalingen-die-strafrechtelijke-sancties-inhouden-maar-geen-technisch-voorschri

HvJ EU 20 december 2017, IEFbe 2442; IT 2447; RB 3062; ECLI:EU:C:2017:983; C-255/16 (Falbert). Reclamerecht. Kansspelen. Informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften. 

Artikel 1 van [InfoSoc-richtlijn 98/34/EG], moet aldus worden uitgelegd dat een bepaling van nationaal recht zoals die welke in het hoofdgeding aan de orde is, waarbij strafrechtelijke sancties worden gesteld op het zonder vergunning aanbieden van kansspelen, loterijen of weddenschappen op het nationale grondgebied, geen technisch voorschrift in de zin van die bepaling is, dat moet worden meegedeeld op grond van artikel 8, lid 1, van die richtlijn. Daarentegen moet een nationale bepaling zoals die welke in het hoofdgeding aan de orde is, waarbij strafrechtelijke sancties worden gesteld op het maken van reclame voor kansspelen, loterijen of weddenschappen waarvoor geen vergunning is afgegeven, wél als technisch voorschrift in de zin van deze bepaling worden aangemerkt, zodat het op grond van artikel 8, lid 1, van richtlijn 98/34 moet worden meegedeeld, voor zover uit de ontstaansgeschiedenis van die nationale bepaling duidelijk blijkt dat deze tot voorwerp en doel had een reeds bestaand reclameverbod uit te breiden tot diensten van onlinekansspelen. Het staat aan de nationale rechter om na te gaan of dit daadwerkelijk het geval is.

 

RB 3035

Vragen aan HvJEU over het verbod om in een lidstaat kansspelen via internet aan te bieden

Rechtspraak (NL/EU) 16 mrt 2017, RB 3035; C-166/17 (Sportingbet), https://reclameboek.nl/artikelen/vragen-aan-hvjeu-over-het-verbod-om-in-een-lidstaat-kansspelen-via-internet-aan-te-bieden

Prejudicieel gestelde vragen aan HvJ EU 16 maart 2017, IT&R 2412; RB 3035; IEFbe 2406; C-166/17 (Sportingbet). Kansspelen. Internet. Via MinBuZa: In het aangehaalde arrest in zaak C-42/07 heeft het Hof geoordeeld dat artikel 49 EG niet in de weg staat aan een regeling van een lidstaat als die welke in het hoofdgeding aan de orde is, die marktdeelnemers als Bwin International Ltd die in andere lidstaten zijn gevestigd, waar zij rechtmatig soortgelijke diensten verrichten, verbiedt om via het internet kansspelen aan te bieden op het grondgebied van deze lidstaat. Dat arrest is gewezen op een verzoek om een prejudiciële beslissing betreffende de uitlegging van de artikelen 43, 49 en 56 EG. In casu betoogt een van de verwerende partijen echter dat de onderhavige zaak niet alleen die verdragsbepalingen betreft, maar ook de artikelen 2, 3, 23, 30, 31, 46, 55, 59, 66, 86, 106 en 107. Aangezien de Supremo Tribunal de Justiça in laatste aanleg uitspraak moet doen en bij twijfel verplicht is een verzoek om een prejudiciële beslissing te doen, opdat aldus een duidelijk oordeel kan worden gevormd aan de hand van de benodigde toelichting, verzoekt deze rechterlijke instantie het Hof om een beslissing over de hierboven weergegeven prejudiciële vragen, zoals toegelicht in het verzoek van de verwerende partijen. 

RB 2978

E-mail Staatsloterij '30 jaar zorgeloos genieten' wekt verkeerde indruk

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 6 sep 2017, RB 2978; (Straatje staatsloten), https://reclameboek.nl/artikelen/e-mail-staatsloterij-30-jaar-zorgeloos-genieten-wekt-verkeerde-indruk

