Weer zaak bij RCC over Q10
RCC 18 mei 2011, Dossiernr. 2011/00330 (Q10)
Reclamerecht. Uiting op website over het product Kwaliteitsmerk Q10 50mg & Kokosolie. Klager stelt dat uiting misleidend is omdat er geen wetenschappelijk bewijst is voor werking Q10 bij paradontitis. Verboden om voedingssupplementen aan te merken als medicijnen. Ingespeeld op angst bij consumenten. Verweerder overlegt twee onderzoeken als bewijs werking Q10 bij paradontitis. Gebruik Q10 is onschuldig en verbetert conditie tandvlees. Keuringsraad KOAG/KAG stelt dat er sprake is van strijd met art. 10 en art. 6 CAG en art. 84 Geneesmiddelenwet.
Commissie gaat ervan uit dat klager van mening is dat art. 20 lid 2 onder a Warenwet van toepassing is. Geen sprake van dergelijke wijze van aanprijzing. Ook geen sprake van onjuiste en misleidende informatie over genezende werking omdat deze werking niet aan product wordt toegeschreven in uiting. Ook geen sprake van appelleren aan gevoelens van angst (art. 6 NRC). Wijst klacht af.
2) Van een dergelijke verboden wijze van aanprijzen is in de onderhavige reclame-uiting naar het oordeel van de Commissie geen sprake. De uiting bevat weliswaar, in het kader van achtergrondinformatie over Q10, verwijzingen naar “onderzoek naar het effect van voedingssupplementen met Q10 op parodontose” en “studies die erop lijken erop te wijzen dat de verspreiding van de ziekte vertraagd en zelfs geheel gestopt kan worden door het co-enzym Q10“, maar in de uiting wordt niet gesteld dat het product Kwaliteitsmerk Q10 50mg & Kokosolie deze werking heeft ten aanzien van parodontitis. Derhalve bevat de bestreden uiting geen verboden medische claim als bedoeld in artikel 20 lid 2 onder a van de Warenwet.
Lees de gehele uitspraak hier (link / pdf)
Regelingen: CAG art. 6, art 10; Geneesmiddelenwet art. 84; Warenwet art. 20 lid 2 onder a; NRC art. 6
Lees eerdere soortgelijke uitspraken over Q10 hier: RB 944; RB 919; RB 896
Reclamerecht. Aan klagers gerichte brief over Vriendenloterij Holland's Next Millionaire. Klagers stellen bij uitzending van programma te zijn geweest maar dat er geen iPad klaar lag voor hen en hun vijf vrienden, zoals beloofd in brief. Verweerder geeft aan dat uiting los staat van andere uitnodiging die klagers hebben gekregen om opnamedag op 14 februari bij te wonen.
Parallel gepubliceerd IT
Reclamerecht. Advertentie in krant over Toyota Aygo vanaf 7.250 euro tijdens Wereld Inruil Weken. Klager vindt uiting verwarrend, de auto is niet vanaf 7.250 euro, alleen als je zelf auto inruilt. Verweerder stelt dat uit de advertentie duidelijk blijkt dat het gaat om inruilactie en er geen strijd is met NRC.
Reclamerecht. Een aan klager geadresseerde brief van de BankGiro Loterij (BGL) met een "card" die nog geactiveerd moet worden. Klager 1 acht brief misleidend nu logo ING wordt gebruikt en het lijkt alsof het om creditcard gaat. Na activering blijkt dat het om deelname aan loterij gaat. Klager 2 stoort zich eraan dat zijn gegevens op card vermeld staan en onbevoegden hier misbruik van kunnen maken. Verweerder stelt dat brief voldoende duidelijk maakt dat het om deelname aan BGL gaat en verwijst naar eerdere uitspraken (2010/00481 en 2010/00620B). "Card" is geen officieel betaalmiddel dus misbruik niet mogelijk.
Reclamerecht. Uitingen op televisie en internet waarin de Suzuki Splash wordt aangeboden voor 4.912 euro. Klager stelt dat volgens prijslijst de laagste prijs voor deze auto 9.623 euro is. Verweerder stelt dat in uitingen duidelijk wordt gemaakt dat er sprake is van genoemde prijs met daaropvolgend een tweede deelbetaling. Tesamen is dit de gehele koopsom. Verwijst naar eerdere uitspraak Commissie: dergelijke woordkeuze niet misleidend.
Reclamerecht. Uitingen in krant van Shell. Klagers vinden beweringen in strijd met art. 3 MRC want winnen van aardolie leidt tot milieuschade, dus geen sprake van duurzamere en schonere wereld.