RB
RB 3838
10 juni 2024
Artikel

Laatste plekken voor de Actualiteitenlunch Reclamerecht

 
RB 3837
3 juni 2024
Artikel

Vacature Simmons & Simmons: Advocaat-stagiaire IP / Life Sciences

 
RB 3836
31 mei 2024
Artikel

Pinsent Masons Amsterdam zoekt voor haar octrooi- en Life Sciences team junior en senior advocaat-medewerkers

 
RB 1289

Na geschoten reclamefoto's samenstelling gewijzigd

Vz. toewijzing RCC 18 januari 2012, Dossiernr. 2011/01229 (Chocomomentje; na reclamefoto's samenstelling gewijzigd)

Hertog ijs; verschil in caloriehoogte op diverse productafbeeldingen onjuiste calorische waarde vermeld. Op de grote foto staat dat het ijsproduct “Choco momentje” 200 kcal bevat (10%), terwijl op de verpakking van dit product in de andere advertentie, waarin naast “Choco momentje” nog twee andere ijssoorten worden aangeprezen, staat “220 kcal 11%”.

Inderdaad is op het artwork (grote foto) de voedingswaarde van 200 kcal aangegeven en op de packshots (kleine foto’s) de waarde van 220 kcal. Na het opmaken van de grote foto is de samenstelling van het ijs nog gewijzigd. De packshots zijn de foto’s van het daadwerkelijke product en daarop is de juiste calorische waarde vermeld.

Voorzitter: Als erkend is komen vast te staan dat in de door adverteerder als ‘artwork’ aangeduide advertentie een onjuiste calorische waarde van Hertog “Choco momentje” is vermeld. Deze calorische waarde is duidelijk leesbaar en zal de gemiddelde consument niet ontgaan. Aldus gaat deze advertentie gepaard met onjuiste informatie over een van de voornaamste kenmerken van het aangeprezen product, te weten de samenstelling, als bedoeld in artikel 8.2 aanhef en onder b van de Nederlandse Reclame Code (NRC). Omdat de gemiddelde consument door de uiting ertoe gebracht kan worden een besluit over een transactie te nemen dat hij anders niet had genomen, acht de voorzitter de uiting misleidend en om die reden oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.

RB 1288

HEMA NS-Dagkaart is beperkt

RCC 1 februari 2012, dossiernr. 2011/01238 (HEMA NS-Dagkaart) - pagina 2, zie ook hier.

Met dank aan Terry Häcker, drs Terry (D.W.F.) HÄCKER Marktonderzoekadvies.

De kop van de advertentie suggereert dat onbeperkt kan worden gereisd door heel Nederland, echter uit de actievoorwaarden blijkt dat de dagkaart op doordeweekse dagen pas geldig is vanaf 9u. Dat is een dusdanig inperking van het begrip onbeperkt in de aanbieding en had vermeld moeten worden.

Verweer: er is onvoldoende ruimte om alle actievoorwaarden over te nemen, deze worden op de website en op flyers in de winkel verstrekt. Het is voldoende kenbaar aan de consument.

RCC beoordeelt dat de actie "1 dag onbeperkt reizen door heel Nederland ook tijdens de kerstvakantie" die op doordeweekse dagen pas geldig is vanaf 9u00 een beperking is waar de gemiddelde consument niet bedacht op hoeft te zijn. Deze beperking wordt als essentiële informatie geacht. Er wordt strijd met art. 8.3. onder c en daardoor art. 7 NRC aangenomen. De commissie doet een aanbeveling.

 

RB 1287

Afscheid van de strippenkaart

Vz afwijzing RCC 18 januari 2012, dossiernr. 2011/01132 (OV-chipkaart strippenkaart niet meer geldig)

In een radiocommercial wordt o.m. gezegd: "Nederland neemt in rap tempo afscheid van de strippenkaart. Straks reizen we allemaal met de OV-chipkaart. In de meeste provincies kunt u de strippenkaart nu al niet meer gebruiken.”

Klacht: In het busvervoer in de provincie Zeeland is de strippenkaart nog wel geldig. De consument denkt op grond van de commercial dat zijn strippenkaart waardeloos is geworden.