RCC 6 september 2017, RB 2978; dossiernr. 2017/00532 (Straatje staatsloten) Aanbeveling. De uiting: Het betreft een aan klager geadresseerde mailing over de “Staatsloterij”, in de uiting aangeduid als “Een spel van “Nederlandse loterij”. In de uiting, waarin zich een antwoordkaart bevindt, staat boven de afbeelding van een man in ligstoel onder een strooien parasol, met naast zich een cocktail: “30 JAAR LANG ZORGELOOS GENIETEN”. Op de pagina’s 2 en 3 van de uiting staat onder meer: “Hoofdprijs elke maand € 10.000,- 30 jaar lang” De klacht: Gesuggereerd wordt dat men met een “Straatje” 30 jaar lang € 10.000,- per maand kan winnen. In werkelijkheid is dit 30 jaar lang € 2.000,- per maand, namelijk 1/5 deel van de hoofdprijs. Ter verdere onderbouwing van zijn klacht verwijst klager naar de inhoud van de door hem overgelegde e-mails aan en van (de klantenservice van) de Staatsloterij. Klager stelt hierin onder meer dat indien hij de antwoordkaart instuurt, nergens is aangegeven dat “de te winnen hoofdprijs dan 1/5 deel is” en ook in de “actievoorwaarden voor de ‘kans op 100 gratis 1 juli loten’” niet is vermeld dat een Straatje kans geeft op 1/5 deel van de hoofdprijs. 

RB 2890

Nationale Postcode Loterij wekt onjuiste verwachtingen op met HEMA-cadeaukaart

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 9 jun 2017, RB 2890; Dossiernr. 2017/00013 - CVB (HEMA-cadeaukaart ), https://reclameboek.nl/artikelen/nationale-postcode-loterij-wekt-onjuiste-verwachtingen-op-met-hema-cadeaukaart

CVB 9 juni 2017 RB 2890; Dossiernr. 2017/00013 - CVB (HEMA-cadeaukaart) College bevestigt aanbeveling in strijd met art. 5 NRC. Vertrouwen in reclame. Misleiding. Ontbrekende informatie. Uiting: het betreft een e-mail van de NPL van 2 januari 2017 met als onderwerp “Er ligt een HEMA-cadeaukaart voor u klaar, meneer .. (achternaam klager)”. In het tekstgedeelte staat, onder andere: “Beste meneer (achternaam klager), gisteravond viel de PostcodeKanjer van 49,9 miljoen euro in Den Haag. (…) Als deelnemer maakt u natuurlijk kans op alle prijzen en die kans wordt nog groter met een extra lot! Alleen in januari 1e maand GRATIS meespelen, HEMA-cadeaukaart t.w.v. 15 euro, 257,8 miljoen euro aan prijzen in 2017”. Naast deze opsomming is een HEMA-cadeaukaart van 15 euro afgebeeld. Klacht: Klager ziet in zijn inbox een aan hem gerichte e-mail met de tekst “Er ligt een HEMA-cadeaukaart voor u klaar, meneer (achternaam klager)”. Klager dacht een prijs in de vorm van een HEMA-cadeaukaart te hebben gewonnen. Na het openen van de e-mail, leest klager daarin verderop dat eerst een (extra) lot gekocht moet worden. Klager vindt de uiting erg misleidend, te meer omdat klager de e-mail een dag na de trekking ontving.

RB 2867

VriendenLoterij: Shoptegoed t.w.v. €120 bestaande uit 3 cadeaus met lagere totale waarde, is misleiding

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 2 mei 2017, RB 2867; Dossiernr: 2017/00027 - CVB (VriendenLoterij), https://reclameboek.nl/artikelen/vriendenloterij-shoptegoed-t-w-v-120-bestaande-uit-3-cadeaus-met-lagere-totale-waarde-is-misleiding

CvB 2 mei 2017, RB 2867; dossiernr. 2017/00027 (VriendenLoterij) College bevestigt aanbeveling in strijd met artikel 7 NRC. Misleiding voornaamste kenmerken product. Uiting: Betreft een mailing die bestaat uit een geadresseerde brief en een antwoordbon. Op de voorzijde van de brief staat onder meer de mededeling “€ 120,- shoptegoed cadeau!”. Ook elders in de mailing wordt herhaaldelijk een shoptegoed met een waarde van € 120,- genoemd. Het shoptegoed kan men benutten door uit drie categorieën een cadeau te kiezen. Het betreft de categorieën ‘uitje’ respectievelijk ‘extra cadeau’ en ‘cadeaukaart’. Uit elke categorie dient een keuze te worden gemaakt. Klacht: In de uiting wordt uitdrukkelijk gesproken over een shoptegoed ter waarde van € 120,-. In werkelijkheid blijken uit de cadeaushop slechts drie cadeaus te kunnen worden gekozen met een veel lagere waarde. Volgens klager bedraagt de totale inkoopwaarde van de cadeaus niet meer dan € 20,-. Klager vindt de uiting misleidend.

RB 2798

HvJ EU: Een piramidespel is ook een handelspraktijk indien er slechts indirecte band bestaat tussen nieuwe en bestaande leden

Rechtspraak (NL/EU) 15 dec 2016, RB 2798; ECLI:EU:C:2016:958 (Loterie Nationale – Nationale Loterij NV), https://reclameboek.nl/artikelen/hvj-eu-een-piramidespel-is-ook-een-handelspraktijk-indien-er-slechts-indirecte-band-bestaat-tussen-n

HvJ EU 15 december 2016, RB 2798; IEFbe 2035; C-667/15; ECLI:EU:C:2016:958 (Loterie Nationale – Nationale Loterij NV) Oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten – Misleidende handelspraktijk – Piramidesysteem – Door nieuwe leden verrichte betalingen en door de bestaande leden ontvangen vergoedingen – Indirecte financiële band. HvJ EU:

Punt 14 van bijlage I bij [„richtlijn oneerlijke handelspraktijken”] moet aldus worden uitgelegd dat op grond van deze bepaling een handelspraktijk ook als een „piramidesysteem” kan worden gekwalificeerd indien er slechts een indirecte band bestaat tussen de door nieuwe leden van een dergelijk systeem verrichte betalingen en de door de bestaande leden ontvangen vergoedingen.
RB 2765

Fieldmarketeer droeg herkenbare kleding en hoeft dus geen legitimatiebewijs te tonen

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 3 aug 2016, RB 2765; Dossiernr: 2016/00334 (Identificatie fieldmarketeer), https://reclameboek.nl/artikelen/fieldmarketeer-droeg-herkenbare-kleding-en-hoeft-dus-geen-legitimatiebewijs-te-tonen

Vz. RCC 3 augustus 2016, RB 2765; Dossiernr: 2016/00334 (Nationale Postcode Loterij - fieldmarketeer)
Afwijzing. Fieldmarketing. Klager stelt dat hij in Zwolle op straat werd aangesproken door twee dames die begonnen met het stellen van een vraag in plaats van te zeggen wat het doel van het gesprek zou zijn. Dit is in strijd met artikel 2 lid 1 Reclamecode voor Fieldmarketing (RFM). Er stonden geen namen op hun jassen en zij wilden zich desgevraagd ook niet legitimeren en gingen een teamleider bellen. Men vertelde aan klager dat hij moest blijven staan. Hij was daarvan niet gediend en liep verder. Later kwam de teamleider en nog een persoon erbij die aan klager vertelden dat hij de RFM moest uitleggen, hetgeen klager weigerde. Klager stelt dat niet is voldaan aan artikel 4 onder c RFM omdat sprake is van een agressieve vorm van benadering. Hij werd meermalen benaderd terwijl hij te kennen had gegeven verder te gaan, waarbij klager tegenover vier personen kwam te staan. Daarbij is de benadering niet gestaakt. Klager heeft zich over het voorgaande beklaagd bij adverteerder, maar kreeg hierop geen inhoudelijke reactie.