De voorzitter:

De landelijk uitgezonden radiocommercial van de rijksoverheid heeft betrekking op de strippenkaarten met 15 of 45 strippen, die als nationaal vervoersbewijs vastgesteld en via de voorverkoop verkrijgbaar waren. Vast staat dat deze strippenkaarten (ook) in Zeeland in de zomer van 2011 als geldig vervoersbewijs zijn afgeschaft en sindsdien door reizigers, voor zover deze nog strippenkaarten in hun bezit hebben, niet meer in het openbaar vervoer gebruikt kunnen worden. Dat vervoerders in de regio Zeeland reizigers thans de mogelijkheid bieden om in het openbaar vervoer een strippenkaart met 2, 3 of 8 strippen te kopen als decentraal vervoersbewijs, betekent niet dat de mededeling in de radiocommercial over het vervallen van de nationale strippenkaart als geldig vervoersbewijs onjuist is.

RB 1286

Belastingblauwe envelop

RCC 17 januari 2012, dossiernr. 2011/01179 (Belastingblauwe envelop)

Mailing gericht ‘Aan de bewoner(s) van dit adres’. De mailing bevindt zich in een gesloten, blauwe vensterenvelop en op de voorzijde van die envelop is behalve “Port Betaald Port Payé Pays-Bas” en het logo van postnl vermeld: “Belastingvoordeel”. Op de achterzijde staat: “Coolsingel 215, 3012 AG Rotterdam”.

Adverteerder heeft gebruik gemaakt van een blauwe kleur, omdat zij haar klanten wil wijzen op een belastingvoordeel bij aanschaf van een gehoorapparaat. De kleur en lay-out aan de buitenzijde van de mailing zijn niet identiek aan die van de Belastingdienst, omdat dit niet is toegestaan.

De reclame is niet als zodanig herkenbaar ex  11.1 NRC strijd.

RB 1285

Spandoeken wel/geen bouwwerken

ABRvS 1 februari 2012, LJN BV2456 (Appellante tegen College B&W Amsterdam)

Bij besluit van 18 december 2009 heeft het college geweigerd [appellante] een reguliere bouwvergunning te verlenen voor de plaatsing van reclame-uitingen aan het gebouw [locatie] te Amsterdam (hierna: het pand).

[appellante] betoogt dat de rechtbank niet heeft onderkend dat de beide raamwerken met spandoeken geen bouwwerken zijn. Daartoe voert zij aan dat geen sprake is van een bouwkundige constructie en dat het mogelijk is om de reclame-uitingen, zonder aantasting van de gevel, in korte tijd te verwijderen.

Het begrip"bouwwerk" is in de Woningwet niet omschreven. In de modelbouwverordening is wel een definitie gegeven. De Afdeling heeft (onder meer in de uitspraak van 17 oktober 2001 in zaak nr. 200004512/1; Gst. 2002, 7172, 11), bij herhaling aansluiting gezocht bij de in de modelbouwverordening gegeven definitie van het begrip"bouwwerk". Deze luidt:"Elke constructie van enige omvang, van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren".

Dat de constructies binnen een relatief korte termijn van de gevel kunnen worden verwijderd, heeft niet tot gevolg dat geen sprake is van een bouwvergunningplichtig bouwwerk, nu de raamwerken zijn bedoeld om gedurende een langere periode ter plaatse te functioneren.

Alle betogen falen en wordt de aangevallen uitspraak bevestigd.

2.3. Voor zover de reclame-uitingen in strijd met de redelijke eisen van welstand zijn geacht,betoogt [appellante] voorts dat de rechtbank niet heeft onderkend dat sprake is van een schending van het gelijkheidsbeginsel. Daartoe voert zij aan dat in Amsterdam andere tot dezelfde keten als [appellante] behorende panden vergelijkbare gevelreclame is aangebracht en dat op panden gelegen de directe omgeving van het pand vergelijkbare reclame-uitingen worden toegepast.

2.3.1. De rechtbank heeft terecht geen grond gezien voor het oordeel dat sprake is van een schending van het gelijkheidsbeginsel. De tot dezelfde keten als [appellante] behorende panden zijn gelegen in andere stadsdelen waar een ander welstandsbeleid geldt en liggen voorts, anders dan het pand, niet in zogenaamd grootstedelijk gebied als bedoeld in de gemeentelijke welstandsnota, zodat geen sprake is van gelijke of gelijk te stellen gevallen.

Ten aanzien van de reclame-uitingen op het pand van de Praxis is ter zitting gebleken dat deze reclame-uitingen zonder bouwvergunning zijn aangebracht. De reclame-uitingen op de andere door [appellante] aangehaalde panden in de nabije omgeving van het pand zijn eveneens zonder bouwvergunning aangebracht of zijn anders over de gevels verdeeld dan de reclame-uiting van [appellante]. Van vergelijkbare reclame-uitingen als van [appellante] die wel zijn vergund, is niet gebleken, zodat geen sprake is van gelijke of gelijk te stellen gevallen.

Het betoog faalt.

2.4. [appellante] betoogt ook tevergeefs dat de rechtbank heeft miskend dat sprake is van een schending van het vertrouwensbeginsel. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat de welstandscommissie in de overleggen voorafgaand aan het indienen van het bouwplan geen toezeggingen heeft gedaan over de vergunbaarheid van de reclame-uitingen. Evenmin is gebleken dat door of namens het college daarover toezeggingen zijn gedaan.
RB 1284

Inventariseren invoering zwangerschapslogo

Beantwoording Kamervragen verplicht logo alcohol en zwangerschap op fles, kenmerk: 101536-100264-VGP.

Vraag 6. Bent u bereid te onderzoeken of een invoering van een verplicht logo op flesjes mogelijk is? Hoe snel zou dit ingevoerd kunnen worden?

Antwoord 6. Ik ben voornemens te inventariseren of het mogelijk is het logo via zelfregulering in te voeren. Daartoe zal ik contact opnemen met de branche. Naar aanleiding daarvan zal ik u nader informeren.

Vraag 7. Hoe staat het met EU-regelgeving op dit terrein? Zijn er EU-landen die al wel een verplicht logo op flesjes hebben? Zo ja, zijn de effecten hiervan gemeten?

Antwoord 7. Er is geen EU-regelgeving op dit terrein. Wel geeft de herziene verordening (EU) 1169/2011 (de etiketteringverordening) de mogelijkheid om nationaal extra vermeldingen op het etiket te plaatsen. Frankrijk is het enige EU land waar het verplicht is om een waarschuwingslogo voor zwangere vrouwen op alcoholhoudende dranken te plaatsen. Uit Frans evaluatieonderzoek valt op te maken dat de invoering van een waarschuwingslogo effect heeft gehad op de bewustwording. In 2004 was 81,5% van de Franse bevolking van mening dat alcoholgebruik tijdens de zwangerschap onaanvaardbaar is. In 2007, na de invoering van het waarschuwingslogo, was 86,9% van de bevolking zich daarvan bewust.

 

RB 1283

Dirk kan niet rekenen!

Vzr. Rechtbank Amsterdam 1 februari 2012, LJN BV2530 (Albert Heijn tegen Detailconsult Supermarkt)

Met gelijktijdige dank aan Ebba Hoogenraad en Daan van Eek, Hoogenraad & Haak advertising + IP Advocaten.

In een paginagrote advertentie van Dirk van den Broek in De Telegraaf en het Algemeen Dagblad heeft Dirk van den Broek gesteld dat zij 20% goedkoper is dan Albert Heijn. De voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam heeft geoordeeld dat deze advertentie misleidend is onder meer omdat van verkeerde prijzen is uitgegaan, omdat producten zijn vergeleken die niet met elkaar vergeleken mogen worden en omdat Dirk van den Broek een verkeerde rekenmethode heeft toegepast. Dirk van den Broek wordt veroordeeld de advertentie te rectificeren in de twee dagbladen alsmede door middel van posters die in elk filiaal van Dirk van den Broek moeten worden opgehangen.

 

 

RB 1282

Overdrijving: favoriet van alle voetbalfans

Vz afwijzing RCC 8 december 2011, dossiernr. 2011/01091 (Burger King favoriet van alle voetbalfans - overdrijving)

Het betreft een televisiecommercial waarin in verband met het product van adverteerster onder meer wordt gezegd “Favoriet van alle voetbalfans”.