 

RB 2663

HvJ EU: Sponsorlogo's in andere programma's tellen wel, maar zwarte seconden tellen niet mee in maximumreclamezendtijd per klokuur

HvJ EU 17 februari 2016, RB 2663; C-314/14; ECLI:EU:C:2016:89 (Sanoma - Nelonen Media)
Zie eerder: IEF 14233, IEFbe 993. Richtlijn 2010/13/EU. Artikel 19, lid 1. Scheiding van de televisiereclame en de programma’s. Opgedeeld scherm - Artikel 23, leden 1 en 2 - Beperking van de zendtijd voor televisiereclamespots tot 20% per klokuur - Sponsorboodschappen - Andere verwijzingen naar een sponsor - ‚Zwarte seconden’. Het HvJ EU antwoordt:

1) Artikel 19, lid 1, van [richtlijn audiovisuele mediadiensten 2010/13/EU], moet aldus worden uitgelegd dat het niet in de weg staat aan een nationale wettelijke regeling zoals die in het hoofdgeding, op grond waarvan het is toegestaan dat een opgedeeld beeldscherm waarop de programma-aftiteling in het ene deel verschijnt en een programmaoverzicht in het andere om het programma dat wordt beëindigd te scheiden van de erop volgende reclameonderbreking, niet noodzakelijkerwijs wordt gecombineerd met, of wordt gevolgd door, een akoestisch of optisch middel, mits een dergelijk middel om te scheiden – het is aan de verwijzende rechterlijke instantie om dat te verifiëren – op zich beantwoordt aan de in de eerste volzin van dat artikel 19, lid 1, vermelde vereisten.

2) Artikel 23, lid 2, van richtlijn 2010/13 moet aldus worden uitgelegd dat sponsorlogo’s die in het kader van andere programma’s dan het gesponsorde programma worden uitgezonden, zoals die in het hoofdgeding, moeten worden meegerekend voor de in artikel 23, lid 1, van die richtlijn vastgelegde maximumreclamezendtijd per klokuur.

3) Artikel 23, lid 1, van richtlijn 2010/13 moet in het geval waarin een lidstaat geen gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid, een striktere regel dan die neergelegd in dat artikel in te voeren, aldus worden uitgelegd, niet alleen dat het zich er niet tegen verzet dat „zwarte seconden” tussen de afzonderlijke spots van een televisiereclameonderbreking of tussen die onderbreking en het erop volgende televisieprogramma worden meegerekend voor het maximumaandeel van 20 % per klokuur voor televisiereclame, maar ook dat het gebiedt dat die seconden worden meegerekend.

Gestelde vragen IEF 14233; IEFbe 993:

1) Moet artikel 19, lid 1, van richtlijn 2010/13/EU in omstandigheden als die in het hoofdgeding aldus worden uitgelegd dat dit zich ertegen verzet dat de nationale wettelijke bepalingen zo worden uitgelegd dat de opdeling van het beeldscherm niet wordt aangemerkt als reclameleader die zorgt voor een scheiding tussen het audiovisuele programma en de televisiereclame, daarbij in aanmerking nemend dat een deel van het beeld is voorbehouden voor de programma-aftiteling en een ander deel voor de voorbeschouwing van de daaropvolgende uitzendingen op het kanaal van een omroep door middel van een programmaoverzicht, terwijl noch in het gedeelde beeldscherm noch daarna een akoestisch of optisch middel wordt uitgezonden dat uitdrukkelijk het begin van een reclame-onderbreking markeert?

 

2) In aanmerking genomen dat richtlijn 2010/13 naar haar aard een minimumregeling is, moet artikel 23, lid 2, van deze richtlijn dan in omstandigheden als die in het hoofdgeding aldus worden uitgelegd dat daarmee onverenigbaar is dat sponsorlogo’s die in het kader van andere programma’s dan de gesponsorde programma’s worden uitgezonden, worden aangemerkt als ‚reclamespots’ in de zin van artikel 23, lid 1, van de richtlijn, die voor de maximaal toegelaten reclamezendtijd moeten worden meegerekend?

 

3) In aanmerking genomen dat richtlijn 2010/13 naar haar aard een minimumregeling is, moet het begrip ‚reclamespots’ in artikel 23, lid 1, van deze richtlijn in samenhang met het zinsdeel ‚mag het aandeel [...] per klokuur niet meer dan 20 % bedragen’ ter omschrijving van de maximaal toegelaten reclamezendtijd, in omstandigheden als die in het hoofdgeding aldus worden uitgelegd dat daarmee onverenigbaar is dat de ‚zwarte seconden’ tussen afzonderlijke reclamespots en aan het einde van een reclame-onderbreking tot de reclamezendtijd worden gerekend?