Naar het oordeel van de voorzitter zal het de gemiddelde consument niet ontgaan dat de slogan “Favoriet van alle voetbalfans” niet is bedoeld als een objectieve, op onderzoek gebaseerde weergave van wat voetbal­fans over de producten van adverteerster denken, maar dat het in plaats daarvan gaat om de visie van adverteerster met be­trekking tot de plaats die haar pro­duc­ten innemen onder voetbalfans. Daarbij wordt die visie op duidelijk overdreven wijze weer­ge­ge­ven. Op grond van het voorgaande is de voorzitter van oordeel dat niet aanne­me­lijk is dat de gemiddelde consument door de uiting ertoe wordt of kan wor­den gebracht een besluit over een trans­actie te nemen dat hij anders niet had genomen.

Van misleiding is derhalve geen sprake.

De beslissing van de voorzitter 

RB 1280

YouTube niet bestemd voor kinderen onder de 13

RCC 20 december 2011, dossiernr. 2011-01066 (YouTube relatieplanet voor Mr.Bean tekenfilm)

Erotische uiting vóór tekenfilm, geanimeerde klacht, echter afgewezen vanwege subjectieve karakter een terughoudende toetsing en afgewezen.

Klacht: Klaagsters 6-jarige zoontje wilde zondagochtend op YouTube naar een Mr. Bean-tekenfilm kijken. Voorafgaand aan de film werd deze uiting vertoond met een halfnaakte dame die zich uitkleedt. De uiting kon niet worden weggeklikt. Een dergelijke uiting met pornografische beelden behoort niet voorafgaand aan een tekenfilm te worden vertoond. Klaagster wil niet dat haar zoontje deze seksueel beladen beelden krijgt voorgeschoteld.

Verweer: Adverteerder sub 1 stelt dat de vrouw een bepaald ‘droombeeld’ symboliseert. Van platvloerse of pornografische beelden is geen sprake. Hoewel de uiting niet gericht is op kinderen, is deze niet schadelijk voor hen te achten. Van strijd met de Nederlandse Reclame Code (NRC), meer in het bijzonder met de goede smaak en het fatsoen, is geen sprake. Overigens is YouTube niet bestemd voor kinderen onder de 13 jaar.

Adverteerder sub 2 stelt, kort samengevat, dat deze uiting voldoet aan de “Family Safe” standaard. De uiting is suggestief, maar de daarin afgebeelde vrouw is niet naakt en er komt geen seksueel expliciet materiaal of taalgebruik in de uiting voor.

Oordeel: De Commissie vat klaagsters bezwaar aldus op dat zij de uiting in strijd acht met de goede smaak en het fatsoen. Bij de beantwoording van de vraag of een reclame-uiting met deze criteria in strijd is, stelt de Commissie zich terughoudend op, gezien het subjectieve karakter daarvan.

De Commissie acht de getoonde beelden niet van dien aard dat de grens van wat in het licht van de NRC toelaatbaar moet worden geacht, is overschreden, ook niet voor zover de uiting overdag is te zien.

RB 1279

Zichtgarantie bij natuurlijke achtergang

RCC 16 december 2011, dossiernr. 2011/01061 (Pearle zichtgarantie)

Pearle biedt aan: "Als de sterkte van uw ogen binnen één jaar verandert, krijgt u gratis nieuwe glazen". Klager ging na een staaroperatie voor een aangepast brillenglas naar Pearle in Zoetermeer. Onder verwijzing naar “kleine lettertjes” werd klagers beroep op de zichtgarantie echter afgewezen. Klager vindt de reclame misleidend.

Adverteerder doet een beroep op de natuurlijke achteruitgang van de ogen binnen een jaar. Dat is niet het geval bij een staaroperatie.

De Commissie begrijpt dat aan de zichtgarantie de voorwaarde is verbonden dat er sprake is van een natuurlijke achteruitgang van de ogen. In de televisiereclame verschijnt in beeld: “Vraag naar de voorwaarden”, zodat men bedacht dient te zijn op aan de garantie verbonden voorwaarden, zoals bijvoorbeeld voornoemde voorwaarde, maar in de radioreclame ontbreekt een verwijzing naar de voorwaarden. Gelet hierop acht de Commissie de radioreclame voor de gemiddelde consument onduidelijk ten aan zien van de aard van het product als bedoeld in artikel 8.2 van de Nederlandse Reclame Code (NRC). Nu de gemiddelde consument er bovendien toe kan worden gebracht een besluit over een transactie te nemen, dat hij anders niet had genomen, is de uiting misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.